rijk/ministeriele-regeling/vrijstellingsregeling-wet-toezicht-trustkantoren/BWBR0016638
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren BWBR0016638 ministeriele-regeling geldend 2014-12-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016638 Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren

Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren

Artikel 1

Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan trustkantoren, voorzover deze diensten verlenen aan doelvennootschappen die als beleggingsinstelling zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Artikel 2

Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan natuurlijke personen, indien deze uitsluitend de dienst verlenen genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, van de Wet toezicht trustkantoren aan stichtingen die uitsluitend aandelen houden voor certificaathouders.

Artikel 3

Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan natuurlijke personen, indien deze uitsluitend de dienst verlenen genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, van de Wet toezicht trustkantoren aan doelvennootschappen waaraan tevens een dienst als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 2°, aanhef en onder iii), van de Wet toezicht trustkantoren wordt verleend door een trustkantoor met een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren, indien laatstgenoemde dienst ten minste het voeren van de administratie van deze doelvennootschappen betreft.

Artikel 3a

1.

Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan personen, indien deze uitsluitend bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 3°, van de Wet toezicht trustkantoren voor zover:

a. a. hun bemiddeling is gericht op de verkoop van een rechtspersoon door een trustkantoor dat beschikt over een vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren; b. b. de rechtspersoon op welke de bemiddeling betrekking heeft een onderneming drijft en de verkoop van die rechtspersoon geen verband houdt met beëindiging van die onderneming onder voortzetting van die rechtspersoon.

2.

Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, worden de volgende voorschriften verbonden:

a. a. de bemiddelaar beschikt over procedures gericht op het achterhalen van de intentie van de beoogde koper van de rechtspersoon met betrekking tot de onderneming die de rechtspersoon drijft en het schriftelijk vastleggen van die intentie; b. b. de bemiddelaar leeft de procedures, bedoeld in onderdeel a, na; c. c. de bemiddelaar draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot bemiddeling en de overeenkomst tot verkoop van de rechtspersoon; d. d. de bemiddelaar bewaart de stukken, bedoeld in onderdelen a en c, gedurende ten minste vijf jaar en houdt deze op een voor de toezichthouder toegankelijke wijze beschikbaar.

Artikel 3b

1.

Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan de hierna te noemen personen onder de hierna te noemen voorwaarden, indien deze uitsluitend de dienst verlenen genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 5°, van de Wet toezicht trustkantoren:

a. a. advocaten en personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten gericht op het incasseren van vorderingen, voor zover zij de bedoelde dienst verlenen door middel van een stichting die:

        1°.
        als enige activiteit heeft het tijdelijke beheer van gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en
      
      
        2°.
        uitsluitend werkzaam is voor personen die niet zelf gerechtigd zijn tot de gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de stichting en de betrokken personen blijkt;

1°. 1°. als enige activiteit heeft het tijdelijke beheer van gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en 2°. 2°. uitsluitend werkzaam is voor personen die niet zelf gerechtigd zijn tot de gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de stichting en de betrokken personen blijkt; b. b. betaaldienstverleners die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in of vanuit Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen voor zover de bedoelde dienst betrekking heeft op gelden die zijn of worden ontvangen van betaaldienstgebruikers in verband met het verlenen van betaaldiensten; c. c. bewindvoerders die:

        1°.
        benoemd zijn op grond van artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet; en
      
      
        2°.
        personen zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering, voor zover zij gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.

1°. 1°. benoemd zijn op grond van artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet; en 2°. 2°. personen zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering, voor zover zij gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.

2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de begrippen betaaldienstverlener, betaaldienstgebruiker, betaaldienst en bewindvoerder verstaan: hetgeen daaronder in de Wet op het financieel toezicht wordt verstaan.

Artikel 3c

Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen die in hoofdzaak of uitsluitend diensten, genoemd in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht trustkantoren, verlenen aan verenigingen van eigenaars als bedoeld in Boek 5, titel 9, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren.