40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991 | BWBR0005279 | ministeriele-regeling | geldend | 1992-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0005279 | Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991 |
Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder:
Artikel 2
1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder dag: kalenderdag.
2. Indien een in deze regeling in dagen genoemde termijn ingaat op het ogenblik waarop een gebeurtenis of handeling plaatsvindt, wordt de dag waarop deze gebeurtenis of handeling plaatsvindt niet in deze termijn begrepen.
3. Een in deze regeling genoemde termijn gaat in bij de aanvang van het eerste uur van de eerste dag ervan en eindigt bij het einde van het laatste uur van de laatste dag daarvan.
4. Indien de laatste dag van een in deze regeling genoemde termijn op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid dan wel bij of krachtens een voor de aanbesteder van belang zijnde collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust- of feestdag, vakantiedag of andere vrije dag valt, eindigt de termijn bij het einde van het laatste uur van de eerstvolgende werkdag.
Artikel 3
1. Indien een aanbesteding volgens deze regeling zal geschieden, wordt dit in de aankondiging en de bekendmaking, of, indien geen aankondiging en bekendmaking plaatsvinden, in de uitnodiging vermeld.
2. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt degene die tegenover de aanbesteder blijk heeft gegeven voornemens te zijn op het werk in te schrijven of deel te nemen aan de selectie dan wel aan het overleg over het werk en de voorwaarden, geacht te hebben ingestemd met de toepasselijkheid van deze regeling.
3. Op een aanbesteding die volgens deze regeling geschiedt, is het Nederlandse recht van toepassing.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
1.
Aanbesteding van een werk kan plaatsvinden als:
a. a. openbare procedure: openbare aanbesteding; b. b. niet-openbare procedure: aanbesteding met voorafgaande selectie; c. c. onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking; d. d. onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing ingeval van het ontwerpen en bouwen van een complex woningen in het kader van de sociale woningbouw met betrekking waartoe, wegens de omvang, de ingewikkeldheid en de vermoedelijke duur van het desbetreffende werk, het plan van meet af aan moet worden opgesteld op basis van een nauwe samenwerking in een team, bestaande uit afgevaardigden van de aanbesteder, deskundigen en de aannemer die met de uitvoering van het werk belast wordt. In dat geval kan een bijzondere procedure voor de gunning worden toegepast om die aannemer te kiezen die het meest geschikt is om in dit team te worden opgenomen.
Alsdan zijn de artikelen 11, eerste lid, en 35 op de aankondiging en de bekendmaking van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aankondiging en de bekendmaking een zodanige beschrijving van het werk dienen te bevatten dat belanghebbenden zich daarvan een duidelijk beeld kunnen vormen. De aanbesteder kiest uit de gegadigden die voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, degene die het meest geschikt is om in het team te worden opgenomen.
Artikel 6
1. De technische specificaties, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, worden vermeld in de algemene documenten of in de contractuele documenten die bij elk werk behoren.
2.
Onverminderd de verplichte nationale technische voorschriften, worden technische specificaties door de aanbesteder aangegeven door:
a. a. verwijzing naar nationale normen waarin de Europese normen zijn omgezet, b. b. verwijzing naar Europese technische goedkeuringen, of c. c. verwijzing naar gemeenschappelijke technische specificaties.
3.
De aanbesteder mag van het tweede lid afwijken indien:
a. a. de normen, de Europese technische goedkeuringen of de gemeenschappelijke technische specificaties geen bepalingen bevatten inzake de vaststelling van de overeenstemming of indien er geen technische middelen zijn om de overeenstemming van een produkt met deze normen of deze Europese technische goedkeuringen of deze gemeenschappelijke technische specificaties afdoende vast te stellen; b. b. de toepassing van deze normen, deze Europese technische goedkeuringen of deze gemeenschappelijke technische specificaties de aanbesteder verplicht tot het gebruik van produkten of van materiaal dat met de reeds door de aanbesteder gebruikte apparatuur onverenigbaar is dan wel tot buitensporig hoge kosten of tot onevenredig grote technische moeilijkheden leidt; de aanbesteder kan dit echter slechts doen in het kader van een welomschreven en schriftelijk vastgelegde strategie met het oog op een overgang binnen een gestelde termijn naar Europese normen, Europese technische goedkeuringen of gemeenschappelijke technische specificaties; c. c. het desbetreffende werk werkelijk innoverend is, waardoor de aanwending van bestaande normen, Europese technische goedkeuringen of gemeenschappelijke technische specificaties niet dienstig zou zijn.
4.
De aanbesteder die zich beroept op een of meer van de in het derde lid genoemde gevallen, dient de redenen daartoe, tenzij zulks niet mogelijk is, te vermelden in de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte aankondiging van de aanbesteding, of in het bestek, en in elk geval in zijn interne documentatie.
De aanbesteder verstrekt deze informatie desgevraagd aan de lid-staten en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
5.
IIndien terzake geen Europese normen, Europese technische goedkeuringen of gemeenschappelijke technische specificaties bestaan:
a. a. worden de technische specificaties aangegeven door verwijzing naar de nationale technische specificaties, waarvan is erkend dat zij aan de fundamentele voorschriften in de communautaire richtlijnen inzake de technische harmonisatie voldoen, volgens de in die richtlijnen bepaalde procedures en met name volgens de procedures van richtlijn nr. 89/106/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake voor de bouw bestemde produkten (PbEG 1989, L 40), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 93/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 (PbEG 1993, L 220); b. b. kunnen de technische specificaties worden aangegeven door verwijzing naar de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van het werk en het gebruik van de produkten; c. c. kunnen de technische specificaties worden aangegeven door verwijzing naar andere documenten. In dit geval dient in volgorde van voorkeur te worden verwezen:
naar nationale normen waarin de door het land van de aanbesteder aanvaarde internationale normen zijn omgezet;
naar andere nationale normen en nationale technische goedkeuringen van het land van de aanbesteder;
naar iedere norm.
- naar nationale normen waarin de door het land van de aanbesteder aanvaarde internationale normen zijn omgezet;
- naar andere nationale normen en nationale technische goedkeuringen van het land van de aanbesteder;
- naar iedere norm.
6. Tenzij dergelijke specificaties door de aard van het werk worden gerechtvaardigd, is de aanbesteder niet gerechtigd tot het opnemen in de contractclausules die voor een bepaald werk gelden, van technische specificaties die produkten van een bepaald fabrikaat of van een bepaalde herkomst of bijzondere werkwijzen vermelden, waardoor bepaalde ondernemingen worden begunstigd of uitgeschakeld. De aanbesteder is met name niet gerechtigd merken, octrooien of typen of een bepaalde oorsprong of produktie aan te duiden. Indien het de aanbesteder niet mogelijk is door middel van voldoende nauwkeurige en voor alle betrokkenen begrijpelijke technische specificaties de aard van het werk te omschrijven, is de aanbesteder gerechtigd tot een aanduiding als hiervoorbedoeld, mits deze vergezeld gaat van de vermelding "of daarmee overeenstemmend".
Artikel 7
1.
Van deelneming aan een aanbesteding kan worden uitgesloten een ieder:
a. a. die in staat van faillissement of van liquidatie verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, of die het voorwerp is van een surséance van betaling of een akkoord dan wel in een andere soortgelijke toestand verkeert ingevolge een gelijkaardige procedure waarin de nationale wettelijke regeling voorziet; b. b. wiens faillissement is aangevraagd of tegen wie een procedure van surséance van betaling of akkoord dan wel een andere soortgelijke procedure, die in de nationale wettelijke regeling is voorzien, aanhangig is gemaakt; c. c. die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een delict dat de professionele integriteit van de aannemer in het gedrang brengt; d. d. die in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbesteder aannemelijk kan maken; e. e. die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van de sociale verzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is of die van het land van de aanbesteder; f. f. die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is of van het land van de aanbesteder; g. g. die zich in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 15 kunnen worden verlangd.
2.
Indien de aanbesteder van een inschrijver of gegadigde het bewijs verlangt dat hij niet in een van de in het eerste lid onder a, b, c, e en f genoemde omstandigheden verkeert, aanvaardt hij als voldoende bewijs:
- oor a, b en c een uittreksel uit het strafregister of, bij ontbreken daarvan, een gelijkwaardig document, afgegeven door een gerechtelijke of bevoegde overheidsinstantie van het land van oorsprong of van herkomst en waaruit blijkt dat aan deze eisen is voldaan;
- voor e en f een door een bevoegde instantie van de betrokken lid-staat afgegeven getuigschrift.
3. Indien geen document of getuigschrift als bedoeld in het tweede lid, door het desbetreffende land wordt afgegeven, kan het worden vervangen door een verklaring onder ede of - in de lid-staten waar niet in een eed is voorzien - door een plechtige verklaring die door de betrokkene is afgelegd ten overstaan van een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
Hoofdstuk II. Openbare aanbesteding
Artikel 8
Een openbare aanbesteding is een aanbesteding, die algemeen bekend wordt gemaakt en waarbij een ieder kan inschrijven.
Artikel 9
1. Met inachtneming van artikel 61 doet een aanbesteder het voornemen om een werk openbaar aan te besteden door middel van een aankondiging bekendmaken in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Hij maakt dit voornemen tevens bekend in de Nederlandse Staatscourant of in een landelijk verspreid vakblad. Hij kan voorts dit voornemen op andere wijze bekendmaken. De termijn tussen de dag van verzending van de aankondiging, bedoeld in artikel 61, en de dag van aanbesteding bedraagt ten minste 52 dagen.
2.
De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan worden verkort tot een termijn die voor degenen die voornemens zijn op het werk in te schrijven lang genoeg is om een geldige inschrijving in te dienen, en die doorgaans niet korter is dan 36 dagen, doch in ieder geval niet korter dan 22 dagen, indien
a. a. de aanbesteder de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste 52 dagen en ten hoogste 12 maanden voor de toezending van de aankondiging, bedoeld in artikel 61, aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen heeft toegezonden, en b. b. de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste evenveel gegevens bevat als vermeld in standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II, voorzover die gegevens op de datum van de bekendmaking van de vooraankondiging beschikbaar zijn.
3. De aankondiging en de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, worden opgesteld overeenkomstig standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II.
Artikel 10
1. Het bestek vermeldt naam en adres van de aanbesteder.
2. Het bestek dient uiterlijk 10 dagen na de datum van verzending van de aankondiging, bedoeld in artikel 9, eerste lid, tot het tijdstip van de aanbesteding voor een ieder ter inzage te liggen. Een afdruk van het bestek dient tegen betaling van de kosten van een afdruk verkrijgbaar te zijn. Voor zover tijdig aangevraagd, moet de aanbesteder een ieder die een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan, binnen 6 dagen na ontvangst van dat verzoek, een afdruk van het bestek tegen betaling van de kosten van die afdruk toezenden. Indien het bestek wegens zijn omvang niet kan worden verstrekt binnen deze termijn dienen de in artikel 9, eerste en tweede lid, genoemde termijnen dienovereenkomstig te worden verlengd.
3. Het bestek vermeldt alle maatschappelijke, technische, organisatorische en financieel-economische eisen waaraan een inschrijver op zowel de dag van aanbesteding als de dag van opdrachtverlening moet voldoen, alsmede de gegevens die moeten worden overgelegd om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk, tenzij in de bekendmaking is vermeld, dat de daarin gegeven opsommingen van eisen en over te leggen gegevens uitputtend zijn.
4. Het bestek vermeldt voorts, indien de aanbesteder zich het recht voorbehoudt het werk op te dragen aan de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, bedoeld in artikel 31, derde lid, onder b, alle gunningscriteria die anders zijn dan het gunningscriterium van de laagste prijs, alsmede de gegevens die moeten worden overgelegd om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk, tenzij in de bekendmaking is vermeld, dat de daarin gegeven opsommingen van gunningscriteria en over te leggen gegevens uitputtend zijn. De aanbesteder vermeldt de gunningscriteria zo mogelijk in afnemende volgorde van het belang dat hij er aan hecht.
5. De aanbesteder geeft in het bestek aan bij welke dienst of diensten een inschrijver de ter zake dienende informatie kan verkrijgen over de verplichtingen ingevolge de regelingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden, die op de plaats waar het werk wordt uitgevoerd gelden en die van toepassing zijn op de werkzaamheden die tijdens de uitvoering op het werkterrein worden verricht.
6. De aanbesteder verplicht de inschrijvers bij hun inschrijving aan te geven, dat zij bij de voorbereiding van hun inschrijving rekening hebben gehouden met de verplichtingen ingevolge de regelingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar het werk wordt uitgevoerd. Zulks vormt geen beletsel voor de toepassing van artikel 63 inzake de verificatie van abnormaal lage inschrijvingen.
Artikel 11
1. De in het bestek of de in de aankondiging en de bekendmaking vermelde maatschappelijke, technische, organisatorische en financieel-economische eisen alsmede de daarin vermelde eisen inzake overlegging van gegevens dienen objectief, eenduidig en met de artikelen 7, 12, 13 en 15 in overeenstemming te zijn, alsmede in redelijke verhouding te staan tot de aard en de omvang van het werk.
2. De in het bestek of de in de aankondiging en de bekendmaking vermelde gunningscriteria, die anders zijn dan het gunningscriterium van de laagste prijs, kunnen naar gelang van de aard van het werk variëren en onder andere betrekking hebben op prijs, verrekenprijs of -prijzen, gebruikskosten, rentabiliteit, uitvoeringstermijn en technische, kwalitatieve of architectonische waarde, doch mogen niet de begroting van de inschrijver betreffen.
Artikel 12
1.
In het algemeen kan de financiële en economische draagkracht van een inschrijver worden aangetoond door een of meer van de volgende referenties:
a. a. passende bankverklaringen; b. b. overlegging van balansen of van uittreksels uit de balansen van het aannemingsbedrijf, indien de wetgeving van het land van vestiging van het aannemingsbedrijf de bekendmaking van balansen voorschrijft; c. c. een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet aan werken van het aannemingsbedrijf over de laatste drie boekjaren.
2. De aanbesteder geeft in de aankondiging en de bekendmaking de referenties aan die hij verlangt evenals de andere, niet in het eerste lid genoemde bewijsstukken die moeten worden overgelegd.
3. Indien een inschrijver wegens gegronde redenen niet in staat is de door de aanbesteder gevraagde referenties over te leggen, kan de financiële en economische draagkracht van deze inschrijver worden aangetoond met andere documenten die de aanbesteder geschikt acht.
Artikel 13
1.
De technische bekwaamheid van een inschrijver kan worden aangetoond:
a. a. door studie- en beroepsdiploma's van de inschrijver en/of van zijn stafpersoneel en in het bijzonder van degenen die met de leiding van de werken zijn belast; b. b. ddoor een lijst van de in de laatste vijf jaren uitgevoerde werken; deze lijst wordt voor de belangrijkste werken gestaafd door verklaringen inzake de goede uitvoering. In deze verklaringen dienen het bedrag van de werken, alsmede tijd en plaats van uitvoering te worden vermeld, en voorts moet eruit blijken of zij vakkundig zijn verricht en op regelmatige wijze tot een goed eind zijn gebracht. De bevoegde autoriteit zal de verklaringen in voorkomend geval rechtstreeks aan de aanbesteder toezenden; c. c. door een verklaring welke de outillage, het materieel en de technische uitrusting vermeldt, waarover de inschrijver voor de uitvoering van het werk beschikt; d. d. door een verklaring betreffende de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de inschrijver en de omvang van de staf gedurende de laatste drie jaren; e. e. door een verklaring waarin de al dan niet tot het bedrijf van de inschrijver behorende technici of technische organen worden vermeld, waarover de inschrijver voor de uitvoering van het werk beschikt.
2. De aanbesteder geeft in de aankondiging en de bekendmaking aan welke van de in het eerste lid bedoelde referenties hij verlangt.
Artikel 14
Binnen de grenzen, gesteld in de artikelen 7, 12 en 13 kan de aanbesteder verlangen dat de inschrijver de overgelegde getuigschriften en bescheiden aanvult of nader toelicht.
Artikel 15
1. Het in het land van vestiging op een officiële lijst van erkende aannemingsbedrijven ingeschreven aannemingsbedrijf kan bij elke aanbesteding een bewijs van inschrijving aan de aanbesteder overleggen. Op dit bewijs worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving op die lijst mogelijk was, alsmede de classificatie welke deze lijst behelst.
2. De door de bevoegde autoriteiten bevestigde inschrijving op een dergelijke lijst vormt jegens de aanbesteder slechts in de zin van artikel 7, eerste lid, onder a tot en met d en g, artikel 12, eerste lid, onder b en c, artikel 13, eerste lid, onder b en d, en niet in de zin van artikel 12, eerste lid, onder a, en artikel 13, eerste lid, onder a, c en e, een vermoeden van geschiktheid voor de werken die met de classificatie van het aannemingsbedrijf op de lijst overeenkomen.
3. De gegevens welke uit de inschrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan, met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale verzekering, bij de aanbesteding een aanvullende verklaring van elk ingeschreven aannemingsbedrijf worden verlangd.
4. De aanbesteder past de voorgaande leden van dit artikel op een aannemingsbedrijf dat gevestigd is in een ander land alleen toe, indien in dat land een officiële lijst van erkende aannemingsbedrijven bestaat.
Artikel 16
1. Van de verstrekte inlichtingen – voor zover die dienen tot aanvulling of wijziging van het bestek dan wel de kosten, de duur of de wijze van de uitvoering van het werk kunnen beïnvloeden – en van de vragen die schriftelijk zijn gesteld door degenen die jegens de aanbesteder blijk hebben gegeven voornemens te zijn op het werk in te schrijven of bij dat werk belang hebben, wordt door of namens de aanbesteder een nota van inlichtingen opgemaakt.
2. Van een gehouden aanwijzing ter plaatse wordt door of namens de aanbesteder een proces-verbaal van aanwijzing opgemaakt.
3.
De nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing worden door of namens de aanbesteder ondertekend en liggen ter inzage gedurende ten minste 7 dagen voorafgaand aan de dag van de aanbesteding op de in de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, aangegeven plaats of plaatsen.
Uiterlijk 6 dagen voorafgaand aan de dag van de aanbesteding worden door of namens de aanbesteder, tegen betaling van de kosten van een afdruk, van de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing afschriften verstrekt aan een ieder, die jegens de aanbesteder blijk heeft gegeven voornemens te zijn op het werk in te schrijven of bij dat werk belang te hebben.
Indien de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing wegens hun omvang niet binnen uiterlijk 6 dagen voorafgaand aan de dag van de aanbesteding kunnen worden verstrekt dienen de termijnen, genoemd in artikel 9, eerste en tweede lid, dienovereenkomstig te worden verlengd.
4. Indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse of na een inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, dienen de termijnen, genoemd in artikel 9, eerste en tweede lid, dienovereenkomstig te worden verlengd.
5. In de gevallen, bedoeld in het derde lid, laatste volzin, en het vierde lid, wordt in de nota van inlichtingen een nieuw tijdstip voor de aanbesteding vermeld, welk tijdstip de aanbesteder onverwijld doet bekendmaken op de wijze, bedoeld in artikel 9, eerste lid.
6. Een ieder, die voornemens is op het werk in te schrijven, is gerechtigd de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing te waarmerken.
7. Alle verstrekte inlichtingen of gegeven aanwijzingen als bedoeld in dit artikel zijn, voor zover die inlichtingen of aanwijzingen zijn opgenomen in de nota van inlichtingen of in het proces-verbaal van aanwijzing, voor elke inschrijver bindend.
Artikel 17
Aan hen die blijk gegeven hebben of voornemens zijn op het werk in te schrijven of die bij het werk belang hebben, wordt zoveel mogelijk de gelegenheid geboden kennis te nemen van details van hoofdconstructies en onderdelen, alsmede van monsters die het algemene karakter van de leveringen aangeven. Van een en ander wordt in de nota van inlichtingen dan wel in het proces-verbaal van aanwijzing melding gemaakt. Het staat de hiervoor genoemden vrij die details en monsters te waarmerken.
Artikel 18
1. De aanbesteding geschiedt bij inschrijving.
2. De inschrijver dient op de dag van inschrijving te beschikken over een op aanvraag van de aanbesteder te overhandigen – bewijs van inschrijving in het beroepsregister van het land waar hij is gevestigd, alsmede een door hem ondertekende verklaring dat hij op de dag van de inschrijving voldoet aan de eisen die verbonden zijn aan de uitoefening van het aannemingsbedrijf of, indien hij gevestigd is in een land waar een officiële lijst van erkende aannemingsbedrijven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, bestaat, een bewijs van inschrijving op die lijst.
3. Het inschrijvingsbiljet, bedoeld in artikel 19, eerste lid, moet in een enveloppe zijn gesloten, die op duidelijke wijze dient te zijn voorzien van de vermelding op welk werk het inschrijvingsbiljet betrekking heeft, alsmede, in geval van verdeling van het werk in percelen, op welk perceel of op welke combinatie van percelen.
4. Een inschrijver is gerechtigd op het in de bekendmaking vermelde adres zelf het biljet in de daarvoor bestemde afgesloten en verzegelde bus te deponeren.
5. Indien een inschrijver van zijn bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik maakt, wordt het inschrijvingsbiljet, na ontvangst op het in de bekendmaking vermelde adres, door of namens de aanbesteder in de bus gedeponeerd.
6. Het inschrijvingsbiljet mag tot het tijdstip van de aanbesteding in de bus worden gedeponeerd.
7. Een inschrijver draagt het risico van de goede en tijdige aanwezigheid van zijn biljet in de bus.
8. Een inschrijver kan tot het tijdstip van de aanbesteding door middel van een duidelijke, ondertekende verklaring, waarmee op dezelfde wijze dient te worden gehandeld als met het inschrijvingsbiljet, zijn inschrijving intrekken.
Artikel 19
1. Elk inschrijvingsbiljet moet door de inschrijver zijn ondertekend en zijn ingericht volgens model G van de bij deze regeling behorende bijlage III.
2. Indien in het bestek is bepaald dat de inschrijver bij zijn inschrijving verrekenprijzen moet opgeven, moet een door de inschrijver ondertekende staat, ingericht volgens model G 1 van de bij deze regeling behorende bijlage III, bij het inschrijvingsbiljet zijn gevoegd.
3. Indien in het bestek of de bekendmaking is bepaald dat de inschrijver bij de inschrijving gegevens als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, moet verstrekken, moeten deze gegevens worden gevoegd bij het inschrijvingsbiljet, bedoeld in het eerste lid, waarvan zij dan onderdeel uitmaken.
4. Indien in het bestek of de bekendmaking is bepaald dat de inschrijver bij de inschrijving naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, dan wel in plaats van die gegevens, andere gegevens moet verstrekken, dient de inschrijver de ondertekende bescheiden, die deze gegevens bevatten, in een afzonderlijke dichte enveloppe te sluiten, waarop duidelijk zijn vermeld de naam en het adres van de inschrijver, alsmede op welk werk, op welk perceel of op welke combinatie van percelen die bescheiden betrekking hebben.
5. De enveloppe, bedoeld in het vierde lid, dient in de enveloppe, bedoeld in artikel 18, derde lid, te worden gesloten en maakt deel uit van de inschrijving.
Artikel 20
Indien het werk verdeeld is in percelen, kan worden ingeschreven op elk perceel afzonderlijk en – tenzij het tegendeel in de bekendmaking, het bestek of de nota van inlichtingen is bepaald – tevens op een aantal samengevoegde percelen en op het totaal van de percelen. Voor elke inschrijving moet een afzonderlijk inschrijvingsbiljet met de daarbij behorende bescheiden worden ingeleverd.
Artikel 21
Indien de aanbesteding een werk betreft van door de inschrijver bij diens inschrijving op te geven omvang voor een in het bestek of de nota van inlichtingen vermeld bedrag, wordt in het bestek of de nota van inlichtingen aangegeven op welke wijze het inschrijvingsbiljet moet worden ingericht.
Artikel 22
1. Indien twee of meer inschrijvers te zamen inschrijven, kan, wanneer het werk aan hen te zamen zal worden opgedragen, worden geëist dat zij te zamen een bepaalde rechtsvorm aannemen.
2. Indien twee of meer inschrijvers te zamen inschrijven, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van alle uit de overeenkomst van aanneming voortvloeiende verplichtingen. Zij zijn verplicht in het inschrijvingsbiljet een van hen aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen.
Artikel 23
Indien aan een inschrijving voorwaarden zijn verbonden, wordt de inschrijving geacht niet te zijn gedaan.
Artikel 24
1. Indien voor de opdracht van een werk het criterium van de economisch meest voordelige aanbieding wordt gehanteerd, staat het een inschrijver vrij om, naast een aanbieding overeenkomstig het bestek en de nota van inlichtingen, bij de inschrijving alternatieve aanbiedingen in te dienen, tenzij in de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, anders is bepaald.
2. De aanbesteder mag een ingediende alternatieve aanbieding niet verwerpen om de enkele reden dat deze is opgesteld met gebruikmaking van technische specificaties die zijn omschreven door verwijzing naar nationale normen, waarin Europese normen zijn omgezet, naar Europese technische goedkeuringen, naar gemeenschappelijke technische specificaties als bedoeld in artikel 6, tweede lid, dan wel naar nationale technische specificaties als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder a en b.
3.
Een alternatieve aanbieding wordt alleen in beschouwing genomen, indien deze:
a. a. betrekking heeft op een wezenlijke wijziging van de voorgeschreven constructie, de bouwstoffen, de werkwijze of de hulpmiddelen en b. b. naar het oordeel van de aanbesteder in kwaliteit ten minste gelijkwaardig is aan hetgeen is voorgeschreven.
4. Een alternatieve aanbieding moet worden ingediend op een afzonderlijk inschrijvingsbiljet waarop duidelijk is aangegeven, dat het inschrijvingsbiljet betrekking heeft op een alternatieve aanbieding. Het inschrijvingsbiljet dient vergezeld te gaan van een duidelijke omschrijving van hetgeen de alternatieve aanbieding inhoudt.
5. rtikel 23 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 25
1. Indien in het bestek of in de nota van inlichtingen varianten als zodanig worden omschreven, staat het een inschrijver vrij om op een of meer varianten in te schrijven, tenzij in het bestek of in de nota van inlichtingen inschrijving op alle varianten verplicht is gesteld.
2. Een inschrijver dient voor elke variant, waarop hij inschrijft, een afzonderlijk inschrijvingsbiljet in te dienen. De inschrijver geeft op het inschrijvingsbiljet duidelijk aan op welke variant de inschrijving betrekking heeft.
3. Artikel 23 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26
1. De inschrijver moet zijn aanbieding gestand doen gedurende 30 dagen na de dag, waarop de aanbesteding heeft plaatsgevonden, tenzij in de bekendmaking, het bestek of de nota van inlichtingen een andere termijn is gesteld.
2. De aanbesteder kan verzoeken de termijn van gestanddoening te verlengen. Het verzoek tot verlenging van de termijn van gestanddoening wordt niet gedaan aan de inschrijver die naar het oordeel van de aanbesteder zeer waarschijnlijk niet in aanmerking komt voor de opdracht van het werk. Aan een zodanig verzoek kan door de inschrijver geen aanspraak op de opdracht worden ontleend.
Artikel 27
Een inschrijver kan zijn aanbieding na het tijdstip van de aanbesteding niet wijzigen of aanvullen, tenzij het de inschrijver betreft aan wie de aanbesteder overweegt het werk overeenkomstig artikel 31, derde lid, op te dragen en de aanbesteder aan deze inschrijver een verzoek tot wijziging of aanvulling heeft gedaan. Aan een zodanig verzoek kan door de inschrijver geen aanspraak op de opdracht worden ontleend.
Artikel 28
1. Degene die de aanbesteding houdt, opent de inschrijvingsbiljetten in het openbaar op de plaats en op het tijdstip van de aanbesteding, zoals deze in de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, zijn vermeld.
2. Hij leest de namen van de inschrijvers duidelijk op alsmede de in de inschrijvingsbiljetten genoemde bedragen, voor welke zij aanbieden het werk aan te nemen dan wel de hoeveelheid werk, die zij overeenkomstig artikel 21 willen verrichten. Vervolgens leest hij de namen en de bedragen dan wel de hoeveelheden werk op, vermeld in de inschrijvingsbiljetten, die betrekking hebben op alternatieve aanbiedingen. In de op te lezen bedragen is de omzetbelasting niet begrepen.
3. Indien een prijs zowel in cijfers als in letters is vermeld en deze niet met elkaar overeenstemmen, geldt de prijs in letters.
4. Van de in het oog vallende onregelmatigheden in de inschrijvingsbiljetten wordt melding gemaakt. Degene, die de aanbesteding houdt, doet evenwel geen uitspraak over de geldigheid of ongeldigheid van de inschrijvingsbiljetten; de beoordeling hiervan geschiedt door de aanbesteder met inachtneming van artikel 30.
Artikel 29
1. Van het verloop van de aanbesteding wordt proces-verbaal opgemaakt volgens model H van de bij deze regeling behorende bijlage III. Het proces-verbaal wordt ondertekend door degene die de aanbesteding houdt.
2. Belangstellenden kunnen op het adres, genoemd in de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, het proces-verbaal van aanbesteding inzien of een afschrift hiervan verkrijgen.
Artikel 30
Inschrijvingen, die niet voldoen aan de inhoudelijke eisen, gesteld in deze regeling, de bekendmaking, het bestek of de nota van inlichtingen, zijn ongeldig.
Artikel 31
1. De aanbesteder is niet verplicht het werk op te dragen.
2. Voor de opdracht van het werk komen alleen inschrijvers in aanmerking die zowel op de dag van aanbesteding als op de dag van opdrachtverlening voldoen aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld.
3.
Onverminderd het tweede lid geschiedt de opdracht van het werk aan:
a. a. de inschrijver die de laagste prijs heeft aangeboden; b. b. de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, indien in de bekendmaking of het bestek overeenkomstig artikel 10, vierde lid, een of meer gunningscriteria zijn vermeld die anders zijn dan alleen de laagste prijs.
4. De aanbesteder neemt slechts kennis van de bescheiden die zijn gesloten in de enveloppe, bedoeld in artikel 19, vierde lid, voor zover deze betrekking hebben op de aanbieding van de inschrijver, die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de opdracht van het werk in aanmerking komt. De overige enveloppen zendt de aanbesteder ongeopend aan de daarop vermelde inschrijvers terug.
5. In afwijking van het tweede en derde lid is de aanbesteder niet gehouden het werk op te dragen aan de daarvoor in aanmerking komende inschrijver, indien deze inschrijver bij de aanbesteding of bij een aanbesteding, die minder dan vijf jaar geleden heeft plaatsgevonden, in strijd met de waarheid de verklaring, bedoeld in artikel 18, tweede lid, heeft ondertekend en afgegeven.
6. Een inschrijver kan de aanbesteder schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat het werk niet aan hem is opgedragen. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede alsook de naam van degene aan wie het werk is opgedragen.
7. Onverminderd het zesde lid doet de aanbesteder voorts aan iedere inschrijver wiens aanbieding voldoet aan aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld, mededeling van de kenmerken en de relatieve voordelen van de aanbieding van degene aan wie het werk is opgedragen, alsmede van diens naam.
8.
De aanbesteder kan besluiten van de in het zevende lid bedoelde gegevens geen mededeling te doen, indien openbaarmaking van die gegevens:
a. a. de toepassing van enige wettelijke bepaling in de weg staat; b. b. in strijd is met het openbaar belang; c. c. schade kan toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen, dan wel d. d. de eerlijke mededinging tussen de aannemers kan schaden.
9. Voor de opdracht van het werk volgens een alternatieve aanbieding komt uitsluitend de inschrijver in aanmerking die deze aanbieding heeft gedaan.
10. Indien het werk mede omvat het door een inschrijver maken van een ontwerp, komt voor de opdracht van het werk volgens een ingediend ontwerp uitsluitend de inschrijver in aanmerking van wie het desbetreffende werk afkomstig is.
11. Indien twee of meer inschrijvers gelijkelijk voor de opdracht van het werk in aanmerking komen, beslist het lot aan wie van hen het werk zal worden opgedragen. De desbetreffende inschrijvers worden er tijdig van in kennis gesteld, dat een loting zal plaatsvinden en waar, wanneer en door wie de loting zal worden gehouden. Zij zijn bevoegd daarbij in persoon of bij gemachtigde tegenwoordig te zijn.
Artikel 32
1. De overeenkomst van aanneming van werk komt tot stand door de opdracht van het werk op grond van het inschrijvingsbiljet.
2. De opdracht geschiedt door de aanbesteder door middel van een schriftelijke mededeling, waaronder tevens wordt verstaan een telegram, telexbericht of telefax. Een telegram, telexbericht of telefax wordt onverwijld per brief door de aanbesteder bevestigd.
3. De datum van de opdracht is die van de verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid.
4.
Tegelijk met of zo spoedig mogelijk na de schriftelijke mededeling, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de aannemer toegezonden een door of namens de opdrachtgever gewaarmerkt:
a. a. afschrift van zijn inschrijvingsbiljet met de eventuele staat van verrekenprijzen, b. b. exemplaar van het bestek en de daarbij behorende tekeningen, c. c. afschrift van de nota van inlichtingen en d. d. afschrift van het proces-verbaal van aanwijzing.
Artikel 33
1. Een aanbesteder mag uitsluitend van de inschrijver aan wie hij voornemens is het werk op te dragen zekerheidstelling bedingen.
2. Het bedrag van de zekerheid mag het bedrag, dat ter zake van zekerheidstelling voor de nakoming van de uit de overeenkomst van aanneming voortvloeiende verplichtingen in de bekendmaking of in het bestek is genoemd, niet te boven gaan.
3. In afwijking van het tweede lid mag een aanbesteder, indien hij het werk overeenkomstig een alternatieve aanbieding wil opdragen aan de inschrijver die de alternatieve aanbieding heeft gedaan, van die inschrijver zekerheidstelling verlangen die het in de bekendmaking of het bestek genoemde bedrag te boven gaat, met dien verstande dat het bedrag van de zekerheidstelling een tiende van de som waarvoor de inschrijver heeft aangeboden het werk uit te voeren niet te boven mag gaan.
Hoofdstuk III. Aanbesteding met voorafgaande selectie
Artikel 34
1. Een aanbesteding met voorafgaande selectie is een aanbesteding, die algemeen bekend wordt gemaakt, waarbij een ieder zich als gegadigde kan aanmelden en waarvoor een aantal gegadigden tot inschrijving kan worden uitgenodigd.
2. Wanneer een aanbesteder de in het eerste lid genoemde wijze van aanbesteding toepast, mag hij het aantal gegadigden vaststellen dat hij voornemens is tot inschrijving uit te nodigen. Dit aantal wordt genoemd in de aankondiging en de bekendmaking, bedoeld in artikel 35, en mag niet minder bedragen dan vijf.
3. Indien van toepassing van het tweede lid wordt afgezien, mag de aanbesteder een minimum en een maximum aangeven waartussen het aantal gegadigden zal liggen dat hij voornemens is tot inschrijving uit te nodigen. Dit minimum aantal en dit maximum aantal worden dan aangegeven in de aankondiging en de bekendmaking, bedoeld in artikel 35. Deze aantallen hangen af van de aard van het uit te voeren werk. Het minimum aantal mag niet minder bedragen dan vijf. Het maximum aantal kan worden vastgesteld op twintig.
4. Het aantal tot inschrijving uit te nodigen gegadigden moet in ieder geval groot genoeg zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
Artikel 35
1. Met inachtneming van artikel 61 doet degene die voornemens is een werk met voorafgaande selectie aan te besteden, dit voornemen door middel van een aankondiging bekendmaken in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Hij maakt dit voornemen tevens bekend in de Nederlandse Staatscourant of in een landelijk verspreid vakblad. Hij kan voorts dit voornemen op andere wijze bekendmaken. Bij het bekend maken vermeldt hij dat een ieder zich schriftelijk kan aanmelden om voor een uitnodiging tot inschrijving in aanmerking te kunnen komen.
2. De aankondiging en de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, worden opgesteld overeenkomstig standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II.
Artikel 36
1. De eisen, genoemd in punt 10 van de in artikel 35, tweede lid, bedoelde aankondiging en bekendmaking dienen objectief en eenduidig te zijn, alsmede in redelijke verhouding te staan tot de aard en de omvang van het werk.
2. De in het eerste lid bedoelde eisen dienen voorts in overeenstemming te zijn met de artikelen 7, 12, 13 en 15.
Artikel 37
1. De termijn voor de ontvangst van de aanmeldingen wordt door de aanbesteder vastgesteld op ten minste 37 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Gegadigden dienen in dat geval hun aanmelding in per brief, telegram, telexbericht, telefax of telefonisch. In de laatste vier gevallen moet de aanmelding worden bevestigd per brief, die wordt verzonden vóór het verstrijken van de hiervoor genoemde termijn.
2.
Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is de in het eerste lid bedoelde termijn in acht te nemen, kan de aanbesteder de termijn verkorten tot ten minste 15 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.
Gegadigden dienen in dat geval hun aanmelding langs de snelst mogelijke kanalen te verzenden. Indien de aanmelding per telegram, telexbericht, telefax of telefonisch geschiedt, dient zij te worden bevestigd per brief die wordt verzonden vóór het verstrijken van de hiervoor genoemde termijn.
3. Tenzij de aanbesteder besluit geen der gegadigden een uitnodiging tot inschrijving te zenden, nodigt hij de gegadigden die voldoen aan de eisen bedoeld in artikel 36 uit tot inschrijving.
4. Indien de aanbesteder op grond van artikel 34, tweede lid, in de aankondiging en in de bekendmaking het aantal gegadigden heeft aangegeven dat hij voornemens is tot inschrijving uit te nodigen en het aantal gegadigden dat voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 36 groter is dan het aangegeven aantal, beslist het lot of een andere objectieve methode wie van hen tot inschrijving zal worden uitgenodigd. Deze methode wordt in de aankondiging en in de bekendmaking vermeld. Het aantal gegadigden dat wordt uitgenodigd is dan gelijk aan het aangegeven aantal. Ingeval van loting geschiedt deze ten overstaan van een notaris. De desbetreffende gegadigden worden er tijdig van in kennis gesteld, dat een loting zal plaatsvinden en waar, wanneer en door wie de loting zal worden gehouden.
5. Indien de aanbesteder, overeenkomstig artikel 34, derde lid, in de aankondiging en in de bekendmaking een minimum en een maximum heeft aangegeven waartussen het aantal gegadigden zal liggen dat hij voornemens is tot inschrijving uit te nodigen en het aantal gegadigden dat voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 36, groter is dan het uit te nodigen aantal, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
6. De uitnodigingen worden gelijktijdig en schriftelijk aan de daartoe gekozen gegadigden verzonden. Bij de uitnodigingsbrief moeten het bestek en de aanvullende stukken worden ingesloten. Artikel 10, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
7.
De uitnodiging tot inschrijving bevat een verwijzing naar de in artikel 35 genoemde bekendmaking en vermeldt:
a. a. waar, wanneer en onder welke voorwaarden extra exemplaren van het bestek verkrijgbaar zijn; b. b. waar en wanneer inlichtingen zullen worden gegeven; c. c. waar en wanneer een eventuele aanwijzing ter plaatse wordt gehouden; d. d. waar en op welke data het bestek, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing ter inzage liggen; e. e. de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld; f. f. plaats en tijdstip van aanbesteding; g. g. aanduiding van de stukken, die zonodig door de gegadigde ter staving van de gegevens, bedoeld in artikel 36, of ter aanvulling op die gegevens moeten worden overgelegd; h. h. voor zover vereist de in artikel 10, vierde lid, bedoelde gunningscriteria en gegevens.
Artikel 38
1.
De termijn tussen de dag van verzending van de uitnodigingen, bedoeld in artikel 37, derde lid, en de dag van de aanbesteding bedraagt ten minste 40 dagen. Deze termijn kan worden verkort tot 26 dagen, indien:
a. a. de aanbesteder de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste 52 dagen en ten hoogste 12 maanden voor de toezending van de aankondiging, bedoeld in artikel 61, aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen heeft toegezonden, en b. b. de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste evenveel gegevens bevat als vermeld in standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II of, in voorkomend geval, in standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II, voorzover die gegevens op de datum van de bekendmaking van de vooraankondiging beschikbaar zijn.
2. Indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, worden de in het vorige lid bedoelde termijnen dienovereenkomstig verlengd.
3. Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is de in de vorige leden bedoelde termijnen in acht te nemen, kan de aanbesteder de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen bepalen op ten minste 10 dagen, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. De uitnodigingen tot inschrijving dienen in dat geval langs de snelst mogelijke kanalen te worden verzonden.
4. De aanbesteder verzendt, gelijktijdig met de uitnodigingen, aan een door hem niet gekozen gegadigde bericht, dat hij niet wordt uitgenodigd.
5. Een niet gekozen gegadigde kan de aanbesteder binnen 15 dagen na ontvangst van het bericht schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat hij niet is uitgenodigd. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van dit verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede.
Artikel 39
Op de inschrijving en aanbesteding, bedoeld in dit hoofdstuk, zijn de artikelen 10, vierde lid, 11, tweede lid, en 16 tot en met 33 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. a. in afwijking van artikel 16, derde lid, afschriften van de nota van inlichtingen en van het proces-verbaal van aanwijzing, in de gevallen genoemd in artikel 37, tweede lid en 38, derde lid, ten minste vier dagen vóór de aanbesteding worden verstrekt; b. b. het in artikel 16, derde lid, genoemde afschrift van de nota van inlichtingen en, voor zover van toepassing, van het proces-verbaal van aanwijzing, door of namens de aanbesteder slechts wordt of worden verstrekt aan een gegadigde die voor inschrijving op het werk is uitgenodigd; c. c. de gelegenheid om kennis te nemen van details van hoofdconstructies en onderdelen, alsmede van monsters, die het algemene karakter van de leveringen aangeven, als bedoeld in artikel 17, slechts aan een gegadigde die voor inschrijving op het werk is uitgenodigd, wordt geboden; d. d. de termijn van gestanddoening, bedoeld in artikel 26, eerste lid, op 30 dagen gehandhaafd blijft, tenzij in de uitnodiging tot inschrijving, het bestek of de nota van inlichtingen een andere termijn is gesteld; e. e. bij de opening van de inschrijvingsbiljetten, bedoeld in artikel 28, eerste lid, alleen de inschrijvers in persoon of bij gemachtigde tegenwoordig mogen zijn; f. f. in afwijking van artikel 29, tweede lid, alleen de inschrijvers kennis kunnen nemen van het proces-verbaal van aanbesteding.
Hoofdstuk IV. Onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking
Artikel 40
Een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking is een aanbesteding, die algemeen bekend wordt gemaakt en waarbij een ieder zich als gegadigde kan aanmelden, waarna de aanbesteder met door hem zelf gekozen gegadigden overleg pleegt, en via onderhandelingen met een aantal van hen de contractuele voorwaarden vaststelt. Dit aantal bedraagt ten minste drie, op voorwaarde dat er voldoende geschikte gegadigden zijn.
Artikel 41
1.
De in dit hoofdstuk omschreven wijze van aanbesteding kan slechts in de volgende gevallen door de aanbesteder worden toegepast:
a. a. indien de inschrijvingen, gedaan in het kader van de openbare aanbesteding of aanbesteding met voorafgaande selectie, onregelmatig zijn, mits de oorspronkelijke voorwaarden voor de opdracht niet wezenlijk zijn gewijzigd; b. b. indien in het kader van de openbare aanbesteding of de aanbesteding met voorafgaande selectie slechts inschrijvingen zijn gedaan die onaanvaardbaar zijn volgens de nationale, met de voorschriften van titel IV van de Coördinatierichtlijn in overeenstemming zijnde bepalingen, mits de oorspronkelijke voorwaarden voor de opdracht niet wezenlijk worden zijn gewijzigd; c. c. indien het werken betreft die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van onderzoek, proefneming of ontwikkeling en niet met het doel winst te maken of de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken; d. d. in buitengewone gevallen, indien het werken betreft waarvan de aard en de onzekere omstandigheden een algemene vaststelling vooraf van de totale prijs niet mogelijk maken.
2. Wanneer de onderhandelingsprocedure, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt toegepast in een der gevallen, genoemd in het eerste lid onder a en b, blijven de in artikel 42 genoemde aankondiging en bekendmaking achterwege indien de aanbesteder al diegenen tot het voeren van onderhandelingen uitnodigt die voldoen aan de in de oorspronkelijke bekendmaking gestelde eisen en die gedurende de voorafgaande openbare aanbesteding of de aanbesteding met voorafgaande selectie inschrijvingen hebben gedaan die in overeenstemming zijn met de formele eisen van de desbetreffende procedure.
Artikel 42
1. Op de aankondiging en de bekendmaking is artikel 35, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
2. De aankondiging en de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, worden opgesteld overeenkomstig model D van de bij deze regeling behorende bijlage II.
Artikel 43
1. De eisen, genoemd in punt 9 van de in artikel 42 bedoelde aankondiging en bekendmaking, dienen objectief en eenduidig te zijn, alsmede in redelijke verhouding te staan tot de aard en de omvang van het werk.
2. De in het eerste lid bedoelde eisen dienen voorts in overeenstemming te zijn met de artikelen 7, 12, 13 en 15.
Artikel 44
Op de aanmelding als gegadigde is artikel 37, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 45
1. Tenzij de aanbesteder besluit geen der gegadigden een uitnodiging te zenden tot het voeren van overleg, nodigt hij een aantal van de gegadigden die voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 43, uit tot het voeren van overleg als bedoeld in artikel 46.
2. De uitnodiging tot het voeren van overleg vermeldt waar en wanneer het overleg tussen de aanbesteder en de desbetreffende gegadigde zal plaatsvinden, alsmede het tijdstip waarop uiterlijk overeenstemming, als bedoeld in artikel 46, eerste lid, dient te zijn bereikt. De termijn tussen de dag van verzending van de uitnodiging tot het voeren van overleg en de dag waarop het overleg gevoerd wordt, bedraagt ten minste 14 dagen.
3. De uitnodigingen tot het voeren van overleg worden gelijktijdig en schriftelijk langs de snelst mogelijke kanalen aan de daartoe gekozen gegadigden verzonden. Bij de uitnodigingsbrief moeten het bestek en de aanvullende stukken worden ingesloten. Artikel 10, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De aanbesteder verzendt, gelijktijdig met de uitnodigingen, aan een niet tot het voeren van overleg uitgekozen gegadigde bericht dat hij niet wordt uitgenodigd.
5. Een niet tot het voeren van overleg gekozen gegadigde kan de aanbesteder binnen 15 dagen na ontvangst van het bericht schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat hij niet is uitgenodigd. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van dit verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede.
Artikel 46
1. Het met een uitgenodigde gegadigde te voeren overleg strekt ertoe overeenstemming te bereiken over de inhoud van een of meer door de gegadigde in te dienen voorstellen tot aanpassing van het hem gezonden bestek.
2. Het in het eerste lid bedoelde overleg kan onder meer de technische, uitvoeringstechnische, organisatorische en kostentechnische aspecten van het uit te voeren werk betreffen, doch in elk geval niet de prijs.
3.
De aanbesteder maakt van het verloop van het overleg met iedere gegadigde een afzonderlijk proces-verbaal op dat door beide partijen wordt ondertekend en dat nauwkeurig de inhoud weergeeft van:
a. a. de mogelijkheden tot de aanpassing van het bestek waarvan door de gegadigde of de aanbesteder in het overleg melding is gemaakt en b. b. de voorstellen tot aanpassing van het bestek waarover overeenstemming is bereikt.
De aanbesteder verstrekt de desbetreffende gegadigde een afschrift van het proces-verbaal.
4. Van de mogelijkheden tot aanpassing van het bestek die door gegadigden in het overleg zijn genoemd, alsmede van de voorstellen tot aanpassing van het bestek waarover door de aanbesteder met gegadigden overeenstemming is bereikt, worden noch door de aanbesteder, noch door gegadigden tot het tijdstip van de opdracht mededelingen aan andere gegadigden gedaan.
Artikel 47
1. Tenzij de aanbesteder besluit geen der gegadigden een uitnodiging tot inschrijving te zenden, nodigt hij een aantal van de gegadigden met wie het in artikel 46 bedoelde overleg tot overeenstemming heeft geleid uit om een inschrijving in te dienen. Dit aantal bedraagt ten minste drie, op voorwaarde dat er voldoende geschikte gegadigden zijn.
2.
De uitnodiging tot inschrijving vermeldt:
a. a. de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld en b. b. plaats en tijdstip van de aanbesteding.
3. De uitnodiging tot inschrijving gaat vergezeld van een exemplaar van het na het overleg met de desbetreffende gegadigde aangepaste bestek.
4. Indien de aangepaste bestekken inhoudelijk aan elkaar gelijk blijken, wordt dit in de uitnodiging tot inschrijving vermeld. In dat geval is artikel 50 niet van toepassing.
Artikel 48
1. De termijn tussen de dag van verzending van de schriftelijke uitnodigingen, bedoeld in artikel 47, en de dag van aanbesteding bedraagt ten minste 14 dagen.
2. De uitnodigingen worden gelijktijdig en schriftelijk langs de snelst mogelijke kanalen aan de daartoe gekozen gegadigden verzonden.
3. De aanbesteder verzendt, gelijktijdig met de uitnodigingen bedoeld in het tweede lid, aan een door hem niet gekozen gegadigde bericht, dat hij niet wordt uitgenodigd.
4. Een niet gekozen gegadigde kan de aanbesteder binnen 15 dagen na ontvangst van het bericht schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat hij niet is uitgenodigd. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van dit verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede.
Artikel 49
1.
Op de inschrijving en aanbesteding zijn de artikelen 10, vierde lid, 11, tweede lid, 17 tot en met 26, 28, derde lid, 29, eerste lid, en 30 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. a. de gelegenheid om kennis te nemen van details van hoofdconstructies en onderdelen, alsmede van monsters, die het algemene karakter van de leveringen aangeven, als bedoeld in artikel 17, slechts aan een gegadigde die voor inschrijving op het werk is uitgenodigd, wordt geboden; b. b. de termijn van gestanddoening, bedoeld in artikel 26, eerste lid, op 30 dagen gehandhaafd blijft, tenzij in de uitnodiging tot inschrijving, het bestek, de nota van inlichtingen of tijdens de onderhandelingen, bedoeld in artikel 50, een andere termijn is gesteld.
2. Indien de uitnodiging tot inschrijving overeenkomstig artikel 47, vierde lid, vermeldt dat de aangepaste bestekken aan elkaar gelijk zijn, is naast de in het eerste lid genoemde bepalingen tevens artikel 27 op de inschrijving en aanbesteding van toepassing.
Artikel 50
1. Naar aanleiding van de gedane inschrijvingen kan de aanbesteder met een of meer van de inschrijvers gelijktijdig onderhandelingen voeren. De inschrijvers zullen geen belemmeringen opwerpen tegen het door de aanbesteder met andere inschrijvers voeren van zodanige onderhandelingen.
2.
De aanbesteder maakt van de naar aanleiding van de met elke inschrijver gevoerde onderhandelingen een procesverbaal op dat door beide partijen wordt ondertekend en nauwkeurig weergeeft:
a. a. het verloop van de onderhandelingen; b. b. de mogelijkheden tot aanpassing van het bestek en de inschrijving waarvan door de inschrijver of de aanbesteder tijdens de onderhandelingen melding is gemaakt en c. c. de aanpassingen van het bestek en de inschrijving waarover tijdens de onderhandelingen met de desbetreffende inschrijver overeenstemming is bereikt. De aanbesteder verstrekt de desbetreffende inschrijver een afschrift van het proces-verbaal.
3. Van op enig moment door inschrijvers gedane prijsaanbiedingen, alsmede van de inhoud en het verloop van de met inschrijvers gevoerde onderhandelingen, worden noch door de aanbesteder, noch door inschrijvers tot het tijdstip van de opdracht mededelingen gedaan aan andere inschrijvers.
Artikel 51
1. De aanbesteder is niet verplicht het werk op te dragen.
2. Voor de opdracht van het werk komen alleen inschrijvers in aanmerking die zowel op de dag van aanbesteding als op de dag van opdrachtverlening voldoen aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld.
3. Onverminderd het tweede lid geschiedt de opdracht aan de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, welke tot stand kan zijn gekomen na onderhandelingen als bedoeld in artikel 50.
4. In afwijking van het tweede en derde lid is de aanbesteder niet gehouden het werk op te dragen aan de daarvoor in aanmerking komende inschrijver, indien deze inschrijver bij de aanbesteding of bij een aanbesteding, die minder dan vijf jaar geleden heeft plaatsgevonden, in strijd met de waarheid de verklaring, bedoeld in artikel 18, tweede lid, heeft ondertekend en afgegeven.
5. Een inschrijver kan de aanbesteder schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat het werk niet aan hem is opgedragen. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede alsook de naam van degene aan wie het werk is opgedragen.
6. Onverminderd het vijfde lid doet de aanbesteder voorts aan iedere inschrijver wiens aanbieding voldoet aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld, mededeling van de kenmerken en de relatieve voordelen van de aanbieding van degene aan wie het werk is opgedragen, alsmede van diens naam.
7.
De aanbesteder kan besluiten van de in het zesde lid bedoelde gegevens geen mededeling te doen, indien openbaarmaking van die gegevens:
a. a. de toepassing van enige wettelijke bepaling in de weg staat; b. b. in strijd is met het openbaar belang; c. c. schade kan toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen, dan wel d. d. de eerlijke mededinging tussen de aannemers kan schaden.
8. Voor de opdracht van het werk volgens een alternatieve aanbieding komt uitsluitend de inschrijver in aanmerking die deze aanbieding heeft gedaan.
9. Indien het werk mede omvat het door een inschrijver maken van een ontwerp, komt voor de opdracht van het werk volgens een ingediend ontwerp uitsluitend de inschrijver in aanmerking van wie het desbetreffende ontwerp afkomstig is.
10. Indien twee of meer inschrijvers gelijkelijk voor de opdracht van het werk in aanmerking komen, beslist het lot aan wie van hen het werk zal worden opgedragen. De desbetreffende inschrijvers worden er tijdig van in kennis gesteld, dat een loting zal plaatsvinden en waar, wanneer en door wie de loting zal worden gehouden. Zij zijn bevoegd daarbij in persoon of bij gemachtigde tegenwoordig te zijn.
Artikel 52
1. De overeenkomst van aanneming van werk komt tot stand door de opdracht van het werk op grond van het inschrijvingsbiljet of het resultaat van de onderhandelingen, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onder c.
2. Op de opdracht is artikel 32, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 53
Op de zekerheidstelling is artikel 33 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk V. Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking
Artikel 54
Een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking is een aanbesteding, waarbij de aanbesteder met een of meer door hem zelf gekozen gegadigden overleg pleegt en via onderhandelingen met een of meer van hen de contractuele voorwaarden vaststelt.
Artikel 55
1.
De in dit hoofdstuk omschreven wijze van aanbesteding kan slechts in de volgende gevallen door de aanbesteder worden toegepast:
a. a. indien in het kader van de openbare aanbesteding of de aanbesteding met voorafgaande selectie geen inschrijvingen of geen passende inschrijvingen zijn gedaan, mits de oorspronkelijke voorwaarden voor de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd. Aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt op haar verzoek een verslag voorgelegd; b. b. vvoor werken waarvan de uitvoering om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaald aannemingsbedrijf kan worden toevertrouwd; c. c. voor zover zulks strikt noodzakelijk is, indien de termijnen voor de openbare aanbesteding, de aanbesteding met voorafgaande selectie dan wel de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de betrokken aanbesteder niet konden worden voorzien, niet in acht kunnen worden genomen. De omstandigheden waarop ter verantwoording van de dwingende spoed een beroep wordt gedaan, mogen in geen geval aan de aanbesteder te wijten zijn; d. d. voor aanvullende werken die niet in het oorspronkelijk gegunde project of in het eerste contract waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden voor de uitvoering van het daarin beschreven werk, mits de gunning geschiedt aan de aannemer die dit werk uitvoert:
wanneer deze werken uit technisch of economisch oogpunt niet zonder overwegende bezwaren voor de aanbesteder van de hoofdopdracht kunnen worden gescheiden, of
wanneer deze werken, hoewel zij kunnen worden gescheiden van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht, strikt noodzakelijk zijn voor de vervolmaking van het werk waarop die opdracht betrekking heeft.
Het gezamenlijk bedrag van de opdrachten, geplaatst ter zake van de aanvullende werken, mag echter niet hoger zijn dan 50% van het bedrag van de hoofdopdracht;
- wanneer deze werken uit technisch of economisch oogpunt niet zonder overwegende bezwaren voor de aanbesteder van de hoofdopdracht kunnen worden gescheiden, of
- wanneer deze werken, hoewel zij kunnen worden gescheiden van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht, strikt noodzakelijk zijn voor de vervolmaking van het werk waarop die opdracht betrekking heeft. e. e. ingeval van nieuwe werken, bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken die door dezelfde aanbesteder aan de met een eerste opdracht belaste aannemer worden toevertrouwd, mits deze werken overeenstemmen met een basisproject dat het voorwerp vormde van een eerste opdracht die werd geplaatst overeenkomstig de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie.
De mogelijkheid om deze procedure toe te passen moet reeds bij het uitschrijven van de aanbesteding van het eerste deel van het werk worden vermeld. Tot deze procedure kan slechts worden overgegaan gedurende een periode van drie jaar volgend op de oorspronkelijke opdracht.
2. Indien de onderhandelingsprocedure, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt toegepast in het geval, genoemd in het eerste lid, onder c, kan de aanbesteder kortere termijnen toepassen dan zijn genoemd in artikel 45, tweede lid en artikel 48, eerste lid. In dit geval worden de kortere termijnen genoemd in de uitnodigingen, bedoeld in de artikelen 45 en 47.
Artikel 56
1. Op de uitnodiging tot het voeren van overleg is artikel 45, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Indien in de uitnodiging maatschappelijke, technische, organisatorische of financieel-economische eisen waaraan gegadigden moeten voldoen zijn vermeld, dienen deze objectief en eenduidig te zijn, alsmede in redelijke verhouding te staan tot de aard en de omvang van het werk.
3. De in het tweede lid bedoelde eisen dienen voorts in overeenstemming te zijn met de artikelen 7, 12, 13 en 15.
Artikel 57
Op de onderhandelingsprocedure, bedoeld in dit hoofdstuk, zijn de artikelen 46 tot en met 53 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel 47, eerste lid, een uitnodiging om een inschrijving in te dienen aan een of meer gegadigden kan worden gedaan.
Hoofdstuk VI. Concessie-overeenkomst
Artikel 58
1. Met inachtneming van artikel 61 doet een aanbesteder het voornemen om een concessie-overeenkomst te sluiten ten minste 52 dagen vóór het tijdstip, waarop inschrijvingen op de concessie moeten zijn ingediend, door middel van een aankondiging bekendmaken in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Hij maakt dit voornemen tevens bekend in de Nederlandse Staatscourant of in een landelijk verspreid vakblad. Hij kan voorts dit voornemen op andere wijze bekendmaken.
2. De aankondiging en de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, worden opgesteld overeenkomstig standaardformulier D van de bij deze regeling behorende bijlage II.
Artikel 59
De aanbesteder kan:
- hetzij de concessiehouder verplichten om opdrachten van ten minste 30% van de totale waarde van het werk waarvoor een concessie wordt verleend aan derden uit te besteden, met dien verstande dat de mogelijkheid wordt opengelaten dat de gegadigden dit percentage verhogen. Dit minimumpercentage dient in de concessie-overeenkomst te worden vermeld;
- hetzij de gegadigden voor de concessie verzoeken zelf in hun aanbiedingen aan te geven welk percentage van de totale waarde van het werk waarvoor de concessie wordt verleend, zij in voorkomend geval aan derden denken uit te besteden.
Hoofdstuk VII. Voorinformatieprocedure
Artikel 60
1. De aanbesteder geeft in een vooraankondiging, die wordt opgesteld overeenkomstig standaardformulier A van de bij deze regeling behorende bijlage II, de hoofdkenmerken weer van de opdracht of opdrachten voor de uitvoering van werken die hij voornemens is te plaatsen. De vooraankondiging verschaft op nauwkeurige wijze de in het standaardformulier gevraagde inlichtingen.
2. De aanbesteder zendt deze vooraankondiging zo spoedig mogelijk na het besluit tot goedkeuring van het aanbestedingsprogramma langs de meest passende kanalen toe aan het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen. De aanbesteder moet de datum van verzending kunnen aantonen.
3. De aanbesteder maakt de in het eerste lid bedoelde vooraankondiging tevens bekend in de Nederlandse Staatscourant of in een landelijk verspreid vakblad. Deze bekendmaking mag niet plaatsvinden vóór de in het tweede lid bedoelde datum van verzending van de vooraankondiging aan het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen, welke datum in de bekendmaking moet worden vermeld. Deze bekendmaking mag geen andere gegevens bevatten dan die welke verschijnen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Hoofdstuk VIII. Publikatievoorschriften
Artikel 61
1. De aankondiging wordt opgesteld overeenkomstig de in bijlage II van deze regeling opgenomen standaardformulieren en verschaft op nauwkeurige wijze de in het desbetreffende standaardformulier gevraagde inlichtingen. De aanbesteder zendt de aankondiging zo snel mogelijk en langs de meest passende kanalen aan het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen. Indien zich het geval van artikel 37, tweede lid, eerste volzin, voordoet, moet de aankondiging per telegram, telexbericht of telefax aan genoemd bureau worden verzonden.
2. De aanbesteder moet de datum van verzending van de in het eerste lid bedoelde aankondiging kunnen aantonen.
3. De bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant of in een landelijk verspreid vakblad mag eerst plaatsvinden na de in het eerste lid bedoelde verzending van de aankondiging en dient alsdan te geschieden uiterlijk binnen vier dagen daarna. De datum van verzending van de aankondiging dient in de bekendmaking te worden vermeld. Deze bekendmaking mag geen andere gegevens bevatten dan die welke verschijnen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Hoofdstuk IX. Motiveringsverplichtingen
Artikel 62
De aanbesteder stelt de gegadigden of inschrijvers zo spoedig mogelijk en desgevraagd schriftelijk in kennis van de besluiten die zijn genomen inzake de gunning van de opdracht, met inbegrip van de redenen waarom hij heeft besloten een werk niet op te dragen dan wel de procedure opnieuw te beginnen. Hij stelt ook het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen van deze besluiten in kennis.
Artikel 63
1. Indien inschrijvingen zijn gedaan die in verhouding tot het uit te voeren werk abnormaal laag lijken te zijn, verzoekt de aanbesteder, vóór hij deze inschrijvingen kan afwijzen, schriftelijk om die preciseringen over de samenstelling van de inschrijving die hij dienstig acht en onderzoekt hij deze samenstelling, waarbij hij rekening houdt met de verstrekte motivering.
2. De aanbesteder kan motiveringen in aanmerking nemen die betrekking hebben op de zuinigheid van het bouwprocédé, de gekozen technische oplossingen, de uitzonderlijk technische omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren voor de uitvoering van het werk of de originaliteit van diens ontwerp.
3. Indien uitsluitend de laagste prijs als gunningscriterium geldt, is de aanbesteder verplicht de Commissie van de Europese Gemeenschappen mede te delen welke te laag beoordeelde inschrijvingen zijn afgewezen.
Artikel 64
1.
De opdrachtgever stelt van de opdrachtverlening een proces-verbaal op dat ten minste het volgende bevat:
a. a. de naam en het adres van de aanbesteder, het voorwerp en de waarde van de opdracht; b. b. de namen van de gekozen gegadigden of inschrijvers, met motivering van die keuze; c. c. de namen van de niet gekozen gegadigden of inschrijvers en de redenen daartoe; d. d. de naam van de begunstigde en de motivering van de keuze van zijn aanbieding, alsmede, indien bekend, het gedeelte van de opdracht dat de begunstigde voornemens is door derden in onderaanneming te laten uitvoeren.
2. Indien de onderhandelingsprocedure met dan wel zonder voorafgaande bekendmaking is toegepast, bevat het proces-verbaal, bedoeld in het eerste lid, tevens een toelichting van de in de artikelen 41 en 55 genoemde omstandigheden die de aanwending van deze procedures rechtvaardigen.
3. Dit proces-verbaal of de hoofdpunten hieruit wordt door de opdrachtgever desgevraagd toegezonden aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 65
1. De aanbesteder die een opdracht heeft verleend doet het resultaat door middel van een aankondiging bekendmaken. Hij zendt hiertoe deze aankondiging uiterlijk 48 dagen na de verlening van de desbetreffende opdracht langs de meest passende kanalen aan het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing op de gegevens overeenkomstig standaardformulier C van de bij deze regeling behorende bijlage II waarvan openbaarmaking in de weg staat aan toepassing van de wet, in strijd is met het openbaar belang, schade zou kunnen toebrengen aan rechtmatige commerciële belangen van bepaalde overheids- of particuliere ondernemingen dan wel de eerlijke mededinging tussen aannemingsbedrijven zou kunnen aantasten.
3. De opdrachtgever moet de datum van verzending van de in het eerste lid bedoelde aankondiging kunnen aantonen.
4. De aankondiging wordt opgesteld overeenkomstig standaardformulier C, genoemd in het tweede lid. De aankondiging verschaft op nauwkeurige wijze de in het standaardformulier gevraagde inlichtingen.
5. De bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant of in een landelijk verspreid vakblad mag niet plaatsvinden vóór de in het eerste lid genoemde datum van verzending van de aankondiging aan het Bureau, welke datum in de bekendmaking moet worden vermeld. Deze bekendmaking mag geen andere gegevens bevatten dan die welke verschijnen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 66
1. De aanbesteder kan inlichtingen vragen over het gedeelte van de opdracht dat de inschrijver eventueel door derden in onderaanneming wil laten uitvoeren.
2. Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, moet door de aanbesteder in het bestek worden vermeld. De inschrijver dient dan in zijn aanbieding mede te delen welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is door derden in onderaanneming te laten uitvoeren. Deze mededeling laat de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer onverlet.
Hoofdstuk X. Beslechting van geschillen
Artikel 67
1. Een geschil tussen de bij de aanbesteding betrokkenen – daaronder begrepen een geschil dat slechts door een van de betrokkenen als zodanig wordt beschouwd –, dat ontstaat naar aanleiding van een aanbesteding waarop deze regeling van toepassing is, wordt beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelen bedoeld in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van de algemene bekendmaking van de aanbesteding of van de uitnodiging tot inschrijving luidden.
2. Onder betrokkenen, als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens verstaan een vereniging van aannemingsbedrijven met volledige rechtsbevoegdheid, die zich tot doel stelt zowel de collectieve als de individuele belangen van haar leden te behartigen.
3. Degene, die een geschil, als bedoeld in het eerste lid, later dan drie maanden na de datum van de opdracht, bedoeld in artikel 32, derde lid, aanhangig maakt, is niet ontvankelijk in hetgeen hij vordert, tenzij het geschil voortvloeit uit een omstandigheid, welke eerst na het verloop van die termijn is gebleken. In dit laatste geval gaat de termijn van drie maanden in op de dag dat de desbetreffende omstandigheid is gebleken.
4. Indien bij een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis een uitspraak van het scheidsgerecht geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, heeft elk van de partijen het recht het geschil, voor zover het dientengevolge onbeslist is gebleven, opnieuw overeenkomstig dit artikel te doen beslechten. De vordering is niet ontvankelijk, indien de vordering later dan drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland aanhangig wordt gemaakt. Degene die als scheidsman of secretaris aan de nietig verklaarde beslissing heeft medegewerkt, is niet gerechtigd aan de behandeling van laatstbedoelde vordering medewerking te verlenen.
Hoofdstuk XI. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 68
Deze regeling is niet van toepassing op aanbestedingen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling bekend zijn gemaakt, of waarvoor een uitnodiging tot inschrijving of tot het voeren van overleg over het werk en de voorwaarden voor bedoeld tijdstip is verzonden.
Artikel 69
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1992.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991’, bij afkorting ‘UAR-EG 1991’.
3. Deze regeling zal in de Nederlandse Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden toegezonden aan de Algemene Rekenkamer.
Bijlage I. Definities van enkele technische specificaties
Deze regeling verstaat onder:
Bijlage II. Standaardformulieren voorgeschreven in de Coördinatierichtlijn naar de tekst zoals deze is gewijzigd bij
Standaardformulier A
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Standaardformulier B
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Standaardformulier C
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Standaardformulier D
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]