rijk/pbo/verordening-pa-erosiebestrijding-zuid-limburg-2013/BWBR0033743
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013 BWBR0033743 pbo geldend 2013-09-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0033743 Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013

Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze verordening verstaat onder:

Paragraaf 2. Werkingsgebied

Artikel 2

Deze verordening is van toepassing op landbouwgronden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande wegen Sittard - Wehr (tot grens Nederland-Duitsland) en Sittard - Urmond (tot grens Nederland-België), met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp.

Paragraaf 3. Verplichtingen

Artikel 3

De ondernemer is verplicht:

a. a. zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na elke oogst van het betreffende teeltjaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarmee vooral de verslemping, verdichting, korstvorming en wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei of bij de aanwezigheid van meerjarige teelten. De genoemde diepte van vijftien centimeter mag worden beperkt tot tien centimeter indien een hamsterovereenkomst van toepassing is en b. b. bij het inzaaien van bieten, maïs of uien de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode is toegepast en c. c. landbouwgronden met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend als grasland te gebruiken.

Artikel 4

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3 is de ondernemer verplicht met betrekking tot elk perceel landbouwgrond als bedoeld in artikel 2 met een hellingspercentage van 2% of meer en met een hellingslengte van meer dan 50 meter één of meer maatregelen te treffen die zijn opgenomen in bijlage 1.

2. De ondernemer is verplicht om uiterlijk 1 januari van het lopende teeltjaar melding te doen van de getroffen maatregelen.

3. De voorzitter is, namens het bestuur, bevoegd bij besluit, gehoord de commissie, de in de bijlage genoemde maatregelen te wijzigen of aan te vullen dan wel andere maatregelen aan te wijzen die de ondernemer dient te treffen ter voorkoming van erosie, totdat bij verordening daarin is voorzien. Als dan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken.

Paragraaf 4. Uitsluiting

Artikel 5

Deze verordening is, onverminderd het bepaalde in artikel 3, niet van toepassing op landbouwgronden indien de ondernemer:

a. a. geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toegepast en een bodembedekking inzaait, waarbij de bodembedekking achterwege kan blijven indien op 15 september nog een gewas op het land staat, of b. b. in het teeltjaar bij gewassen in ruggenteelt, waterdrempels toepast die tussen aanleg van de ruggen en het sluiten van het gewas gezamenlijk 100 m^3 water per hectare kunnen bergen, of c. c. in het teeltjaar uiterlijk op 1 januari een wateropvang heeft met een capaciteit van 100 m^3 per hectare, voor de percelen die afwateren in deze voorziening, of d. d. wintergraan teelt dat voor 1 januari van het betreffende teeltjaar wordt ingezaaid.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 6

De secretaris is, namens het bestuur, bevoegd om op schriftelijk verzoek, na overleg met het waterschap, ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 3 en 4:

a. a. op verzoek van één of meerdere ondernemers waarbij nadere voorschriften kunnen worden ingesteld; b. b. collectief, indien algemene gebeurtenissen de uitvoering van de betreffende artikelen onmogelijk maakt, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld; c. c. collectief, indien de belangen van de ondernemingen door de uitvoering van de betreffende artikelen ernstig worden geschaad, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven. d. d. collectief, naar aanleiding van andere zwaarwegende redenen, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven.

Artikel 7

Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 en 4 waarbij aan ondernemers verplichtingen of verboden worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.

Artikel 8

Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 9

De Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 september 2013. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 augustus 2013, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij met uitzondering van artikel 8 terug tot en met 1 september 2010.

Artikel 11

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013.

Bijlage

De onderstaande maatregelen voldoen aan het criterium dat bij hevige neerslag minimaal 100 m³ water per hectare gebufferd wordt. Als sprake is van een lagere effectiviteit, dan ontstaat er een restopgave uitgedrukt in een aantal m³ waterbuffering of -opvang.