rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-kansspelheffing/BWBR0031528
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsregeling kansspelheffing BWBR0031528 ministeriele-regeling geldend 2012-05-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031528 Uitvoeringsregeling kansspelheffing

Uitvoeringsregeling kansspelheffing

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *wet:* de Wet op de kansspelen;

b. b.

    *kansspelautomaat:* een kansspelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;

c. c.

    *spelersplaats:* een eenheid van een kansspelautomaat waaraan één speler kan plaatsnemen en aan het spel kan deelnemen;

d. d.

    *speelcasino:* een speelcasino als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, van de wet;

e. e.

    *speeltafel:* een tafel bestemd om spelers in staat te stellen om aan een gemeenschappelijk beoefend kansspel in een speelcasino deel te nemen;

f. f.

    *spelersterminal:* een toestel bestemd om aan één of meer speeltafels gekoppeld te worden en waaraan één speler kan plaatsnemen om aan het spel aan die speeltafel of speeltafels deel te nemen;

g. g.

    *casino-automaat:* een kansspelautomaat bestemd voor opstelling in een speelcasinos, als bedoeld in paragraaf 4.2 van het Speelautomatenbesluit 2000;

h. h.

    *halautomaat:* een kansspelautomaat bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal als bedoeld in paragraaf 4.4 van het Speelautomatenbesluit 2000;

i. i.

    *horeca-automaat:* een kansspelautomaat niet bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal of een speelcasino als bedoeld in paragraaf 4.3 van het Speelautomatenbesluit 2000;

j. j.

    *aangifteformulier:* aangifteformulier als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze regeling;

k. k.

    *raad van bestuur:* raad van bestuur van de kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33a van de wet.

Artikel 2

Deze regeling heeft betrekking op de heffing van de in artikelen 33e en 33f van de wet geregelde kansspelheffing.

Hoofdstuk 2. De heffingsgrondslag

Artikel 3

1. Voor de houder van een op grond van artikel 30h, eerste lid, van de wet verleende vergunning en de houder van een op grond van artikel 30z, eerste lid, van de wet, verleende vergunning wordt het aantal spelersplaatsen als bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, van de wet gesteld op het gemiddelde van het aantal spelersplaatsen van de kansspelautomaten die deze vergunninghouder op de laatste dag van alle even maanden gedurende het kalenderjaar in opstelling heeft.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt het aantal spelersplaatsen van de kansspelautomaten die de vergunninghouder in opstelling heeft, gesteld op:

• • 90% van het totale aantal spelersplaatsen van het totale aantal casino-automaten dat de vergunninghouder in eigendom heeft; • • 90% van het totale aantal spelersplaatsen van het totale aantal halautomaten dat de vergunninghouder in eigendom heeft; • • 85% van het totale aantal spelersplaatsen van het totale aantal horeca-automaten dat de vergunninghouder in eigendom heeft.

3. Het tarief, bedoeld in artikel 33f, tweede lid, onder b, van de wet, is van toepassing op casino-automaten.

4. Het tarief, bedoeld in artikel 33f, tweede lid, onder c, van de wet, is van toepassing op halautomaten.

5. Het tarief, bedoeld in artikel 33f, tweede lid, onder d, van de wet, is van toepassing op horeca-automaten.

Artikel 4

1. Voor de houder van de op grond van artikel 27h, eerste lid, van de wet verleende vergunning, wordt het aantal speeltafels en het aantal aan die tafels gekoppelde spelersterminals als bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, van de wet, gesteld op het gemiddelde van het aantal speeltafels en het aantal aan die tafels gekoppelde spelersterminals die deze vergunninghouder op de laatste dag van alle even maanden gedurende het kalenderjaar in opstelling heeft.

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het aantal speeltafels die de vergunninghouder in opstelling heeft, gesteld op 90% van het totale aantal speeltafels dat de vergunninghouder in eigendom heeft, en het aantal aan die tafels gekoppelde spelersterminals.

Artikel 4a

1.

Het deel van de bestemmingsheffing dat de raad van bestuur oplegt aan de houder van een op grond van artikel 27h, eerste lid, 30h, eerste lid, of 30z, eerste lid, van de wet verleende vergunning als bijdrage ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 33e, eerste lid, onder b, van de wet, bedraagt:

a. a. voor tafelspelen in een speelcasino: het deeltarief van € 1.961 per speeltafel en € 96 per aangekoppelde speelterminal geheven uit de in artikel 33f, tweede lid, onder a, van de wet genoemde totaaltarieven; b. b. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: het deeltarief van € 96 per spelersplaats geheven uit het in artikel 33f, tweede lid, onder b, van de wet genoemde totaaltarief; c. c. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: het deeltarief van € 39 per spelersplaats geheven uit het in artikel 33f, tweede lid, onder c, van de wet genoemde totaaltarief; d. d. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: het deeltarief van € 39 per spelersplaats geheven uit het in artikel 33f, tweede lid, onder d, van de wet genoemde totaaltarief.

2. Het deel van de bestemmingsheffing dat de raad van bestuur oplegt aan de houder van een op grond van artikel 31a, eerste lid, van de wet verleende vergunning als bijdrage ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 33e, eerste lid, onder b, van de wet, bedraagt het deelpercentage van 0,25% van de grondslag, bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder c, van de wet.

Hoofdstuk 3. Aangifte en aanslagen

Artikel 5

1. Het uitnodigen tot het doen van aangifte geschiedt door het toezenden van een aangifteformulier of door het toezenden van een verwijzing naar het webadres waarop het aangifteformulier beschikbaar is gesteld.

2.

Uit het aangifteformulier blijkt in ieder geval:

a. a. de wijze van het doen van aangifte; b. b. een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden; c. c. de termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, waarbinnen aangifte moet worden gedaan.

3. Het aangifteformulier of de verwijzing naar het webadres waarop het aangifteformulier beschikbaar is gesteld, kunnen langs elektronische weg worden toegezonden.

Artikel 6

1. De aangifte wordt gedaan binnen zes weken na toezending van het aangifteformulier of de verwijzing naar het webadres waarop het aangifteformulier beschikbaar is gesteld, tenzij de raad van bestuur onder door hem te stellen voorwaarden uitstel heeft verleend van het doen van aangifte.

2. Indien het aangifteformulier of de verwijzing naar het webadres waarop het aangifteformulier beschikbaar is gesteld, langs elektronische weg is toegezonden, wordt de aangifte gedaan door de gevraagde gegevens of bescheiden langs elektronische weg toe te zenden, tenzij de raad van bestuur onder door hem te stellen voorwaarden toestaat de aangifte op andere wijze toe te zenden.

Artikel 7

1. Na aanvang van het kalenderjaar kunnen één of meer voorlopige aanslagen worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat kalenderjaar vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van reeds opgelegde voorlopige aanslagen.

2. Voor de toepassing van het eerste lid kan de bepaling van het bedrag waarop de aanslag over het kalenderjaar vermoedelijk zal worden vastgesteld, geschieden op grond van de gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de aanslag over het voorafgaande kalenderjaar en de gegevens die zijn ontvangen ten behoeve van het toezicht op de naleving van de voorschriften, gesteld bij of krachtens Titel VA van de Wet op de kansspelen.

Hoofdstuk 4. Grondslag

Artikel 8

Deze regeling berust op de artikelen 33e, eerste lid, onder b, en 33f, vierde lid, van de wet en artikel 9 van het Kansspelenbesluit.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling kansspelheffing.