40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening heffingen moederdieren (PPE) 2004 | BWBR0015789 | pbo | geldend | 2004-02-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0015789 | Verordening heffingen moederdieren (PPE) 2004 |
Verordening heffingen moederdieren (PPE) 2004
Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
Hoofdstuk II. Heffingen
Artikel 2
1. De ondernemer die bedrijfsmatig moederdieren houdt of pleegt te houden is aan het productschap een heffing verschuldigd over de door hem in het kalenderjaar 2004 gehouden moederdieren.
2.
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
a. a. wat legrassen kippen betreft € 0,11370 per moederdier, waarvan
€
0,082
voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,
€
0,01815
voor het gezondheidszorgfonds,
€
0,01305
voor het o. en o.-fonds en
€
0,0005
voor het kwaliteitsverbeteringsfonds
bestemd is;
b. b. wat vleesrassen kippen betreft € 0,11279 per moederdier, waarvan
€
0,05214
voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,
€
0,037
voor het gezondheidszorgfonds,
€
0,02253
voor het o. en o.-fonds en
€
0,00112
voor het kwaliteitsverbeteringsfonds
bestemd is;
c. c. wat kalkoenen betreft € 0,30313 per moederdier, waarvan
€
0,03664
voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,
€
0,11532
voor het gezondheidszorgfonds,
€
0,15117
voor het o. en o.-fonds en
bestemd is.
3.
De in het eerste en het tweede lid bedoelde heffing is éénmaal per productieperiode van een moederdier verschuldigd, en wel:
a. a. indien het moederdieren van kippen betreft:
i.
zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii.
zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
iii.
zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval dat zij wederom in productie worden genomen;
i. i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of ii. ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of iii. iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval dat zij wederom in productie worden genomen; b. b. indien het moederdieren van kalkoenen betreft:
i.
zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii.
zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen, of
iii.
zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval zij wederom in productie worden genomen.
i. i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of ii. ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen, of iii. iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval zij wederom in productie worden genomen.
Artikel 2a
1. Op voet van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, is de ondernemer tevens een heffing verschuldigd ten behoeve van het Veeziektenfonds PPE.
2.
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
| a. | voor moederdieren van legrassen kippen | € 0,11196 per moederdier; |
|---|---|---|
| b. | voor moederdieren van vleesrassen kippen | € 0,109 per moederdier; |
| c. | voor moederdieren van kalkoenen | € 0,14634 per moederdier. |
Artikel 3
1. De door een ondernemer ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen worden door het productschap vastgesteld aan de hand van de aan het productschap ten dienste staande gegevens zoals deze worden ontleend aan het KIP.
2. In het geval de aan het KIP ontleende gegevens naar oordeel van het productschap onjuist of onvolledig zijn en het productschap hem daarvan op de hoogt heeft gesteld, is de ondernemer gehouden om maandelijks, uiterlijk 10 dagen na het verstrijken van een kalendermaand, door middel van invulling en ondertekening van een door het productschap verstrekt opgavenformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt als voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening van het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.
4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
5. Het bestuur kan bij uitvoeringsbesluit minimumeisen stellen waaraan de door de ondernemer te voeren administratie dient te voldoen.
6. In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het tweede lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen de verstrekking van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.
Artikel 4
Een ingevolge deze verordening verschuldigd heffingsbedrag dient uiterlijk binnen 14 dagen nadat dit bedrag aan de betrokken ondernemer in rekening is gebracht, aan het productschap te worden voldaan.
Artikel 5
1. De ondernemer, die enige door hem uit hoofde van deze verordening verschuldigde heffing niet tijdig of niet volledig heeft betaald na bij aangetekend schrijven te zijn aangemaand om binnen een termijn van 10 dagen de heffing te voldoen, is aan het productschap de heffing verschuldigd, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, waaronder begrepen de wettelijke rente.
2. De in het eerste lid bedoelde rente wordt berekend vanaf de dag waarop de in dat lid genoemde termijn is verstreken tot aan de dag van de algehele voldoening.
Hoofdstuk III. Algemene bepalingen en slotbepalingen
Artikel 6
1. Op overtreding van het bij of krachtens artikel 3 bepaalde worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.
2.
De tuchtrechtelijke maatregelen zijn:
a. a. een berisping, die bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de ondernemer, in verband met het begane feit; b. b. een geldboete van ten hoogste € 4500, welke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd; c. c. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.
Artikel 7
1. De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden in handen gesteld van de voorzitter. De gegevens worden, behoudens aan het secretariaat van het productschap, niet bekendgemaakt.
2. De voorzitter kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, besluiten tot bekendmaking van getotaliseerde gegevens omtrent groepen van ondernemingen, doch nimmer op zodanige wijze dat daaruit gegevens omtrent een bepaalde onderneming kunnen worden afgeleid.
Artikel 8
De voorzitter kan, namens het bestuur, in bepaalde gevallen ontheffing verlenen van de bepalingen in de artikelen 2 en 3, tweede en vierde lid, van deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een verleende ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter, namens het bestuur, worden ingetrokken.
Artikel 9
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2004, treedt zij in werking met ingang van de dag na dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2004, met uitzondering van artikel 6.
Artikel 10
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening heffingen moederdieren (PPE) 2004.