rijk/pbo/subsidieverordening-aanhouden-zeugen-buiten-de-beschermings-en-toezichtsgebieden/BWBR0012474
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001 BWBR0012474 pbo geldend 2002-10-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012474 Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001

Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De voorzitter verstrekt op aanvraag met inachtneming van de volgende bepalingen een subsidie voor het aanhouden van zeugen.

2. Voor de subsidie voor het aanhouden van zeugen komen in aanmerking natuurlijke personen en rechtspersonen die voor eigen rekening en risico zeugen houden, ten aanzien waarvan de verplichtingen als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II', gelden.

3. De subsidie en/of een voorschot wordt verstrekt onder voorbehoud van toewijzing van de aanvraag voor een subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen als bedoeld in artikel 11 en 12, tweede lid, van de ' Regeling MIKZ-welzijnsmaartregelen in annex I en II'.

Artikel 3

Voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, is een subsidieplafond vastgesteld op fl. 30.00.000,-

Artikel 4

1. De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt verstrekt voor de periode, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II'.

2.

De Subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt slechts verstrekt voor zeugen

a. a. waarvan de aanvrager voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, ten genoege van de voorzitter kan aantonen dat de zeugen bij het indienen van de aanvraag voor de subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen als bedoeld in artikel 11, van de Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II, 8 maanden of ouder zijn, b. b. die bestemd zijn voor het voortbrengen van varkens, c. c. die gedurende de gehele periode bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II', niet worden geïnsemineerd of bevrucht, d. d. die gedurende de periode bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de 'Regeling MKZ- welzijnsmaatregelen in annex I en II', en in de vier daarop volgende maanden op de locatie bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II' worden aangehouden; e. e. die vanaf het indienen van de aanvraag voor de subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen als bedoeld in artikel 11 en 12, tweede lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II', overeenkomstig de 'Verordening Identificatie en Registratie Varkens 1998' zijn voorzien van een merk en f. f. die vanaf het indienen van de aanvraag voor de subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen, bedoeld in artikel 2, voorzien zijn van een individueel merk of een individuele tatouage. De aanvrager dient bij de aanvraag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, een lijst in waarop alle aangehouden zeugen met de daarbij behorende individuele merknummers zijn vermeld.

Artikel 5

De subsidie voor het aanhouden van zeugen bedraagt f 77,13 per zeug.

Artikel 6

1. De aanvrager van de subsidie, bedoeld in artikel 2, deelt elke vermindering en vermeerdering van het aantal op de locatie, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de 'Regeling M KZ-welzijnsimaatregelen in annex I en II', aanwezige zeugen, die zich in de periode, bedoeld in artikel 4, tweede lid, sub d, voordoet, mede aan de voorzitter.

2. De in het eerste lid bedoelde mededeling wordt ten laatste ontvangen op de tiende werkdag volgend op de dag van de vermindering of de vermeerdering.

Artikel 7

De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt niet eerder uitbetaald dan nadat de periode, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II', is verstreken.

Artikel 8

1. De aanvrager van subsidie voor het aanhouden van zeugen kan bij de voorzitter een verzoek tot het uitbetalen van een voorschot indienen.

2. Het voorschot bedraagt per zeug maximaal 80% van het bedrag, genoemd in artikel 5.

Artikel 9

1. Voor de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, wordt gebruik gemaakt van het hiertoe door de voorzitter vastgestelde formulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld, ondertekend en gedagtekend, en vergezeld gaat van alle gevraagde bewijsstukken. Indien de aanvrager voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, niet de eigenaar is van de zeugen, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat deze instemt met de aanvraag.

2. De gegevens welke voor de beoordeling van de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, nodig zijn, worden onder andere of mede opgevraagd bij de instanties welke met de uitvoering en/of het toezicht op de naleving van de 'Regeling MKZ- welzijnsmaatregelen in annex I en II zijn belast.

3.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening, worden belast:

a. a. het Controle Bureau Dierlijke Sector; b. b. medewerkers van het Productschap, die zijn voorzien van een machtiging van de en voorzitter c. c. door het bestuur van het Productschap aan te wijzen instanties.

4. De voorzitter is belast met de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening.

5. De aanvrager van de subsidie, bedoeld in artikel 2, is verplicht de met de uitvoering van en/of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen desgevraagd alle inlichtingen terstond en naar waarheid te verstrekken.

6. De aanvrager is verplicht de met de uitvoering van en/of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen alle medewerking te verlenen, die zij nodig achten voor de vervulling van hun taken.

Artikel 10

1. Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, dreigt te worden overschreden kan de voorzitter besluiten dat geen aanvragen voor subsidie, bedoeld in artikel 2, meer kunnen worden ingediend.

2. De voorzitter maakt een besluit, bedoeld in het eerste lid, bekend in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.

3. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van de volgorde van de datum van ontvangst van de aanvragen door de voorzitter, waarbij bepalend is dat een aanvraag volledig is in de zin van artikel 9.

4. Ingeval door toewijzing van de aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de rangschikking door middel van een loting verricht door een notaris van de op dezelfde dag ontvangen aanvragen. De loting geschiedt door een door de voorzitter aan te wijzen notaris.

Artikel 11

1. Subsidies en/of voorschotten worden verleend onder voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

2. De beslissing tot verlening van een subsidie en/of een voorschot kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en/of van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en/of de Sociaal Economische Raad, voor deze regeling of wegens het uitblijven daarvan.

Artikel 12

1. De subsidie en/of het voorschot wordt ingetrokken indien de ontvanger niet voldoet aan artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht worden de terug te vorderen bedragen vermeerderd met de rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening.

3. De te betalen rente is de wettelijke rente zoals deze geldt op de laatste dag van de maand waarin de betaling van de vergoeding heeft plaatsgevonden.

4. Geen wettelijke rente is verschuldigd indien de oorzaak van het onverschuldigd betalen bij de voorzitter is gelegen.

Artikel 13

1.

Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 9, eerste lid, dient uiterlijk op de tiende werkdag na dagtekening van de verklaring van de dierenarts, bedoeld in artikel 16, vijfde lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II', te zijn ontvangen door de voorzitter.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de aanvrager van subsidie, die zich vóór de inwerkingtreding van deze Verordening heeft aangemeld voor deelname aan de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II' en van wie de verklaring van de dierenarts, bedoeld in artikel 16, vijfde lid, van de ' Regeling MIKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II, is gedateerd voór de inwerkingtreding van deze Verordening.

3.

Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de aanvrager, bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk op de vijfde werkdag na inwerkingtreding van deze Verordening, door de voorzitter te zijn ontvangen.

Paragraaf . Slotbepalingen

Artikel 14

1. Deze Verordening kan worden aangehaald als 'Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001'.

2. Deze Verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot en met de dag waarop de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II' in werking is getreden.