rijk/pbo/verordening-bestemmingsheffing-detailhandel-in-brood-en-banket-2006/BWBR0018931
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening bestemmingsheffing detailhandel in brood en banket 2006 BWBR0018931 pbo geldend 2006-03-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018931 Verordening bestemmingsheffing detailhandel in brood en banket 2006

Verordening bestemmingsheffing detailhandel in brood en banket 2006

Paragraaf 1. Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel 1

1.

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. a. detailhandel in brood- en banketproducten: het aan particulieren verkopen van:

        
        brood, dit is de gebakken eetwaar als bedoeld in artikel 1 sub d van het warenwetbesluit meel en brood;
      
      
        
        banket, dit is gebak met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, dan wel met vers of gesteriliseerd fruit;
      
      
        
        overige bakkersartikelen, dit zijn andere geheel of gedeeltelijk uit meel of bloem bereide artikelen, die gewoonlijk in brood- en banketwinkels verkocht worden, dan wel die naar de aard van de verwerkte grondstoffen of de wijze van verwerking van die grondstoffen vergelijkbaar zijn met de hier bedoelde artikelen, zoals beschuit, koek, koekjes, ragoutwerk, kerstbrood of dergelijke (gelegenheids)producten;

brood, dit is de gebakken eetwaar als bedoeld in artikel 1 sub d van het warenwetbesluit meel en brood; banket, dit is gebak met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, dan wel met vers of gesteriliseerd fruit; overige bakkersartikelen, dit zijn andere geheel of gedeeltelijk uit meel of bloem bereide artikelen, die gewoonlijk in brood- en banketwinkels verkocht worden, dan wel die naar de aard van de verwerkte grondstoffen of de wijze van verwerking van die grondstoffen vergelijkbaar zijn met de hier bedoelde artikelen, zoals beschuit, koek, koekjes, ragoutwerk, kerstbrood of dergelijke (gelegenheids)producten; b. b. franchiseformule: een commerciële samenwerkingsvorm tussen ondernemers, waarbij de ene partij, de franchisegever, aan de andere partij, de franchisenemer, tegen een vergoeding het recht verleent om een onderneming te exploiteren volgens een door de franchisegever ontwikkeld systeem en onder een door hem voorgeschreven handelsnaam.

2. In deze verordening zijn de begripsbepalingen van de Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2006 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2

1. Deze verordening is van toepassing op ondernemers die een onderneming drijven met één of meer verkoopplaatsen waarin hoofdzakelijk de detailhandel in brood- en banketproducten wordt uitgeoefend.

2.

Deze verordening is niet van toepassing op ondernemers die:

a. a. de detailhandel in brood en banket uitsluitend in de vorm van ambulante handel uitoefenen; b. b. de detailhandel in brood en banket uitoefenen in het kader van een franchiseformule en de franchisegever schriftelijk heeft verklaard, dat de verkoopplaatsen van de franchisenemers kunnen worden aangemerkt als eigen verkoopplaatsen in de zin van deze verordening; c. c. aan het Hoofdbedrijfschap Ambachten op grond van de Heffingsverordening banketbakkersbedrijf 2006 de bestemmingsheffing banket zijn verschuldigd.

Paragraaf 2. De heffing

Artikel 3

1. Aan degenen die een onderneming drijven als bedoeld in artikel 3, wordt voor het jaar 2006 een bestemmingsheffing opgelegd. Doel van deze bestemmingsheffing is bevordering van een gezonde sociaal-economische ontwikkeling van de detailhandel in brood en banket door middel van collectieve promotie- en marketingactiviteiten.

2. De heffing bedraagt € 141,-- voor iedere verkoopplaats als bedoeld in artikel 2 met een maximum van € 705,-- voor ten hoogste 5 verkoopplaatsen.

Artikel 4

1.

Aan de ondernemer die lid is van:

a. a. de Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemers Vereniging; of b. b. de Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij,

en over het jaar 2005 contributie aan een van deze organisaties heeft betaald, wordt op de bruto heffing een aftrek toegestaan van 50%, met een maximum van 50% van de aan een van de organisaties betaalde contributie (exclusief BTW). De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit door de in de eerste volzin genoemde organisaties verstrekte opgaven blijkt dat de contributie is betaald.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

a. a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen, b. b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties, c. c. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is, d. d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en e. e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

3. De in het tweede lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door het bestuur van de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan en daarop door het dagelijks bestuur van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel positief is beslist.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 5

De artikelen 6 tot en met 17 van de Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2006 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiend uit artikel 4, derde lid.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 8

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening bestemmingsheffing detailhandel in brood en banket 2006.