rijk/ministeriele-regeling/vaststellingsregeling-verdeelsleutels-bandbreedtes-en-bedragen-2006-regeling-bek/BWBR0020101
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vaststellingsregeling verdeelsleutels, bandbreedtes en bedragen 2006 Regeling bekostiging financieel toezicht BWBR0020101 ministeriele-regeling geldend 2006-07-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020101 Vaststellingsregeling verdeelsleutels, bandbreedtes en bedragen 2006 Regeling bekostiging financieel toezicht

Vaststellingsregeling verdeelsleutels, bandbreedtes en bedragen 2006 Regeling bekostiging financieel toezicht

Paragraaf 1. Begrippen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de Autoriteit Financiële Markten: de Stichting Autoriteit Financiële Markten; b. b. de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V; c. c. de regeling: de Regeling bekostiging financieel toezicht.

Paragraaf 2. Onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staande instellingen

Artikel 2

Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de regeling wordt, voor zover het onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staande instellingen betreft, vastgesteld op:

a. a. € 4.637 voor beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2°; b. b. € 4.637 voor beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5 van die wet; c. c. € 0 voor beheerders waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 14a van de Wet toezicht beleggingsinstellingen; d. d. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot aanbieding van rechten van deelneming; e. e. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 17b, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot aanbieding van rechten van deelneming; f. f. € 0 voor beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 17c, tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot aanbieding van rechten van deelneming. g. g. € 1.000 voor in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten; h. h. € 0 voor in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten; i. i. € 14.252 voor in Nederland gevestigde kredietinstellingen of financiële instellingen die ingevolge artikel 7, tweede lid, aanhef en onder h, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 als effecteninstelling diensten mogen aanbieden of verrichten; j. j. € 8.666 voor kredietinstellingen of financiële instellingen als bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; k. k. € 0 voor schadeverzekeraars; l. l. € 0 voor levensverzekeraars; m. m. € 0 voor natura-uitvaartverzekeraars; n. n. € 0 voor pensioenfondsen; o. o. € 0 voor instellingen als bedoeld artikel 13, onderdeel d, onder 3º, van de regeling, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 47 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; p. p. € 0 voor houders van effectenbeurzen als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, van de regeling.

Artikel 3

De verdeelsleutels en bandbreedtes, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de regeling, worden vastgesteld zoals opgenomen in bijlage I bij deze regeling.

Artikel 4

De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de regeling wordt, voor zover het onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staande instellingen betreft, vastgesteld op:

a. a. € 0 voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten; b. b. € 0 voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en die niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten; c. c. € 0 voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder i, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 ten aanzien waarvan een kennisgeving is ontvangen overeenkomstig dat artikel; d. d. € 0 voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder j, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die een kennisgeving hebben gezonden overeenkomstig dat artikel; e. e. € 96 voor effecteninstellingen waarop een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 12 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995; f. f. € 550 voor effecteninstellingen waarop een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 14 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995; g. g. € 0 voor effecteninstellingen waarop een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 15 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995; h. h. onverminderd onderdeel o, € 100 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 1º, van de regeling; i. i. onverminderd onderdeel p, € 200 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 2º, van de regeling; j. j. € 2.370 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 3, van de regeling; k. k. € 0 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel e, onder 1, van de regeling; l. l. € 3.580 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel e, onder 2, van de regeling; m. m. € 115 voor interprofessionele beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen; n. n. € 0 voor onderlinge waarborgmaatschappijen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994; o. o. € 750 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 1º, van de regeling, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 47 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; p. p. € 351 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 2°, van de regeling, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 47 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Paragraaf 3. Onder toezicht van de Nederlandsche Bank of de Pensioen- & Verzekeringskamer staande instellingen

Artikel 5

Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de regeling wordt, voor zover het onder toezicht van de Nederlandsche Bank of de Pensioen- & Verzekeringskamer staande instellingen betreft, vastgesteld op:

a. a. € 1.000 voor beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onder 1 van de regeling; b. b. € 1.000 voor beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onder 2 van de regeling; c. c. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onder 3 van de regeling; d. d. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onder 4 van de regeling; e. e. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onder 5 van de regeling; f. f. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onder 6 van de regeling; g. g. € 1.000 voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 1 van de regeling; h. h. € 1.500 voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 2 van de regeling; i. i. € 0 voor geldtransactiekantoren; j. j. € 681 voor verzekeraars.

Artikel 6

De verdeelsleutels en bandbreedtes, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de regeling, worden vastgesteld zoals opgenomen in bijlage II bij deze regeling.

Artikel 7

De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de regeling wordt, voor zover het onder toezicht van de Nederlandsche Bank of de Pensioen- & Verzekeringskamer staande instellingen betreft, vastgesteld op € 0.

Artikel 8

De verdeelsleutel, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de regeling wordt vastgesteld op:

a. a. 0,000325 voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2006; b. b. 0,19 voor de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2006 voor zorgverzekeraars; c. c. 0,000390 voor de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2006 voor verzekeraars niet zijnde zorgverzekeraars.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juli 2006.

Bijlage I. , behorende bij

Bijlage II. , behorende bij