rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-inleners-keten-en-opdrachtgeversaansprakelijkheid-2004/BWBR0016131
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 BWBR0016131 ministeriele-regeling geldend 2022-12-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016131 Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *Invorderingswet*: de Invorderingswet 1990;

b. b.

    *uitlener*: een inhoudingsplichtige of werkgever als bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Invorderingswet ;

c. c.

    *inlener*: een inlener als bedoeld in artikel 34, eerste en tweede lid, van de Invorderingswet;

d. d.

    *confectie-aannemer*: een aannemer als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Invorderingswet;

e. e.

    *aannemer*: een aannemer als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Invorderingswet die zijn bedrijf niet maakt van het vervaardigen of laten vervaardigen van kleding, andere dan schoeisel;

f. f.

    *opdrachtgever*: een opdrachtgever als bedoeld in artikel 35a, tweede lid, van de Invorderingswet en de daarmee op grond van de artikel 35a, derde lid, van de Invorderingswet gelijk te stellen bedrijfsmatig handelende koper van nog geheel of gedeeltelijk te vervaardigen kleding, andere dan schoeisel;

g. g.

    *bank*: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen;

h. h.

    *ontvanger*: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet;

i. i.

    *loonbelasting*: de loonbelasting en de premies voor de sociale verzekeringen die gelijktijdig worden geheven met de loonbelasting, een en ander voorzover verband houdend met de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten of met het uitvoeren van een werk als bedoeld in de artikelen 34, 35 en 35a van de Invorderingswet;

j. j.

    *omzetbelasting*: de omzetbelasting met betrekking tot de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten;

k. k.

    *g-rekening*: een geblokkeerde rekening, zijnde een rekening als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, en 35, vijfde lid, van de Invorderingswet, welke door een uitlener, een onderaannemer of een confectie-aannemer, bij een bank wordt gehouden en waarvan de saldi uitsluitend bestemd zijn voor betaling van door de uitlener, onderaannemer of die confectie-aannemer verschuldigde loonbelasting en omzetbelasting, in verband waarmee op die saldi ten behoeve van de ontvanger een pandrecht is gevestigd;

l. l.

    *rekeninghouder*: de houder van een g-rekening;

m. m.

    *g-rekeningovereenkomst*: een conform de bijlage bij deze regeling gesloten overeenkomst met betrekking tot het openen en gebruiken van een g-rekening en het vestigen van een pandrecht op die rekening als bedoeld in onderdeel k;

Artikel 2

1.

De ontvanger verleent zijn medewerking aan de totstandkoming van een een g-rekeningovereenkomst op schriftelijk verzoek van:

a. a. de ondernemer die zijn bedrijf maakt van het in aanneming of in onderaanneming verrichten van werk als bedoeld in artikel 35a van de Invorderingswet; b. b. de ondernemer die zijn bedrijf maakt van het in onderaanneming verrichten van werk en inhoudingsplichtige is in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964; c. c. de uitlener die zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van personeel; d. d. de doorlener, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Invorderingswet; e. e. degene die op korte termijn de hoedanigheid zal verwerven van ondernemer als bedoeld in de onderdelen a of b, uitlener als bedoeld in onderdeel c of doorlener als bedoeld in onderdeel d; f. f. de ondernemer die zijn bedrijf maakt van het opleiden van leerlingen die bij hem dienst zijn en die deze leerlingen in het kader van hun opleiding tegen vergoeding uitleent.

2. De ontvanger verleent voorts zijn hun medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst op schriftelijk verzoek van de entiteit die een samenwerkingsverband vormt of op korte termijn zal vormen van ondernemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, mits iedere van dit samenwerkingsverband deel uitmakende ondernemer reeds afzonderlijk een g-rekeningovereenkomst is aangegaan.

Artikel 3

Artikel 35, vijfde lid, van de Invorderingswet is van toepassing ten aanzien van degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf kleding, andere dan schoeisel, koopt en op het tijdstip van de koop van op termijn te leveren kleding, andere dan schoeisel, niet weet of redelijkerwijs niet behoort te weten dat die kleding reeds geheel of gedeeltelijk is vervaardigd.

Artikel 4

De ontvanger weigert zijn hun medewerking te verlenen aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst, indien:

a. a. met de ondernemer reeds een g-rekeningovereenkomst is gesloten, tenzij deze aannemelijk maakt dat het gebruik maken van meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is; of b. b. gegronde vrees bestaat dat onjuist gebruik van de g-rekening zal worden gemaakt.

Artikel 5

Het door partijen getekende exemplaar van de g-rekeningovereenkomst wordt door de bank bewaard zolang de g-rekening in stand blijft, doch in ieder geval gedurende zeven jaren. De bank verschaft de andere partijen een kopie daarvan. Met betrekking tot de eerste zin is artikel 52, vijfde en zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5a

1.

De bank informeert de ontvanger over alle transacties op de g-rekeningen die bij hem worden gehouden. De bank vermeldt per transactie in ieder geval de volgende gegevens:

a. a. het nummer van de g-rekening; b. b. het afgeschreven of bijgeschreven bedrag; c. c. de omschrijving van de transactie; d. d. de naam van de houder van de tegenrekening; e. e. het betalingskenmerk en de datum van de af- of bijschrijving.

2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt binnen twee werkdagen nadat de bank de transactie heeft geboekt op de g-rekening.

3. Bij iedere rapportage van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, vermeldt de bank het beginsaldo van de g-rekening en het eindsaldo van de g-rekening na de verwerking van de in die rapportage opgenomen transacties.

Artikel 6

1.

Een betaling die wordt verricht op een g-rekening wordt voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, en 35, vijfde lid, van de Invorderingswet in aanmerking genomen indien:

a. a. de factuur welke de uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer ter zake van de door hem aan de inlener, aannemer of opdrachtgever geleverde prestatie of prestaties heeft doen toekomen, voldoet aan de eisen, voorzover toepasselijk, die artikel 35a van de Wet op de omzetbelasting 1968 daaraan stelt alsmede de vermelding bevat van:

        1°.
        het nummer of het kenmerk, voorzover aanwezig, van de overeenkomst ingevolge welke de uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer de gefactureerde prestatie of prestaties heeft verricht;
      
      
        2°.
        het tijdvak of de tijdvakken waarin die prestatie of prestaties zijn verricht; en
      
      
        3°.
        de benaming(en) of kenmerk(en) van het werk, waarop de betaling betrekking heeft;

1°. 1°. het nummer of het kenmerk, voorzover aanwezig, van de overeenkomst ingevolge welke de uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer de gefactureerde prestatie of prestaties heeft verricht; 2°. 2°. het tijdvak of de tijdvakken waarin die prestatie of prestaties zijn verricht; en 3°. 3°. de benaming(en) of kenmerk(en) van het werk, waarop de betaling betrekking heeft; b. b. die betaling vergezeld gaat van de vermelding van het nummer van de factuur en voorzover toepasselijk tevens van een ander onderscheidend op die factuur vermeld kenmerk, waarbij het nummer van de factuur of dit nummer tezamen met een aanvullend kenmerk een uniek identificatiegegeven vormt waarmee die factuur terstond of vrijwel terstond kan worden teruggevonden in de administratie van de inlener, aannemer of opdrachtgever; c. c. de administratie van de inlener, aannemer of opdrachtgever zodanig is ingericht en zodanig wordt gevoerd dat daarin terstond of vrijwel terstond kan worden teruggevonden:

        1°.
        de overeenkomst of de inhoud daarvan, ingevolge welke de uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer de in onderdeel a bedoelde prestatie of prestaties heeft verricht;
      
      
        2°.
        de gegevens inzake de nakoming van die overeenkomst met inbegrip van, naar de eisen van hun bedrijf, een registratie van de personen die zijn ingeleend of werk in (onder)aanneming hebben verricht en van de dagen waarop en de uren gedurende welke die personen werkzaamheden hebben verricht in verband waarmee voor de inlener en aannemer aansprakelijkheid bestaat ingevolge artikel 34 onderscheidenlijk artikel 35 van de Invorderingswet; en
      
      
        3°.
        de betalingen die in verband met de vorenbedoelde overeenkomst zijn gedaan.

1°. 1°. de overeenkomst of de inhoud daarvan, ingevolge welke de uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer de in onderdeel a bedoelde prestatie of prestaties heeft verricht; 2°. 2°. de gegevens inzake de nakoming van die overeenkomst met inbegrip van, naar de eisen van hun bedrijf, een registratie van de personen die zijn ingeleend of werk in (onder)aanneming hebben verricht en van de dagen waarop en de uren gedurende welke die personen werkzaamheden hebben verricht in verband waarmee voor de inlener en aannemer aansprakelijkheid bestaat ingevolge artikel 34 onderscheidenlijk artikel 35 van de Invorderingswet; en 3°. 3°. de betalingen die in verband met de vorenbedoelde overeenkomst zijn gedaan.

2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de vermelding op de factuur van het tijdvak of de tijdvakken waarin de gefactureerde prestaties of prestaties zijn verricht achterwege blijven indien de factuur de vermelding bevat van de datum waarop de order tot het geheel of gedeeltelijk vervaardigen van kleding, andere dan schoeisel, is verstrekt en van de datum waarop die kleding is of zal worden afgenomen.

3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, onder 2°, behoeft de confectie-aannemer of de opdrachtgever geen registratie als bedoeld in dat onderdeel op te nemen indien de gefactureerde prestatie of prestaties een werk is als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Invorderingswet.

Artikel 7

1. Met betrekking tot een betaling aan de ontvanger ten laste van de g-rekening vermeldt de betalingsopdracht ten minste de volgende gegevens: het aangiftenummer dat is vermeld op de uitnodiging tot het doen van aangifte dan wel het aanslagnummer dat is vermeld op het aanslagbiljet dat betrekking heeft op het tijdvak waarop de betaling ziet.

2. Met betrekking tot een betaling geeft de onderaannemer of de confectie-aannemer voorts nog aan de ontvanger een specificatie van de werken waarop de betaling betrekking heeft, voor elk werk ten minste bestaande uit de benaming(en) van het werk zoals deze door de onderaannemer of de confectie-aannemer worden gebruikt of van een omschrijving van het werk, alsmede het tijdvak waarin het werk waarop de betaling betrekking heeft, is verricht.

Artikel 8

Naast de bevoegdheid over te gaan tot uitwinning van het op het saldo van een g-rekening gevestigde pandrecht, is de ontvanger bevoegd bij een betaling ten laste van een g-rekening naar een andere g-rekening jegens betrokken rekeninghouders dan wel andere betrokkenen actie te ondernemen wegens wanprestatie of onrechtmatige daad, of welke andere actie dan ook, teneinde de gevolgen van een onjuist gebruik van de g-rekening ongedaan te maken of te compenseren.

Artikel 9

Aansprakelijkstelling vindt plaats voor ten hoogste het verschil tussen het gezamenlijke bedrag aan loonbelasting en omzetbelasting waarvoor bij de inlener, aannemer of opdrachtgever in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan en het gezamenlijke bedrag van de terzake door de inlener, aannemer of opdrachtgever op de g-rekening van de uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer gestorte bedragen. Deze bedragen komen slechts in mindering op het gezamenlijke bedrag aan loonbelasting en omzetbelasting waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan, indien aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan.

Artikel 10

1. De ontvanger verleent op aanvraag van de rekeninghouder, onder door hem te stellen voorwaarden toestemming het saldo van de g-rekening geheel dan wel tot een bepaald bedrag voor andere doeleinden aan te wenden dan voor de voldoening van loonbelasting en omzetbelasting, voorzover aannemelijk is dat het saldo van de g-rekening uitgaat boven hetgeen door de rekeninghouder aan loonbelasting en omzetbelasting vermoedelijk nog verschuldigd is of binnenkort verschuldigd zal worden.

2. De rekeninghouder richt een verzoek tot toestemming (deblokkeringsverzoek) schriftelijk aan de ontvanger.

3. De g-rekeninghouder verstrekt de ontvanger op de door deze aangegeven wijze alle gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor een juiste beoordeling van het verzoek; het verzoek wordt afgewezen indien hieraan niet of onvoldoende wordt voldaan.

Artikel 11

1.

De ontvanger is bevoegd een g-rekeningovereenkomst eenzijdig en zonder rechterlijke tussenkomst op te zeggen indien:

a. a. de rekeninghouder geen of op onjuiste wijze gebruik maakt van de g-rekening; b. b. de rekeninghouder niet of niet meer de hoedanigheid blijkt te bezitten van ondernemer, uitlener of doorlener als bedoeld in artikel 2, eerste lid; c. c. het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is beëindigd; d. d. met de rekeninghouder meer dan één g-rekening is gesloten en de rekeninghouder niet aannemelijk maakt dat het aanhouden van meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is; e. e. de rekeninghouder in staat van faillissement is verklaard; f. f. aan de rekeninghouder surséance van betaling is verleend; g. g. ten aanzien van de rekeninghouder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is.

2. De rekeninghouder en de betrokken bank zijn, onverminderd het bepaalde in het vierde lid, bevoegd de g-rekeningovereenkomst eenzijdig, zonder rechterlijke tussenkomst en zonder opgaaf van reden op te zeggen.

3. De opzegging geschiedt schriftelijk. Zij wordt niet eerder van kracht dan nadat zij aan de overige partijen bij de g-rekeningovereenkomst is bekendgemaakt. De opzegging wordt voorts niet van kracht zolang en voorzover die opzegging een belemmering zou vormen voor de toepassing van het vierde lid.

4. Na opzegging van de g-rekeningovereenkomst blijft die overeenkomst niettemin van toepassing op het saldo van de g-rekening ten tijde van de opzegging, alsmede op hetgeen nadien op die rekening wordt gestort, een en ander voorzover daardoor geen strijdigheid ontstaat met de gevolgen die rechtens zijn verbonden aan het in staat van faillissement verklaren van de rekeninghouder, van het aan hem verlenen van surséance van betaling of van het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

5. Een betaling die wordt verricht op een rekening die oorspronkelijk is geopend ingevolge een g-rekeningovereenkomst doch met betrekking waartoe een opzegging van die overeenkomst van kracht is geworden, wordt voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, of 35, vijfde lid, van de Invorderingswet niet aangemerkt als betaling die in mindering wordt gebracht op het bedrag aan loonbelasting of omzetbelasting, waarvoor aansprakelijkheid is ontstaan, tenzij die betaling deel is gaan uitmaken van het saldo op die rekening of het gedeelte van dat saldo op die rekening waarop ondanks die opzegging ingevolge het vierde lid het in artikel 1, onderdeel k, bedoelde pandrecht is komen te rusten.

Artikel 12

1. De Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen en de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid worden ingetrokken.

2. Wijzigt de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Artikel 13

1. Overeenkomsten die voldoen aan de voorschriften van de regelingen en artikelen, die op grond van artikel 12 zijn ingetrokken, onderscheidenlijk vervallen, worden aangemerkt als g-rekeningovereenkomsten.

2. Overeenkomsten die zijn opgesteld conform de bijlage bij deze regeling zoals deze luidde vóór 1 januari 2023 worden aangemerkt als g-rekeningovereenkomsten indien zij voor 1 januari 2023 zijn aangevraagd en voor 1 april 2023 zijn afgesloten.

Artikel 13a

De bank mag bij g-rekeningovereenkomsten als bedoeld in artikel 13, tweede lid, het daarin opgenomen loonheffingennummer en omzetbelastingnummer waarin het burgerservicenummer is verwerkt alleen verwerken ter uitvoering en archivering van die overeenkomsten.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004.

Bijlage