40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verlofregeling TBS | BWBR0029361 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-01-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0029361 | Verlofregeling TBS |
Verlofregeling TBS
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de Minister:* de Minister van Veiligheid en Justitie;
b. b.
*Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC):* inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden in de zin van de wet;
c. c.
*hoofd FPC:* hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
d. d.
*(vroeg)signaleringsplan:* een beschrijving van gedragingen van een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die een aanwijzing kunnen zijn voor een verhoogd recidiverisico en de maatregelen om de risico’s onder controle te houden;
e. e.
*terugvalpreventieplan:* een beschrijving van de wijze waarop de dynamische risicofactoren (voor recidive) van een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde onder controle worden of kunnen worden gebracht en gehouden;
f. f.
*slachtofferonderzoek:* een analyse van mogelijke gevolgen en veiligheidsrisico’s van verlofverlening aan een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde voor het slachtoffer of zijn omgeving;
g. g.
*risicotaxatie:* een inschatting van het toekomstig delictrisico en vluchtgevaar van een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde;
h. h.
*risicomanagement:* de wijze waarop het delictrisico via behandeling of anderszins tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht;
i. i.
*verlofplan:* een beschrijving van de doelstellingen van het verlof van een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, de plaats van het verlof binnen de behandeling, de voorwaarden waaronder het verlof plaats kan vinden alsmede de wijze waarop de risicofactoren onder controle worden gehouden;
j. j.
*AVt:* Adviescollege Verloftoetsing tbs;
k. k.
*vervolgvoorziening:* een instelling waar de behandeling van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde kan worden gecontinueerd of hem een langdurig verblijf met passend toezicht en begeleiding kan worden geboden;
l. l.
*uitstroomplan:* een op de persoon toegesneden volgtijdelijk overzicht van resocialisatiestappen gericht op plaatsing in een vervolgvoorziening.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 2
1. Het hoofd FPC dient de verlofaanvraag schriftelijk in bij de Minister en voert deze in, in het door de Minister voorgeschreven geautomatiseerde systeem.
2. Uit de verlofaanvraag blijkt dat deze is opgesteld op basis van multidisciplinair overleg en professioneel inhoudelijke toetsing.
3.
In de verlofaanvraag wordt door het hoofd FPC de volgende informatie verschaft:
a. a. samenvatting (Box 0); b. b. voorgeschiedenis (Box 1); c. c. (delict)diagnostiek (Box 2); d. d. behandeling (Box 3); e. e. risicotaxatie en risicomanagement (Box 4); f. f. aanvraag verlofmodaliteit en verlofplan (Box 5); g. g. slachtofferonderzoek en maatschappelijke gevoeligheid (Box 5a); h. h. houding ter beschikking gestelde (Box 8).
4. Uit de verlofaanvraag blijkt dat een slachtofferonderzoek heeft plaatsgevonden. Van een machtiging wordt slechts gebruik gemaakt indien – voor zover daartoe de verplichting bestaat – een financiële regeling met slachtoffers en/of hun omgeving is getroffen.
5. Indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde voor de datum voorwaardelijke invrijheidstelling in een FPC is geplaatst, wordt een machtiging niet verleend voor genoemde datum.
6.
Een machtiging wordt niet verleend
a. a. ten behoeve van een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij begeleid verlof naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is ten behoeve van het vertrek uit Nederland of ter voorbereiding op de resocialisatie van de vreemdeling in het land van herkomst; b. b. ten behoeve van verlof in het buitenland, met inbegrip van de delen van het Koninkrijk buiten Europa; c. c. ten behoeve van verpleegden die alleen tot een vrijheidsstraf zijn veroordeeld, indien de prognose en de behandeldoelen verlof niet toelaten; of d. d. indien een levenslange gevangenisstraf wordt ondergaan, tenzij de verpleegde activiteiten worden aangeboden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit Adviescollege levenslanggestraften en aan de overige voorwaarden voor het verlenen van verlof wordt voldaan.
7. De risicotaxatie bedoeld in artikel 2, derde lid onder e, is niet ouder dan een jaar, gerekend vanaf de datum van de verlofaanvraag.
Artikel 3
1. Een verzoek tot wijziging van het verlofplan wordt ondertekend door het hoofd FPC.
2. Het verzoek bevat die informatie die relevant is voor de gevraagde wijziging. De wijziging van het verlofplan past binnen de bestaande machtiging.
3. Het verzoek voldoet aan de eisen die aan een verlofaanvraag worden gesteld als vermeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid.
Artikel 4
1. Indien een machtiging wordt aangevraagd na overplaatsing, blijkt uit de aanvraag tot welke resultaten de behandelpogingen in het vorige FPC hebben geleid.
2.
Indien tot overplaatsing is besloten met het oog op voortzetting van de behandeling elders, kan het hoofd van het ontvangende FPC, op basis van de laatst verleende machtiging, een verlofaanvraag doen om een nieuwe machtiging te verlenen. Deze verlofaanvraag voldoet aan de volgende eisen:
a. a. aan de aanvraag ligt een gunstige prognose ten grondslag; b. b. uit de verlofaanvraag van het hoofd van het ontvangende FPC blijkt dat beide FPC’s de aanvraag verantwoord achten; c. c. de verlofaanvraag gaat vergezeld van een verlofplan dat aan de nieuwe situatie is aangepast.
Artikel 5
1. Met het oog op een nieuwe machtiging wordt door het hoofd FPC een evaluatie opgesteld, die ten hoogste vier maanden en uiterlijk twee maanden voordat de machtiging verloopt, wordt ingediend.
2. De evaluatie voldoet aan de eisen die aan een verlofaanvraag worden gesteld als vermeld in artikel 2, eerste tot en met vierde lid en zevende lid.
Artikel 6
1. Een verlofaanvraag, waaronder begrepen de evaluatie van een verlof, wordt door de Minister procedureel getoetst en vervolgens, met het oog op een inhoudelijk advies voorgelegd aan het AVt.
2. In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag voor een machtiging incidenteel verlof en de aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof uitgezonderd van advisering door het AVt.
3. Indien het AVt adviseert geen machtiging te verlenen, beslist de Minister dienovereenkomstig.
4. Indien het AVt adviseert een machtiging te verlenen, kan de Minister gemotiveerd een andere beslissing nemen.
Artikel 7
1. Indien bij een evaluatie van het onbegeleid verlof of het transmuraal verlof of het proefverlof door een administratieve nalatigheid een nieuwe machtiging niet aansluitend aan de bestaande machtiging kan worden verleend, kan de Minister ambtshalve een machtiging afgeven.
2. De machtiging wordt overeenkomstig de bestaande machtiging, afgegeven voor de duur van maximaal vier weken.
3. De Minister kan bij het verlenen van de in het vorige lid bedoelde machtiging aanvullende voorwaarden stellen.
Hoofdstuk 3. Resocialisatieverlof
Artikel 8
1. De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof kan alle verloven buiten het FPC onder begeleiding van personeelsleden of medewerkers van het FPC inhouden.
2. Begeleid verlof is in de regel eendaags, maar kan in uitzonderlijke gevallen meerdaags zijn, indien daartoe bijzondere redenen bestaan die samenhangen met het doel van het verlof.
3. De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof omvat een beveiligde fase van tenminste vijf beveiligde verloven, tenzij het hoofd FPC gemotiveerd en op grond van relevante gegevens aannemelijk maakt dat geen beveiligde fase nodig is, of daarvoor een contra indicatie is.
4. De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof omvat na de beveiligde fase een dubbel begeleide fase, tenzij het hoofd FPC op de wijze als genoemd in het vorige lid aannemelijk maakt dat geen dubbel begeleide fase nodig is.
Artikel 9
1. De aanvraag voor een machtiging onbegeleid verlof kan zowel eendaags als meerdaags verlof inhouden, met een maximum van zes overnachtingen per week buiten het beveiligde deel van het FPC.
2. De machtiging onbegeleid verlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fase van begeleid verlof goed is verlopen of gemotiveerd is overgeslagen.
Artikel 10
1. De aanvraag voor een machtiging transmuraal verlof kan een meerdaags verblijf in de samenleving buiten de beveiligde zone van het FPC inhouden.
2. De machtiging transmuraal verlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fasen van begeleid en onbegeleid verlof goed zijn verlopen of gemotiveerd zijn overgeslagen.
Artikel 11
1. De aanvraag voor een machtiging proefverlof houdt in de regel een verblijf geheel buiten de beveiligde zone van het FPC in, waarbij het toezicht op de ter beschikking gestelde wordt uitgeoefend door de reclassering.
2. De machtiging proefverlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fasen van begeleid, onbegeleid en transmuraal verlof goed zijn verlopen of gemotiveerd zijn overgeslagen.
Hoofdstuk 4. Verlof in geval van langdurige forensische en psychiatrische zorg
Artikel 12
1. Voor de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening wordt geen machtiging voor verlof verleend, behoudens het bepaalde in het tweede en vijfde lid en het bepaalde in artikel 13 en 14.
2. Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, een machtiging begeleid verlof aanvragen.
3. De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof voor een ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, informatie omtrent de aanvaarding door de ter beschikking gestelde van zijn verblijf in een longstay-voorziening.
4. Het hoofd FPC kan de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, en voor wie een machtiging is verleend, begeleid verlof in groepsverband verlenen na toestemming van de Minister. De Minister geeft slechts toestemming voor bedoeld verlof, indien groepssamenstelling en groepsgrootte geen veiligheidsrisico’s voor de samenleving opleveren. De aanvraag voor begeleid groepsverlof bevat de informatie op basis waarvan bedoelde veiligheidsrisico’s kunnen worden afgewogen.
5. Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een voorziening voor langdurige forensische en psychiatrische zorg en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, maximaal twee maal een machtiging onbegeleid verlof aanvragen indien bedoeld verlof noodzakelijk is voor de plaatsing in een vervolgvoorziening.
6. De aanvraag als bedoeld in het vijfde lid bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, een uitstroomplan waarin de noodzaak van bedoeld verlof gemotiveerd wordt toegelicht.
7. De Minister kan aan de in dit artikel bedoelde verlofverlening aanvullende voorwaarden verbinden.
Hoofdstuk 5. Incidenteel verlof en de machtiging eenmalig begeleid verlof
Artikel 13
1. De aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan indien er omstandigheden zijn in de persoonlijke levenssfeer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, die zijn aanwezigheid op een plaats buiten het FPC, om redenen van humanitaire aard, noodzakelijk maakt.
2. Op een aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof is artikel 2, met uitzondering van het zesde lid, onder b, niet van toepassing.
3. In de aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geeft het hoofd FPC aan welke beveiliging en begeleiding hij noodzakelijk acht.
4. Bij de afweging of een machtiging tot incidenteel verlof wordt verleend, betrekt de Minister de belangen van slachtoffers en hun omgeving, van het door de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde gepleegde delict.
Artikel 14
1. De aanvraag voor een machtiging voor eenmalig begeleid verlof geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan indien er omstandigheden zijn, die de aanwezigheid van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde op een plaats buiten het FPC noodzakelijk maakt, om redenen die voortvloeien uit de resocialisatie.
2. Op een aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof is artikel 2, met uitzondering van het zesde lid, onder b, niet van toepassing.
3. In de aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof geeft het hoofd van het FPC aan welke beveiliging en/of begeleiding hij noodzakelijk acht.
4. Bij afweging of een machtiging eenmalig begeleid verlof wordt verleend, betrekt de Minister de belangen van de slachtoffers en/of hun omgeving, van het door betrokkene gepleegde delict.
Hoofdstuk 6. Einde verlof
Artikel 15
1.
De machtiging vervalt in de volgende gevallen:
a. a. wanneer de termijn waarvoor de machtiging is afgegeven is verstreken; b. b. bij het verlenen van een nieuwe machtiging; c. c. indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde wordt overgeplaatst naar een ander FPC. d. d. in de gevallen als bedoeld in artikel 53, tweede lid, sub 1 en sub 2 en artikel 57, vierde lid, sub 1 en sub 2, van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
2. De machtiging kan worden ingetrokken in de gevallen als bedoeld in artikel 53, derde lid, en 57, vijfde lid, van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
3. De machtiging wordt ingetrokken indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland.
Artikel 16
1.
Het hoofd FPC trekt het verlof in:
a. a. in geval de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde zich schuldig maakt aan een ernstige normschending; b. b. in geval een longstay-indicatie wordt aangevraagd.
2. In geval van een ernstige normschending beslist de minister schriftelijk na overleg met het hoofd FPC of, en zo ja onder welke voorwaarden, de machtiging wordt gecontinueerd.
Artikel 17
1. Indien een machtiging is vervallen doordat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, ten behoeve van wie de machtiging was verleend, door het openbaar ministerie is aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, wordt géén nieuwe machtiging verleend zolang de zaak nog niet onherroepelijk is afgedaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in die gevallen dat een machtiging wordt aangevraagd op grond van artikel 13 of artikel 14.
Hoofdstuk 7. Overgangsbepaling
Artikel 18
Deze regeling is van toepassing op alle verlofaanvragen die na twee maanden na de inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend.
Artikel 19
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Verlofregeling TBS.