rijk/ministeriele-regeling/vrijstellingsregeling-wet-toezicht-beleggingsinstellingen/BWBR0004879
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen BWBR0004879 ministeriele-regeling geldend 2006-02-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004879 Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

Artikel 1

1. Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend indien de gelden of andere goederen ter deelneming in een beleggingsinstelling uitsluitend worden gevraagd aan of verkregen van natuurlijke personen of rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in beleggingsproducten dan wel indien de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als hiervoor bedoeld uitsluitend worden aangeboden aan deze categorie natuurlijke personen en rechtspersonen, of die wordt gecombineerd met een aanbieding van effecten die van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen is vrijgesteld op grond van het in deze regeling bepaalde.

2. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt het voorschrift verbonden dat in het aanbod dan wel in advertenties of documenten waarin het aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat het aanbod uitsluitend is onderscheidenlijk zal zijn gericht tot de in het eerste lid bedoelde personen, dan wel dat het aanbod wordt gecombineerd met een of meerdere vrijstellingen uit deze paragraaf.

Artikel 2

1. Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden ter zake van het ter deelneming vragen of verkrijgen van gelden of andere goederen, wordt vrijstelling verleend aan ondernemingen en instellingen die zijn erkend als particuliere participatiemaatschappijen ingevolge het Besluit particuliere participatiemaatschappijen (Stb. 1994, 318) of die zijn erkend als startersfondsen onder de Regeling seed capital technostarters (Stcrt. 2005, 62).

2.

Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend aan participatiemaatschappijen, niet zijnde particuliere participatiemaatschappijen als bedoeld in het eerste lid, voor zover:

a. a. de aandelen van de ondernemingen die worden gehouden door de participatiemaatschappijen moeilijk dan wel in het geheel niet te plaatsen zijn bij andere dan de natuurlijke personen of rechtspersonen, bedoeld in artikel 1; en b. b. de participatiemaatschappijen op grond van een schriftelijk vastgelegde overeenkomst, die een beëindigingsregeling bevat, het bestuur of de raad van commissarissen van de ondernemingen waarvan de aandelen worden gehouden kunnen benoemen, schorsen of ontslaan dan wel op andere wijze invloed kunnen uitoefenen op het bestuur en het dagelijks beleid.

Artikel 2a

1.

Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend indien:

a. a. de gelden of andere goederen worden gevraagd of verkregen ter deelneming in een beleggingsinstelling waarvan het balanstotaal voor minder dan 50% bestaat uit beleggingen dan wel indien rechten van deelneming in een dergelijke beleggingsinstelling worden aangeboden, en b. b. minder dan 50% van de totale gerealiseerde opbrengsten gegenereerd wordt uit beleggingen.

2. De in het vorige lid onder a en b genoemde criteria worden bepaald ongeacht de presentatie in de jaarrekening en vastgesteld per balansdatum einde boekjaar.

Artikel 2b

1.

Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft:

a. a. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aan minder dan 100 natuurlijke personen of rechtspersonen, niet zijnde natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, per staat; b. b. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50.000 per deelnemer; of c. c. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling met een nominale waarde per recht van deelneming van ten minste € 50.000.

2. Het bepaalde in het eerste lid onderdeel b en c is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die voorzieningen aanhouden in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 2c

1. Van het in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend voor het aanbieden van rechten van deelneming, aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van de beleggingsinstelling van die rechten van deelneming, of aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van een met die beleggingsinstelling in een groep verbonden rechtspersoon, vennootschap of instelling.

2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die voorzieningen aanhouden in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 2d

Ter zake van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden kunnen meerdere van de in deze regeling opgenomen vrijstellingen gelijktijdig van toepassing zijn.

Artikel 2e

Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt tot 1 juli 2006 vrijstelling verleend indien de beheerder of de beleggingsinstelling afkomstig is uit een staat die is aangewezen op grond van het Besluit van de Minister van Financiën tot aanwijzing van staten als bedoeld in artikel 17c, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en aan de beheerder of de beleggingsinstelling voor 1 september 2005 een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (oud).

Artikel 2f

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toezicht beleggingsinstellingen in werking treedt.

Artikel 4

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.