rijk/pbo/verordening-gezondheidsvoorschriften-visafslagen-2000/BWBR0011131
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening gezondheidsvoorschriften visafslagen 2000 BWBR0011131 pbo geldend 2000-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011131 Verordening gezondheidsvoorschriften visafslagen 2000

Verordening gezondheidsvoorschriften visafslagen 2000

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Artikel 2

Het bepaalde in deze verordening ten aanzien van afslagen is eveneens van toepassing op groothandelsmarkten.

Artikel 3

1. Het is verboden visserijproducten in een afslag of groothandelsmarkt te sorteren, te hanteren of op te slaan anders dan met inachtneming van de daaromtrent bij deze verordening gestelde voorschriften.

2. Het is verboden visserijproducten te verhandelen, indien met betrekking tot deze producten is gehandeld in afwijking van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

Hoofdstuk II. Inrichtingseisen

Artikel 4

Een vishal moet aan de volgende eisen voldoen:

a. a. zij moet overdekt zijn; b. b. de wanden moeten gemakkelijk te reinigen zijn; c. c. de vloer moet waterdicht, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn; d. d. de vloer moet zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar van stankafsluiters voorziene afvoerputten, zonodig via goed te reinigen en te ontsmetten afvoergoten; e. e. zij moet beschikken over een systeem voor de hygiënische afvoer voor afvalwater; f. f. zij moet beschikken over sanitaire voorzieningen met een voldoende aantal wastafels en toiletten met een goed werkende doorspoelinrichting met stankafsluiting; bij de wastafels dienen voldoende producten aanwezig te zijn voor het reinigen van de handen, alsmede voldoende wegwerphanddoeken; g. g. zij moet goed verlicht zijn om de controle van de visserijproducten door de VWA te vergemakkelijken; h. h. er moeten, duidelijk zichtbaar, borden zijn aangebracht met de vermelding dat het verboden is te roken, te spuwen, te drinken en te eten; i. i. zij moet afgesloten kunnen worden en afgesloten kunnen blijven wanneer de VWA dit noodzakelijk acht; j. j. zij moet beschikken over een installatie die, onder druk en in voldoende hoeveelheden, drinkwater of eventueel schoon, dan wel via een adequaat zuiveringssysteem schoongemaakt zeewater levert; bij wijze van uitzondering is het evenwel toegestaan dat voor het opwekken van stoom, voor de bestrijding van brand of voor het koelen van machines een installatie aanwezig is die niet-drinkbaar water levert, mits de daartoe aangebrachte leidingen het onmogelijk maken dit water voor andere doeleinden te gebruiken en geen gevaar opleveren voor besmetting van de visserijproducten; de aftappunten en de leidingen voor niet-drinkbaar water, voor zover deze zichtbaar zijn, moeten duidelijk te onderscheiden zijn van die voor drinkwater of schoon zeewater; k. k. zij moet beschikken over speciale waterdichte corrosiebestendige containers waarin de niet voor menselijke consumptie geschikte visserijproducten moeten worden gedeponeerd.

Artikel 5

Indien visserijproducten, vóór hun uitstalling met het oog op verkoop of na de verkoop in afwachting van hun vervoer naar hun plaats van bestemming, in een afslag worden opgeslagen, moet de afslag beschikken over een koelruimte met een voldoende capaciteit, die voorzien moet zijn van:

a. a. vloeren van waterdicht, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal, die zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar van stankafsluiters voorziene afvoerputten, zonodig via goed te reinigen en te ontsmetten afvoergoten; b. b. gemakkelijk te reinigen, duurzame en ondoordringbare wanden met gladde oppervlakken; c. c. een gemakkelijk te reinigen plafond; d. d. deuren van onaantastbaar, gemakkelijk te reinigen materiaal; e. e. voldoende verlichting; f. f. eventueel een koelinstallatie die voldoende krachtig is om de producten bij de in de Warenwetregeling Visserijproducten voorgeschreven temperatuur te bewaren.

Artikel 6

1. Een afslag moet, afhankelijk van de te koop uitgestalde hoeveelheden visserijproducten, ten behoeve van de VWA, beschikken over een adequaat ingerichte afsluitbare ruimte en over het voor het verrichten van de controles noodzakelijke materiaal.

2. De in het eerste lid genoemde eis geldt niet indien de VWA beschikt over eigen lokalen ter plaatse of in de onmiddellijke nabijheid van de afslag.

Artikel 7

1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 6, moet een groothandelsmarkt beschikken over:

a. a. passende voorzieningen ter bescherming tegen ongewenste dieren zoals insekten, knaagdieren en vogels; b. b. passende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van de vervoermiddelen.

2. De voorzieningen als bedoeld in het eerste lid onder b, zijn evenwel niet verplicht indien de vervoermiddelen worden gereinigd en ontsmet in officieel door de VWA erkende ruimten.

Hoofdstuk III. Hygiënische eisen voor ruimten en materieel

Artikel 8

1. De vishallen, de koelruimten, het gereedschap, de werktuigen en machines die bij het hanteren van visserijproducten worden gebruikt, moeten goed schoon worden gehouden en goed worden onderhouden, zodat zij geen oorzaak kunnen zijn van besmetting van de producten.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten de vishallen ten minste na elke werkdag worden gereinigd.

3. Recipiënten die meerdere malen worden gebruikt moeten na elk gebruik worden gereinigd, en indien nodig ontsmet, waarna ze van binnen en van buiten moeten worden gespoeld met drinkwater of met schoon zeewater.

Artikel 9

1. Ongewenste dieren moeten buiten de afslag worden gehouden.

2. Knaagdieren, insekten en ander ongedierte moeten systematisch worden verdelgd.

Artikel 10

1. Er mag in een afslag uitsluitend drinkwater of schoon zeewater worden gebruikt.

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mag niet-drinkbaar water worden gebruikt voor het koelen van de machines, het opwekken van stoom en het bestrijden van brand.

Artikel 11

1. Alleen op basis van de Bestrijdingsmiddelenwet toegelaten ontsmettingsmiddelen, alsmede reinigings- en soortgelijke middelen welke niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid, mogen worden gebruikt. Deze middelen worden zodanig gebruikt dat de uitrusting, het materiaal en de producten er niet door worden aangetast.

2. Het gebruik van verdelgings-, reinigings-, ontsmettingsmiddelen en andere enigszins giftige stoffen, mag geen gevaar opleveren voor besmetting van de visserijproducten.

3. De middelen, als bedoeld in het tweede lid, moeten worden opgeslagen in ruimten of kasten die kunnen worden afgesloten.

Artikel 12

Voertuigen waarvan de uitlaatgassen een negatieve invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de visserijproducten, mogen niet in de afslag worden toegelaten.

Artikel 13

1. Een vishal mag, wanneer er visserijproducten worden uitgestald of opgeslagen, niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

2. Het gereedschap, de werktuigen en machines die bij het hanteren van de visserijproducten worden gebruikt en hiermee in contact komen, mogen uitsluitend voor het hanteren van visserijproducten worden gebruikt.

3. Indien de VWA daarvoor toestemming heeft verleend, mogen de vishal, het gereedschap, de werktuigen of machines evenwel, gelijktijdig of op andere tijdstippen, worden gebruikt voor andere doeleinden.

Hoofdstuk IV. Hygiënische eisen voor het personeel

Artikel 14

De grootst mogelijke zindelijkheid is vereist voor het personeel en met name:

a. a. dient het personeel dat betrokken is bij het hanteren van visserijproducten, tenminste telkens voordat de werkzaamheden worden hervat, zijn handen te wassen; wonden aan de handen moeten worden afgedekt met waterdicht wondverband; b. b. mag in de vishallen en koelruimten niet worden gerookt, gespuwd, gedronken en gegeten.

Artikel 15

Onverminderd het bepaalde in artikel 14, dient het personeel van groothandelsmarkten dat betrokken is bij het hanteren van visserijproducten, geschikte en schone werkkleding en een schoon hoofddeksel te dragen dat de haren volledig bedekt.

Artikel 16

1. De ondernemer dient de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat personen die een bron van besmetting zouden kunnen zijn, bij het hanteren van visserijproducten worden betrokken, totdat is aangetoond dat die personen dat werk kunnen verrichten zonder gevaar voor besmetting.

2. Bij aanwerving dienen personen die betrokken zijn bij het hanteren van visserijproducten door middel van een medisch attest te bewijzen dat niets hun tewerkstelling in de weg staat.

Hoofdstuk V. Eisen voor opslag en vervoer

Artikel 17

1. Na de aanvoer, of eventueel na de eerste verkoop moeten de visserijproducten onmiddellijk onder de in de Warenwetregeling Visserijproducten vastgestelde voorwaarden naar de plaats van bestemming worden vervoerd.

2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien de visserijproducten worden opgeslagen in een koelruimte als bedoeld in artikel 5, bij de in de Warenwetregeling Visserijproducten voorgeschreven temperatuur.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 18

1. De ondernemer dient de nodige maatregelen te treffen om aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening te voldoen.

2. De ondernemer dient er op toe te zien dat het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt nageleefd.

3. De ondernemer moet aan de VWA vrije toegang verlenen tot de afslag teneinde te kunnen nagaan of aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt voldaan.

Artikel 19

De in deze verordening gestelde regels binden naast een ondernemer mede de bij een ondernemer werkzame personen, alsmede andere natuurlijke of rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in ondernemingen waarvoor het Productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel 20

De voorzitter kan, namens het bestuur, na overleg met de voorzitter van de door het bestuur van het Productschap ingestelde Commissie aanvoeraangelegenheden en met de voorzitter van de door het bestuur van het Productschap ingestelde Commissie groothandel, nadere regels vaststellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van:

  • het treffen van de nodige maatregelen, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van deze verordening ;
  • het toezien door de ondernemer, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van deze verordening;
  • de toegang van de RVV tot de afslag, als bedoeld in artikel 18, derde lid, van deze verordening.

Artikel 21

De voorzitter kan namens het bestuur, na overleg met de VWA, met inachtneming van het bepaalde in Richtlijn 91/493/EEG, ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Een verkende ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter, namens het bestuur, worden ingetrokken of, na overleg met de VWA, worden gewijzigd.

Artikel 22

Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn strafbare feiten.

Artikel 23

Krachtens de Verordening gezondheidsvoorschriften visafslagen vastgestelde regels en besluiten blijven van kracht.

Artikel 24

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.

2. De Verordening gezondheidsvoorschriften visafslagen wordt ingetrokken.

3. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gezondheidsvoorschriften visafslagen 2000.