rijk/pbo/verordening-heffingen-consumptie-eieren-ppe-2004/BWBR0017351
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening heffingen consumptie-eieren (PPE) 2004 BWBR0017351 pbo geldend 2004-04-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017351 Verordening heffingen consumptie-eieren (PPE) 2004

Verordening heffingen consumptie-eieren (PPE) 2004

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Heffingen

Artikel 2

1. a. a. Houders van een pakstation zijn aan het productschap over het kalenderjaar 2004 een vaste heffing verschuldigd van € 249,57. b. b. In afwijking van het bepaalde onder a. is de houder van een pakstation, indien zijn bedrijf in het kalenderjaar 2004 is beëindigd, een vaste heffing verschuldigd van € 20,80 per maand of gedeelte daarvan, dat de betrokken ondernemer bij het productschap staat geregistreerd als houder van een pakstation met een maximum van € 249,57 per jaar.

2. Houders van een pakstation zijn aan het productschap voorts een heffing verschuldigd over de door hen in het kalenderjaar 2004 van een legpluimveebedrijf ontvangen eieren ten bedrage van € 0,000045 per ei.

3.

Houders van een pakstation zijn aan het productschap voorts een heffing verschuldigd over de door hen in het kalenderjaar 2004 afgeleverde eieren ten bedrage van

€ 0,0000315 per ei waarvan:

€ 0,000027 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, en

€ 0,0000045 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds

is bestemd.

4. De in het derde lid bedoelde heffingen zijn, in zoverre zij daarin bestemd zijn voor de daarin genoemde fondsen, niet verschuldigd voor die eieren ten aanzien waarvan naar genoegen van het productschap wordt aangetoond dat zij niet in Nederland zijn geproduceerd.

5. De in het derde lid bedoelde heffing is niet verschuldigd voor die eieren ten aanzien waarvan naar genoegen van het productschap wordt aangetoond dat zij gesorteerd ontvangen zijn van een andere houder van een pakstation, als zodanig geregistreerd bij het productschap.

6. De in het derde lid bedoelde heffing is niet verschuldigd voor die eieren ten aanzien waarvan naar genoegen van het productschap wordt aangetoond dat zij afgeleverd zijn aan een eiproductenfabrikant.

7. De in het tweede lid bedoelde heffing is niet verschuldigd voor die eieren ten aanzien waarvan naar genoegen van het productschap wordt aangetoond dat zij ontvangen zijn van een verzamelaar.

Artikel 3

Verzamelaars zijn aan het productschap een heffing verschuldigd over de door hen in het kalenderjaar 2004 van een legpluimveebedrijf ontvangen eieren ten bedrage van € 0,000045 per ei.

Artikel 4

1. Grossiers, met uitzondering van eigen-formule detaillisten, zijn aan het productschap over het kalenderjaar 2004 een vaste heffing verschuldigd van € 68,08.

2. In afwijking van het bepaalde onder het eerste lid is een grossier, indien zijn bedrijf in het kalenderjaar 2004 is beëindigd, een vaste heffing verschuldigd van € 5,67 per maand of gedeelte daarvan, dat de betrokken ondernemer bij het productschap staat geregistreerd als grossier met een maximum van € 68,08 per jaar.

Artikel 5

Ondernemers die een legpluimveebedrijf exploiteren zijn aan het productschap over de door hen geproduceerde eieren welke zij in het kalenderjaar 2004 niet in Nederland aan een houder van een pakstation, een verzamelaar, een eiproductenfabrikant en/of consument hebben afgeleverd een heffing verschuldigd ten bedrage van € 0,000045 per ei.

Artikel 6

1. De ondernemer die de in de hoedanigheid van verzamelaar en/of houder van een pakstation en/of grossier een onderneming drijft en/of een legpluimveebedrijf exploiteert is gehouden, uiterlijk binnen 10 dagen na het verstrijken van een kalendermaand, door middel van invulling en ondertekening van een hem door het productschap verstrekt opgaveformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens over de verstreken kalendermaand waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd. Indien in het voorgaande jaar het totale aantal ontvangen eieren, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3, dan wel het totaal aantal afgeleverde eieren, als bedoeld in artikel 5, minder dan 4 miljoen stuks bedroeg kan de ondernemer volstaan met het doen van de even bedoelde opgave binnen 10 dagen na afloop van het betreffende kalenderjaar.

2. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de in de desbetreffende kalendermaand ontvangen, afgeleverde en/of in voorraad gehouden eieren.

3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt als voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening van het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.

4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.

5. Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door verzamelaar, houder van een pakstation, grossier en/of legpluimveebedrijf, met betrekking tot de ontvangst, de aflevering en de voorraad eieren te voeren administratie dient de voldoen.

6. In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het eerste lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2, 3, 4 en 5 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.

Artikel 7

Een ingevolge deze verordening verschuldigd heffingsbedrag dient uiterlijk binnen 14 dagen nadat dit bedrag aan de betrokken ondernemer in rekening is gebracht, aan het productschap te worden voldaan.

Artikel 8

1. De ondernemer, die enige door hem uit hoofde van deze verordening verschuldigde heffing niet tijdig of niet volledig heeft betaald na bij aangetekend schrijven te zijn aangemaand om binnen een termijn van 10 dagen de heffing te voldoen, is aan het productschap deze heffing verschuldigd, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, waaronder begrepen de wettelijke rente.

2. De in het eerste lid bedoelde rente wordt berekend vanaf de dag waarop de in dat lid genoemde termijn is verstreken tot aan de dag van de algehele voldoening.

Hoofdstuk III. Algemene bepalingen en slotbepalingen

Artikel 9

1. Op overtreding van het bij of krachtens artikel 6 bepaalde worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

2.

De tuchtrechtelijke maatregelen zijn:

a. a. een berisping, die bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de ondernemer, in verband met het begane feit; b. b. een geldboete van ten hoogste € 4500, welke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd; c. c. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.

Artikel 10

1. De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden in handen gesteld van de voorzitter. De gegevens worden, behoudens aan het secretariaat van het productschap, niet bekendgemaakt.

2. De voorzitter kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, besluiten tot bekendmaking van getotaliseerde gegevens omtrent groepen van ondernemingen, doch nimmer op zodanige wijze dat daaruit gegevens omtrent een bepaalde onderneming kunnen worden afgeleid.

Artikel 11

De voorzitter kan, namens het bestuur, in bepaalde gevallen ontheffing verlenen van de bepalingen in de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6, eerste en vierde lid, van deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een verleende ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter, namens het bestuur, worden ingetrokken.

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2004, treedt zij in werking met ingang van de dag na dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2004, met uitzondering van artikel 9.

Artikel 13

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening heffingen consumptie-eieren (PPE) 2004.