rijk/pbo/heffingsverordening-bedrijfschap-afbouw-2013/BWBR0032283
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Heffingsverordening Bedrijfschap Afbouw 2013 BWBR0032283 pbo geldend 2013-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032283 Heffingsverordening Bedrijfschap Afbouw 2013

Heffingsverordening Bedrijfschap Afbouw 2013

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Heffingen

Artikel 2

Over de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 wordt aan degenen die een onderneming drijven als algemene heffing opgelegd een voor al deze ondernemingen gelijk bedrag van € 255,--.

Artikel 3

1.

De ondernemer is verplicht aan het bedrijfschap op eerste verzoek inzage te geven in alle boeken en bescheiden voor zover nodig voor:

a. a. het toezicht op de naleving van deze verordening; of b. b. voor het verkrijgen van gegevens die de ondernemer in strijd met deze verordening niet heeft verstrekt.

2. De inzage vindt slechts plaats door personen die daartoe schriftelijk opdracht van het bedrijfschap kunnen overleggen. De opdracht vermeldt het doel waarvoor de inzage plaatsvindt.

Artikel 4

Het bedrijfschap is bevoegd om op een daartoe strekkend verzoek geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de betaling van een krachtens deze Verordening opgelegde heffing, indien dit als gevolg van bijzondere omstandigheden redelijk danwel billijk voorkomt.

Artikel 5

1. Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze verordening en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

2. De bij de uitvoering van deze verordening ter beschikking komende gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap.

3. Tot de in het tweede lid bedoelde gegevens hebben uitsluitend toegang de secretaris, de door deze aangewezen leden van het personeel van het secretariaat en door deze aangewezen derden.

Paragraaf 3. Schilthuiskorting

Artikel 6

1.

Aan de ondernemer die lid is van de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA) of FNV ZBo en over het jaar 2012 aan deze organisatie contributie heeft betaald, wordt op de krachtens deze verordening verschuldigde heffing een aftrek toegestaan van 50% van het bedrag dat de betrokkene als contributie aan de NOA dan wel FNV ZBo heeft betaald met een maximum van € 127,50. De aftrek mag niet meer zijn dan de helft van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

Het bedrag van de aftrek wordt afgerond tot hele euro's, waarbij bedragen van minder dan vijftig eurocent worden verwaarloosd. De aftrek wordt slechts toegestaan als de contributie ter zake waarvan aftrek wordt verleend, in 2012 volledig is voldaan.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

• • krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheden kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfschap een taak heeft te vervullen; • • voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties van de Sociaal-Economische Raad; • • tot de werkingssfeer van het bedrijfschap behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is; • • met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van de ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid; en • • haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

3. Aan de leden van een in het vorige lid bedoelde organisatie kan aftrek slechts worden toegestaan op grond van een daartoe strekkend verzoek van het bestuur van die organisatie aan het bestuur van het bedrijfschap.

4. Ingeval van lidmaatschap bij meerdere organisaties, wordt per onderneming slechts éénmaal contributieaftrek toegestaan.

5. Als bewijs van betaling van de contributie wordt een door de betrokken organisaties te verstrekken contributielijst, gewaarmerkt door een registeraccountant, aangehouden.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2013, dan treedt zij in werking één dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2013.

Artikel 8

Deze verordening wordt aangehaald als Heffingsverordening Bedrijfschap Afbouw 2013.