rijk/ministeriele-regeling/verlenging-instellingsduur-interdepartementale-commissie-binnenlands-bestuur/BWBR0005076
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verlenging instellingsduur Interdepartementale Commissie Binnenlands Bestuur BWBR0005076 ministeriele-regeling geldend 1991-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005076 Verlenging instellingsduur Interdepartementale Commissie Binnenlands Bestuur

Verlenging instellingsduur Interdepartementale Commissie Binnenlands Bestuur

Artikel 1

1. Er is een Interdepartementale Commissie Binnenlands Bestuur.

2. De commissie wordt ingesteld voor vier jaren. Binnen deze termijn evalueert de commissie haar taakvervulling en kan zij de minister van Binnenlandse Zaken voorstellen doen over haar voortbestaan en gewenste veranderingen. De minister van Binnenlandse Zaken besluit ter zake, de commissie gehoord.

Artikel 2

1. De commissie heeft tot taak de minister van Binnenlandse Zaken alsmede de andere ministers desgevraagd of uit eigen beweging van advies te dienen omtrent de inrichting en werking van het binnenlands bestuur en omtrent de verdeling van taken tussen de verschillende bestuurslagen.

2. De ministers vragen omtrent plannen en maatregelen, wanneer en voor zover deze gevolgen kunnen hebben voor de in het vorige lid genoemde onderwerpen, tijdig advies aan de commissie. Indien deze plannen en maatregelen om advies worden voorgelegd aan een andere interdepartementale commissie waarin de minister van Binnenlandse Zaken is vertegenwoordigd, kan er mee worden volstaan deze gelijktijdig ter kennisneming toe te zenden aan de commissie. In dat geval worden zij geacht om advies te zijn toegezonden indien een lid van bovenbedoelde andere interdepartementale commissies dit wenst, zulks onverminderd het recht van de commissie om eigener beweging advies uit te brengen.

Artikel 3

Aangelegenheden die aan de Ministerraad zullen worden voorgelegd en waarover in de commissie geen overeenstemming wordt bereikt, worden op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken behandeld in een overleg tussen de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Financiën, de minister onder wiens primaire verantwoordelijkheid de aangelegenheid valt en zonodig ook andere betrokken ministers.

Artikel 4

1.

De minister van Binnenlandse Zaken benoemt in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers de voorzitter, tevens lid. De minister van Binnenlandse Zaken benoemt voorts de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris. De plaatsvervangend voorzitter en de secretaris zijn tevens lid van de commissie.

De minister van Binnenlandse Zaken draagt zorg voor het secretariaat van de commissie.

2. de ministers van Binnenlandse Zaken, Algemene Zaken, Justitie, Onderwijs en Wetenschappen, Financiën, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Sociale Zaken en Werkgelegenheid benoemen ieder een lid en een plaatsvervangend lid. De overige ministers kunnen een lid en een plaatsvervangend lid benoemen. Een lid of plaatsvervangend lid kan zich doen bijstaan door andere vertegenwoordigers van zijn departement.

Artikel 5

De commissie kan voor onderdelen van haar taak werkgroepen instellen. De voorzitter benoemt de leden van deze werkgroepen en regelt het voorzitterschap en secretariaat daarvan.

Artikel 6

De commissie en de werkgroepen kunnen zich doen bijstaan door deskundigen.

Artikel 7

De commissie kan nadere regels vaststellen omtrent de door haar of door de werkgroepen te volgen werkwijze.

Artikel 8

Het besluit werkt terug tot 1 april 1990.

Dit besluit wordt in de Nederlandse Staatscourant gepubliceerd en in afschrift toegezonden aan alle ministers, alsmede aan de Algemene Rekenkamer.