rijk/pbo/verordening-pa-landbouwzaaizaden-2008/BWBR0025431
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening PA landbouwzaaizaden 2008 BWBR0025431 pbo geldend 2008-12-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025431 Verordening PA landbouwzaaizaden 2008

Verordening PA landbouwzaaizaden 2008

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. a. productschap: Productschap Akkerbouw; b. b. secretaris: secretaris van het productschap; c. c. landbouwzaaizaad: landbouwzaaizaden, omschreven in artikel 8, tweede lid van het Instellingsbesluit akkerbouwproductschappen; d. d. EG: Europese Gemeenschappen; e. e. ondernemer: degene die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld; f. f. EG-richtlijnen:

            1.
            Richtlijn nr. 2002/54/EG, betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (Pb.EG nr. L 193) en de wijzigingen hierop;
          
          
            2.
            Richtlijn nr. 66/401/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (Pb.EG nr. L 125) en de wijzigingen hierop;
          
          
            3.
            Richtlijn nr. 66/402/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (Pb.EG nr. L 125) en de wijzigingen hierop;
          
          
            4.
            Richtlijn nr. 202/57/EG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (Pb.EG nr. L 193) en de wijzigingen hierop.
    1.       Richtlijn nr. 2002/54/EG, betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (Pb.EG nr. L 193) en de wijzigingen hierop;
      
      
            2.
            Richtlijn nr. 66/401/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (Pb.EG nr. L 125) en de wijzigingen hierop;
      
      
            3.
            Richtlijn nr. 66/402/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (Pb.EG nr. L 125) en de wijzigingen hierop;
      
      
            4.
            Richtlijn nr. 202/57/EG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (Pb.EG nr. L 193) en de wijzigingen hierop.
      
    1.       Richtlijn nr. 2002/54/EG, betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (Pb.EG nr. L 193) en de wijzigingen hierop;
      
    1.       Richtlijn nr. 66/401/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (Pb.EG nr. L 125) en de wijzigingen hierop;
      
    1.       Richtlijn nr. 66/402/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (Pb.EG nr. L 125) en de wijzigingen hierop;
      
    1.       Richtlijn nr. 202/57/EG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (Pb.EG nr. L 193) en de wijzigingen hierop.
      

2. Voor de toepassing van deze verordening worden voorts, voor zover van belang, de begripsomschrijvingen overgenomen van de EG-richtlijnen.

Paragraaf 2. Bepalingen met betrekking tot het gebruik van eigen zaaizaad

Artikel 2

1. Het is verboden landbouwzaaizaad dat niet conform de in artikel 1 genoemde richtlijnen is goedgekeurd en gecertificeerd voor zaaidoeleinden te gebruiken.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3 en onverminderd beperkingen aan de productie van zaaizaad, die voortvloeien uit het kwekersrecht is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing, indien het landbouwzaaizaad wordt gebruikt door de landbouwer, die dit landbouwzaaizaad zelf heeft geteeld.

Artikel 3

1. Het is verboden lijnzaad van vezelvlas dat niet conform Richtlijn 2002/57/EG is goedgekeurd en gecertificeerd voor zaaidoeleinden te gebruiken.

2. Onverminderd beperkingen aan de productie van zaaizaad, die voortvloeien uit het kwekersrecht, geldt het verbod, gesteld in het eerste lid, niet ten aanzien van lijnzaad, dat een vlasteler heeft geoogst van cultuurgrond, die hij als eigenaar of anderszins voor langer dan één jaar zonder onderbreking in gebruik heeft, voor zover die vlasteler dat lijnzaad uitzaait op cultuurgrond, als hiervoor bedoeld.

Artikel 4

De ondernemer is verplicht de opslag en bewerking van niet gekeurd, dan wel na keuring te velde niet goedgekeurd landbouwzaaizaad bestemd voor eigen gebruik als bedoeld in artikel 2, tweede lid, zodanig in te richten dat geen vermenging van partijen zaad, van verschillende landbouwers plaats vindt.

Artikel 5

1. De ondernemer die landbouwzaaizaad als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bewerkt, is verplicht zijn dagelijkse administratie zodanig bij te houden dat daaruit blijkt de naam van de opdrachtgever, het aantal, het gewicht en het vochtgehalte van elke aangevoerde, voorhanden en in voorraad zijnde, respectievelijk teruggeleverde partij zaad, alsmede van de hoeveelheid uitval van elke bewerkte partij zaad.

2. De ondernemer is verplicht de in het eerste lid bedoelde dagelijkse administratie gedurende vijf jaren in chronologische volgorde te bewaren.

Artikel 6

De ondernemer is verplicht, op verzoek van de secretaris en op de door de secretaris vastgestelde wijze, mededeling te doen van:

  • de voorraad landbouwzaaizaden bij de ondernemer, dan wel bij derden opgeslagen, gespecificeerd naar soort, ras en generatie;
  • de hoeveelheid uit Nederland uitgevoerde, dan wel in Nederland ingevoerde landbouwzaaizaden, gespecificeerd naar soort, ras en generatie;
  • de opslag en de in- of verkoop van landbouwzaaizaden.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 7

De bepalingen van deze verordening gelden mede voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten, die in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, bedrijfsmatig plegen te worden verricht.

Artikel 8

Op overtreding van het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 7 worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PA landbouwzaaizaden 2008.