40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2009 | BWBR0026239 | pbo | geldend | 2009-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0026239 | Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2009 |
Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2009
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Verbodsbepalingen
Artikel 2
1.
Het is verboden paardachtigen te houden, te vervoeren of te doen vervoeren, tenzij zij:
a. a. vergezeld gaan van een paspoort; b. b. zijn voorzien van een transponder, en c. c. zijn geregistreerd in een daarvoor bestemde database,
overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 504/2008 en het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
2.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor:
a. a. paardachtigen die op een natuurterrein leven, tenzij zij het betreffende natuurterrein verlaten; b. b. paardachtigen jonger dan 6 maanden, tenzij zij voor export of slachting worden aangeboden.
Artikel 3
1. De in artikel 2, tweede lid, onder a, bedoelde natuurterreinen worden door de voorzitter bij besluit aangewezen.
2. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel 4
Transponders worden met inachtneming van het bepaalde in Verordening (EG) Nr. 504/2008 en het bepaalde bij of krachtens deze verordening geïmplanteerd.
Artikel 5
Het is verboden de in hoofdstuk IX, deel II, van het paspoort eenmaal bepaalde bestemming van de paardachtige inhoudende niet bestemd voor de slacht voor menselijke consumptie, te wijzigen.
Paragraaf 3. Het paspoort
Artikel 6
1. Het paspoort wordt door het bestuur uitgegeven. Hiertoe gemandateerde erkende instellingen en hippische sportorganisaties dragen namens het bestuur zorg voor de uitgifte van het paspoort.
2. De in het eerste lid bedoelde mandatering geschiedt bij afzonderlijk besluit van het bestuur.
3. Bij het in het tweede lid bedoelde besluit wijst het bestuur de functionarissen van de erkende instellingen en hippische sportorganisaties aan die worden gemandateerd om de paspoortaanvragen te beoordelen en paspoorten uit te geven.
4. Het bestuur stelt bij afzonderlijk besluit een protocol vast, waarin door de erkende instellingen en hippische sportorganisaties in acht te nemen nadere voorschriften worden gegeven ter zake van het uitgeven van paspoorten.
5. De in het tweede en vierde lid bedoelde besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel 7
1. Het paspoort wordt door de houder aangevraagd door indiening van een door een gekwalificeerde dierenarts of paardenpaspoortconsulent volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend aanvraagformulier dat mede is ondertekend door de houder.
2.
Het aanvraagformulier voor een paspoort wordt uiterlijk 7 dagen na de dag waarop de transponder is geïmplanteerd, door de houder ingediend:
a. a. in het geval het een geregistreerde paardachtige betreft: bij de erkende instelling waar de paardachtige is geregistreerd; b. b. in het geval het een andere dan een geregistreerde paardachtige betreft: naar keuze van de aanvrager, bij één van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde erkende instellingen of hippische sportorganisaties.
3. Het bestuur stelt bij besluit de gegevens vast, die ten minste in het in het eerste lid bedoelde aanvraagformulier worden opgenomen. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
4. Behoudens het bepaalde in artikel 10, wordt niet meer dan éénmaal een paspoort voor dezelfde paardachtige aangevraagd.
Artikel 8
1. Voor het paspoort is een vergoeding verschuldigd. De hoogte van de vergoeding wordt bij besluit van de voorzitter vastgesteld. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
2. Het paspoort wordt niet eerder in handen gesteld van de aanvrager dan nadat de vergoeding aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde erkende instelling of hippische sportorganisatie is voldaan.
Artikel 9
1. Het model van het paspoort is opgenomen in de bijlage.
2. In het paspoort worden geen wijzigingen of aantekeningen aangebracht, behoudens de aantekeningen ingevolge Verordening (EG) Nr. 504/2008 en deze verordening.
3. Indien in strijd met het bepaalde in het tweede lid, in het paspoort wijzigingen of aantekeningen zijn aangebracht, is het paspoort ongeldig voor de identificatiedoeleinden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a. Het ongeldige paspoort kan op last van de voorzitter worden ingenomen.
Artikel 10
1. Indien het paspoort is kwijtgeraakt, kan op aanvraag en overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 en 17 van Verordening (EG) Nr. 504/2008, een duplicaatpaspoort of een vervangend paspoort worden uitgegeven.
2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt door de houder ingediend bij de ingevolge de artikelen 16 en 17 van Verordening (EG) Nr. 504/2008 bepaalde paspoortuitgevende instantie.
3. Behoudens in het in het eerste lid van dit artikel genoemde geval en overeenkomstig de in het eerste en vierde lid bedoelde voorschriften, wordt geen duplicaat paspoort of vervangend paspoort uitgegeven. Een in strijd met het voorgaande uitgegeven duplicaat paspoort of vervangend paspoort is ongeldig en kan op last van de voorzitter worden ingenomen.
4. Het bestuur stelt bij besluit nadere voorschriften vast ter zake van het uitgeven van een duplicaatpaspoort en een vervangend paspoort. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel 11
1. Indien het paspoort op grond van de in artikel 14, derde lid, van Verordening (EG) Nr. 504/2008, aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde erkende instelling of hippische sportorganisatie of aan de in Verordening (EG) Nr. 504/2008 bedoelde bevoegde autoriteit is overgedragen, wordt overeenkomstig genoemd artikel 14, derde lid, een tijdelijk document verstrekt.
2. Bij het besluit bedoeld in artikel 10, vierde lid, stelt het bestuur nadere voorschriften vast ter zake van het uitgeven van een tijdelijk document.
Artikel 12
1. Het ingevolge het eerste lid, onder b, van artikel 19 van Verordening (EG) Nr. 504/2008, ongeldig gemaakte paspoort wordt onder verwijzing naar artikel 19, vierde lid, van Verordening (EG) Nr. 504/2008, door de in het tweede lid van bedoeld artikel genoemde persoon of instantie teruggestuurd naar de erkende instelling of hippische sportorganisatie die het paspoort heeft uitgegeven.
2. In andere gevallen dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, stuurt de houder op de voet van artikel 19, vijfde lid, van Verordening (EG) Nr. 504/2008, het paspoort terug naar de erkende instelling of hippische sportorganisatie die het heeft uitgegeven.
3. Het bestuur kan bij besluit de procedure vaststellen voor het terugsturen van paspoorten als bedoeld in het eerste lid. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Paragraaf 4. Transponder
Artikel 13
1. De transponder wordt aan de linkerkant van de hals van de paardachtige en met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid, geïmplanteerd door een dierenarts of door een paardenpaspoortconsulent.
2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder b), van Verordening (EG) Nr. 504/2008, begint het transpondernummer van de transponder met de landencode van Nederland, zijnde 528.
3. Het bestuur stelt bij besluit een protocol vast, waarin in aanvulling op het bepaalde in artikel 11, van Verordening (EG) Nr. 504/2008, voorschriften worden gegeven ter zake van het implanteren van transponders. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Paragraaf 5. Registratie
Artikel 14
1. De in artikel 21, eerste lid, onder a en f, van Verordening (EG) Nr. 504/2008 te registreren gegevens worden door de in artikel 6, eerste lid, bedoelde erkende instelling of hippische sportorganisatie binnen een maand na het opnemen daarvan en binnen een maand na aanvulling op of wijziging van die gegevens doorgegeven aan een door de voorzitter bij besluit aangewezen databank onder zijn beheer.
2. De voorzitter geeft de in het eerste lid bedoelde erkende instelling of hippische sportorganisatie aanwijzingen ter zake van de registratie en de periodieke doorgifte van gegevensbestanden.
Paragraaf 6. Strafbepalingen
Artikel 15
Op overtreding van het bepaalde in de artikelen 7, eerste en tweede lid, 9, tweede lid, 10, derde lid en 12, worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 16
De Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004 wordt ingetrokken.
Artikel 17
1. De verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2009.
2. De verordening wordt aangehaald als: Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2009.
Bijlage
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]