rijk/pbo/besluit-hpa-voorschriften-bedrijfserosieplan-2003/BWBR0015218
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit HPA voorschriften bedrijfserosieplan 2003 BWBR0015218 pbo geldend 2003-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015218 Besluit HPA voorschriften bedrijfserosieplan 2003

Besluit HPA voorschriften bedrijfserosieplan 2003

Artikel 1

Dit besluit verstaat onder:

Artikel 2

De ondernemer die een bedrijfserosieplan wil laten goedkeuren, is verplicht om de navolgende regels in acht te nemen.

Artikel 3

1.

De ondernemer waardeert het bij zijn onderneming in gebruik zijnde areaal landbouwgrond, niet zijnde grasland, door het toekennen van de volgende punten:

a. a. 40 punten per hectare landbouwgrond in gebruik op meer dan 100 meter afstand bovenstrooms van bebouwing en infrastructuur; b. b. 75 punten per hectare landbouwgrond in gebruik op minder dan 100 meter afstand bovenstrooms van bebouwing en infrastructuur; c. c. 40 punten per hectare landbouwgrond in gebruik op minder dan 100 meter afstand bovenstrooms van bebouwing en infrastructuur, mits in gebruik voor de teelt van wintergranen; d. d. 100 punten per hectare landbouwgrond in gebruik op minder dan 100 meter afstand bovenstrooms van bebouwing en infrastructuur, indien op 2 juli 2001 het perceel in gebruik was als grasland;

en totaliseert bovengenoemde waardering.

2. Voor gronden in gebruik als grasland behoeven geen punten toegekend te worden.

Artikel 4

1. De ondernemer dient maatregelen te nemen, zodanig dat het conform artikel 3 berekende puntenaantal op bedrijfsniveau wordt bereikt.

2.

De in het eerste lid bedoelde maatregelen en de daarbij behorende waardering van punten zijn de volgende:

1. grasland (index) 100 punten per hectare
2. teelt van graan / gps (zomer) 25 punten per hectare
(winter) 40 punten per hectare
3. teelt van luzerne 100 punten per hectare
4. toepassen groenbemester en voorjaarsbewerking 25 punten per hectare
5. toepassen groenbemester en mulch (bodembedekker) 50 punten per hectare
tevens niet kerende grondbewerking 60 punten per hectare
6. toepassen groenbemester en directzaai (bodembed.) 75 punten per hectare
tevens niet kerende grondbewerking 85 punten per hectare
7. toepassen (plaatselijk) strodek 25 punten per 1000 m^2
8. toepassen grasondergroei -
9. gewasresten na oogst (stro na graan) 25 punten per hectare
(korrelmaïs als MKS, CCM) 50 punten per hectare
10. contourploegen 25 punten per hectare
11. toepassing niet kerende grondbewerking (continue) 35 punten per hectare
voor de eerste maal (na ploegen) 10 punten per hectare
12. groenstrook permanent 50 punten per 1000 rn^2
13. groenstrook tijdelijk 40 punten per 1000 m^2
14. randenbeheer 25 punten per 1000 m^2
15. grasbaan permanent 75 punten per I000 m^2
16. grasbaan tijdelijk 50 punten per 1000 m^2
17. realisatie van een buffervoorziening 75 punten per 25 m^3
18. schot in stroombaan (50 cm hoog, baanbreed) 50 punten per schot
19. drainage in stroombaan 10 punten per 100 m
20. overlapregeling 20 punten per 1000 m^2

3. Voor maatregelen die een waardering per hectare hebben, is de totale score per hectare maximaal 100 punten.

4. Binnen 100 meter van bebouwing en infrastructuur dienen de maatregelen zoveel mogelijk ter plaatse te worden gerealiseerd.

5.

Buiten 100 meter van bebouwing en infrastructuur dienen de maatregelen zoveel mogelijk maatregelen te worden getroffen binnen kritieke locaties:

  • percelen steiler dan 5% (gemiddeld hellingspercentage per gewasperceel);
  • percelen waarin zich stroombanen bevinden (verwijzing naar kaart);
  • percelen langer dan 400 meter (2 - 5%) of 300 meter (5 - 18%).

6. Landschapselementen hebben in praktijk vaak een wisselende maatvoering en hebben daarom een puntenwaardering in vierkante meters. De breedte van een landschapselement bedraagt minimaal 3 meter en maximaal 21 meter. De ondernemer kan hiervan gemotiveerd afwijken.

7. De ondernemer mag voor het berekenen van de puntenscore in aanmerking nemen het verplichte areaal bodembedekkers, zoals bepaald in artikel 6, derde lid, onderdeel c van de verordening.

Artikel 5

1. Voor de opstelling en uitwerking van het bedrijfserosieplan dient de ondernemer gebruik te maken van standaardformulieren, die verkrijgbaar zijn bij de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB).

2. Voor de jaarlijkse actualisatie van het bedrijfserosieplan dient de ondernemer gebruik te maken van een logboek, dat eveneens verkrijgbaar is bij de LLTB.

3. Bij het bedrijfserosieplan en het logboek dient een kopie van de McSharry kaart te worden bijgevoegd, waarop de percelen in gebruik bij het bedrijf duidelijk worden aangegeven, alsmede de vaste maatregelen worden ingetekend door middel van onderstaande symboliek.

Artikel 6

1. Het bedrijfserosieplan dient jaarlijks te worden geactualiseerd, met gebruikmaking van het in artikel 5, tweede lid bedoelde logboek. Uiterlijk op 15 mei dient het logboek voor het lopende werkingsjaar te zijn opgemaakt.

2. Mutaties dienen binnen twee weken in het logboek te worden ververst.

3. De ondernemer is verantwoordelijk voor de instandhouding en goede werking van de aangelegde voorzieningen. Indien een teelttechnische maatregel mislukt, dan ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de ondernemer om vervangende maatregelen te treffen, waardoor binnen een zelfde werkingsjaar de puntentelling voldoende blijft.

4. De ondernemer is bevoegd tezamen met een andere ondernemer waarmee een nauwe samenwerking bestaat een bedrijfserosieplan op te stellen, onder de voorwaarde dat één van de ondernemers als verantwoordelijke voor het bedrijfserosieplan wordt aangewezen.

Artikel 7

Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking op dezelfde dag dat de Verordening HPA erosiebestrijding landbouwgronden 2003 in werking treedt.