40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vervolgsubsidieregeling BANS klimaatconvenant 2007 | BWBR0020852 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-01-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020852 | Vervolgsubsidieregeling BANS klimaatconvenant 2007 |
Vervolgsubsidieregeling BANS klimaatconvenant 2007
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. uitvoeringskosten: kosten voor personeel, onderzoek en communicatie; b. b. Prestatiekaart gemeenten: het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen overzicht van thema's en doelstellingen, onderscheiden in een actief, voorlopend en innovatief niveau, die zijn gericht op CO_2-reductie; c. c. Prestatiekaart provincies: het in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen overzicht van thema's en doelstellingen, onderscheiden naar niveaus, die zijn gericht op CO_2-reductie; d. d. basispakket: pakket van ten minste twee, door de gemeente of provincie aan de Prestatiekaart gemeenten onderscheidenlijk de Prestatiekaart provincies ontleende doelstellingen of ten minste twee door de gemeente of de provincie zelf gedefiniëerde doelstellingen met daarbij behorende projecten, ter uitvoering van het gemeentelijk onderscheidenlijk provinciaal klimaatbeleid; e. e. pluspakket: pakket van ten minste vier, door de gemeente of provincie aan de Prestatiekaart gemeenten onderscheidenlijk de Prestatiekaart provincies ontleende doelstellingen of ten minste vier door de gemeente of de provincie zelf gedefiniëerde doelstellingen met daarbij behorende projecten, ter uitvoering van het gemeentelijk onderscheidenlijk provinciaal klimaatbeleid; f. f. grondoppervlak: oppervlakte aan land dat binnen de gemeente- of provinciegrenzen valt, met uitzondering van buitenwater; g. g. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 2
Deze regeling heeft als doel de uitvoering van het gemeentelijk en provinciaal klimaatbeleid verder te stimuleren, opdat gemeenten en provincies die reeds subsidie hebben ontvangen op grond van de Subsidieregeling BANS klimaatconvenant, gedurende een jaar hun bijdrage aan de reductie van de CO_2 uitstoot in Nederland intensiveren.
Artikel 3
Een gemeente of een provincie komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. a. het basis- of pluspakket, waarvoor subsidie wordt gevraagd, geen doelstellingen of projecten omvat waar de gemeente of provincie op grond van de Subsidieregeling BANS Klimaatconvenant of uit anderen hoofde subsidie voor heeft ontvangen; b. b. de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld gaat van een plan van aanpak, opgesteld volgens een door de Minister beschikbaar gesteld model.
Artikel 4
1.
Als subsidiabele kosten worden de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het plan van aanpak toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten in aanmerking genomen:
a. a. loonkosten van het bij de uitvoering van het plan van aanpak direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, b. b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten, alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en c. c. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de Minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen dat als uitvoeringskosten in aanmerking wordt genomen.
3. In afwijking van het eerste lid, mag de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezicht houdend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager tot subsidieverlening geldende en controleerbare methodiek.
Artikel 5
1.
Per gemeente bedraagt de subsidie voor het basispakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°.
€ 0,91 per inwoner, en
2°.
€ 1,82 per hectare grondoppervlak.
1°. 1°. € 0,91 per inwoner, en 2°. 2°. € 1,82 per hectare grondoppervlak.
2.
Per provincie bedraagt de subsidie voor het basispakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°.
€ 34.033,51,
2°.
€ 0,03 per inwoner, en
3°.
€ 5,56 per vierkante kilometer grondoppervlak.
1°. 1°. € 34.033,51, 2°. 2°. € 0,03 per inwoner, en 3°. 3°. € 5,56 per vierkante kilometer grondoppervlak.
3.
Per gemeente bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°.
€ 1,14 per inwoner, en
2°.
€ 2,50 per hectare grondoppervlak.
1°. 1°. € 1,14 per inwoner, en 2°. 2°. € 2,50 per hectare grondoppervlak.
4.
Per provincie bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°.
€ 45.378,–,
2°.
€ 0,03 per inwoner, en
3°.
€ 7,94 per vierkante kilometer grondoppervlak.
1°. 1°. € 45.378,–, 2°. 2°. € 0,03 per inwoner, en 3°. 3°. € 7,94 per vierkante kilometer grondoppervlak.
5. Voor het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, onderdelen b, wordt uitgegaan van het laatstelijk op Statline van het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte inwonertal en grondoppervlak van de desbetreffende gemeente of provincie.
Artikel 6
De subsidieontvanger is verplicht:
a. a. het plan van aanpak, waarvoor subsidie is verleend, uit te voeren binnen één jaar na de datum van verlening van subsidie voor dat plan; b. b. het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies binnen zes maanden na uitvoering van het plan van aanpak aan de Minister te verstrekken aan de hand van een door de Minister voorgeschreven model.
Artikel 7
Het subsidieplafond voor 2007 bedraagt: € 6.000.000,–.
Artikel 8
1.
Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door het bevoegde bestuursorgaan:
a. a. van een Nederlandse provincie, b. b. van een Nederlandse gemeente, c. c. van een stadsdeel van een Nederlandse gemeente,
waaraan op grond van de Subsidieregeling BANS klimaatconvenant subsidie is verleend en door het bestuursorgaan van een Nederlandse gemeente waarin als gevolg van herindeling een gemeente is opgegaan waaraan op grond van de Subsidieregeling BANS klimaatconvenant subsidie is verleend.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling wordt ingediend bij SenterNovem met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend na 1 januari 2007 en voor 1 september 2007.
4.
Bij de aanvraag tot subsidieverlening worden verstrekt:
a. a. een begroting van de totale kosten voor de uitvoering van het basis- of pluspakket, waarvoor subsidie wordt gevraagd, en b. b. de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 14 van het Besluit milieusubsidies, voor de op grond van de Subsidieregeling BANS klimaatconvenant verleende subsidie, voor zover die aanvraag nog niet is gedaan of nog niet op die aanvraag is beslist.
5. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
Artikel 9
Aan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, waaraan subsidie is verleend, worden voorschotten ter beschikking gesteld ter grootte van:
a. a. 50% van het verleende subsidiebedrag en wel binnen vier weken na de dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, en b. b. 45% van het verleende subsidiebedrag en wel binnen twee weken, nadat zes maanden zijn verstreken na de dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening.
Artikel 10
De Subsidieregeling BANS klimaatconvenant wordt ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 2 januari 2007.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Vervolgsubsidieregeling BANS klimaatconvenant 2007.