rijk/pbo/besluit-wetenschappelijke-raad-varkens-pvv-2008/BWBR0025688
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit Wetenschappelijke Raad Varkens (PVV) 2008 BWBR0025688 pbo geldend 2009-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025688 Besluit Wetenschappelijke Raad Varkens (PVV) 2008

Besluit Wetenschappelijke Raad Varkens (PVV) 2008

Artikel 1

1. In dit besluit worden de definities van de Verordening monitoring kritische stoffen bij varkens (PVV) 2008 overgenomen.

2.

Voorts wordt verstaan onder:

a. a. raad : Wetenschappelijke Raad Varkens; b. b. verordening : Verordening monitoring kritische stoffen bij varkens (PVV) 2008.

Paragraaf . Taken en bevoegdheden

Artikel 2

1.

De raad:

a. a. adviseert het bestuur omtrent het door hem vast te stellen monitoringsprogramma met inbegrip van controle- en analysestrategie, als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de verordening; b. b. kan in verband met gewijzigde inzichten of naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van (niet)toegestane stoffen, residuen of illegale behandelingen, een gewijzigd advies overleggen aan de voorzitter; c. c. voert de risico-analyse uit voor basismonitoring voor de boerderijfase en slachtfase, als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de verordening; d. d. adviseert over intensiteit van bemonstering en analyse voor onder meer de monitoring kritische stoffen, de bewaartermijnen van monsters, de te analyseren matrici. Een en ander is afhankelijk van meegekregen minimale randvoorwaarden welke kunnen voortvloeien uit sectorale inspanningen van erkende kwaliteitssystemen en bestaande activiteiten in relatie tot verboden stoffen; e. e. kan additioneel onderzoek verrichten bij niet conforme waarden, voortkomend uit de basismonitoring. Dit type onderzoek wordt slechts uitgevoerd op verzoek van het bedrijfsleven, dat hiervoor additionele middelen beschikbaar dient te stellen; f. f. kan monstermateriaal opvragen van de erkende kwaliteitssystemen en uit de basismonitoring ten behoeve van additioneel onderzoek naar onbekende stoffen, vallend onder A. in de bijlage van de verordening; g. g. stelt achteraf operationele rapportage op van uitgevoerde werkzaamheden in de kwaliteitssystemen en bij de basismonitoring tezamen; h. h. voert een inhoudelijke beoordeling uit van monitoringsactiviteiten van zowel de kwaliteitssystemen als de basismonitoring in relatie tot c en d en kan advies geven aan de voorzitter; i. i. adviseert de voorzitter inzake inspectie-organisaties en laboratoria.

2.

Een advies als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a., kan het volgende omvatten:

a. a. een sectorale risico-analyse ten behoeve van de door de individuele kwaliteitssystemen uit te voeren controles op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen, de afwezigheid van residuen boven de toegestane maximumwaarden en ten behoeve van de uit te voeren controles ter voorkoming van illegale behandelingen; b. b. een minimale invulling op basis van de onder a bedoelde risico-analyse, de bijbehorende stof-matrixcombinatie en de intensiteit van de monsternemingen en analyses; c. c. de minimale bewaartermijnen van genomen monsters; d. d. de minimale analytische prestaties waaraan de in het kwaliteitssysteem werkzame laboratoria moeten voldoen; en e. e. de minimale analytische prestaties waaraan analysemethoden, die voor de screening van monsters worden gebruikt, moeten voldoen.

Paragraaf . Samenstelling en expertise

Artikel 3

1.

De raad bestaat uit:

a. a. een onafhankelijk voorzitter; b. b. tenminste twee wetenschappelijk deskundigen, waarvan tenminste één is voorgedragen door de regelinghouder van een erkend kwaliteitssysteem; en c. c. per kwaliteitssysteem één vertegenwoordiger, die door het kwaliteitssysteem wordt voorgedragen.

2. De voorzitter van de raad wordt benoemd door het bestuur.

3. De in het eerste lid, onder b bedoelde voorgedragen wetenschappelijk deskundige, alsmede de in het eerste lid, onder c bedoelde voorgedragen vertegenwoordigers, worden benoemd door de voorzitter van de raad. De overige leden, niet zijnde de voorzitter van de raad, worden op voordracht van de raad benoemd door de voorzitter van de raad.

4. De leden van de raad kunnen een plaatsvervanger aanwijzen.

5. De leden hebben voor de periode van twee jaren zitting in de raad.

Paragraaf . Randvoorwaarden

Artikel 4

1.

De raad kan naast financiële kaders randvoorwaarden mee krijgen ten aanzien van de minimale sectorale verwachtingen ten aanzien van bemonstering en analysebeleid. Ondermeer ten aanzien van:

    • percentage te bemonsteren bedrijven in kwaliteitssysteem;
      
    • steekproefgrootte van het aantal dieren per te bemonsteren per lokatie;
      
    • monstername van voer bij diervoederproducenten, voer, drinkwater, haren en urinemonsters op veehouderijbedrijven en ogen, oogvocht en haren op de slachterij/verzamelplaats;
      
    • gebruik van data-analyse/risico-indicatoren binnen kwaliteitssystemen;
      
    • bewaartermijn monsters bedraagt minimaal halfjaar;
      
    • percentage bemonstering van bedrijven die zich individueel bij PVV aanmelden.
      

2. Het inschakelen van een laboratorium dat door de voorzitter is erkend.

3. Besluitvorming binnen de raad is slechts mogelijk bij unanimiteit.

Paragraaf . Deskundigen

Artikel 5

De raad kan, ter ondersteuning van de raad bij het uitvoeren van de in artikel 2 bedoelde werkzaamheden, op ad-hoc basis deskundigen uitnodigen.

Paragraaf . Werkgroepen

Artikel 6

1. De raad kan, al dan niet uit zijn midden, werkgroepen instellen ten behoeve van de begeleiding van door de raad goedgekeurde projectvoorstellen.

2. De leden van de in het eerste lid bedoelde werkgroepen, worden benoemd door de voorzitter van de raad.

3. De raad kan de ingestelde werkgroepen te allen tijde ontbinden.

Paragraaf . Vergaderingen

Artikel 7

1. De raad vergadert zo vaak als de voorzitter van de raad zulks in verband met de uitvoering van zijn taak nodig acht.

2. Plaatsvervangers van leden als bedoeld in artikel 3, vierde lid, kunnen de raadvergadering, ook bij aanwezigheid van het door hen te vervangen lid, bijwonen. In het laatste geval neemt slechts één van beiden aan de in het derde lid bedoelde stemming deel.

3. Aan een in een vergadering van de raad te houden stemming nemen alleen de in de vergadering aanwezige leden of de als zodanig optredende plaatsvervangende leden deel.

4. Ieder lid heeft één stem.

5. Er wordt besloten bij unanimiteit van stemmen, in een vergadering waarin tenminste de helft van het aantal (plaatsvervangende) leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

Paragraaf . Secretaris

Artikel 8

1. Als secretaris fungeert een medewerker van het productschap.

2. Van de vergaderingen van de raad worden door de secretaris notulen bijgehouden.

3. De notulen worden in de eerstvolgende vergadering van de raad goedgekeurd.

Paragraaf . Financiën

Artikel 9

1. Het bestuur kent de raad, ten behoeve van de uitvoering van zijn taken, jaarlijks een budget toe.

2. De raad beheert het in het eerste lid bedoelde budget, binnen de kaders van zijn werkzaamheden, naar eigen inzicht, met dien verstande dat de vergoedingen voor de in artikel 3 bedoelde (plaatsvervangende) leden, de in artikel 5 bedoelde deskundigen en de in artikel 6 bedoelde leden van werkgroepen, niet uit dit budget worden gefinancierd.

3. De (plaatsvervangende) leden, bedoeld in artikel 3, de deskundigen, bedoeld in artikel 5 en de leden van werkgroepen, bedoeld in artikel 6, genieten een vergoeding overeenkomstig de Verordening vergoedingen leden bestuur, dagelijks bestuur en raad (PVV) 2003 van het productschap. Hiertoe wordt bij elke vergadering, via een presentielijst, aantekening gemaakt van de aanwezigen.

Paragraaf . Rapportage

Artikel 10

Tenminste één maal per jaar brengen de voorzitter en secretaris van de raad schriftelijk verslag uit aan de voorzitter over de door de raad uitgevoerde werkzaamheden. Tevens wordt een financiële verantwoording van de bestede gelden overgelegd.

Paragraaf . Bekendmaking van onderzoeksresultaten

Artikel 11

1. De raad kan besluiten tot openbaarmaking van resultaten van onderzoek dat door hem is (mede)gefinancierd.

2. Bij de openbaarmaking van onderzoeksresultaten als bedoeld in het eerste lid, wordt tenminste vermeld dat de raad als financier, zijn gelden daartoe van het productschap ontvangt.

Paragraaf . Geheimhouding

Artikel 12

1. De (plaatsvervangende) leden van de raad, de ingevolge artikel 3 uitgenodigde deskundigen, de leden van de ingevolge artikel 4 ingestelde werkgroepen, alsmede de ter vergadering aanwezige vertegenwoordigers, zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken- en bedrijfsgeheimen, die zij in hun hoedanigheid vernemen en voorts van alle aangelegenheden ten aanzien waarvan de raad of de voorzitter van de raad geheimhouding heeft opgelegd, of waarvan zij het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen.

2. Indien de (plaatsvervangend) voorzitter respectievelijk een ander (plaatsvervangend) lid, of een lid van een ingevolge artikel 4 ingestelde werkgroep, handelt in strijd met het eerste lid, kan hij door het bestuur respectievelijk door de voorzitter van de raad geschorst of ontslagen worden.

3. Een beslissing tot schorsing of ontslag als bedoeld in het tweede lid, wordt niet genomen dan nadat de betrokkene in de gelegenheid is gesteld zich terzake te verantwoorden.

Paragraaf . Slotbepalingen

Artikel 13

Wijziging van dit besluit behoeft de goedkeuring van de raad.

Artikel 14

Het bestuur kan de raad te allen tijde opheffen.

Artikel 15

1. Het Besluit Wetenschappelijke Raad Varkens (PVV) 2005 wordt ingetrokken.

2. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Wetenschappelijke Raad Varkens (PVV) 2008.

3. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van 1 februari 2009.