rijk/pbo/verordening-hbag-bestemmingsheffing-pootgoedfonds-2007/BWBR0021723
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening HBAG bestemmingsheffing pootgoedfonds 2007 BWBR0021723 pbo geldend 2007-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0021723 Verordening HBAG bestemmingsheffing pootgoedfonds 2007

Verordening HBAG bestemmingsheffing pootgoedfonds 2007

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt de terminologie van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel overgenomen.

Paragraaf 2. Heffing

Artikel 2

1.

De ondernemer die de groothandel in pootaardappelen uitoefent is ten behoeve van het pootgoedfonds, dienende ter financiering van door het bestuur van hoofdbedrijfschap wenselijk geachte maatregelen en projecten in het belang van de pootaardappelteelt en -afzet aan het hoofdbedrijfschap aan heffing verschuldigd een bedrag ad € 0,40 per ton in het jaar 2007 door die ondernemer verkochte hoeveelheid pootaardappelen, voorzover die pootaardappelen:

in Nederland zijn geteeld zijn goedgekeurd door de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van Landbouwgewassen te Emmeloord en niet zijn verkocht aan in Nederland gevestigde ondernemingen die de groothandel in pootaardappelen uitoefenen.

2. Het aan heffing verschuldigde bedrag dient te worden betaald binnen 14 dagen nadat de heffing is opgelegd, bij gebreke waarvan de schuldenaar na overeenkomstig het bepaalde in artikel 127, lid 2 van de Wet op de bedrijfsorganisatie te zijn aangemaand tevens aan het hoofdbedrijfschap is verschuldigd de op de invordering daarvan vallende kosten, waaronder mede begrepen de wettelijke rente over het bedrag van de openstaande vordering, gerekend vanaf het verstrijken van de betalingstermijn tot de dag van de algehele voldoening, alsmede een bedrag ad € 45, als vergoeding voor extra administratiekosten.

Paragraaf 3. Onvoorziene gevallen

Artikel 3

In gevallen waarin de strikte toepassing van deze verordening tot kennelijke onbillijkheden leidt, is de voorzitter van het hoofdbedrijfichap namens het bestuur van het hoofdbedrijfschap bevoegd gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen en gehoord de commissie pootaardappelen van het hoofdbedrijfschap al dan niet onder het stellen van voorwaarden geheel of gedeeltelijk ontheffing van de betaling van de heffing te verlenen, van welke beslissing hij onverwijld kennis geeft aan de commissie pootaardappelen van het hoofdbedrijfschap.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2006, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2007.

Artikel 5

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening HBAG bestemmingsheffing pootgoedfonds 2007.