rijk/pbo/verordening-gzp-snijkoek-2003/BWBR0014679
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening GZP snijkoek 2003 BWBR0014679 pbo geldend 2003-12-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014679 Verordening GZP snijkoek 2003

Verordening GZP snijkoek 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Productbepalingen

Artikel 2

Het is degene die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, slechts toegestaan snijkoek te verhandelen, ter verzending of ten verkoop in voorraad te hebben of af te leveren indien wordt voldaan aan de in de verordening gestelde eisen.

Artikel 3

1. Snijkoek welke is voorzien van de aanduiding "klasse A", moet voldoen aan de in de artikelen 4, 5, 6 en 11 gestelde eisen.

2. Snijkoek mag slechts worden voorzien van enige aanduiding omtrent de kwaliteit wanneer het gestelde in lid 1 van toepassing is.

3. Het tweede lid is niet van toepassing op snijkoek van herkomst uit een andere Lidstaat, mits deze snijkoek, voorzien van een andere kwaliteitsaanduiding dan "klasse A", rechtmatig in die andere Lidstaat in de handel is gebracht.

Artikel 4

De snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1, moet bereid zijn uit een deeg dat naar gewicht is samengesteld met tenminste evenveel zoetende bestanddelen met 20% vocht als zetmeel houdende bestanddelen met 15% vocht.

Artikel 5

De zetmeel houdende bestanddelen als bedoeld in artikel 4, moeten voor tenminste 50% van roggebloem afkomstig zijn.

Artikel 6

1. De zoetende bestanddelen, als bedoeld in artikel 4, inclusief de suikers uit toevoegingen conform de artikelen 7, 8, 9 en 10 mogen uitsluitend bestaan uit één of meerdere van de hierna genoemde suikers: halfwitte suiker, (witte) suiker, geraffineerde (witte) suiker, vloeibare suiker, vloeibare invertsuiker, invertsuikerstroop, dextrose monohydraat, watervrije dextrose, glucosestroop, gedehydrateerde glucosestroop, poedersuiker, witte of blanke kandij, gele, bruine of Boerhaavese kandij, witte of lichte en bruine of donkere basterdsuiker, al dan niet gehydrolyseerde lactose, massé, kandijstroop, suikerstroop, huishoudstroop, keukenstroop, melado of melasse, fructose, maltodextrinen, malthose, honing.

2. In de snijkoek moet een hoeveelheid fructose met 20% vocht aanwezig zijn welke overeenkomt met tenminste 30% van de gebruikte hoeveelheid zetmeel houdende bestanddelen met 15% vocht, gemeten na zwakke inversie van de in snijkoek aanwezige saccharose. Voor de bepaling van het fructosegehalte moet gebruik worden gemaakt van de methode van onderzoek, zoals deze in bijlage I is aangegeven.

Artikel 7

Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "kandijkoek" moet de waar voor tenminste 6½% bestaan uit kandij en/of gekristalliseerde suikers in de vorm van grein, nibs en/of chips.

Artikel 8

Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "honingkoek", moet de waar voor tenminste 25% uit honing bestaan.

Artikel 9

Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "gemberkoek", moet de waar tenminste 15% gember bevatten, waarvan tenminste de helft bij analyse duidelijk met het oog waarneembaar is.

Artikel 10

Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "vruchtenkoek", moet de waar tenminste 20% vruchten bevatten. Ingeval uitsluitend citrusvruchten zijn verwerkt, moet de waar tenminste 10% citrusvruchten bevatten.

Artikel 11

Het vochtgehalte van de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 moet minimaal 19% af- productiebedrijf bedragen.

Voor de bepaling van het vochtgehalte moet gebruik worden gemaakt van de methode van onderzoek zoals deze in bijlage II is aangegeven.

Paragraaf 3. Aanduidingen

Artikel 12

1. Voor voorverpakte snijkoek moet een aanduiding die de hoeveelheid van die snijkoek aangeeft, worden gebezigd.

2. De in het eerste lid bedoelde aanduiding moet op zichtbare wijze zijn aangebracht op de verpakking en zich in hetzelfde gezichtsveld bevinden als de benaming van de snijkoek.

3. Het tweede lid is niet van toepassing op snijkoek die op de plaats van verkoop aan particulieren met het oog op onmiddellijke verkoop is verpakt voor zover in de onmiddellijke nabijheid van de snijkoek de aanduiding die in het eerste lid is bedoeld, is vermeld.

4. De aanduiding als in het eerste lid bedoeld mag niet misleidend rijn.

5.

Voor de toepassing van deze verordening is niet misleidend een aanduiding betreffende de hoeveelheid

  • aangevend een hoeveelheid die kleiner is dan de werkelijke inhoud of
  • welke in samenhang met het EEG-teken als bedoeld in artikel 1 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) wordt gebezigd of
  • welke wordt voorafgegaan door "circa" of "ca".

6.

De hoeveelheidsaanduiding voorafgegaan door "circa" of "ca" mag geen grotere hoeveelheid aangeven dan de gemiddelde werkelijke inhoud van in serie voorverpakte snijkoek, bepaald op de wijze die, voor e - voorverpakkingen als bedoeld in artikel 2 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), is aangegeven in bijlage III van dat besluit, waarbij de maximaal toegestane hoeveelheidsafwijking per verpakking in minus:

a. a. voor de productieperiode van 01-01-1988 t/m 31-12-1989 is aangegeven in tabel 1 van bijlage III van deze verordening. b. b. voor de productieperiode van 01-01-1990 t/m 31-12-1991 is aangegeven in tabel 2 van bijlage III van deze verordening.

Ter bepaling van de gemiddelde werkelijke inhoud geldt de steekproefgrootte van de eerste steekproef, zoals genoemd in punt. 2.2.1 van bijlage III van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet).

7. Bij toepassing van lid 6 dienen controles door de producent van snijkoek op de inhoud uitgevoerd te worden - door middel van feitelijk onderzoek van steekproeven en met gebruikmaking van een voor het doel geschikt meetmiddel, dat voor zover keuring daarvoor ingevolge de IJkwet 1937 (Stb. 627) openstaat, geijkt is - volgens een systeem dat voldoet aan de criteria die in bijlage IV zijn aangegeven.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 13

Deze verordening is mede verbindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen dan de in artikel 102, eerste lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie bedoelde natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld plegen te worden verricht.

Artikel 14

Overtredingen van het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 12 worden aangewezen als strafbare feiten .

Artikel 15

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

De Verordening GZP snijkoek 1983 wordt ingetrokken.

Artikel 17

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening GZP snijkoek 2003.

Bijlage I

Bepaling van het gehalte aan fructose na zwakke inversie van de in snijkoek aanwezige saccharose (artikel 6, lid 2)

Bijlage II

Bepaling van het vochtgehalte van snijkoek (artikel 11)

Bijlage III

Toegelaten fout bedoeld in artikel 12, lid 6

Bijlage IV

Criteria waaraan een systeem voor controles door de producent op de inhoud van in serie voorverpakte snijkoek moet voldoen, indien de hoeveelheidsaanduiding voorafgegaan wordt door "circa" of "ca". (artikel 12, lid 6)