40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrijstellingsregeling grondverzet | BWBR0010715 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010715 | Vrijstellingsregeling grondverzet |
Vrijstellingsregeling grondverzet
Artikel 1
1. Op deze regeling zijn de begripsbepalingen van artikel 1 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming van overeenkomstige toepassing.
2. In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
Van de volgende artikelen van het Besluit wordt vrijstelling verleend voor het gebruik van licht verontreinigde grond in een grondwerk voor zover dit gebruik plaats vindt in een gebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart overeenkomstig het gestelde in artikel 5 is opgesteld en voldaan is aan artikel 3:
a. a.
artikel 6, tweede lid, en 9, tweede, vierde, vijfde en zesde lid;
b. b.
artikel 9, negende lid, voor zover het gegevens met betrekking tot immissiewaarden betreft;
c. c.
artikelen 10 tot en met 15.
Artikel 3
Aan de in artikel 2 bedoelde vrijstelling zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. a. de grond die wordt gebruikt is van vergelijkbare kwaliteit als of van betere kwaliteit dan de kwaliteit van de bodem ter plaatse, en b. b. de eigenaar of erfpachter van de bodem waarop de grond wordt gebruikt, meldt het gebruik van de grond tenminste 5 werkdagen tevoren aan burgemeester en wethouders.
Artikel 4
In afwijking van artikel 9 van het Besluit kan de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden voor het vaststellen van de kwaliteit van de te gebruiken grond indien die grond na afgraving zonder verdere bewerkingen, het uitzeven van grove bestanddelen daargelaten, in een grondwerk wordt toegepast.
Artikel 5
1. De bodemkwaliteitskaart van een bepaald gebied wordt bij besluit vastgesteld door burgemeester en wethouders.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de bodemkwaliteitskaart bij besluit vastgesteld door gedeputeerde staten indien een bepaald gebied daartoe in het bij besluit vastgestelde provinciale beleid is aangewezen.
3.
De bodemkwaliteitskaart kan slechts worden vastgesteld indien:
a. a. het gestelde in hoofdstuk 5.3.1 van de beleidsnota ’Grond grondig bekeken, verantwoord omgaan met schone en verontreinigde grond’ (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 22669/210) en de daarbij behorende bijlage 1 (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 17961/190) in acht is genomen; b. b. rekening is gehouden met het geldende provinciale beleid ten aanzien van grondverzet, en c. c. overleg heeft plaatsgevonden met overheden die het mede aangaat.
Artikel 6
1.
De melding, bedoeld in artikel 3, geschiedt onder aanduiding van:
a. a. het tijdstip waarop de grond wordt aangebracht; b. b. de plaats waar de grond gebruikt zal worden; c. c. het doel van het grondwerk; d. d. de kwaliteit van de ontvangende bodem, en e. e. de plaats van herkomst, hoeveelheid en kwaliteit van de grond.
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven aan het in het eerste lid genoemde.
Artikel 7
1. Een bodemkwaliteitskaart, die door burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling is vastgesteld, wordt tot uiterlijk 1 juli 2001 als een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in deze regeling aangemerkt, zolang voor dat gebied, waarop de bodemkwaliteitskaart betrekking heeft, geen toepassing is gegeven aan artikel 5, eerste, onderscheidenlijk tweede lid.
2. Burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk gedeputeerde staten kunnen bij besluit als bedoeld in artikel 5, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, bepalen dat artikel 5, derde lid, onder a, op betreffende bodemkwaliteitskaart niet van toepassing is, indien het besluit is genomen voor 1 januari 2000.
3. In een geval als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 1999 en werkt terug tot en met 1 juli 1999.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling grondverzet.