rijk/pbo/verordening-pdv-certificatie-gmp-diervoedersector-2003/BWBR0014959
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003 BWBR0014959 pbo geldend 2004-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014959 Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003

Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze verordening neemt over de terminologie van de Richtlijnen 701524lEEG. 79/373EEG, 82/471/EEG, 90/167/EG, 92/117/EEG, 93/113/EG, 95/69/EG, 96/251/EEG, 2002/32/EG, enig nadere wettelijke regeling van de Europese Gemeenschap van toepassing voor de diervoedersector, en de Verordening PDV bevoegdheden en werkwijze organen en inrichting secretariaat 1999 en verstaat voorts onder:

Artikel 2

Onverminderd de normen als bedoeld in artikel 1, onderdeel j., worden toevoegings- en diergeneesmiddelen, voormengsels, voedermiddelen en diervoeders waarin stoffen aanwezig zijn die kennelijk dienen om de aanwezigheid van andere stoffen te maskeren in het kader van de GMP-regeling als ondeugdelijk aangemerkt.

Paragraaf 2. Erkenningsprocedure

Artikel 3

De ondernemer die de basiskwaliteit jegens zijn afnemers wil borgen overeenkomstig de GMP-regeling kan een erkenningscertificaat aanvragen.

Artikel 4

1. Een erkenningscertificaat wordt aangevraagd bij een door het productschap ingevolge artikel 10 geaccepteerde certificatie-instelling.

2.

Een erkenningscertificaat wordt afgegeven indien:

  • ten genoegen van de certificatie-instelling wordt aangetoond dat in elke bedrijfseenheid alle activiteiten waarvoor een GMP-standaard of de QC-standaard van toepassing is daaraan voldoen en

  • over alle wettelijk voorgeschreven registraties, erkenningen en vergunningen wordt beschikt en

  • opgave wordt gedaan van de zeggenschapsverhoudingen binnen de onderneming, alsmede het samenstel van ondernemingen waarvan de onderneming deel uitmaakt.

3. Indien op één locatie meerdere ondernemers activiteiten uitoefenen waarvoor een GMP-standaard bestaat, dient ieder van hen voor deze activiteiten over een erkenningscertificaat te beschikken.

4. Indien de acceptatie van de certificatie-instelling van wie de deelnemer een erkenningscertificaat heeft, wordt ingetrokken, is de deelnemer verplicht binnen drie maanden een overeenkomst met een andere geaccepteerde certificatie-instelling te sluiten. Deze CI dient vervolgens binnen 3 maanden na het sluiten van de overeenkomst een nieuw erkenningscertificaat af te geven.

Artikel 5

1. Indien ten genoegen van de certificatie-instelling is aangetoond dat aan de voorwaarden van de toepasselijke GMP-standaard dan wel de QC-standaard wordt voldaan, verleent de certificatie-instelling aan de ondernemer per bedrijfseenheid een erkenningscertificaat waarin de GMP-standaarden worden genoemd, die ZW beoordeeld en waaraan wordt voldaan.

2.

Het erkenningscertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. De geldigheidsduur wordt telkenmale met drie jaar verlengd tenzij:

a. a. de deelnemer uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur schriftelijk te kennen heeft gegeven van verlenging af te zien, of b. b. de beoordeling als bedoeld in het derde lid tot een negatieve uitkomst leidt, of c. c. toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid.

3. Alvorens de certificatie-instelling tot verlenging van het erkenningscertificaat overgaat, voert hij een herbeoordeling uit ten aanzien van het voldoen aan de GMP-regeling.

Artikel 5a

1. Een deelnemer die diervoeders produceert kan voor een niet-gecertificeerde tussenhandelaar garant staan, indien hij via deze tussenhandelaar aflevert aan een veehouder en wil waarborgen dat alle diervoeder van deze tussenhandelaar overeenkomstig de GMP-standaard GMP02 of overeenkomstig GMP04 voor zover van toepassing is geproduceerd.

2. De in het eerste lid bedoelde tussenhandelaar mag geen etiket of begeleidend document wijzigen, geen tussenopslag in bulk en geen bulktransport verrichten en slechts overwegend van één producent diervoeders afnemen.

3. De deelnemer houdt een lijst bij van tussenhandelaren en producten waarvoor hij garant staat en deelt iedere wijziging binnen één maand mee aan de certificatie-instelling.

Paragraaf 3. Registratie

Artikel 6

1. De certificatie-instelling doet aan de secretaris onverwijld opgave van de naam, het adres en de vestigingsplaats, voor zover nodig met vermelding van bedrijfseenheden, van elke ondernemer waaraan hij een erkenningscertificaat verleent, alsmede voor welke GMP-standaard(en) en aanvullende aanduidingen als bedoeld in artikel 7, vierde lid, dan wel de QC-standaard het erkenningscertificaat is verleend.

2. De certificatie-instelling stelt de secretaris binnen één maand schriftelijk in kennis van iedere wijziging van de gegevens als bedoeld in het eerste lid.

3. De certificatie-instelling stelt de secretaris binnen 24 uur schriftelijk in kennis van de namen, adressen en vestigingsplaatsen van de ondernemers waarvan het erkenningscertificaat is geschorst, ingetrokken of niet is verlengd. De secretaris is gerechtigd om belanghebbenden hierover actief te informeren.

4. De certificatie-instelling doet aan de secretaris onverwijld opgave van de tussenhandelaren en de producten waarvoor overeenkomstig artikel 5a deelnemers garant staan.

5. De secretaris legt de in de voorgaande leden bedoelde gegevens vast in een openbaar register.

Paragraaf 4. Gebruik van aanduidingen en collectieve beeldmerken

Artikel 7

1.

De deelnemer is gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd bedrijf':

a. a. op of bij de bedrijfseenheid waarvoor de erkenning is verleend; b. b. op of bij de producten afkomstig van de onder a. bedoelde bedrijfseenheid, mits de handel in, op- en overslag, be- en verwerking dan wel productie van de producten heeft plaatsgevonden overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde GMP-standaarden; c. c. op bescheiden afgegeven door de onder a. bedoelde bedrijfseenheid.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is de deelnemer die blijkens zijn erkenningscertificaat voldoet aan het bepaalde in bijlage GMP01, paragraaf 1, gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP+HACCP-gecertificeerd bedrijf' en het collectieve beeldmerk "HACCP op de wijze als genoemd in het eerste lid.

3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en het tweede lid is de deelnemer die blijkens zijn erkenningscertificaat ten aanzien van transport voldoet aan het bepaalde in bijlage GMP07 gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd transportbedrijf' op de wijze als genoemd in het eerste lid.

4. De deelnemer is gerechtigd een of meer aanvullende aanduidingen te vermelden, indien hij voldoet aan de desbetreffende aanvullende criteria voor productkenmerken vermeld in bijlage GMP14.

5. De goedgekeurde leverancier is gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "QC-bedrijf' opgenomen in bijlage GMP15 op de wijze als genoemd in het eerste lid.

Artikel 8

Iedere deelnemer is gerechtigd de collectieve beeldmerken in een vertaalde versie in het Duits, Engels, Frans, Grieks, Italiaans of Spaans te gebruiken. De vertaalde beeldmerken moeten overeenkomen met de beeldmerken, afgebeeld in bijlage GMP15 bij deze verordening.

Artikel 9

1. Iedere gebruiker van één van de collectieve beeldmerken is verplicht iedere inbreuk die hem ter kennis komt mede te delen aan zijn certificatie-instelling, of het productschap.

2. Onverminderd de bevoegdheid van het productschap is iedere certificatie-instelling zelfstandig bevoegd tot het instellen van een vordering tegen een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van een collectief beeldmerk of van een daarmee overeenstemmend teken.

3. Iedere gebruiker van één van de collectieve beeldmerken is bevoegd om zich te voegen of tussen te komen in een geding als bedoeld in het tweede lid.

Paragraaf 5. Acceptatie van certificatie-instellingen

Artikel 10

1. Het verzoek tot acceptatie als certificatie-instelling wordt ingediend bij het productschap.

2. Het bestuur stelt, gehoord het College, bij besluit de procedure en voorwaarden voor acceptatie van een certificatie-instelling vast.

3. Na indiening van de aanvraag tot acceptatie beoordeelt het productschap binnen een termijn van drie maanden of de certificatie-instelling voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het tweede lid.

4. De acceptatie van een certificatie-instelling wordt namens het bestuur verleend door de secretaris bij wederzijdse overeenkomst met een duur van vier jaren.

5. Bij acceptatie verkrijgt de certificatie-instelling het niet exclusieve recht, onder de bij de in het vierde lid genoemde overeenkomst nader te stellen voorwaarden, met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 2 aan ondernemers in de diervoedersector erkenningscertificaten te verlenen.

6. De namen, adressen en vestigingsplaatsen van de geaccepteerde certificatie instellingen worden door de secretaris vastgelegd in een openbaar register.

7. Bij wijziging van de naam, het adres of de vestigingsplaats dan wel bij opheffing is de certificatie-instelling verplicht het productschap binnen één maand vooraf daarvan in kennis te stellen.

8. De certificatie-instelling die een verzoek tot acceptatie indient als bedoeld in het eerste lid, is aan het productschap een door het bestuur vast te stellen vergoeding verschuldigd. De geaccepteerde certificatie-instellingen zijn jaarlijks een door het bestuur vast te stellen licentievergoeding aan het productschap verschuldigd, dat bestaat uit een vast bedrag per certificatie-instelling en een bedrag per door deze erkende deelnemer.

Artikel 11

1. Een certificatie-instelling neemt bij de beoordeling van ondernemers, alsmede bij de verlening, verlenging, opschorting en intrekking van een erkenningscertificaat strikt in acht het bepaalde in deze verordening, alsmede de door het bestuur, gehoord het College, bij besluit vastgestelde richtlijnen voor beoordeling en certificatie.

2. Het Bureau Coördinatie Diervoedercertificatie en -controle houdt toezicht op de naleving door de certificatie-instellingen van de verplichtingen bedoeld in het voorgaande lid.

3. Het productschap neemt bij de beoordeling van certificatie-instellingen strikt in acht het bepaalde in deze verordening, alsmede de door het bestuur, gehoord het College, bij besluit vastgestelde richtlijnen voor beoordeling en sanctionering van certificatie-instellingen.

4.

Indien de certificatie-instelling de verplichtingen in of krachtens deze verordening niet naleeft, kan de secretaris namens het bestuur:

  • geen verlenging van de erkenning, als bedoeld in artikel 10, vierde lid, verlenen, of
  • de erkenning schorsen of
  • de erkenning intrekken

en dit besluit bekend maken.

Paragraaf 6. Verplichtingen deelnemers

Artikel 12

1. De deelnemer is verplicht alle medewerking te verlenen aan de controle bedoeld in artikel 11 en aan het toezicht door of vanwege het productschap op de naleving van de voorwaarden en voorschriften bij of krachtens deze verordening gesteld.

2. De deelnemer is verplicht het bepaalde bij of krachtens deze verordening na te leven.

3. De deelnemer dient bij wijziging van de GMP-regeling binnen één jaar na bekendmaking daarvan aan de wijziging te voldoen, tenzij het bestuur, gehoord het College, een kortere termijn bepaalt.

Artikel 13

1.

Indien de deelnemer de verplichtingen uit artikel 12 niet naleeft, dan wel bij de herbeoordeling als bedoeld in artikel 4, derde lid, niet aan de voorwaarden en criteria van de GMP-regeling blijkt te voldoen, kan de certificatieinstelling:

  • geen verlenging van het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard als bedoeld in artikel 4, tweede lid, verlenen, of
  • het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard, schorsen voor de duur van maximaal drie maanden, en
  • het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard, intrekken indien na afloop van de in het voorgaande gedachtestreepje genoemde schorsing de tekortkomingen niet ten genoegen van de certificatie-instelling aantoonbaar zijn opgeheven.

2. Na het intrekken dan wel het niet verlengen van een erkenning is de ondernemer gedurende een periode van een jaar uitgesloten van de mogelijkheid tot het aanvragen van een erkenning.

3.

Indien daartoe naar het oordeel van het productschap gehoord het College aanleiding bestaat, kan de in het voorgaande lid bedoelde uitsluiting tevens iedere andere ondernemer betreffen waarin al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap wordt uitgeoefend of verkregen door:

  • de uitgesloten ondernemer, of
  • een rechtspersoon die in de uitgesloten ondernemer al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap uitoefent of in de erkenningsperiode heeft uitgeoefend, of
  • een natuurlijke persoon die in de uitgesloten ondernemer al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap uitoefent of in de erkenningsperiode heeft uitgeoefend.

Het bepaalde in artikel 6, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4. Op grond van redelijkheid en billijkheid kan de certificatie-instelling besluiten de niet-verlenging, schorsing of intrekking van het certificaat, als bedoeld in het eerste lid, op één of meer GMP-standaarden betrekking te laten hebben.

Paragraaf 7. Geschillenbeslechting

Artikel 14

In aanvulling op de eigen geschillenregeling van de certificatie-instelling is op geschillen tussen deelnemers en certificatie-instellingen inzake het gebruik door de certificatieinstelling van zijn bevoegdheden ingevolge artikel 5, eerste lid en artikel 13, eerste lid, van toepassing het als bijlage GMP16 bij deze verordening opgenomen geschillenreglement.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 15

1. De voorzitter is bevoegd, namens het bestuur, bij besluit bijlage 1 bij de "GMP- standaard wegtransport diervoedersector, GMP 07" te wijzigen.

2. De voorzitter is bevoegd, namens het bestuur, bij besluit de bijlage "Productnormen GMP-regeling diervoedersector, GMP 14" te wijzigen, indien het gaat om normen of verboden producten die reeds nationaal of communautair bij een wettelijke regeling geregeld zijn.

3. Besluiten van het bestuur en de voorzitter als bedoeld in artikel 10, tweede lid, artikel 11, eerste lid en artikel 15, eerste en tweede lid, alsmede de besluiten bedoeld in de bijlagen bij deze verordening, worden bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treden in werking op de tweede dag na publicatie, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.

Artikel 16

De volgende verordeningen en besluiten worden ingetrokken:

  • Verordening PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2000;
  • Verordening Vvr regeling diervoeders voor de productie van varkensvlees volgens Japanstandaard 1994;
  • Besluit WR erkenningsregeling laboratoria bedrijfsinterne controle diervoedersector 1996;
  • Besluit PDV normen GMP diervoedersector 1999;
  • Besluit Vvr regeling leveranciers voeders voor scharreldieren 1995;
  • Besluit Vvr regeling leveranciers voeders voor grasmerk 1995;
  • Besluit PDV transport diervoeders GMP 2000;
  • Besluit PDV gebruik en toezicht collectieve beeldmerken GMP diervoedersector 2001;
  • Besluit Vvr nadere voorschriften GMP-erkenning;
  • Besluit PDV beoordelings- en toezichtsprocedure GMP diervoedersector 1998;
  • Besluit PDV gebruik Quality Control beeldmerk 2002.

Artikel 17

De op de dag van inwerkingtreding van deze verordening bestaande erkenningen op grond van de Verordening PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2000 blijven van kracht en erkenningen die vanaf 1 december 2002 tot de dag van inwerkingtreding zijn verlopen worden geacht te zijn verlengd met één jaar, onder voorwaarde dat de deelnemer vóór 1 augustus 2003 een overeenkomst met een geaccepteerde certificatie-instelling sluit voor uitvoering van een beoordeling als bedoeld in artikel 11, eerste lid.

Artikel 18

Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van 1 juli 2003. Bij publicatie op of na 30 juni 2003 treedt deze verordening in werking op de tweede dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 juli 2003.

Artikel 19

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003.

Bijlage 01. Algemene GMP-standaard diervoedersector GMP01 ; 11-04-2003

Bijlage 02. GMP-standaard handel en productie mengvoeders GMP02; 11-4-2003

Bijlage 03. GMP-standaard handel en productie voormengsels GMP03; 11-4-2003

Bijlage 04. GMP-standaard productie voedermiddelen GMP04; 11-4-2003

Bijlage 05. GMP-standaard handel voedermiddelen GMP05; 11-4-2003

Bijlage 06. GMP-standaard op- en overslag voedermiddelen GMP06; 11-4-2003

Bijlage 07. GMP-standaard wegtransport diervoedersector GMP07 ; 11-4-2003

Bijlage 08. GMP-standaard zeescheepvaart-, binnenvaart- en rail- vervoer diervoedersector GMP08 ; 11-4-2003

Bijlage 09. GMP-standaard handel en productie van toevoegingsmiddelen GMP09;11-4-2003

Bijlage 10. GMP-standaard laboratorium bedrijfsinterne controle diervoedersector GMP10;11-4-2003

Bijlage 11. GMP-standaard teelt van voedermiddelen GMP11;11-4-2003

Bijlage 12. GMP - standaard opslag, bewaring en vervoedering van diervoeders op het varkenshouderij bedrijf GMP12;11-4-2003

Bijlage 13. Quality Control of Feed Materials for Animal Feed GMP13; 11-4-2003

Bijlage 14. Productnormen GMP - regeling diervoedersector GMP14; 11-4-2003

Toelichting

De in deze bijlage opgenomen productnormen zijn ten dele gebaseerd op in de Europese Unie of nationaal (Nederland) wettelijk vastgestelde normen voor producten, ten dele aanvullend vastgesteld in het kader van de GMP-regeling diervoedersector, in overeenstemming met de schakels in de dierlijke productieketen. Indien in een land andere nationale wettelijke normen van kracht zijn, zijn deze van toepassing.

Bijlage 15. Collectieve beeldmerken GMP GMP; 12-2-2003

Bijlage 16. Geschillenreglement GMP GMP16 ; 12-2-2003

Bijlage 17.1. Normen Diervoeders voor de productie van varkensvlees volgens Japanstandaard GMP - regeling diervoedersector GMP17.1; 11-4-2003

Bijlage 17.2. Normen leveranciers voeders voor scharreldieren GMP - regeling diervoedersector GMP17.2; 11-4-2003

Bijlage 17.3. Normen leveranciers voeders onder graskeurmerk voor graskippen GMP - regeling diervoedersector GMP17.3; 11-4-2003