40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving | BWBR0010482 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-06-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010482 | Wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving |
Wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving
Artikel I
Wijzigt de Subsidieregeling programma technologie en samenleving
Artikel II
Als deelprogramma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden in 1999 vastgesteld:
- Leren in de werkomgeving, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1A;
- Criminaliteitspreventie, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1B;
- Preventie van arbeidsuitval, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1C;
- (Re)ïntegratie van arbeidsgehandicapten, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1D.
Artikel III
De periode in 1999 na afloop waarvan de aanvragen, die met betrekking tot de krachtens artikel 2, tweede lid, vastgestelde deelprogramma’s zijn ontvangen en die voldoen aan de wettelijke voorschriften, worden behandeld wordt vastgesteld op 16 augustus 1999 tot en met 30 september 1999.
Artikel IV
De subsidieplafonds voor het in 1999 verlenen van subsidies in het kader van de krachtens artikel 2, tweede lid, vastgestelde deelprogramma’s bedragen voor:
Artikel V
Wijzigt de Subsidieregeling technologie en samenleving
Artikel VI
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Bijlage 1A. Deelprogramma leren in de werkomgeving
Dit deelprogramma beoogt door innovatieve toepassing van educatieve technologie te bevorderen dat scholing in de werkomgeving kan plaatsvinden.
Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen:
Deze aandachtsgebieden zijn ontleend aan het document ’Technologiescan Leren in de werkomgeving’ (Senter, 1998, ISBN 90-76250-07-3).
Een goed project is gericht op de bedrijfspraktijk. Daarnaast moet er sprake zijn van een innovatieve technische toepassing waar werknemers in MKB-bedrijven straks aantoonbaar profijt van kunnen hebben. Verder dienen bij het project meerdere voor het onderwerp relevante partijen betrokken te worden. Tot slot geldt voor het tweede aandachtsgebied dat het project zich bij voorkeur richt op lager- en middenkader, oudere en allochtone werknemers.
Bij het formuleren van een voorstel dient verder met het volgende rekening gehouden te worden:
Het deelprogramma wordt begeleid door een projectgroep waaraan de Ministeries van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en organisaties als FNV, VNO-NCW en MKB-Nederland deelnemen.
Bijlage 1B. Deelprogramma criminaliteitspreventie
Dit deelprogramma beoogt te bevorderen dat technologieën op een innovatieve wijze worden toegepast om criminaliteitspreventie en -beheersing en veiligheid thuis en in openbare ruimten te bevorderen.
Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen:
Van een goed project is de organisatorische inbedding en het financiële draagvlak van tevoren goed beschreven en wordt ook al in het projectplan duidelijk aangegeven hoe het na afloop verder geïntegreerd wordt in de reguliere activiteiten van de meest betrokken actoren. Het project moet dus kunnen rekenen op commitment van de meest betrokken (beleids)actoren.
Een project dient voorts te voldoen aan de volgende eisen:
Het deelprogramma wordt begeleid door een projectgroep waaraan de Ministeries van Economische Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie deelnemen. Daarnaast participeren ook de Regiecommissie Standaardisatie Politiële Informatievoorziening en het Nederlands Politie Instituut.
Bijlage 1C. Deelprogramma preventie van arbeidsuitval
Het doel van dit deelprogramma is een bijdrage te leveren aan het verminderen van arbeidsrisico’s waarmee een groot deel van de beroepsbevolking te maken heeft en die ernstige gevolgen kunnen hebben in termen van gezondheidsklachten, medische consumptie, ziekteverzuim en, uiteindelijk, arbeidsongeschiktheid. Om dit doel te bereiken is in dit deelprogramma gekozen voor de inzet van vernieuwende verbeteringen van bedrijfsmiddelen en voor verbeteringen van arbo-onvriendelijke productieprocessen. In beide gevallen wordt gebruik gemaakt van nieuwe of bestaande technologie. Innovatief is de toepassing van de technologie en niet de technologie zelf.
Projecten dienen zich bij voorkeur te richten op arbeidsrisico’s die veroorzaakt worden door:
Indien in een bedrijfstak andere specifieke arborisico’s manifest zijn, kunnen ook deze in aanmerking komen. De voorkeur gaat uit naar projecten uit bedrijfstakken waarin de sociale partners arboconvenanten met de overheid afsluiten of voornemens zijn dat te doen en waarin sprake is van grote arbeidsrisico’s.
Geschikte projecten dienen te resulteren in een innovatieve oplossing (product of procesverbetering), die substantieel bijdraagt aan het voorkomen of aanzienlijk verminderen van één van de genoemde arbeidsrisico’s. Innovatief houdt daarbij in dat een soortgelijke oplossing (nog) niet verkrijgbaar of in ontwikkeling is. De voorgestelde oplossing moet:
Het deelprogramma wordt begeleid door een projectgroep waarin naast de Ministeries van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook andere organisaties vertegenwoordigd zijn, zoals vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties en van arbodiensten.
Bijlage 1D. Deelprogramma (re)integratie van arbeidsgehandicapten
Het doel van dit deelprogramma is een bijdrage te leveren aan de verhoging en het behoud van arbeidsparticipatie door mensen die als gevolg van ziekte, een functionele stoornis of hun leeftijd (55+) beperkingen ondervinden in het uitvoeren van hun werk en daardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn of dreigen te raken. Om het doel te bereiken is in dit deelprogramma gekozen voor de inzet van vernieuwende materiële werkaanpassingen (persoonlijke hulpmiddelen, speciaal gereedschap, cursussen, aanpassingen aan meubilair, aan machines of aan werkruimten of gebouwen), waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe of bestaande technologie.
Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen:
De drie aandachtsgebieden zijn ontleend aan het document ’Oplossingsrichtingen voor nieuwe materiële werkaanpassingen’ dat op 27 april 1999 is verschenen en uitgegeven wordt in de publikatiereeks van het programma.
Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen voorgestelde projecten te resulteren in een werkend prototype van een innovatieve materiële werkaanpassing. Innovatief houdt daarbij in dat een soortgelijk product (nog) niet verkrijgbaar is en ook (nog) niet in ontwikkeling is. Om een goede afstemming van vraag en aanbod te waarborgen dient een gebruikerstest deel uit te maken van de projectactiviteiten.
Voorgestelde projecten moeten zoveel mogelijk gericht zijn op de arbeids(re)integratie van een relatief grote groep mensen met een (dreigende) arbeidshandicap. In het projectplan dient onder meer een onderbouwde raming van mogelijke besparingen op uitgaven voor sociale zekerheid te zijn opgenomen.
Materiële werkaanpassingen die universeel toepasbaar zijn en derhalve ook kunnen worden ingezet voor mensen zonder handicap, hebben een pre (’design for all’).
De projectindieners behoeven niet zelf ervaren of betrokken te zijn bij (re)integratieprocessen van arbeidsgehandicapten. Hoe dan ook moet in de projectvoorstellen enige vorm van samenwerking tot uitdrukking komen met intermediairen als patiëntenverenigingen, de gehandicaptenraad, arbeidsbureaus, sectorraden, werkgeversverenigingen of arbodiensten.
Het deelprogramma wordt begeleid door een projectgroep waarin de Ministeries van Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelnemen. Daarnaast zijn ook andere organisaties en functionarissen vertegenwoordigd, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties, uitvoerende instellingen op het terrein van de sociale zekerheid, ergonomen en belangenorganisaties van chronisch zieken, gehandicapten en ouderen.