rijk/pbo/hygiënebesluit-kalkoenkuikenbroederijen-1999/BWBR0010211
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999 BWBR0010211 pbo geldend 2000-02-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010211 Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999

Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999

Artikel 1

Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999, over.

Artikel 2

1. Het programma volgens welke de ondernemer, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, hygiëne-onderzoeken moet laten uitvoeren is opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

2. Ieder bedrijf dat hygiëne-onderzoeken op kalkoenkuikenbroederijen verricht en is aangewezen door de Voorzitter, dient te werken volgens de voorschriften van het in bijlage I opgenomen Protocol.

3. De voorwaarden waaronder een ondernemer, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, zelf een deel van het programma mag uitvoeren zijn opgenomen in bijlage II.

4. Een hygiëne-onderzoek dient te voldoen aan de normen die zijn opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

Artikel 3

Eendagskuikens dienen door de kalkoenkuikenbroederij bemonsterd te worden volgens de werkvoorschriften als opgenomen in het in bijlage III opgenomen Protocol.

Artikel 4

De ondernemer, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, die zelf de in artikel 3 bedoelde monsters neemt dient te beschikken over een borgingssystematiek als omschreven in Bijlage IV.

Artikel 5

1. De informatie betreffende de status, zoals omschreven in bijlage V, van een partij eendagskuikens dient direct bij aflevering schriftelijk te worden doorgegeven aan de afnemer.

2. De informatie die verkregen is uit het onderzoek van de donsmonsters, bedoeld in artikel 3, dient schriftelijk te worden vastgelegd.

3.

De informatie die is verkregen uit het onderzoek van de monsters die genomen zijn door de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf of een opfokbedrijf bestemd voor een vermeerderingsbedrijf uitoefent dient door de ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent te worden doorgegeven aan het Productschap.

Deze informatie moet worden doorgegeven binnen 1 week na aflevering van de vermeerderingsdieren van het betreffende (opfok)vermeerderingsbedrijf.

Artikel 6

1. Ondernemers, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefenen, dienen over een door de Voorzitter goedgekeurd plan te beschikken, waarin wordt beschreven op welke wijze de kalkoenkuikenbroederij wordt ingericht en op welke wijze in de kalkoenkuikenbroederij wordt gewerkt zodat in de kalkoenkuikenbroederij en tijdens het transport geen kruisbesmetting van Salmonella kan ontstaan. Het in de vorige zin bedoelde plan dient te voldoen aan de in Bijlage VII opgenomen voorschriften. Ondernemers zijn verplicht te werken volgens het vorenbedoelde plan. Aan de in de eerste zin bedoelde goedkeuring kunnen voorwaarden en/of voorschriften worden gesteld.

2. Broedeieren dienen te worden ingelegd volgens de indeling zoals opgenomen in bijlage bijlage VI, teneinde kruisbesmetting te voorkomen.

Artikel 7

1. Dit besluit kan worden aangehaald als "Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999".

2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999.

Bijlage I. : Hygiëne-onderzoeken in de kalkoenkuikenbroederij

Bijlage II. : Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het programma hygiëne- onderzoeken

Het programma voor hygiëne-onderzoeken zoals beschreven in bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat tweemaal per jaar zal plaatsvinden en uit vier kortere onderzoeken. Het routine hygiene-onderzoek (onderdeel A uit bijlage I) kan door de broederijen zelf worden uitgevoerd, dat wil zeggen, mits:

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de systeemtoets van de kalkoenkuikenbroederijen. Wanneer uit de resultaten van de toetsing blijkt dat de korte hygiëne- onderzoeken niet correct worden uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëne-onderzoek gedurende één jaar weer uitgevoerd door de GD.

Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door de GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende zijn of slechter dan voert de GD opnieuw de korte onderzoeken uit, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de kalkoenkuikenbroederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.

Bijlage III. : Werkvoorschrift voor het nemen van donsmonsters op de kalkoenkuikenbroederij

Bijlage IV. : Eisen aan de borgingssystematiek voor eigen monstername kalkoenkuikenbroederij

De kalkoenkuikenbroederij, die zelf monsters neemt ten behoeve van onderzoek naar Salmonella moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

Bijlage V. : Indeling status voor informatie-overdracht

De kalkoenkuikenbroederij moet bij aflevering van eendagskuikens aan vleeskalkoenhouders de status van de eendagskuikens meegeven volgens onderstaande tabel:

Wanneer een uitkomstkast een positief donsmonster bevat, dient dit direct gemeld te worden aan de vleeskalkoenhouders die uit deze uitkomstkast kuikens geleverd hebben gekregen. Wanneer in de uitkomstkast eieren van meerdere vermeerderaars werden uitgebroed hoeven de andere kuikens van deze vermeerderaars uit andere kasten (met een negatieve uitslag) niet als mogelijk verdacht te worden afgeleverd totdat bevestigd is van welke vermeerderaar de besmetting afkomstig is. Wanneer na maximaal drie uitkomsten na de eerste verdenking nog niet bekend is van welke vermeerderaar de besmetting afkomstig is, moet wel aan de afnemers van eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van alle vermeerderaars die in de positieve uitkomstkast(en) aanwezig waren worden gemeld dat de kuikens mogelijk besmet zijn.

De kalkoenkuikenbroederijen dienen de maximale inspanning te verrichten om de besmetting zo spoedig mogelijk op te sporen.

Wanneer een koppel na een positieve donsuitslag in de kalkoenkuikenbroederij vijf opeenvolgende keren alleen negatieve donsuitslagen geeft, is het koppel niet meer besmet.

Bijlage VI. : Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kalkoenkuikenbroederij

De kalkoenkuikenbroederij dient broedeieren in de kalkoenkuikenbroederij gescheiden te houden volgens onderstaande categorie-indeling:

Bijlage VII. : Leidraad voor het opzetten van een bedrijfsplan voor kuikenbroederijen.

Om te komen tot een kuikenbroederij waarin kruisbesmetting met Salmonella wordt voorkomen, zal aan een aantal eisen voldaan dienen te worden.

Volgens artikel 5 van dit besluit dient iedere kuikenbroederij over een door de Voorzitter van het Productschap goedgekeurd plan te beschikken. Bijgaande leidraad is bedoeld als hulpmiddel en model bij het opstellen van dit bedrijfsplan.