40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrijstellingsregeling plantenresten | BWBR0019048 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-10-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019048 | Vrijstellingsregeling plantenresten |
Vrijstellingsregeling plantenresten
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. bermmaaisel: natuurlijk materiaal van in hoofdzaak plantaardige herkomst dat vrijkomt bij het maaien van grazige kruidenvegetaties, groeiend op wegbermen, langs of in watergangen en op waterkeringen en dat niet één of meer van de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen bezit, b. b. aangrenzend perceel: perceel dat direct grenst aan de plaats waar het bermmaaisel vrijkomt of dat ligt binnen een afstand van maximaal 100 meter van de plaats waar het bermmaaisel vrijkomt, c. c. landbouw- en bosbouwmateriaal: natuurlijk materiaal van in hoofdzaak plantaardige herkomst, afkomstig uit de landbouw of bosbouw, dat niet één of meer van de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen bezit, d. d. natuurgebied: Natura 2000-gebied als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming dan wel een ander gebied met als hoofdfunctie natuur, e. e. heideplagsel en maaisel: natuurlijk materiaal van in hoofdzaak plantaardige herkomst, afkomstig uit een natuurgebied, dat niet één of meer van de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen bezit.
Artikel 1a
Deze regeling berust op artikel 3, tweede lid, onder d, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen.
Artikel 2
Als plantenresten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder d, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen worden aangewezen:
a. a. bermmaaisel dat op of in de bodem wordt gebracht op de plaats of in de directe nabijheid daarvan waar dit is vrijgekomen, onder de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 3, b. b. landbouw- en bosbouwmateriaal dat op of in de bodem wordt gebracht op de plaats of in de directe nabijheid waarvan dit is vrijgekomen, onder de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 4 in samenhang met artikel 3, c. c. heideplagsel en maaisel dat vrijkomt binnen een natuurgebied en dat op of in de bodem wordt gebracht op de plaats of in de directe nabijheid daarvan waar dit is vrijgekomen, onder de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 5.
Artikel 3
Bermmaaisel als bedoeld in artikel 2, onder a, wordt uitsluitend op of in de bodem gebracht indien:
a. a. dit geschiedt:
1°.
op de plaats of het perceel waar dit is vrijgekomen,
2°.
op het aangrenzende perceel, of
3°.
in gevallen waarin het aangrenzende perceel niet geschikt is: op een ander perceel, dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de plaats van waar het bermmaaisel is vrijgekomen,
1°. 1°. op de plaats of het perceel waar dit is vrijgekomen, 2°. 2°. op het aangrenzende perceel, of 3°. 3°. in gevallen waarin het aangrenzende perceel niet geschikt is: op een ander perceel, dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de plaats van waar het bermmaaisel is vrijgekomen, b. b. sprake is van schoon en onverdacht bermmaaisel, c. c. de hoeveelheid die op of in de bodem wordt gebracht, uit oogpunt van goede landbouwpraktijk, in evenwichtige verhouding staat tot het oppervlak van het ontvangende perceel, en d. d. het bermmaaisel gelijkmatig wordt verspreid over het ontvangende perceel en dit niet significant bijdraagt aan de verspreiding van nutriënten en zware metalen.
Artikel 4
Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op het op of in de bodem brengen van landbouw- en bosbouwmateriaal, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b.
Artikel 5
Heideplagsel en maaisel als bedoeld in artikel 2, onder c, wordt uitsluitend op of in de bodem gebracht indien:
a. a. dit geschiedt:
1°.
binnen het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen, of
2°.
in gevallen waarin het natuurgebied niet geschikt is: op een ander perceel dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de rand van het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen,
1°. 1°. binnen het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen, of 2°. 2°. in gevallen waarin het natuurgebied niet geschikt is: op een ander perceel dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de rand van het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen, b. b. sprake is van schoon en onverdacht heideplagsel en maaisel, c. c. de hoeveelheid die op of in de bodem wordt gebracht, uit oogpunt van goede landbouwpraktijk of goed natuurbeheer, in evenwichtige verhouding staat tot het oppervlak van het ontvangende perceel, en d. d. het heideplagsel of maaisel gelijkmatig wordt verspreid over het ontvangende perceel en dit niet significant bijdraagt aan de verspreiding van nutriënten en zware metalen.
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 november 2005.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling plantenresten.