rijk/ministeriele-regeling/uitzet-van-graskarpers/BWBR0004763
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitzet van graskarpers BWBR0004763 ministeriele-regeling geldend 1990-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004763 Uitzet van graskarpers

Uitzet van graskarpers

Artikel 1

De toestemming als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Visserijwet 1963 wordt verleend voor het uitzetten van de graskarper (Ctenopharyngodon idella) onder de navolgende voorschriften en beperkingen.

Artikel 2

1.

Het uitzetten van de graskarper is slechts toegestaan:

a. a. met instemming van de eigenaar van het water waarin de graskarper wordt uitgezet en b. b. in een water voor zover dat:

        1.
        niet in enige open verbinding staat met andere wateren dan wel
      
      
        2.
        van andere wateren is gescheiden door een hekwerk, bestaande uit een spijlenhek met een onderlinge afstand tussen de spijlen van ten hoogste 3 cm of een gaashek, gegalvaniseerd en gelast met vierkante mazen van ten hoogste 2.5 cm.
    1.   niet in enige open verbinding staat met andere wateren dan wel
      
    1.   van andere wateren is gescheiden door een hekwerk, bestaande uit een spijlenhek met een onderlinge afstand tussen de spijlen van ten hoogste 3 cm of een gaashek, gegalvaniseerd en gelast met vierkante mazen van ten hoogste 2.5 cm.
      

2.

Het hekwerk bedoeld in het eerste lid, dient:

a. a. in bodem en talud te zijn ingegraven; b. b. voorzien te zijn van een springflap van circa 50 cm schuin omhoog geplaatst onder een hoek van ca. 45° in de richting van het water waarin de graskarper wordt uitgezet en c. c. met inbegrip van de onder b, bedoelde springflap bij de hoogste waterstand ten minste 50 cm boven water uit te steken.

3. Het hekwerk dient aanwezig te blijven en in deugdelijke staat te worden gehouden zolang de graskarper in het water dat met het hekwerk wordt afgesloten, aanwezig is.

Artikel 3

De toestemming als bedoeld in artikel 1 geldt niet voor het uitzetten van graskarpers in:

a. a. beken en rivieren; b. b. wateren die geheel dan wel ten dele zijn gelegen in gebieden als bedoeld in artikel 10, 10a en 12 van de Natuurbeschermingswet 1998; c. c. wateren die geheel dan wel ten dele zijn gelegen op percelen die als natuurgebied zijn aangewezen in een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (Stb. 1985, 626), dat is goedgekeurd op grond van artikel 28 van die wet.

Artikel 4

1. Van het voornemen graskarpers uit te zetten, dient tevoren mededeling te worden gedaan aan de directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

2. Deze mededeling wordt gedaan op een bij de Dienst Regelingen verkrijgbaar formulier.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Staatscourant.