rijk/ministeriele-regeling/vaststelling-subsidieprogramma-co2-reductie-goederenvervoer/BWBR0013674
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vaststelling Subsidieprogramma CO2-reductie goederenvervoer BWBR0013674 ministeriele-regeling geldend 2002-05-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013674 Vaststelling Subsidieprogramma CO2-reductie goederenvervoer

Vaststelling Subsidieprogramma CO2-reductie goederenvervoer

Artikel 1

Het Subsidieprogramma CO_2-reductie goederenvervoer, hierna genoemd het programma, is een CO_2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO_2-reductie verkeer en vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna genoemd de subsidieregeling. Doel van het programma is invulling geven aan de subsidiemogelijkheden voor CO_2-reductieprojecten, die voldoen aan de doelstellingen van de subsidieregeling. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het programma zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar (van 2002 tot en met 2005). De eerste tender wordt in 2002 opengesteld.

Artikel 2

Dit subsidieprogramma staat open voor investeringsprojecten en kennisoverdrachtprojecten als bedoeld in artikel 1 van de subsidieregeling.

Ten aanzien van investeringsprojecten komen alle in Nederland gevestigde ondernemingen in de goederenvervoersectoren weg, spoor, binnen- en kustvaart, die investeringen plegen met betrekking tot alle op enig moment in Nederland opererende voertuigen of op enig moment in Nederlandse havens opererende vaartuigen, in aanmerking. Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende definitie van kustvaart: de verplaatsing over zee van lading of passagiers tussen in het geografische Europa gelegen havens of tussen die havens en havens in niet-Europese landen waarvan de kustlijn langs de aan Europa grenzende binnenzeeën loopt.

Ten aanzien van kennisoverdrachtprojecten komen alle in Nederland gevestigde ondernemingen en andere organisaties in aanmerking. De kennisoverdrachtprojecten moeten zijn gericht op de goederenvervoersectoren.

Projecten of onderdelen daarvan die in aanmerking kunnen komen voor subsidie op grond van het Subsidieprogramma Het Nieuwe Rijden 2001/2002 zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van dit programma.

Artikel 3

a) a) Een investeringsproject voldoet aan de volgende criteria:

      het project levert een CO_2 -reductie van ten minste 1 kiloton op over de technische levensduur van de voorziening;
    
    
      het project heeft een terugverdientijd van meer dan 3 jaar;
    
    
       het project heeft een doorlooptijd van ten hoogste 2 jaar.
  • het project levert een CO_2 -reductie van ten minste 1 kiloton op over de technische levensduur van de voorziening;

  • het project heeft een terugverdientijd van meer dan 3 jaar;

  • het project heeft een doorlooptijd van ten hoogste 2 jaar. b) b) Een kennisoverdrachtproject voldoet aan de volgende criteria:

        de gevraagde subsidiebijdrage bedraagt ten minste € 10.000,-;
    
    
         het project heeft een doorlooptijd van ten hoogste 1 jaar.
    
  • de gevraagde subsidiebijdrage bedraagt ten minste € 10.000,-;

  • het project heeft een doorlooptijd van ten hoogste 1 jaar. c) c) Voor een project gelden voorts de volgende criteria:

        de aanvrager is naar verwachting in staat om te voldoen aan de verplichting, bedoeld in paragraaf 8, van dit programma;
    
    
         het resultaat van het project mag niet significant in strijd zijn met andere doelstellingen van het huidige beleid op het gebied van goederenvervoer en milieu;
    
    
        voor intermodale en multimodale projecten geldt dat een verandering in vervoersmodaliteit moet worden aangetoond waarbij de bestaande en de nieuwe transportketen op voorhand bekend zijn.
    
  • de aanvrager is naar verwachting in staat om te voldoen aan de verplichting, bedoeld in paragraaf 8, van dit programma;

  • het resultaat van het project mag niet significant in strijd zijn met andere doelstellingen van het huidige beleid op het gebied van goederenvervoer en milieu;

  • voor intermodale en multimodale projecten geldt dat een verandering in vervoersmodaliteit moet worden aangetoond waarbij de bestaande en de nieuwe transportketen op voorhand bekend zijn.

Artikel 4

De beschikbare gelden worden verdeeld naar rangschikking van de subsidieaanvragen. Deze rangschikking geschiedt op grond van de criteria, genoemd in § 5, van dit programma. De rangschikking van investeringsprojecten en kennisoverdrachtprojecten geschiedt separaat.

Artikel 5

a) a) De rangschikking van investeringsprojecten wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:

      de subsidie-effectiviteit, waarbij een project hoger gewaardeerd wordt naarmate het subsidie-effectiever is;
    
    
      de innovativiteit, in die zin dat voor projecten met een innovatief karakter waarbij sprake is van een groot herhalingspotentieel een voordeel van maximaal 10% op de subsidie-effectiviteit kan worden toegekend.
  • de subsidie-effectiviteit, waarbij een project hoger gewaardeerd wordt naarmate het subsidie-effectiever is;

  • de innovativiteit, in die zin dat voor projecten met een innovatief karakter waarbij sprake is van een groot herhalingspotentieel een voordeel van maximaal 10% op de subsidie-effectiviteit kan worden toegekend. b) b) De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:

        de mate waarin een effect op de CO_2-emissiereductie kan worden verwacht;
    
    
         de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;
    
    
         de mate waarin de projectresultaten elders in de markt kunnen worden toegepast of door hun voorbeeldwerking kunnen bijdragen aan kennisverspreiding in de markt;
    
    
        de technische haalbaarheid, in die zin dat voorzover er sprake is van een project met een zeker technisch gehalte het moet gaan om activiteiten op basis van een bewezen technologie;
    
    
        de slaagkans van het project, dat wil zeggen de mate waarin de aanvrager in staat wordt geacht het projectvoorstel zowel organisatorisch als financieel uit te voeren.
    
  • de mate waarin een effect op de CO_2-emissiereductie kan worden verwacht;

  • de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;

  • de mate waarin de projectresultaten elders in de markt kunnen worden toegepast of door hun voorbeeldwerking kunnen bijdragen aan kennisverspreiding in de markt;

  • de technische haalbaarheid, in die zin dat voorzover er sprake is van een project met een zeker technisch gehalte het moet gaan om activiteiten op basis van een bewezen technologie;

  • de slaagkans van het project, dat wil zeggen de mate waarin de aanvrager in staat wordt geacht het projectvoorstel zowel organisatorisch als financieel uit te voeren. c) c) Voor een investerings- of kennisoverdrachtsproject geldt voorts het volgende beoordelingscriterium:

        het project mag niet leiden tot een significant verhoogde emissie van NO_x, CO, VOS, PM of SO_x noch tot een significant hoger geluidsniveau.
        De hiervoor genoemde criteria gelden als onderling gelijkwaardig.
    
  • het project mag niet leiden tot een significant verhoogde emissie van NO_x, CO, VOS, PM of SO_x noch tot een significant hoger geluidsniveau. De hiervoor genoemde criteria gelden als onderling gelijkwaardig.

Artikel 6

Aanvragen voor investeringsprojecten worden ingediend in de periode 15 mei 2002 tot en met 16 september 2002. Na afloop van de periode van indiening brengt een adviescommissie, als bedoeld in artikel 6 van de subsidieregeling, advies uit over de beoordeling en de rangschikking van de aanvragen. Binnen maximaal 16 weken na sluiting van de aanvraagperiode zal de minister op een aanvraag beschikken.

Aanvragen voor kennisoverdrachtprojecten worden ingediend in de periode 15 mei 2002 tot en met 16 september 2002. Na afloop van de periode van indiening brengt een adviescommissie als bedoeld in artikel 6 van de subsidieregeling, advies uit over beoordeling en rangschikking van de aanvragen. Binnen maximaal 16 weken na sluiting van de aanvraagperiode zal de minister op een aanvraag beschikken.

Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij het Projectbureau CO_2-reductieplan door middel van een daar te verkrijgen aanvraagformulier.

Het postadres is:

Het bezoekadres is:

Artikel 7

Het subsidieplafond bedraagt € 2.700.000,- voor investeringsprojecten, en € 300.000,- voor kennisoverdrachtprojecten. Indien na rangschikking blijkt dat een van de hiervoor genoemde budgetten niet is uitgeput, dan zal het resterende bedrag worden toegevoegd aan het andere budget.

Artikel 8

De subsidieontvanger zal gedurende een periode van ten hoogste vijf jaar, ingaand na goedkeuring van het eindverslag als bedoeld in artikel 17 van de subsidieregeling informatie verstrekken met betrekking tot het resultaat van het project voor zover het de CO_2-emissie betreft. Voor de wijze waarop dit zal gebeuren wordt door het Projectbureau CO_2-reductieplan een opzet verstrekt.

Artikel 9

Bij de berekening van de CO_2-reductie, de subsidie-effectiviteit en de subsidiabele projectkosten gelden de volgende uitgangspunten:

  • bij de berekening van de beperking van de CO_2-emissie geldt als referentie de gangbare praktijk in de branche;
  • bij de berekening van de subsidie-effectiviteit wordt de annuïteitfactor gebaseerd op een disconto van 6% en is de technische levensduur van een voorziening ten hoogste 25 jaar;
  • bij de berekening van het subsidiabele deel van de projectkosten bij investeringsprojecten dient het voordeel van besparingen over de eerste drie jaar te worden verrekend. Deze besparingen moeten tegen een disconto van 6% contant zijn gemaakt.

Artikel 10

Waar van toepassing gelden bij berekeningen voor diverse energiebronnen de volgende forfaitaire waarden voor energie-inhoud en CO_2-emissiefactoren:

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.