rijk/pbo/mvo-verordening-2002-eetbare-oliën-en-vetten/BWBR0013703
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
MVO-verordening 2002, Eetbare oliën en vetten BWBR0013703 pbo geldend 2003-08-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013703 MVO-verordening 2002, Eetbare oliën en vetten

MVO-verordening 2002, Eetbare oliën en vetten

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2

Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorhanden te hebben, welke andere smaakgevende bestanddelen bevatten dan

  • specerijen, andere kruidachtige planten,
  • extracten en distillaten van specerijen, van andere kruidachtige planten, van citrusvruchten,

Artikel 3

1. Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorhanden te hebben, welke niet voldoen aan de in het volgende lid vermelde hoedanigheidseisen.

2. a. a. Spijsoliën en spijsvetten moeten in vloeibare toestand na roeren homogeen en helder zijn. b. b. Geraffineerde spijsoliën mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 0,6. c. c. Olijfolie, verkregen bij de eerste persing, mag een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 6,6. d. d. Ongeraffineerde spijsoliën, andere dan olijfolie, mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 4,0. e. e. Bij mengsels van geraffineerde spijsoliën en spijsoliën verkregen bij de eerste persing kan het hoogste zuurgetal worden aangehouden voor de totaliteit van het mengsel. f. f. Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan bij 105° C vluchtige stoffen bevatten dan 0,2% met uitzondering van spijsvetten van dierlijke oorsprong, welke ten hoogste 0,5% van deze stoffen mogen bevatten. g. g. Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan erucazuur en zijn isomeren bezitten dan 6,5% met dien verstande, dat zij geen hoger gehalte aan erucazuur mogen bezitten dan 5% een en ander berekend op het totale gehalte aan vetzuren in de vetfase. h. h. Olijfolie moet voldoen aan de bij of krachtens Verordening 136/66 vastgestelde handels- normen en gebruiksvoorwaarden, waaronder het verbod bepaalde olijfoliesoorten als spijsolie te verhandelen.

Artikel 4

1. Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorhanden te hebben, indien op de verpakking andere naamsaanduidingen voorkomen dan die, welke in overeenstemming zijn met de in de volgende leden gestelde voorschriften, onverminderd het recht daarnaast een merkte voeren.

2. Het woord “olie” of “vet“ dient te worden vermeld, voorafgegaan of gevolgd, hetzij door een aanduiding van de specifieke aard van de grondstof, en/of door een aanduiding betreffende het gebruiksdoel.

3. Benamingen samengesteld uit het woord “olie“ of “vet” en de naam van een dier of plant, of van een gedeelte van een dier of plant, mogen uitsluitend worden gebezigd voor spijsoliën resp. spijsvetten, bereid uit het dier of de plant of uit een gedeelte van het dier of de plant, in die aanduiding vermeld.

4. In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde mogen de benamingen palmolie, kokosolie of palmpitolie worden gebruikt, niettegenstaande het feit, dat deze waren bij 20°C vast zijn.

5. Indien een spijsoliesoort of een spijsvetsoort is veresterd of getransformeerd, waardoor de vetzuursamenstelling of de consistentie is gewijzigd, mag de soortnaam van die spijsolie respectievelijk van dat spijsvet niet worden gebruikt, tenzij in combinatie met een aanduiding, waaruit de aard van de bedoelde behandeling blijkt.

6. Indien een spijsoliesoort of een spijsvetsoort is gearomatiseerd, dient de naamsaanduiding de aanduiding gearomatiseerd of het specifieke aroma te bevatten.

7. Naamsaanduidingen voor de diverse olijfoliesoorten mogen slechts worden gebezigd, indien deze in overeenstemming zijn met de bij of krachtens Verordening 136/66 vastgestelde benamingen en definities.

Artikel 5

Ten aanzien van oliën en vetten, die kennelijk zijn bestemd voor uitvoer, is het bepaalde in het Warenwetbesluit Uitvoer van waren van overeenkomstige toepassing.

Het bepaalde in deze verordening is niet van toepassing ten aanzien van spijsoliën en spijsvetten, die geen andere dan van melk of cacaobonen afkomstige vetstoffen bevatten.

Artikel 6

Overtredingen van het bepaalde in deze verordening zijn strafbare feiten.

Artikel 7

De in deze verordening gestelde regelen zijn bindend voor, de natuurlijke of rechtspersonen, die ondernemingen drijven, waarvoor het productschap is ingesteld alsmede voor andere natuurlijke of rechtspersonen, voorzover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig plegen te worden verricht in ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld.

Artikel 10

Deze verordening is niet van toepassing op spijsoliën en spijsvetten, die rechtmatig zijn bereid of in het verkeer gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 11

Deze verordening, die kan worden aangehaald als “MVO-verordening 2002, Eetbare oliën en vetten", treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. Per die datum wordt de MVO-verordening 1975, Eetbare Oliën en Vetten ingetrokken.