rijk/pbo/verordening-gzp-financieringsheffing-jaar-2005/BWBR0017442
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening GZP financieringsheffing jaar 2005 BWBR0017442 pbo geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017442 Verordening GZP financieringsheffing jaar 2005

Verordening GZP financieringsheffing jaar 2005

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze verordening verstaat onder:

Paragraaf 2. Heffing

Artikel 2

De ondernemer is voor het jaar 2005 verplicht terzake van de be- of verwerking van granen tot producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen, aan het productschap een heffing te betalen van € 0,208 per ton graan.

Artikel 3

1.

De ondernemer is voor het jaar 2005 verplicht aan het productschap een heffing te betalen terzake van de eerste koop van:

a. rijst : € 0,208 per ton;
b. meel van granen, niet bestemd voor dierlijke consumptie (GN-code 11.01 en 11.02) : € 0,208 per ton, vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1,37;
c. mout (GN-code 11.07) : € 0,208 per ton, vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1,30.

2. Onder eerste koop wordt in dit artikel verstaan: de koop van rijst, meel of mout door een koper die deze producten rechtstreeks of door middel van een handelaar verkrijgt teneinde deze in Nederland te be- of verwerken of in Nederland in de handel te brengen.

3. De heffing is niet verschuldigd indien ten genoegen van de secretaris wordt aangetoond dat over de betrokken hoeveelheden rijst en graanproducten reeds op grond van dit artikel of het artikel 2 de heffing is geïnd.

Artikel 4

1.

De ondernemer die werkzaamheden verricht in het kweekbedrijf voor landbouwzaaizaden en/of met betrekking tot de be- en verwerking en/of met betrekking tot het in de handel brengen van landbouwzaaizaden, is voor het jaar 2005 verplicht aan het productschap te betalen:

a. a. een basisheffing van € 130,00 per onderneming; b. b. een heffing van € 1,74 per ha aangekochte landbouwzaaizaden niet zijnde zaaizaad van vezelvlas, welke op contractbasis in Nederland zijn geteeld; c. c. een heffing van € 0,00 per ha aangekocht zaaizaad van vezelvlas, welke op contract- basis in Nederland is geteeld.

2. De ondernemer die landbouwzaaizaden teelt, is voor het jaar 2005 verplicht aan het productschap af te dragen een heffing van € 2, 20 per ha landbouwzaaizaden, niet zijnde zaaizaad van vezelvlas en van € 0,00 per ha zaaizaad van vezelvlas.

Artikel 5

De heffing bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 is bestemd voor de huishoudelijke uitgaven van het productschap alsmede voor de aan het Hoofdproductschap Akkerbouw te verlenen bijdrage in de algemene kosten.

Artikel 6

1. De ondernemer bedoeld in de artikelen 2 en 3 is verplicht binnen tien dagen na afloop van ieder kwartaal door middel van een hiertoe dienend opgaveformulier aan het productschap naar waarheid gegevens te verstrekken ten behoeve van de vaststelling van de in genoemde artikelen bedoelde heffing. De Verordening GZP algemene bepalingen 2003 is hierbij van toepassing.

2. Ook indien in een bepaalde periode geen activiteiten als vermeld op het opgaveformulier hebben plaatsgevonden dient een opgave te worden gedaan.

Artikel 7

1. De ondernemer bedoeld in artikel 4, eerste lid, is verplicht jaarlijks vóór 31 oktober door middel van een hiertoe dienend opgavenformulier aan het productschap naar waarheid gegevens te verstrekken ten behoeve van de vaststelling van de in artikel 4 bedoelde heffing. De Verordening GZP algemene bepalingen 2003 is hierbij van toepassing.

2. De heffing bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt door het productschap geïnd door middel van de in het eerste lid van artikel 4 bedoelde ondernemers op basis van de door hen afgesloten teeltcontracten.

Artikel 8

1. De ondernemer, bedoeld in artikel 2 tot en met 4, legt indien de secretaris daarom verzoekt, een door een accountant afgegeven verklaring over, waaruit blijkt de totale hoeveelheid granen, rijst of graanproducten welke door hem is verwerkt of als eerste koper is gekocht, onderscheidenlijk het aantal hectare, op contractbasis geteelde, landbouwzaaizaden.

2. De ondernemer is verplicht alle medewerking te verlenen aan de controle door of namens het productschap van de in de artikelen 6 en 7 bedoelde opgaven.

Paragraaf 3. Ambtshalve heffing

Artikel 9

1. Indien de ondernemer de gegevens, bedoeld in de artikelen 6 en 7 niet, niet tijdig of naar het oordeel van de secretaris niet volledig heeft verstrekt, is de secretaris bevoegd namens het bestuur de verschuldigde heffing voor de betreffende periode ambtshalve bij aanslag vast te stellen.

2. Indien de heffingsplichtige binnen 21 dagen na ontvangst van de heffingsaanslag bedoeld in het eerste lid, alsnog de gevraagde gegevens verstrekt, wordt de aanvankelijk vastgestelde heffing ingetrokken en een nieuwe heffing vastgesteld op basis van de door hem verstrekte gegevens.

3. Indien het productschap, op verzoek van de ondernemer nadat de termijn genoemd in het tweede lid is verstreken, alsnog overgaat tot wijziging van de ambtshalve vastgestelde heffing, kunnen de voor het productschap daaruit voortvloeiende extra kosten in rekening worden gebracht.

Paragraaf 4. Betaling van de heffing

Artikel 10

1. De ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen worden betaald uiterlijk op de eenentwintigste dag volgend op die dag waarop zij door of vanwege het productschap in rekening zijn gebracht, dan wel, indien de secretaris zulks verlangt, vóór een door deze te bepalen datum.

2. Het Hoofdproductschap Akkerbouw wordt gemachtigd de verschuldigde heffingsbedragen in rekening te brengen, in te vorderen en in ontvangst te.

Artikel 11

Het productschap kan besluiten nota's van minder dan € 50,- samen te voegen tot verzamelnota's, welke op meerdere transacties of perioden betrekking hebben.

Artikel 12

Aan de ondernemer die niet of niet geheel binnen de in artikel 10 gestelde termijn heeft betaald, kan door het productschap de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag in rekening worden gebracht, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling uiterlijk diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2005, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot en met 1 januari 2005, met uitzondering van de toepassing van de Verordening GZP algemene bepalingen 2003.

Artikel 14

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening GZP financieringsheffing jaar 2005.