rijk/pbo/verordening-invoer-bevroren-rundvlees-voor-verwerking-pvv-2008/BWBR0025220
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008 BWBR0025220 pbo geldend 2009-01-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025220 Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008

Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De verwerker die, in het kader van het krachtens artikel 144, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 periodiek vastgestelde communautaire tariefcontingent, bevroren rundvlees invoert dan wel laat invoeren in Nederland met een beroep op volledige of gedeeltelijke schorsing van het specifieke deel van het douanerecht is, ter verkrijging van deze schorsing, gehouden te voldoen aan de in de uitvoeringsverordening en deze verordening vastgestelde voorschriften en bepalingen.

2. De verwerker dient het ingevoerde rundvlees binnen 3 maanden na de dag van invoer te verwerken tot A-producten of B-producten.

Artikel 3

1. De aanvraag om in aanmerking te komen voor de toewijzing van importrechten in het kader van deze regeling, dient te worden ingediend bij het productschap met gebruikmaking van een model zoals dat is vastgesteld in bijlage l bij Verordening (EG) nr. 376/2008.

2. De verwerker dient bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid naar genoegen van het productschap te hebben aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden en vereisten welke de uitvoeringsverordening hiervoor stelt.

3. Hiertoe dient hij een naar waarheid ingevulde en bevoegdelijk ondertekende en gedagtekende verklaring te overleggen, overeenkomstig een door het productschap uitgegeven en in bijlage l van het Besluit verklaring en verantwoordingsstaat invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008 opgenomen model.

4. Het productschap kan overgaan tot het vragen van aanvullende bewijzen ten opzichte van bovenstaande documenten.

Artikel 4

1. De aanvraag om in aanmerking te komen voor de afgifte van een invoercertificaat in het kader van deze regeling dient te worden ingediend bij het productschap, met gebruikmaking van een model zoals dat is vastgesteld in bijlage l bij Verordening (EG) nr. 376/2008.

2. De door een verwerker ingediende aanvraag voor een invoercertificaat wordt pas in behandeling genomen wanneer hij de in artikel 3 bedoelde importrechten toegewezen heeft gekregen.

Artikel 5

1. Een invoercertificaat wordt pas door het productschap afgegeven wanneer door de verwerker een zekerheid is gesteld zoals bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 376/2008.

2. Tevens dient bij de invoer van de grondstoffen een zekerheid te worden gesteld bij het productschap onder gebruikmaking van een formulier zekerheidsstelling.

3. a. a. De zekerheid als bedoeld in het eerste lid, wordt vrijgegeven wanneer is voldaan aan de toepasselijke voorwaarden van Verordening (EG) nr. 376/2008. b. b. De zekerheid als bedoeld in het tweede lid, wordt vrijgegeven wanneer is voldaan aan de toepasselijke voorwaarden van de uitvoeringsverordening, alsmede wanneer voldaan is aan de voorwaarden zoals gesteld in deze verordening.

4. In geval van niet-naleving van de in het derde lid bedoelde voorwaarden zal het productschap overgaan tot het verbeuren van de zekerheid, volgens de in de uitvoeringsverordening omschreven voorwaarden.

Hoofdstuk 2. A-producten en B- producten

Artikel 6

2.

De verwerker, die voor de eerste maal deelneemt aan de in de uitvoeringsverordening omschreven regeling, dient tenminste twee weken voorafgaande aan de eerste daadwerkelijke invoer in het kader van deze verordening, de recepturen schriftelijk aan het productschap te verstrekken. Met betrekking tot deze recepturen van de te bereiden A-producten dienen de navolgende gegevens verstrekt te worden:

a. a. benaming en productiecode van het eindproduct; b. b. alle verwerkte grond- en hulpstoffen in een percentage van de totale hoeveelheid verwerkte grondstoffen en het eiwitgehalte van de grond- en hulpstoffen; c. c. het rendement; d. d. de kerntemperatuur en de tijdsduur waarop de kerntemperatuur blijft gehandhaafd tijdens be- of verwerking van het product; e. e. de wijze van verpakking; f. f. mager rundvleesgehalte; g. g. totaal vleespercentage; h. h. collageen/eiwitverhouding; i. i. de GN-code van de grondstof en de GN-code van het eindproduct.

2. Indien het gaat om bereiding van verkleind vlees of vlees met saus dient tevens het vetvrije droge stofgehalte van de overige bestanddelen niet zijnde vlees, vet of slachtafvallen, te worden verstrekt.

Artikel 7

1.

De verwerker die voor de eerste maal deelneemt aan de in de uitvoeringsverordening omschreven regeling, dient tenminste twee weken voorafgaand aan de eerste daadwerkelijke invoer in het kader van deze verordening de benaming en de recepturen van de te bereiden B-producten schriftelijk aan het productschap te melden. Met betrekking tot deze recepturen dienen de navolgende gegevens verstrekt te worden:

a. a. benaming en productiecode van het eindproduct; b. b. alle verwerkte grond- en hulpstoffen in een percentage van de totale hoeveelheid verwerkte grondstoffen; c. c. het rendement; d. d. de kerntemperatuur en de tijdsduur waarop de kerntemperatuur blijft gehandhaafd tijdens be- of verwerking van het product; e. e. de wijze van verpakking; f. f. de GN-code van de grondstof en de GN-code van het eindproduct.

2. Indien het gaat om de bereiding van eindproducten die worden ingedeeld onder de GNcode 0210 20 90 dient tevens de water/eiwitverhouding vermeld te worden.

Artikel 8

In geval een verwerker het voornemen heeft om een wijziging aan te brengen in de volgens artikel 6 of 7 verstrekte receptuur of wanneer de verwerker voornemens is producten te maken volgens nog niet eerder verstrekte recepturen, dient hij tevoren met inachtneming van hetgeen in artikel 6 of 7 is bepaald, een nieuwe opgave aan het productschap te verstrekken.

Artikel 9

1. De productie van genoemde A- of B-producten, waarvan de recepturen volgens artikel 6 of 7 zijn verstrekt, kan eerst aangevangen worden, nadat het productschap daartoe schriftelijk toestemming heeft verleend. De schriftelijke toestemming bevat een datum waarop met de feitelijke productie mag worden aangevangen.

2.

Alvorens toestemming te verlenen, wordt door de daartoe door de voorzitter gemachtigde functionarissen van het productschap bij de betrokken aanvrager een onderzoek verricht,

a. a. naar de technische mogelijkheden om de grondstoffen tot een in de receptuur omschreven eindproduct te verwerken; b. b. om te beoordelen of de administratie van de aanvrager op een zodanige wijze is ingericht dat te allen tijde de aankoop en de verkoop van de grondstoffen, de verkoop en de aflevering van de eindproducten op eenvoudige wijze is na te gaan.

Artikel 10

1. De verwerker, die in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde regeling, bevroren rundvlees aanvoert op zijn bedrijf, dient dit tenminste 2 werkdagen voor het tijdstip van aanvoer schriftelijk te melden aan het productschap.

2. De verwerker, die beoogt over te gaan tot verwerking van bevroren rundvlees in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde regeling, dient dit tenminste 2 werkdagen voor het tijdstip van aanvang van de productie aan het productschap schriftelijk te melden.

3. De verwerker is verplicht tijdens een eerste proefbereiding een daartoe door de voorzitter gemachtigde functionaris van het productschap aanwezig te laten zijn. Aan de hand van de eerste proefbereiding wordt door de functionaris een rendement berekend. Het productschap is te allen tijde gerechtigd een nieuwe proefbereiding verplicht te stellen.

4. Indien uit de proefbereiding blijkt dat het bereide product niet valt onder A-product of B-product wordt de op basis van artikel 9 verleende toestemming ingetrokken.

5. Indien de grondstoffen, gebruikt voor de productie van A- of B-producten, naar hun aard of kwaliteit duidelijk afwijken van de bij de proefbereiding verwerkte grondstoffen, dient aan het productschap hiervan mededeling te worden gedaan en voorafgaande aan de verwerking van deze grondstoffen een nieuwe proefbereiding plaats te vinden in aanwezigheid van functionarissen van het productschap.

Artikel 11

1. Teneinde te voldoen aan de verplichting tot het leveren van bewijs, is de verwerker verplicht om minimaal één maal per zes weken aan het productschap opgave te doen van de door hem bereide of afgeleverde hoeveelheden verwerkte A- of B-producten, gespecificeerd per soort. De opgave dient te geschieden door middel van een door of namens de verwerker ondertekende en gedagtekende verklaring inzake de verwerking, overeenkomstig het in bijlage lla, llb of lIc van het Besluit verklaring en verantwoordingsstaat invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008, vastgestelde model, welke nauwkeurig en naar waarheid is ingevuld, een en ander zoals blijkens het model is vereist.

2. Gebruikmaking van andere verklaringen dan die in bijlage lla, llb of lIc is toegestaan, mits door of namens de verwerker ondertekend, gedagtekend en voorzien van alle in de bovengenoemde bijlagen vereiste gegevens.

3.

De voorzitter kan, namens het bestuur, op aanvraag van de verwerker ontheffing verlenen van de verplichting om:

a. a. het door het bestuur vastgestelde model als bedoeld in het eerste lid te gebruiken voor het indienen van de verklaring inzake de verwerking; b. b. de in het eerste lid vermelde periode aan te houden voor het indienen van de verklaringen inzake de verwerking als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 3. Administratieve voorschriften

Artikel 12

1. De verwerker die bevroren vlees invoert, is verplicht terzake van het voorhanden of in voorraad hebben, be- of verwerken, dan wel ontvangen of afleveren van het bedoelde bevroren vlees, onderscheidenlijk de daaruit verkregen producten, een dagelijks bij te houden boekhouding en voorraadadministratie te voeren en deze voorraadadministratie, alsmede de in het tweede lid bedoelde bescheiden, gedurende 5 jaar te bewaren.

2.

De in het eerste lid bedoelde boekhouding en voorraadadministratie dienen volledig en overzichtelijk te zijn, nauwkeurig en naar waarheid te worden bijgehouden en zodanig ingericht, dat daaruit de volgende gegevens kunnen worden afgeleid, gestaafd door leveringsbewijzen, facturen en verwerkingsstaten;

a. a. de dag van invoer en ontvangst op het bedrijf en de ingevoerde en ontvangen hoeveelheden bevroren vlees, onderscheiden naar hun aard en herkomst, alsmede de naam en het adres van de leverancier; b. b. de dag van be- of verwerkingen, de be- of verwerkte hoeveelheden bevroren vlees, alsmede de daarnaast in de voorraden bevroren vlees als gevolg van retourzendingen verliezen of soortgelijke oorzaken opgetreden wijzigingen; c. c. de dag van aflevering en de afgeleverde hoeveelheden van de uit het ingevoerde bevroren vlees verkregen producten, onderscheiden naar aard, alsmede de naam en het adres van de afnemer.

3. De in het tweede lid bedoelde gegevens dienen voor elk stadium van be- of verwerking waarin het bevroren vlees zich in het bedrijf bevindt, afzonderlijk te worden vermeld.

4. De voorzitter kan naar aanleiding van een schriftelijk verzoek van de be- of verwerker een ontheffing verlenen van de hierboven genoemde administratieve voorschriften. Zulks geschiedt met inachtneming van nader te stellen voorwaarden.

Hoofdstuk 4. Monsternames

Artikel 13

1. Door of namens het productschap kunnen uit de voorraden van de in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde invoerregeling verwerkte producten, op door het productschap te bepalen tijdstippen monsters worden genomen. De monstername kan geschieden zowel op het bedrijf van de betrokken verwerker als overal elders in de distributieschakel alwaar zodanig bewerkte producten worden aangetroffen.

2. De grootte van ieder monster bedraagt voor zover het betreft verwerkte producten zonder saus tenminste 500 gram, zo mogelijk in 3 verpakkingseenheden, voor zover het betreft de overige producten tenminste 3 van de kleinste verpakkingseenheden.

3. De monsters worden door TNO onderzocht.

4.

Indien bij het onderzoek dat door TNO wordt uitgevoerd op A-producten, blijkt dat het product:

a. a. ander vlees dan rundvlees bevat; b. b. de toevoegingen, met uitzondering van water, meer bedragen dan 15% van het netto gewicht van het eindproduct; c. c. een collageen/eiwitverhouding van 0,45 wordt overschreden; d. d. minder dan 20 gewichtspercenten mager vlees bevat, of e. e. bij doorsnijding van het dikste gedeelte sporen van een roseachtige vloeistof zijn waar te nemen,

zal de totale in dezelfde week als het betreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringsverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.

5.

Indien bij het onderzoek dat door TNO wordt uitgevoerd op B-producten, blijkt dat het product:

a. a. geen rundvlees bevat; b. b. voor een verwerkt product van GN-code 0210 20 90 de kleur en consistentie van vers vlees niet volledig is verdwenen of een water/eiwitverhouding van meer dan 3,2 heeft,

zal de totale in dezelfde week als het desbetreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.

6. Op verzoek van de betrokken verwerker kan, tegelijk met het nemen van een monster als bedoeld in de leden 1 en 2, uit dezelfde partij verwerkte producten met dezelfde productiecode een monster van gelijke grootte worden genomen ten behoeve van tegenonderzoek. Laatstbedoeld monster zal op het bedrijf van de betrokkene worden bewaard totdat de uitslag van het onderzoek bekend is. Indien de uitslag voor de betrokkene afwijkingen als in lid 4 of lid 5 bedoeld aan het licht brengt, kan deze verzoeken het monster ten behoeve van het tegenonderzoek door TNO te doen onderzoeken. De uitslag van dit laatste onderzoek is beslissend voor de hieraan te verbinden gevolgen.

7. Onverminderd hetgeen hiervoor is bepaald, kan het productschap bepalen dat het betrokken product niet in het kader van de door middel van de uitvoeringsverordening ingestelde invoerregeling wordt aanvaard, ingeval de uitslag van het onderzoek van een monster als bedoeld in het eerste lid of het zesde lid, bij herhaling enige afwijking als bedoeld in lid 4, onderscheidenlijk lid 5, aan het licht brengt.

8. De kosten van de monstername en van het onderzoek van de monsters, dit geldt ook voor monsters ten behoeve van tegenonderzoek, komen voor rekening van de betrokken verwerker.

Hoofdstuk 6. Controle

Artikel 14

De verwerker, die bevroren rundvlees invoert dat verwerkt zal worden tot A- of B-product is verplicht:

    1. te allen tijde de daartoe door de voorzitter gemachtigde functionaris(sen) van het productschap, of andere door de voorzitter gemachtigde(n) personen, in de gelegenheid te stellen de naleving van de voorschriften te controleren daaronder begrepen het toelaten van het nemen van monsters en daarbij alle verlangde medewerking te verlenen;
    1. zich te richten naar de aanwijzingen, welke het productschap kan geven met het oog op een juiste uitvoering van de regeling;
    1. ten genoegen van het productschap, binnen de termijn gesteld in de uitvoeringsverordening aan te tonen dat de desbetreffende verplichtingen zijn nagekomen;
    1. overigens alle inlichtingen aan het productschap te verstrekken, welke het voor de toepassing van de uitvoeringsverordening nodig oordeelt;
    1. als ten gevolge van een aan de be- of verwerker te wijten omstandigheid een afdoende controle van de onderhavige invoerregeling niet mogelijk is, de controlekosten aan het productschap te vergoeden.

Hoofdstuk 7. Bijzondere controleregimes

Artikel 15

2.

Indien verwerkers A- of B-producten afleveren aan bedrijfseenheden, waarvan zij geheel of gedeeltelijk eigenaar of vertegenwoordigingsbevoegde zijn, dan wel waarmee zij op enige wijze vennootschappelijk gelieerd zijn, dienen zij productiecontrole per week mogelijk te maken. Hiertoe moeten zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

    1. zij dienen te beschikken over een administratie die is afgestemd op een wekelijkse controle van de productie. In de vorm van productieregisters of verantwoordingsstaten, waarmee verwerkers te allen tijde de identiteit en het gebruik van het ingevoerde vlees moeten kunnen aantonen;
    1. zij dienen te melden op welke dagen zij A- of B-producten vervaardigen;
    1. zij dienen de verwerkte A- of B-producten op een nader afgesproken tijdstip beschikbaar te houden voor kwantitatieve controle door het productschap;
    1. zij dienen er zorg voor te dragen, dat de desbetreffende productie-verpakkingen zijn te identificeren. Op de verpakkingen dient een identificatie aangebracht te worden met daarop vermeld de desbetreffende bedrijfseigen productiecodes waaruit de productiedatum af te leiden is. Deze identificatie moet zodanig zijn aangebracht dat deze niet zonder beschadiging van de verpakking van het eindproduct kan worden verwijderd. De aan te brengen coderingen dienen algemeen gebruikelijk te zijn en vooraf, bij de receptuur, schriftelijk, aan het productschap bekend te worden gemaakt;
    1. de voorzitter kan, namen het bestuur, onder de door hem te stellen voorwaarden, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 16

De Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking 2001 wordt ingetrokken.

Artikel 17

1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst en zij werkt terug tot en met 1 augustus 2008.

Bijlage . bij Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking (PVV) 2008

[afbeelding]