rijk/ministeriele-regeling/warenwetregeling-diepgevroren-levensmiddelen/BWBR0005825
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Warenwetregeling Diepgevroren levensmiddelen BWBR0005825 ministeriele-regeling geldend 1993-01-10 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005825 Warenwetregeling Diepgevroren levensmiddelen

Warenwetregeling Diepgevroren levensmiddelen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *diepvriezen:* het bevriezingsproces waardoor zo snel als nodig is de maximale kristallisatiezone wordt overschreden, met het gevolg dat na thermische stabilisatie de temperatuur overal in de waar zonder onderbreking gehandhaafd blijft op 18 °C of lager;

b. b.

    *diepgevroren levensmiddelen:* diepgevroren eet- of drinkwaren, andere dan consumptie-ijs, die verhandeld worden op een wijze waaruit blijkt dat zij dat kenmerk bezitten;

c. c.

    *grondstoffen:* grondstoffen, halffabrikaten en ingrediënten bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren;

d. d.

    *instellingen:* restaurants, ziekenhuizen, kantines en andere soortgelijke instellingen.

e. e.

    *verordening (EU) 1169/2011:* Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304).

Artikel 2

1. Grondstoffen, welke voor de bereiding van diepgevroren levensmiddelen worden gebruikt, zijn van een gezonde handelskwaliteit en voldoende vers.

2. De bereiding van diep te vriezen eet- of drinkwaren en het diepvriezen geschieden zonder uitstel met behulp van een passende technische uitrusting zodat chemische, biochemische en microbiologische veranderingen zoveel mogelijk worden beperkt.

Artikel 3

Als koelmiddelen die rechtstreeks in contact komen met diepgevroren levensmiddelen, mogen uitsluitend worden gebruikt: lucht, stikstof en koolzuur.

Artikel 4

1. De temperatuur van diepgevroren levensmiddelen wordt tijdens de verhandeling overal in het produkt op ten hoogste 18 °C gehandhaafd. Zij blijft tevens stabiel.

2.

In afwijking van het eerste lid:

a. a. mag de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen tijdens het vervoer gedurende korte tijd ten hoogste 15°C bedragen; b. b. is een tolerantie van ten hoogste 3°C toegestaan met betrekking tot de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen tijdens de plaatselijke distributie en in winkelmeubelen voor de verkoop aan de eindverbruiker, bij behoorlijke bewarings- en distributiepraktijken.

Artikel 5

Diepgevroren levensmiddelen, bestemd voor aflevering aan de eindverbruiker, worden door de fabrikant of verpakker op zodanige wijze verpakt dat de waar beschermd wordt tegen uitdroging en besmetting.

Artikel 6

Onverminderd verordening (EU) 1169/2011 worden bij de verhandeling van diepgevroren levensmiddelen aan de eindverbruiker of aan instellingen gebezigd:

a. a. de vermelding diepvries, toe te voegen aan de benaming, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van verordening (EU) 1169/2011; b. b. een vermelding aangevende gedurende welke periode en bij welke temperatuur of in welke installatie de diepgevroren levensmiddelen bij de eindverbruiker bewaard kunnen worden; en c. c. de vermelding na ontdooiing niet opnieuw invriezen.

Artikel 7

1.

Indien diepgevroren levensmiddelen als zodanig niet zijn bestemd voor de eindverbruiker of instellingen, worden bij de verhandeling gebezigd:

a. a. de vermelding diepvries, toe te voegen aan de benaming, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van verordening (EU) 1169/2011; en b. b. de vermeldingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder e en h, van verordening (EU) 1169/2011 en artikel 4 van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen.

2. De in het eerste lid bedoelde benaming en vermeldingen worden aangebracht op de verpakking of het omhulsel waarin de waar wordt aangeboden, of op een hierop aangebracht etiket.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

1. De voor de officiële controle van de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen benodigde analysemethode wordt uitgevoerd in overeenstemming met de bijlage.

2. De in het eerste lid bedoelde analysemethode mag uitsluitend worden gebruikt wanneer na inspectie het vermoeden bestaat dat de drempelwaarden voor de temperatuur, zoals deze zijn vastgelegd in artikel 4, worden overschreden.

Artikel 10

Onverminderd artikel 9, eerste lid, mogen voor de daar bedoelde controle ook andere wetenschappelijk-adequate methoden worden gebruikt, onder de voorwaarde dat het vrije verkeer van diepgevroren levensmiddelen, waarvan aan de hand van de in de bijlage van deze regeling beschreven methode is aangetoond dat zij aan de desbetreffende voorschriften voldoen, hierdoor niet wordt belemmerd. Wanneer de resultaten verschillen, geven de resultaten die met behulp van de in de bijlage bedoelde analysemethode zijn verkregen, de doorslag.

Artikel 11

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 10 januari 1993.

2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 8, 9 en 10 in werking met ingang van 31 juli 1993, met uitzondering voor wat betreft het vervoer van diepgevroren levensmiddelen, waarvoor zij in werking treden met ingang van 31 juli 1994.

3. Artikel 4, derde lid, vervalt met ingang van 10 januari 1997.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling Diepgevroren levensmiddelen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage . Analysemethode voor meting van de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen

Artikel 1

De in artikel 4 voorgeschreven temperaturen van diepgevroren levensmiddelen.

Artikel 2

Meting van de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen bestaat uit een registratie van de temperatuur van een in overeenstemming met de Warenwetregeling Monsterneming genomen monster met behulp van adequate apparatuur.

Artikel 3

Onder temperatuur wordt verstaan de temperatuur die wordt gemeten op de plaats van het temperatuurgevoelige onderdeel van het meetinstrument of de meetapparatuur.

Artikel 4

Er wordt gebruik gemaakt van een gepunt metalen instrument, zoals een ijspriem, een handboor of een fretboor, dat gemakkelijk is schoon te maken.

Artikel 5

De meetinstrumenten voldoen aan de volgende specificaties:

a) a) de responstijd is zodanig dat binnen drie minuten 90% van het traject van de aanvankelijke naar de uiteindelijk afgelezen waarde is afgelegd; b) b) het instrument heeft op het temperatuurtraject van 20 °C tot +30 °C een nauwkeurigheid van ± 0,5 °C; c) c) de juistheid van de meting verandert door fluctuaties in de omgevingstemperatuur binnen het traject van 20 °C tot +30 °C met niet meer dan 0,3 °C; d) d) het instrument kan ten minste op 0,1 °C nauwkeurig worden afgelezen; e) e) de juistheid van het instrument wordt op gezette tijden gecontroleerd; f) f) het instrument heeft een geldig kalibratiecertificaat; g) g) het instrument kan gemakkelijk worden schoongemaakt; h) h) het temperatuurgevoelige deel van het meetinstrument is zodanig ontworpen dat een goed thermisch contact met het produkt wordt gegarandeerd; i) i) de elektrische apparatuur wordt beschermd tegen ongewenste effecten ten gevolge van de condensatie van vocht.

Artikel 6

Alvorens de temperatuur van het produkt te meten, worden het warmtegevoelige element en het instrument om een holte in het produkt te maken voorgekoeld.

De voorkoelingsmethode houdt in dat de apparatuur thermisch wordt gestabiliseerd op een temperatuur die zo dicht mogelijk in de buurt ligt van de temperatuur van het produkt.

Warmtegevoelige elementen zijn meestal niet ontworpen om door te kunnen dringen in een diepvriesprodukt. Er wordt dus vooraf met het daarvoor bedoelde instrument een holte in het produkt gemaakt, waarin het warmtegevoelige element kan worden gestoken. De diameter van de holte mag niet groter zijn dan die van het warmtegevoelige element en de diepte is afhankelijk van het te controleren produkt (zie punt 6.3).

Het monster en de apparatuur blijven in de voor de controle gekozen gekoelde omgeving.

De werkwijze is als volgt:

a) a) wanneer de afmetingen van het produkt dit mogelijk maken, wordt het warmtegevoelige element tot een diepte van 2,5 cm vanaf het oppervlak van het produkt in het produkt gestoken; b) b) wanneer dit vanwege de afmetingen van het produkt niet mogelijk is, wordt het warmtegevoelige element in het produkt gestoken tot een diepte die overeenkomt met drie- tot vier maal de diameter van het warmtegevoelige element; c) c) in bepaalde voedingsmiddelen (bij voorbeeld groene erwten) kan vanwege hun omvang of aard geen holte worden gemaakt om op die manier hun inwendige temperatuur te bepalen. In dat geval wordt de inwendige temperatuur bepaald van de verpakking waarin deze produkten zicht bevinden, door een geschikt en voorgekoeld warmtegevoelig element tot in het midden van de verpakking te steken om de contact-temperatuur van het diepvriesprodukt te meten; d) d) de temperatuur wordt afgelezen, zodra deze eens stabiele waarde heeft bereikt.