40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening Heffingen 2003 | BWBR0015390 | pbo | geldend | 2003-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0015390 | Verordening Heffingen 2003 |
Verordening Heffingen 2003
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. a. de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven waarvoor het Bedrijfschap Slagersbedrijf is ingesteld; b. b. de supermarkt: een onderneming als bedoeld sub a. van dit artikel waar in overwegende mate tenminste de volgende artikelen worden verkocht: zuivel, eieren, kaas, aardappelen, groenten, fruit, maaltijden of maaltijdcomponenten, vleeswaren, salades, vis, brood, gebak, frisdranken, dierenvoeding, schoonmaak- en onderhoudsartikelen, wasmiddelen, drogmetica, kantoorbenodigdheden, lectuur en huishoudelijke artikelen. c. c. werkzame personen:
1.
personen, werkzaam op arbeidsovereenkomst;
2.
personen, niet begrepen onder 1., werkzaam als op voet van ondergeschiktheid medewerkend gezins- of familielid, dan wel als leerling;
één en ander met uitzondering van personen, werkzaam als leider van een verkoopplaats en hun in die verkoopplaats werkzame echtgenoten.
Voor de toepassing van deze verordening worden met personen, werkzaam op arbeids- overeenkomst, als onder 1. bedoeld, gelijk gesteld de vennoten, die de onderneming drijven, met uitzondering van één hunner.
-
-
personen, werkzaam op arbeidsovereenkomst;
-
-
-
personen, niet begrepen onder 1., werkzaam als op voet van ondergeschiktheid medewerkend gezins- of familielid, dan wel als leerling;
-
d. d. een verkoopplaats: elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren worden verkocht; e. e. de voorzitter: de voorzitter van het Bedrijfschap Slagersbedrijf f. f. de secretaris: de secretaris van het Bedrijfschap Slagersbedrijf.
Paragraaf 2. Heffingen
Artikel 2
1. Aan de ondernemers wordt voor 2003 een bedrag van Euro 104,00 geheven voor elke in het jaar 2002 bij het drijven van de onderneming geëxploiteerde verkoopplaats.
2. Aan degenen, die een onderneming drijven als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, wordt bovendien voor 2003 een heffing opgelegd naar het aantal op 2 januari 2002 in de door die onderneming geëxploiteerde verkoopplaats of verkoopplaatsen werkzame personen. Deze heffing bedraagt Euro 104,00 per persoon met een werkweek van 31 of meer uren, Euro 78,00 per persoon met een werkweek van 21 tot 31 uren, Euro 52,00 per persoon met een werkweek van 11 tot 21 uren en Euro 26,00 per persoon met een werkweek van 0 tot 11 uren.
3.
Degenen, die in 2002 een onderneming hebben gedreven als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, doch die onderneming en/of één of meer der bij het drijven van die onderneming geëxploiteerde verkoopplaatsen in de loop van 2002 hebben gevestigd of overgenomen, overgedaan of opgeheven, zijn over de periode waarin zij in 2002 deze onderneming hebben gedreven een evenredig deel van de heffing verschuldigd als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Bij vestiging of overname van een onderneming en/of één of meerdere verkoopplaatsen in de loop van 2002 wordt de heffing als bedoeld in het tweede lid van dit artikel opgelegd naar het aantal personen, dat in de verkoopplaats of verkoopplaatsen werkzaam is op de eerste van de maand na de datum van vestiging of overname.
4. De heffingen, als bedoeld in deze verordening, moeten worden voldaan binnen 14 dagen na de datum welke op de heffingsnota staat vermeld.
5.
Degene, die het door hem of haar verschuldigde heffingsbedrag niet of niet geheel binnen 14 dagen na de op de heffingsnota vermelde datum heeft betaald en vervolgens schriftelijk is aangemaand, is de volgende vergoeding voor de daaruit voortvloeiende extra kosten verschuldigd:
- Bij toezending van een tweede herinnering euro 3;
- Bij toezending van een laatste waarschuwing (aangetekend) euro 9 (inclusief kosten tweede herinnering).
Paragraaf 3. Schilthuisaftrek
Artikel 3
1. Aan de ondernemer die lid is van de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie; en die over het jaar 2002 de volledige contributie aan deze organisatie heeft voldaan, wordt een aftrek toegestaan van 50 % van de heffing met een maximum van 90 % van de aan de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie betaalde contributie (exclusief BTW). De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit door de in de eerste volzin genoemde organisatie verstrekte opgaven blijkt dat de contributie is betaald.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op leden van organisaties van ondernemers die voldoen aan de criteria gesteld in het Besluit beleidsregels Schilthuisaftrek van de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad van 15 juni 2000.
3. De in het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.
4. Op een verzoek als in het vorige lid van dit artikel bedoeld, wordt door het dagelijks bestuur van het Bedrijfschap Slagersbedrijf beslist.
Paragraaf 4. Informatieplicht
Artikel 4
De ondernemer is gehouden aan de secretaris op eerste verzoek gegevens betreffende het aantal in de onderneming werkzame personen te verstrekken. Indien ondanks eenmaal herhaald verzoek van de secretaris deze gegevens niet worden verstrekt, wordt het aantal ambtshalve geschat en wordt de heffing opgelegd volgens het in deze verordening bepaalde, echter met inachtneming van het geschatte aantal personen.
Paragraaf 5. Heffingsvermindering
Artikel 5
De voorzitter is, met inachtneming van door het Dagelijks Bestuur te stellen regelen, bevoegd om op een daartoe strekkend verzoek een krachtens deze verordening vastgestelde heffing te verminderen dan wel ontheffing van de betaling daarvan te verlenen, indien hem dit als gevolg van bijzondere omstandigheden van sociale of economische aard gewenst en billijk voorkomt.
Paragraaf 6. Vrijstelling van heffing
Artikel 6
1. Aan de ondernemer die zijn onderneming drijft in de vorm van een supermarkt of als concessionair in een supermarkt, wordt de heffing vastgesteld op nihil; deze ondernemer is derhalve geheel en al vrijgesteld en ontheven van de verplichting heffing te betalen.
2.
De ondernemer die lid is van:
a. a. de Nederlandse Vereniging van Coöperatieve Werkgevers; b. b. het Vakcentrum, Beroepsorganisatie van Levensmiddelen-Detaillisten; c. c. de Vereniging van Grootbedrijven in Levensmiddelen; wordt geacht zijn onderneming uit te oefenen in de vorm van een supermarkt.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 7
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.
Artikel 8
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Heffingen 2003.