40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening HPA bestrijding vergelingsziekte bij bieten 2003 | BWBR0014838 | pbo | geldend | 2003-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0014838 | Verordening HPA bestrijding vergelingsziekte bij bieten 2003 |
Verordening HPA bestrijding vergelingsziekte bij bieten 2003
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
Deze verordening verstaat onder:
Paragraaf 2. Verbodsbepalingen en verplichtingen
Artikel 2
1. Het is de ondernemer verboden in de provincies Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant voor zaadwinning suikerbieten en voederbieten te telen.
2. Het is de ondernemer verboden in de provincie Groningen voor zaadwinning suikerbietenen voederbieten in kassen te telen.
Artikel 3
De ondernemer die in de provincie Noord-Holland of Friesland voor zaadwinning suikerbieten of voederbieten teelt, is verplicht, indien zich op de planten van deze gewassen bladluizen bevinden, deze op zodanige wijze te bestrijden, dat zij geen gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de suikerbieten en voederbieten in de omgeving.
Artikel 4
1. Het is de ondernemer verboden in een gebied omschreven in het derde lid, onder a en b, na 15 april van elk jaar en in een gebied omschreven in het derde lid, onder c, d, en e, na 1 april van elk jaar suikerbieten, voederbieten en afval van suikerbieten en voederbieten, welke voor genoemde datum zijn geoogst, voorhanden of in voorraad te hebben, voor zover daaraan bladvorming voorkomt. Dit verbod geldt niet met betrekking tot suikerbieten en voederbieten, welke kennelijk bestemd zijn voor zaadwinning.
2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een op grond van het derde lid onder f, bij besluit aangewezen gebied, met dien verstande, dat het voorhanden of in voorraad hebben als in het eerste lid bedoeld, in dit gebied is verboden na een bij dat besluit vastgestelde datum van elk jaar.
3.
De in de voorgaande leden bedoelde gebieden zijn:
a. a. De provincie Groningen; b. b. De provincie Friesland; c. c. het gedeelte van de provincie Noord-Holland, gevormd door de gemeenten Haarlemmermeer en Wieringermeer; d. d. het gedeelte van de provincie Zuid-Holland, gevormd door de eilanden Rozenburg, Voorne, Putten, IJsselmonde, Hoekschewaard, Eiland van Dordrecht, Tiengemeten en Goeree-Overflakkee; e. e. De provincies Flevoland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg; f. f. ieder ander door de voorzitter, namens het bestuur, gehoord de commissie, bij besluit aangewezen gebied.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid of krachtens het tweede lid kan de voorzitter, namens het bestuur, gehoord de commissie, bij besluit bepalen, dat in één of meer daarbij aan te wijzen gebieden het voorhanden of in voorraad hebben van suikerbieten, voederbieten en afval van suikerbieten en voederbieten is toegestaan tot een daarbij aan te geven datum, liggende na de voor die gebieden op grond van het eerste lid dan wel krachtens het tweede lid geldende datum.
Paragraaf 3. Overige bepalingen
Artikel 5
1. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften vaststellen.
2. De secretaris is bevoegd namens het bestuur op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing te verlenen van het in artikel 2, eerste of tweede lid vervatte verbod en daarbij nadere voorschriften vast te stellen. Een dergelijk verzoek dient uiterlijk vier weken voor de zaai- of pootdatum te worden ingediend bij het hoofdproductschap.
Artikel 6
Een besluit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, derde lid onder f en vierde lid, en artikel 5, eerste lid, wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van haar bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
Artikel 7
De bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.
Artikel 8
Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld. Een door het bevoegde tuchtgerecht op te leggen geldboete mag niet hoger zijn dan € 450,-- per overtreding, totdat het op 24 februari 2000 ingediende voorstel van wet “Nieuwe regelen inzake tuchtrechtspraak in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002)”, Kamerstukken II nr. 27025 (1999-2000), tot wet wordt verheven en in werking treedt.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 9
De verordening HPA bestrijding vergelingsziekte bij bieten 1997 wordt ingetrokken.
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2003.
Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2003, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 juli 2003, met uitzondering van het in artikel 8 bepaalde.
Artikel 11
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening HPA bestrijding vergelingsziekte bij bieten 2003.