rijk/pbo/verordening-hpa-bestrijding-phytophthora-infestans-bij-aardappelen-2003/BWBR0014851
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening HPA bestrijding Phytophthora infestans bij aardappelen 2003 BWBR0014851 pbo geldend 2003-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014851 Verordening HPA bestrijding Phytophthora infestans bij aardappelen 2003

Verordening HPA bestrijding Phytophthora infestans bij aardappelen 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze verordening verstaat onder:

Paragraaf 2. Verbodsbepalingen

Artikel 2

1. Het is de ondernemer verboden na 15 april van enig jaar niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen aanwezig te hebben waarop stengels met blad voor komen, zonder op deze aardappelen een zodanige afdekking aan te brengen dat stengels met blad niet boven deze afdekking kunnen voor komen.

2. Het verbod genoemd in het eerste lid geldt niet ten aanzien van aardappelen waarvan de ondernemer ten genoegen van degenen die met de opsporing van de overtredingen van dit verbod zijn belast, aantoont dat deze aardappelen zijn bestemd om te worden uitgeplant.

Artikel 3

Het is de ondernemer verboden om zich van niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen te ontdoen, tenzij hij zodanige maatregelen heeft getroffen dat zich aan deze niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen geen stengels met blad kunnen ontwikkelen.

Artikel 4

Het is de ondernemer verboden om in een perceel waarop een gewas geteeld wordt, een aantasting van Phytophthora infestans te hebben, die als volgt omschreven is:

a. a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door Phytophthora infestans aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m^2, minimaal 1000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans of b. b. verspreid aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m^2, minimaal 2000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans;

Ingeval van stengelphytophthora telt elke stengel met vitale Phytophthora infestans voor 5 blaadjes.

Artikel 5

Het is de ondernemer na 1 juli van enig kalenderjaar verboden om in een perceel waarop een gewas geteeld wordt, aardappelopslag te hebben, indien:

a. a. in dat perceel of een deel daarvan zich gemiddeld meer dan 2 planten per m^2 bevinden (per hectare is dat 20.000 planten) en b. b. de opslag voorkomt op minimaal 0,3 hectare.

Artikel 5a

1. De ondernemer is verplicht ter bestrijding van de in artikel 4 bedoelde aantasting van Phytophthora infestans zodanige maatregelen te nemen dat de aantasting niet boven de in artikel 4 gestelde norm uitkomt.

2. De ondernemer is verplicht ter bestrijding van de in artikel 5 bedoelde aardappelopslag zodanige maatregelen te nemen dat de aardappelopslag niet boven de in artikel 5 gestelde norm uitkomt.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 6

1. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften stellen.

2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.

3. De secretaris is namens het bestuur bevoegd op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 2, 3, 4 en 5 en daarbij nadere voorschriften vast te stellen.

Artikel 7

Het bepaalde bij of krachten de artikelen 2, 3, 4 en 5, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.

Artikel 8

Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld. Een door het bevoegde tuchtgerecht op te leggen geldboete mag niet hoger zijn dan € 450 ,-- per overtreding, totdat het op 24 februari 2000 ingediende voorstel van wet “Nieuwe regelen inzake tuchtrechtspraak in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002)”, Kamerstukken II nr. 27025 (1999-2000), tot wet wordt verheven en in werking treedt.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 9

De verordening HPA bestrijding Phytophthora infestans bij aardappelen 1997 wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2003.

Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2003, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 juli 2003, met uitzondering van het in artikel 8 bepaalde.

Artikel 11

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening HPA bestrijding Phytophthora infestans bij aardappelen 2003.