rijk/pbo/subsidieverordening-hoofdbedrijfschap-detailhandel-2009/BWBR0027178
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2009 BWBR0027178 pbo geldend 2009-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027178 Subsidieverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2009

Subsidieverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2009

Paragraaf 1. Begripsbepalingen en toepassingsgebied

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing op alle subsidieverstrekkingen door het hoofdbedrijfschap behoudens:

a. a. subsidieverstrekking krachtens een andere verordening van het hoofdbedrijfschap; b. b. verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder b van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel verstrekking van een andere subsidie krachtens een besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

Paragraaf 2. De aanvraag om subsidie

Artikel 3

1. Aanvragen voor subsidie worden voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan een nieuw boekjaar bij het hoofdbedrijfschap schriftelijk ingediend.

2. Aanvragen voor subsidie worden voldoende gemotiveerd en bevatten ten minste een activiteitenplan alsmede een begroting.

Artikel 4

Er kunnen alleen aanvragen worden ingediend die vallen binnen de taakomschrijving die het hoofdbedrijfschap bij of krachtens de wet heeft en binnen de bevoegdheden die aan het hoofdbedrijfschap zijn gelaten, dit betreft:

a. a. activiteiten of activiteiten binnen een programma in het kader van de gemeenschappelijke ondersteuning van de detailhandelssector, dan wel van daartoe behorende subsectoren, of b. b. onderzoeks-, ontwikkelings- en voorlichtingsprojecten op het gebied van het algemeen belang dienende goede doelen, of c. c. op al die terreinen waarvan het bestuur van mening is dat het verstrekken van subsidie een bijdrage levert aan de goede ontwikkeling van de detailhandelssector of daartoe behorende subsectoren.

Paragraaf 3. Verplichtingen voor de subsidie-aanvrager en -ontvanger

Artikel 5

1.

Naast de in artikel 4:37, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de subsidieontvanger andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, met betrekking tot;

a. a. de bekendmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteit; b. b. de wijze van publicatie van de resultaten; c. c. de toedeling van de auteursrechten op de in het kader van de gesubsidieerde activiteiten voortgebrachte werken; d. d. het gebruik van de resultaten van de gesubsidieerde activiteit.

2.

De subsidieontvanger kunnen ook andere verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot:

a. a. de manier waarop het hoofdbedrijfschap betrokken is bij het verloop van de te subsidiëren activiteit; b. b. de wijze van rapportage; c. c. de termijn waarbinnen de te subsidiëren activiteit moet zijn afgerond; d. d. de keuze van de instelling die de te subsidiëren activiteit uitvoert, en e. e. de evaluatie van de gesubsidieerde activiteit.

3. Overige verplichtingen worden vastgelegd in subsidievoorwaarden.

Artikel 6

1. De subsidieaanvrager c.q. -ontvanger doet zo spoedig mogelijk onder overlegging van de relevante stukken schriftelijk mededeling van omstandigheden de van invloed kunnen zijn op de beslissing omtrent (de hoogte van) de subsidie.

2. De subsidieaanvrager c.q. -ontvanger brengt het hoofdbedrijfschap onmiddellijk op de hoogte indien surseance van betaling wordt aangevraagd of in het geval van faillissement of dreiging daarvan.

3. In het geval zich een omstandigheid ais bedoeld in het tweede lid voordoet zal het hoofdbedrijfschap het besluit tot subsidietoekenning heroverwegen.

Paragraaf 4. Subsidieverlening

Artikel 7

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld (begrotingsvoorbehoud), bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8

Het hoofdbedrijfschap stelt jaarlijks een subsidieplafond vast bij beschikking voor de verschillende activiteiten of programma's van activiteiten waarvoor op grond van dit besluit subsidie kan worden verstrekt en bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

Artikel 9

1.

Subsidie wordt slechts verleend indien:

a. a. de te subsidiëren activiteit doelmatig en doeltreffend wordt uitgevoerd, b. b. het gezien de ontwikkelingen in de detailhandelssector, daartoe behorende subsectoren, het bedrijfsleven of de maatschappij in het algemeen, wenselijk is de te subsidiëren activiteit op het geplande moment uit te voeren, en c. c. de subsidie-aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat zijn financiële middelen, met in begrip van de subsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.

2. Indien de subsidieaanvrager voor dezelfde subsidiabele activiteiten tevens subsidie bij een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of subsidie van een ander bestuursorgaan ontvangt, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, en wordt met die andere subsidies of inkomsten rekening gehouden bij de subsidieverstrekking.

Artikel 10

1.

Geen subsidie wordt verleend indien:

a. a. de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd, reeds zijn gestart, b. b. van de subsidieaanvrager mag worden verwacht de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd zelf te financieren, dan wel andere reële mogelijkheden bestaan om de activiteiten door derden te doen financieren.

2. Indien sprake is van een bijzonder geval en gewichtige belangen daartoe aanleiding geven kan in afwijking van het eerste lid anders worden beslist.

Artikel 11

1.

Subsidie wordt verstrekt in de vorm van:

a. a. een projectsubsidie; een subsidie voor een activiteit die naar haar aard een eenmalig karakter heeft, of b. b. een budgetsubsidie; een vooraf bepaalde subsidie die rechtstreeks is gerelateerd aan een vooraf bepaalde kwaliteit of kwantiteit van prestaties, zonder koppeling aan afzonderlijke kostenposten binnen de prestaties of activiteiten.

2. Indien er sprake is van een bijzonder geval en gewichtige belangen daartoe aanleiding geven, kan een exploitatiesubsidie worden verstrekt. Onder exploitatiesubsidie wordt verstaan een subsidie ter dekking van het exploitatietekort van de subsidie-ontvanger.

3. Op per boekjaar verstrekte subsidies is het bepaalde in afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Paragraaf 5. Voorschotverlening

Artikel 12

Aanvragen om voorschotverlening worden schriftelijk ingediend.

Artikel 13

1. Een voorschot wordt slechts verleend als de beschikking tot verlening van de subsidie waarop het voorschot wordt gevraagd, is bekendgemaakt.

2. In de beschikking tot verlening van de subsidie en/of de beschikking tot voorschotverlening kunnen voorwaarden worden opgenomen waaronder een voorschot kan worden verleend.

3. Aan de ontvanger van een voorschot kunnen verplichtingen worden opgelegd.

4. Een voorschot bedraagt ten hoogste 100% van het bedrag aan verstrekte subsidie.

5. Voorschotten kunnen in termijnen worden uitbetaald.

Paragraaf 6. Subsidievaststelling

Artikel 14

1. Subsidievaststelling vindt plaats voor zover het betreft werkelijk gemaakte kosten ter uitvoering van subsidiabele activiteiten.

2.

Subsidievaststelling vindt niet plaats voor zover het betreft;

a. a. kosten die redelijkerwijs niet dienen ter uitvoering van subsidiabele activiteiten, of b. b. kosten die redelijkerwijs niet passen in de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Paragraaf 7. Vrijwaring

Artikel 15

De subsidieontvanger vrijwaart het hoofdbedrijfschap voor aanspraken van derden ter zake van schade die zij mogelijk lijden ten gevolge van de activiteiten die de subsidieontvanger verricht.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 16

Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2009.

Artikel 17

Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2009.