40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen | BWBR0008245 | ministeriele-regeling | geldend | 1996-09-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0008245 | Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen |
Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*additieven*:
levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen;
b. b.
*quantum satis*:
een hoeveelheid van een additief, toegevoegd aan eet- en drinkwaren overeenkomstig goede productiemethoden, die niet groter is dan voor het beoogde doel nodig is, onder de voorwaarde dat de consument niet wordt misleid;
c. c.
*onverwerkte eet- of drinkwaar*:
een eet- of drinkwaar die geen behandeling heeft ondergaan welke een ingrijpende wijziging veroorzaakt in de oorspronkelijke staat daarvan, met dien verstande dat die eet- of drinkwaar gesneden, verdeeld, uitgebeend, gehakt, gepeld, geschild, gewassen, gemalen, schoongemaakt, diepgevroren, ingevroren, gekoeld, ontkorst, gedopt, verpakt of niet-verpakt kan zijn;
d. d.
*conserveermiddelen*:
stoffen die de houdbaarheid van eet- en drinkwaren vergroten door deze te beschermen tegen bederf door micro-organismen;
e. e.
*anti-oxidanten*:
stoffen die de houdbaarheid van eet- en drinkwaren vergroten door deze te beschermen tegen bederf door oxidatie;
f. f.
*draagstoffen*:
stoffen, met inbegrip van de oplosmiddelen die als draagstoffen fungeren, die gebruikt worden om een additief op te lossen, te verdunnen, te dispergeren of op een andere wijze fysisch te wijzigen zonder de technologische functie daarvan te veranderen (en zonder zelf enig technologisch effect uit te oefenen), teneinde de verwerking, de toepassing of het gebruik van het additief te vergemakkelijken;
g. g.
*voedingszuren*:
stoffen die de zuurtegraad van eet- en drinkwaren verhogen of er een zure smaak aan geven;
h. h.
*zuurteregelaars *:
stoffen die de zuurte of alkaliteit van eet- en drinkwaren veranderen of regelen;
i. i.
*antiklontermiddelen *:
stoffen die de neiging van afzonderlijke deeltjes van eet- en drinkwaren om aan elkaar te kleven verkleinen;
j. j.
*antischuimmiddelen*:
stoffen die schuimvorming verhinderen of verminderen;
k. k.
*vulstoffen*:
stoffen die het volume van een eet- of drinkwaar vergroten zonder noemenswaardig tot de beschikbare energiewaarde ervan bij te dragen;
l. l.
*emulgatoren *:
stoffen die een homogene menging van twee of meer onmengbare fasen in een eet- of drinkwaar mogelijk maken of instandhouden;
m. m.
*smeltzouten*:
stoffen die de kaaseiwitten in gedispergeerde vorm omzetten en zodoende een homogene verdeling van vet en andere bestanddelen bewerkstelligen;
n. n.
*verstevigingsmiddelen*:
stoffen die de vezels van fruit en groenten stevig of knapperig maken of houden, of een wisselwerking met geleermiddelen aangaan om een gel te vormen of te verstevigen;
o. o.
*smaakversterkers*:
stoffen die de karakteristieke smaak of geur van een eet- of drinkwaar versterken;
p. p.
*schuimmiddelen*:
stoffen die het mogelijk maken een homogene dispersie van een gasvormige fase in een vloeibare of vaste eet- of drinkwaar te vormen;
q. q.
*geleermiddelen*:
stoffen die een eet- of drinkwaar vorm geven door de vorming van een gel;
r. r.
*glansmiddelen*:
stoffen, met inbegrip van glijmiddelen die, wanneer zij worden aangebracht op het oppervlak van een eet- of drinkwaar, daaraan een glanzend uiterlijk geven, of daarop een beschermende deklaag vormen;
s. s.
*bevochtigingsmiddelen*:
stoffen die uitdroging van eet- en drinkwaren beletten door de gevolgen van een lage luchtvochtigheid tegen te gaan, of de oplossing van een poeder in een waterig medium bevorderen;
t. t.
*gemodificeerde zetmelen*:
stoffen die door één of meer chemische behandelingen worden verkregen uit zetmelen, die een fysische of enzymatische behandeling kunnen hebben ondergaan, en die met zuur of loog mogen zijn verdund of gebleekt;
u. u.
*verpakkingsgassen*:
gassen, met uitzondering van lucht die vóór, tijdens of na het in de verpakking brengen van een eet- of drinkwaar in die verpakking worden gebracht;
v. v.
*drijfgassen*:
gassen met uitzondering van lucht die een eet- of drinkwaar uit zijn recipiënt drukken;
w. w.
* rijsmiddelen*:
stoffen of mengsels van stoffen die gas vrijmaken en daardoor het volume van deeg of beslag vergroten;
x. x.
*complexvormers*:
stoffen die chemische complexen vormen met metaalionen;
y. y.
*stabilisatoren*: stoffen die het mogelijk maken de fysisch-chemische toestand van een eet- of drinkwaar in stand te houden door:
1°.
een homogene dispersie van twee of meer onmengbare stoffen in een eet- of drinkwaar in stand te houden;
2°.
een karakteristieke kleur van een eet- of drinkwaar te stabiliseren, fixeren of intensiveren; of
3°.
het bindend vermogen van een eet- of drinkwaar te verhogen, onder meer door de vorming van kruisverbindingen tussen eiwitten waardoor afzonderlijke deeltjes tot een geconstitueerde eet- of drinkwaar worden samengebonden;
1°. 1°. een homogene dispersie van twee of meer onmengbare stoffen in een eet- of drinkwaar in stand te houden; 2°. 2°. een karakteristieke kleur van een eet- of drinkwaar te stabiliseren, fixeren of intensiveren; of 3°. 3°. het bindend vermogen van een eet- of drinkwaar te verhogen, onder meer door de vorming van kruisverbindingen tussen eiwitten waardoor afzonderlijke deeltjes tot een geconstitueerde eet- of drinkwaar worden samengebonden; z. z.
*verdikkingsmiddelen*:
stoffen die de viscositeit van een eet- of drinkwaar vergroten;
aa. aa.
*meelverbeteraars*:
stoffen, met uitzondering van emulgatoren, die aan meel of aan deeg worden toegevoegd om de bakeigenschappen te verbeteren.
2. Deze regeling is van toepassing, onverminderd wettelijke voorschriften die uitvoering geven aan bijzondere richtlijnen krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap waarbij het gebruik van de in de bijlagen vermelde additieven als zoetstof of kleurstof wordt toegestaan.
3.
Deze regeling is niet van toepassing op:
- stoffen die gebruikt worden voor de behandeling van drinkwater zoals omschreven in het Waterleidingbesluit;
- producten die pectine bevatten en die verkregen worden uit gedroogde appelpulp, schillen van citrusvruchten of een mengsel daarvan, door middel van een behandeling met verdund zuur, gevolgd door een gedeeltelijke neutralisatie met natrium- of kaliumzouten;
- kauwgombasis;
- witte of gele dextrine, geroost of gedextrineerd zetmeel, zetmeel dat gemodificeerd is door een behandeling met zuur of base, gebleekt zetmeel, fysisch gemodificeerd zetmeel en zetmeel dat behandeld is met enzymen die zetmeel afbreken;
- ammoniumchloride;
- bloedplasma;
- voedingsgelatine;
- eiwithydrolysaten en hun zouten;
- melkeiwit, caseïnaten en caseïne;
- gluten;
- aminozuren en hun zouten, met uitzondering van glutaminezuur, glycine, cysteïne en cystine en hun zouten voorzover zij geen functie als additief hebben;
- inuline;
- niet in de bijlagen genoemde enzymen.
4. De in deze regeling genoemde maximumconcentraties hebben, tenzij in deze regeling anders is bepaald, betrekking op eet- en drinkwaren zoals die verhandeld worden.
Artikel 2
1. In eet- en drinkwaren mogen uitsluitend aanwezig zijn als stoffen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d tot en met aa, de in de bijlagen I, III en IV genoemde additieven.
2. De in bijlage I genoemde additieven mogen quantum satis zijn toegevoegd aan eet- en drinkwaren, voor zover die eet- en drinkwaren niet zijn genoemd in bijlage II.
3.
De in bijlage I genoemde additieven mogen, tenzij in deze regeling anders is bepaald, niet zijn toegevoegd aan:
a. a. onverwerkte eet- of drinkwaar; b. b. honing, bedoeld in het Warenwetbesluit Honing; c. c. niet-geëmulgeerde oliën en vetten van dierlijke of plantaardige oorsprong; d. d. boter; e. e. gepasteuriseerde en gesteriliseerde (inclusief UHT) melk (inclusief volle, halfvolle en magere melk) en volle gepasteuriseerde room; f. f. niet-gearomatiseerde met levende fermenten gefermenteerde melkproducten; g. g. natuurlijk mineraalwater en bronwater, bedoeld in het Warenwetbesluit Verpakte waters; h. h. koffie, met uitzondering van gearomatiseerde oploskoffie, en van koffie-extract als bedoeld in het Warenwetbesluit Koffie- en cichorei-extracten; i. i. niet-gearomatiseerde thee; j. j. suikers, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit suikers; k. k. droge deegwaren met uitzondering van glutenvrije deegwaren of deegwaren voor diëten met een laag proteïnegehalte, in overeenstemming met het Warenwetbesluit Producten voor bijzondere voeding; l. l. niet-gearomatiseerde natuurlijke karnemelk, met uitzondering van gesteriliseerde karnemelk; m. m. volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bedoeld in de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding, en eet- en drinkwaren bestemd voor peuters, alsmede de daaraan wat betreft samenstelling identieke eet- en drinkwaren, bestemd voor niet gezonde zuigelingen onderscheidenlijk niet gezonde peuters; n. n. de in bijlage II genoemde eet- en drinkwaren.
4. Onverminderd het derde lid mogen de stoffen E290, E938, E939, E941, E942 en E948 aanwezig zijn in de in dat lid genoemde eet- en drinkwaren.
5. Onverminderd het tweede lid zijn de stoffen E410, E412, E415 en E417 niet aanwezig in gedehydrateerde eet- en drinkwaren die rehydrateren bij inname door de eindverbruiker.
6. De stoffen E407, E407a, en E 440 mogen met suikers worden gestandaardiseerd onder de voorwaarde dat dit tezamen met hun nummer en aanduiding wordt vermeld.
Artikel 3
In de in bijlage II genoemde eet- en drinkwaren zijn geen andere additieven aanwezig dan de in de bijlagen II en III genoemde additieven, onder de in die bijlagen vermelde voorwaarden.
Artikel 4
De in de bijlage III genoemde additieven mogen uitsluitend worden toegevoegd aan de in die bijlage genoemde eet- en drinkwaren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.
Artikel 5
Uitsluitend de in bijlage IV genoemde additieven mogen worden toegevoegd als draagstoffen of als oplosmiddelen die als draagstof fungeren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.
Artikel 6
In de in artikel 2, derde lid, onder m, bedoelde eet- en drinkwaren, bestemd voor zuigelingen en peuters, zijn additieven slechts aanwezig met inachtneming van bijlage V.
Artikel 7
1.
Additieven mogen aanwezig zijn:
a. a. in samengestelde eet- en drinkwaren, voor zover:
1°.
die samengestelde waar niet is genoemd in artikel 2, derde lid; en
2°.
dat additief is toegestaan in een ingrediënt van de desbetreffende samengestelde waar;
1°. 1°. die samengestelde waar niet is genoemd in artikel 2, derde lid; en 2°. 2°. dat additief is toegestaan in een ingrediënt van de desbetreffende samengestelde waar; b. b. in een eet- of drinkwaar waaraan een aroma is toegevoegd, voor zover:
1°.
dat additief volgens deze regeling is toegestaan in het desbetreffende aroma en via dat aroma terecht is gekomen in die eet- of drinkwaar; en
2°.
dat additief geen technologische functie heeft in die eet- of drinkwaar; of
1°. 1°. dat additief volgens deze regeling is toegestaan in het desbetreffende aroma en via dat aroma terecht is gekomen in die eet- of drinkwaar; en 2°. 2°. dat additief geen technologische functie heeft in die eet- of drinkwaar; of c. c. in een eet- of drinkwaar die uitsluitend bestemd is voor gebruik bij de bereiding van een samengestelde eet- of drinkwaar, voor zover die samengestelde eet- of drinkwaar voldoet aan deze regeling.
2. Het eerste lid is, tenzij in deze regeling anders bepaald, niet van toepassing op volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en babyvoeding, bedoeld in het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding.
Artikel 8
1.
De hoeveelheid additieven in aroma’s wordt beperkt tot het minimum dat noodzakelijk is om:
a. a. de veiligheid en de kwaliteit van de aroma’s te garanderen; en b. b. de opslag van de aroma’s te vergemakkelijken.
2. Het gebruik van additieven in aroma’s leidt niet tot misleiding van de consument.
3. Indien het voorkomen van een additief in een eet- of drinkwaar, ten gevolge van het toevoegen van aroma's, een technologische functie in die eet- of drinkwaar heeft, wordt het beschouwd als een additief van die eet- of drinkwaar en niet als een additief van het aroma.
Artikel 9
Wijzigt de Warenwetregeling Gedehydrateerde melk.
Artikel 10
Ingetrokken worden:
- de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in verduurzaamde vruchtenprodukten;
- de Warenwetregeling Vloeibare paraffine en glutaminezuur in levensmiddelen;
- de Warenwetregeling Levensmiddelenadditieven in zuivel;
- de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in puddingpoeders;
- de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in soep, vleesextract en bouillon;
- de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in frisdranken en siropen;
- de Vrijstellingsregeling Mayonaise- en slasausbesluit (Warenwet);
- de Vrijstellingsregeling antiklontermiddelen in poedersuiker (Warenwet);
- de Vrijstellingsregeling glucono-delta-lacton in vleeswaren (Warenwet).
Artikel 11
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het koninklijk besluit van 18 september 1996 tot wijziging van enkele warenwetbesluiten in verband met Richtlijn 95/2/EG (Stb. 467) in werking treedt.
2. In afwijking van het eerste lid mogen eet- en drinkwaren die voldoen aan de regelingen genoemd in de artikelen 8 en 9 zoals die luidden tot de inwerkingtreding van deze regeling, nog verhandeld worden tot 25 maart 1997.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen.
Bijlage I
Additieven die zijn toegelaten in eet- en drinkwaren met uitzondering van de eet- en drinkwaren die in artikel 2, derde lid, zijn vermeld
De volgende additieven mogen in eet- en drinkwaren, met uitzondering van de eet- en drinkwaren die in artikel 2, derde lid zijn vermeld, quantum satis worden gebruikt.
De stoffen E290, E938, E939, E941, E942, E948 en E949 mogen echter in alle eet- en drinkwaren worden gebruikt.
De stoffen E 400, E 401, E 402, E 403, E 404, E 406, E 407, E 407a, E 410, E 412, E 413, E 414, E 415, E 417, E 418 en E 440 worden niet gebruikt in geleiproducten met een vaste consistentie in halfstijve minicups of minicapsules die bedoeld zijn om in één hap te worden gegeten door in de minicup of minicapsule te knijpen waardoor de waar in de mond komt.
Bijlage II
** Eet- en drinkwaren waaraan slechts bepaalde additieven mogen worden toegevoegd **
In deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld.
Indien een eet- of drinkwaar in hoofdletters is vermeld, betekent dit dat uitsluitend de als zodanig aangeduide waar de betreffende additieven mag bevatten.
Bijlage III
Additieven die slechts in bepaalde eet- en drinkwaren zijn toegelaten
Indien een eet- of drinkwaar in hoofdletters is vermeld, betekent dit dat uitsluitend de als zodanig aangeduide waar het betreffende additief resp. de betreffende additieven mag bevatten.
**A. Sorbaten, benzoaten en p-hydroxy-benzoaten **
In dit onderdeel van deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld. De maximale gebruiksdosis heeft betrekking op gebruiksklare eet- en drinkwaren die volgens de gebruiksaanwijzing bereid zijn.
De maximale gebruiksdoses van de stoffen E200 (sorbinezuur), E202 (kaliumsorbaat), E203 (calciumsorbaat), E210 (benzoëzuur), E211 (natriumbenzoaat), E212 (kaliumbenzoaat), E213 (calciumbenzoaat), E214 (ethyl-p-hydroxybenzoaat), E215 (ethyl-p-hydroxybenzoaat, natriumzout), E218 (methyl-p-hydroxybenzoaat) en E219 (methyl-p-hydroxybenzoaat, natriumzout) zijn uitgedrukt als vrij zuur. Met de in de tabel gebruikte afkortingen wordt het volgende bedoeld:
Benzoëzuur mag aanwezig zijn in bepaalde gefermenteerde producten die worden verkregen door fermentatieprocessen met inachtneming van goede productiemethoden.
De maximale gebruiksdoses van de stoffen E220 (zwaveldioxide), E221 (natriumsulfiet), E222 (natriumbisulfiet), E223 (natriummetabisulfiet), E224 (kaliummetabisulfiet), E226 (calciumsulfiet), E227 (calciumbisulfiet) en E228 (kaliumbisulfiet) zijn uitgedrukt als SO_2 in mg/kg of mg/l en hebben betrekking op de totale hoeveelheid SO_2 afkomstig uit alle bronnen; Een SO_2 -gehalte van minder dan 10 mg/kg of 10 mg/l wordt geacht niet aanwezig te zijn.
Nisine kan van nature aanwezig zijn in bepaalde kaassoorten ten gevolge van fermentatieprocessen. Propionzuur en zijn zouten kunnen aanwezig zijn in bepaalde gefermenteerde producten die verkregen worden met inachtneming van goede productieprocedé's.
Het indicatief toegevoegde gehalte dat is vermeld bij de stoffen E249 en E250 wordt uitgedrukt als NaNO_2.
Het restgehalte dat is vermeld bij de stoffen E249 en E250 wordt uitgedrukt als NaNO_2 en heeft betrekking op het product bij aflevering aan de eindverbruiker;
Het restgehalte dat is vermeld bij de stoffen E251 en E252 wordt uitgedrukt als NaNO_3, met uitzondering van het restgehalte dat is vermeld bij gepekelde haring. Dit restgehalte wordt uitgedrukt als NaNO2 en heeft tevens betrekking op uit nitraat gevormd nitriet.
De maximale gebruiksdoses van de stoffen E280, E281, E282 en E283 zijn uitgedrukt als vrij zuur.
*Deze stof kan in bepaalde kaassoorten voorkomen ten gevolge van het gistingsproces.
(x) Nitriet met de vermelding ‘voor gebruik in voeding’ mag alleen vermengd met zout of met een zoutvervanger verkocht worden.
(y) Een Fo-waarde 3 staat gelijk met verhitting gedurende drie minuten bij 121 °C (vermindering van de bacteriële verontreiniging van een miljard sporen per 1000 blikken tot één spore per 1000 blikken).
(z) In sommige warmtebehandelde vleesproducten kunnen nitraten aanwezig zijn die voortkomen uit de natuurlijke omzetting van nitrieten in nitraten in een zuurarme omgeving.
1 De vleesproducten worden in een pekeloplossing van nitrieten of nitraten, zout en andere bestanddelen gedompeld. Deze vleesproducten kunnen verdere behandelingen ondergaan, bijvoorbeeld worden gerookt.
1.1 Het vlees wordt ingespoten met een pekeloplossing en vervolgens gedurende drie à tien dagen in een pekelbad gezouten. De bij onderdompeling gebruikte pekeloplossing omvat microbiologische startculturen.
1.2 Zouten in een pekelbad gedurende drie à vijf dagen. Product heeft geen hittebehandeling ondergaan en heeft een hoge wateractiviteit.
1.3 In een pekelbad gezouten gedurende ten minste vier dagen en voorgekookt.
1.4 Het vlees wordt ingespoten met een pekeloplossing, gevolgd door zouten in een pekelbad. De pekeltijd bedraagt 14 à 21 dagen, daarna rijping (koudroken) gedurende vier à vijf weken.
1.5 Het vlees wordt in een pekelbad gezouten gedurende vier à vijf dagen bij 5–7 °C, waarna het rijpt gedurende normaliter 24 à 40 uur bij 22 °C, eventueel wordt het gerookt gedurende 24 à 40 uur bij 22 °C, eventueel wordt het gerookt gedurende 24 uur bij 20–25 °C en wordt bewaard gedurende drie à zes weken bij 12–14 °C.
1.6 De pekeltijd is, afhankelijk van de vorm en het gewicht van de vleesstukken, ongeveer 2 dagen/kg gevolgd door stabilisatie/rijping.
- Bij droogzouten wordt de buitenkant van het vlees (droog) ingewreven met een pekelmengsel dat nitrieten of nitraten, zout en andere bestanddelen bevat, gevolgd door stabilisatie/rijping. Deze vleesproducten kunnen verdere behandelingen ondergaan, bijvoorbeeld worden gerookt.
2.1 Droogzouten gevolgd door rijping gedurende ten minste vier dagen.
2.2 Droogzouten met een stabilisatieperiode van ten minste tien dagen en een rijpingsperiode van ten minste 45 dagen.
2.3 Droogzouten gedurende 10 à 15 dagen, gevolgd door een stabilisatieperiode van 30 à 45 dagen en een rijpingsperiode van ten minste twee maanden.
2.4 Droogzouten gedurende drie dagen + één dag/kg, gevolgd door een week bewaring na het zouten en een verouderings-/rijpingsperiode van 45 dagen tot 18 maanden.
2.5 De pekeltijd, afhankelijk van de vorm en het gewicht van de vleesstukken, is ongeveer 10 tot 14 dagen/kg gevolgd door stabilisatie/rijping.
3 Combinatie van zouten in een pekelbad en droogzouten, of waarbij nitrieten of nitraten bestanddeel zijn van een samengesteld product of waarbij de pekeloplossing in het product wordt ingespoten voordat het wordt gekookt. Deze producten kunnen verdere behandelingen ondergaan, bijvoorbeeld worden gerookt.
3.1 Combinatie van droogzouten en zouten in een pekelbad (zonder inspuiten van pekeloplossing). De rooktijd afhankelijk van de vorm en het gewicht van de vleesstukken, is ongeveer 14 tot 35 dagen/kg gevolgd door stabilisatie/rijping.
3.2 Het vlees wordt ingespoten met een pekeloplossing en vervolgens, na ten minste twee dagen, gekookt in kokend water gedurende ten hoogste 3 uur.
3.3 Het product is gedurende ten minste vier weken gerijpt met een water/proteïne-verhouding van minder dan 1,7.
3.4 Rijping gedurende ten minste 30 dagen.
3.5 Het gedroogde product wordt gekookt bij 70 °C, waarna het gedurende acht à twaalf dagen wordt gedroogd en gerookt. Gefermenteerd product, onderworpen aan een fermentatieproces van 14 à 30 dagen in drie fasen, waarna het wordt gerookt.
3.6 Gedroogde gefermenteerde rauwe worst zonder toevoeging van nitrieten. Het product wordt gefermenteerd bij een temperatuur van 18–22 °C of lager (10–12 °C) en ondergaat vervolgens gedurende ten minste drie weken een verouderings-/rijpingsproces. Het product heeft een water/proteïne-verhouding van minder dan 1,7.
Het teken * in de tabel wijst op de evenredigheidsregel: als combinaties van gallaten, TBHQ, BHA en BHT worden gebruikt, worden de afzonderlijke gehaltes evenredig verminderd.
De maximale gebruiksdosis voor fosforzuur en de in de bijlage onder E338 t/m E341 en E450 t/m E452 vermelde fosfaten heeft betrekking op het toegevoegde gehalte aan deze stoffen. De stoffen worden zowel afzonderlijk als in combinatie gebruikt. De gebruiksdoses zijn uitgedrukt als P_2O_5. Fosfaten kunnen van nature in sommige eet- en drinkwaren voorkomen.
Bijlage IV
Draagstoffen en oplosmiddelen die zijn toegelaten als draagstof voor kleurstoffen, zoetstoffen en andere levensmiddelenadditieven
Eet- en drinkwaren mogen ook gebruikt worden als draagstoffen voor kleurstoffen, zoetstoffen en andere levensmiddelenadditieven.
Indien in de kolom beperkt gebruik bepaalde categorieën stoffen worden vermeld dan zijn de betreffende draagstoffen uitsluitend toegelaten in die categorieën
Bijlage V
Additieven die zijn toegelaten in voeding die bestemd is voor zuigelingen en peuters In deze bijlage wordt onder babyvoeding verstaan de voeding als bedoeld in de bijlage, onder 3 van het Warenwetbesluit Produkten voor bijzonder voeding; In deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld. De maximale gebruiksdosis heeft betrekking op gebruiksklare eet- en drinkwaren die volgens de gebruiksaanwijzing zijn bereid. Zuigelingenvoeding en bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding bij de overgang op voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 414 (acaciagom, Arabische gom) en E 551 (siliciumdioxide) bevatten afkomstig van de toevoeging van preparaten van voedingsstoffen die meer dan 150 g/kg E 414 en 10 g/kg E 551 bevatten, evenals E 421 (mannitol) als dit gebruikt wordt als draagstof voor vitamine B12 (ten minste één deel vitamine B12 op 1000 delen mannitol). De hoeveelheid E 414 in het gebruiksklare product bedraagt niet meer dan 10 mg/kg. Zuigelingenvoeding en bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding bij de overgang op vast voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 1450 (zetmeelnatriumoctenylsuccinaat) bevatten afkomstig van de toevoeging van vitaminepreparaten of preparaten van meervoudig onverzadigde vetzuren. De hoeveelheid E 1450 in het gebruiksklare product mag niet meer bedragen dan 100 mg/kg afkomstig van vitaminepreparaten en 1000 mg/kg afkomstig van preparaten van meervoudig onverzadigde vetzuren. Zuigelingenvoeding en bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding bij de overgang op vast voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 301 (natrium-L-ascorbaat) bevatten, gebruikt in quantum satis-dosis in oppervlaktelagen van preparaten van voedingsstoffen die meervoudig onverzadigde vetzuren bevatten. De hoeveelheid E 301 in het gebruiksklare product bedraagt niet meer dan 75 mg/l.
Voor de bereiding van aangezuurde melk mogen niet pathogene L(+)-melkzuurproducerende culturen worden gebruikt;
Als meer dan één van de stoffen E 322, E 471, E 472 c en E 473 aan een levensmiddel wordt toegevoegd, wordt de vastgestelde maximumconcentratie in dat levensmiddel voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van de andere stoffen die in het levensmiddel aanwezig zijn.
Voor de bereiding van aangezuurde melk kunnen niet pathogene L(+)-melkzuurproducerende culturen worden gebruikt;
Bij het gebruik van de stoffen E322 en E471 wordt indien meerdere van deze stoffen in een eet- of drinkwaar aanwezig zijn de vastgestelde maximumconcentratie in die eet- of drinkwaar voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van elk van deze stoffen die in die eet- of drinkwaar aanwezig is.
Als meer dan één van de stoffen E 322, E 471, E 472 c en E 473 aan een levensmiddel wordt toegevoegd, wordt de vastgestelde maximumconcentratie in dat levensmiddel voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van de andere stoffen die in het levensmiddel aanwezig zijn.
De delen I, II en III, met uitzondering van E 333 en E 341, van bijlage V, zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit deel bedoelde eet- en drinkwaren.