rijk/pbo/verordening-pt-algemene-bepalingen-2003/BWBR0016684
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening PT algemene bepalingen 2003 BWBR0016684 pbo geldend 2004-10-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016684 Verordening PT algemene bepalingen 2003

Verordening PT algemene bepalingen 2003

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1:1

1. In deze verordening worden de begripsbepalingen van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998 overgenomen.

2.

In de verordeningen van het Productschap Tuinbouw wordt verstaan onder :

a. bestuur: het bestuur van het productschap;
b. dagelijks bestuur: uit het midden van het bestuur samengesteld bestuur als bedoeld in artikel 84 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;
c. de voorzitter: de voorzitter van het productschap;
d. secretaris: de secretaris van het productschap;
e. functionaris: eenieder werkzaam bij het productschap
f. onderneming: onderneming waarvoor het productschap is ingesteld;
g. de ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;

Hoofdstuk 2. Registratie van ondernemingen

Artikel 2:1

De ondernemer als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, onder g, is verplicht binnen 30 dagen na de aanvang van de onderneming als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder f, hiervan schriftelijke mededeling te doen bij het productschap.

Artikel 2:2

1. Het productschap stuurt de ondernemer een bericht van registratie en een registratienummer.

2. Het in het eerste lid bedoelde kan worden vergezeld van een aantal nog nader te beantwoorden vragen.

Artikel 2:3

De ondernemer is verplicht een wijziging in de gegevens als bedoeld in het voorgaande artikel schriftelijk en binnen 30 dagen aan het productschap te melden.

Artikel 2:4

Het productschap houdt in beheer een register van ondernemingen.

Artikel 2:5

Het bestuur van het productschap is bevoegd bij besluit nadere voorschriften vast te stellen ter uitvoering van het in dit hoofdstuk bepaalde.

Hoofdstuk 3. Heffing en invordering

Paragraaf 1. Heffing en invordering

Artikel 3:1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 3:2

De ondernemer is jaarlijks aan het productschap een heffing verschuldigd,

Artikel 3:3

1. Aan de onderneming wordt een aangifteformulier toegezonden

2. Het aangifteformulier dient binnen 30 dagen ingevuld met de juiste gegevens en ondertekend aan het productschap te worden geretourneerd.

3. De verstrekte gegevens worden door het productschap gecontroleerd op correcte invulling.

4. De gegevens worden vervolgens verwerkt in het heffingenbestand.

5. Hierna wordt de berekening van de heffing opgestart.

6. Het opmaken van de nota vindt vervolgens plaats.

7. Indien niet is voldaan aan het gestelde onder het tweede lid, wordt een herinneringsbrief toegezonden.

8. Binnen 14 dagen dienen dan alsnog de gevraagde gegevens te zijn verstrekt.

9.

Indien de gegevens als bedoeld in het tweede lid dan wel het achtste lid, niet, niet tijdig, of niet volledig zijn verstrekt, dan:

a. a. wordt de heffing berekend over de dan door de voorzitter te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige van toepassing is (de zogenaamde Ambtshalve Schatting), en b. b. wordt de heffing verhoogd met € 40,- administratiekosten.

10. Wordt de ambtshalve schatting, met medewerking van de heffingsplichtige, alsnog omgezet in een normale aangifte, dan blijft de € 40,- administratiekosten verschuldigd.

Artikel 3:4

In afwijking van het bepaalde in het voorgaande artikel kan de voorzitter de heffingsplichtige een voorlopige heffing opleggen tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens de van toepassing zijnde heffingsverordening verschuldigde heffing.

Artikel 3:5

De heffingsnota bevat ten minste:

a. a. de naam van de onderneming; b. b. het adres van de onderneming c. c. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend; d. d. het totaal van de heffing, en e. e. een dagtekening.

Artikel 3:6

1. Het productschap is gerechtigd ten behoeve van een richtige heffing een boekencontrole uit te voeren.

2. Deze boekencontrole wordt uitgevoerd door een medewerker van het productschap, die in het bezit is van een schriftelijke machtiging van de voorzitter

3. Indien bij de boekencontrole blijkt dat een onjuiste opgave is gedaan als bedoeld in artikel 7:3, tweede lid, wordt ingeval een navordering verhoogd met maximaal 10% .

4. Indien er bij een boekencontrole sprake is van een opgelegde ambtshalve schatting als bedoeld in artikel 3:3, negende lid, wordt de na de boekencontrole opgestelde nota met 10% verhoogd.

5. De termijn waarover de boekencontrole zich uitstrekt is maximaal acht jaar, waarbij niet meer dan de vijf meest recente aangiftejaren worden gecontroleerd

Artikel 3:7

1. De betaling geschiedt binnen 30 dagen na dagtekening van de nota.

2.

In afwijking van het eerste lid is de nota is terstond invorderbaar zodra:

a. a. het faillissement van de heffingsplichtige is aangevraagd; b. b. degene die de onderneming drijft de onderneming beëindigt, of van het voornemen daartoe blijkt, of c. c. degene die de onderneming drijft zich metterwoon in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijkt.

Artikel 3:8

De heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 3:7 bedoelde termijn heeft betaald, worden de daaruit voortvloeiende extra kosten van € 22,50 in rekening gebracht, alsmede de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht, ingevolge de aanmaning als bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de wet.

Artikel 3:9

De invorderingskosten voortvloeiend uit het niet betalen binnen de termijn als bedoeld in artikel 3:7 en 3:8. zijn voor rekening en risico van de ondernemer.

Artikel 3:10

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten als bedoeld in de artikelen 3:7 tot en met 3:9.

Hoofdstuk 4. Factuurmelding

Artikel 4:1

Iedere ondernemer is verplicht de voor de afnemer bestemde facturen op de dag van uitvoer, onderscheidenlijk het brengen buiten het verzendgebied, aan het productschap toe te zenden.

Artikel 4:2

In afwijking van het bepaalde in artikel 4:1 zendt iedere ondernemer die bloemkwekerijproducten verhandelt de facturen aan het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel/bloemen en planten.

Artikel 4:3

De ondernemer die bloemkwekerijproducten uitvoert of buiten het verzendgebied brengt, is verplicht om, zodra de buitenlandse afnemer een zending bloemkwekerijproducten heeft betaald, het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel/Bloem en Planten van deze betaling in kennis te stellen.

Artikel 4:4

Het bestuur van het productschap en kan omtrent de uitvoering van het bepaalde in dit hoofdstuk nadere voorschriften stellen.

Hoofdstuk 5. Werkwijze (dagelijks) bestuur, (sector)commissies, overige commissies en werkverbanden

Artikel 5:1

De artikelen 26 en 27 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het (dagelijks) bestuur, de (sector)commissies, overige commissies en werkverbanden, behoudens het bepaalde in artikel 90 van de wet.

Artikel 5:2

De artikelen 10 en 77 van de wet zijn ten aanzien van (dagelijks)bestuur, (sector)commissies, overige commissies en werkverbanden van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 6. Bevoegdheden voorzitter

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 6:1

1. De voorzitter heeft in het bijzonder de taak leiding te geven aan de werkzaamheden van het productschap. Hij beslist in alle huishoudelijke aangelegenheden, voor zover deze niet tot de bevoegdheid van een ander orgaan behoren. Hij houdt toezicht op het secretariaat.

2. Hij is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 6:2

De voorzitter is belast met de uitvoering van verordeningen en besluiten van het (dagelijks) bestuur en oefent de daarmee verband houdende bevoegdheden uit, tenzij deze bevoegdheden uitdrukkelijk aan het (dagelijks) bestuur zijn voorbehouden en met dien verstande, dat het (dagelijks) bestuur, ingeval het zulks nodig oordeelt, een andere voorziening kan treffen.

Artikel 6:3

De voorzitter is bevoegd de tekst van ontwerp-verordeningen als bedoeld in artikel 100 van de wet, vast te stellen. Het bestuur kan, ingeval het zulks nodig oordeelt, een andere voorziening treffen.

Artikel 6:4

De voorzitter is bevoegd tot het nemen van beslissingen, welke betrekking hebben op, voortvloeien uit of verband houden met het dagelijks beheer als bedoeld in artikel 123, van de wet.

Artikel 6:5

1.

De voorzitter kan personeelsleden van het secretariaat machtigen, de hem krachtens:

a. a.

      artikel 127 van de wet, en

b. b.

      artikel 49 van de Landbouwwet,

toekomende bevoegdheden uit te oefenen.

2. De voorzitter is bevoegd de afdoening en ondertekening van namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid uitgaande stukken, alsmede verrichten van bepaalde rechtshandelingen bij een door hem ondertekende akte van procuratie over te laten aan één of meer functionarissen van het productschap.

Artikel 6:6

De voorzitter oefent de krachtens artikel 11, van de In- en Uitvoerwet, en artikel 23, van de Landbouwwet aan het bestuur overgedragen bevoegdheden - andere dan verordenende - uit. Het bestuur kan ingeval het zulks nodig acht, een andere voorziening treffen.

Artikel 6:7

1. De voorzitter is bevoegd te beslissen over het voeren van verweer door het productschap voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven, alsmede te beslissen op bij het productschap ingediende bezwaarschriften.

2. De voorzitter kan functionarissen van het secretariaat machtigen, de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.

Hoofdstuk 7. Vergoedingen voorzitter

Artikel 7:1

1. De voorzitter geniet een maandelijkse vergoeding, welke gelijk is aan het hoogste bedrag van schaal 16, opgenomen in de bijlage III behorende bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (CAO-PBO), verhoogd met 16,5% en afgerond op hele euro's.

2. Over de in het eerste lid bedoelde vergoeding, wordt aan de voorzitter jaarlijks in de maand mei een vakantietoeslag verleend, overeenkomstig de bepalingen welke ten aanzien van de vakantietoeslag gelden voor de werknemer van het productschap ingevolge de kaderverordening arbeidsvoorwaarden PT.

3. Ter tegemoetkoming in de premie van een ziektekostenverzekering wordt aan de voorzitter een toeslag verleend welke gelijk is aan het bedrag hetwelk bij toepassing van de bepalingen welke te dien aanzien gelden voor de werknemer van het productschap ingevolge de kaderverordening arbeidsvoorwaarden PT, uit dien hoofde zou ontvangen.

4. Indien de voorzitter overlijdt, is artikel 66 van de kaderverordening arbeidsvoorwaarden PT van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7:2

1. Aan de voorzitter, die één of meer ambtsperioden, als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de wet vervuld hebbende, niet wordt herbenoemd anders dan op eigen verzoek, wordt een wachtgeld toegekend.

2. De voorzitter, die wordt ontslagen, ingevolge het bepaalde in artikel 78, eerste lid, van de wet, wordt een wachtgeld toegekend, tenzij naar het oordeel van het dagelijks bestuur van het productschap ernstige redenen zich daartegen verzetten.

3. Een wachtgeld als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, zal worden berekend op basis van de som van de in artikel 4:1, eerste en tweede lid bedoelde bedragen, en overeenkomstig het bepaalde in bijlage XIV van de CAO-PBO.

Artikel 7:3

Voor het overige zijn op hem van toepassing de bepalingen zoals opgenomen in de CAO-PBO

Hoofdstuk 8. Vacatievergoedingen

Artikel 8:1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 8:2

1.

De leden van het (dagelijks) bestuur en van de commissies als bedoeld in artikel 88 en 88a, van de wet, genieten voor elke door hen bijgewoonde vergadering een vergoedingbestaande uit:

a een vacatiegeld: € 207,00
b een onkostenvergoeding: € 16,00
c een kilometervergoeding: € 0,28 per kilometer

2. Als afstand geldt de afstand heen en terug tussen de woonplaats en de plaats waarin de vergadering wordt gehouden; de afstand wordt vastgesteld door het secretariaat van het productschap op basis van de meest gebruikelijke reisroute over de weg.

3. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangers.

4. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de Normen en prijzencommissie.

Artikel 8:3

1.

De leden van andere commissies genieten voor elke door hen bijgewoonde vergadering een vergoeding bestaande uit:

a een vacatiegeld: € 120,00
b een onkostenvergoeding: € 16,00
c een kilometervergoeding: € 0,28 per kilometer

2. Als afstand geldt de afstand heen en terug tussen de woonplaats en de plaats waarin de vergadering wordt gehouden; de afstand wordt vastgesteld door het secretariaat van het productschap op basis van de meest gebruikelijke reisroute over de weg.

3. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangers.

Artikel 8:4

1.

De leden van door het productschap ingestelde werkverbanden die diensten verrichten in het algemeen belang, dan wel werkzaamheden te velde verrichtten, genieten voor de dienst/werkzaamheid een vergoeding bestaande uit:

a een vacatiegeld: € 136,00
b een kilometervergoeding: € 0,28 per kilometer

2. Als afstand geldt de afstand heen en terug tussen de woonplaats en de plaats waarin de vergadering wordt gehouden; de afstand wordt vastgesteld door het secretariaat van het productschap op basis van de meest gebruikelijke reisroute over de weg.

3. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangers.

Artikel 8:5

1. Bij elke afzonderlijke vergadering wordt een presentielijst uitgedeeld, die strekt tot het uitsluitend bewijs dat een lid van een commissie als bedoeld in artikel 8:2 tot en met 8:4, die vergadering daadwerkelijk heeft bijgewoond.

2. Indien een lid van een van de onder artikel 8:2 tot en met 8:4 bedoelde commissies en werkverbanden in één etmaal, in welke hoedanigheid ook, meer dan één vergadering heeft bijgewoond op dezelfde locatie, wordt per vergadering de vergoeding als bedoeld genoten, maar slechts éénmaal de reiskosten.

Artikel 8:6

Vacatiegelden en kilometervergoedingen zijn inclusief de eventueel verschuldigde omzetbelasting.

Artikel 8:7

De voorzitter kan ingeval artikel 8:3 tot en met 8:4 afwijken van de aldaar genoemde vergoedingen voor de aldaar bedoelden.

Artikel 8:9

Het bedrag wordt op kwartaalbasis betaalbaar gesteld.

Hoofdstuk 9. Bezwaar

Artikel 9:1

De bepalingen uit hoofdstuk 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing

Hoofdstuk 10. Geheimhouding

Artikel 10:1

1. De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening dienen in handen van de voorzitter of door deze aan te wijzen functionarissenpersonen van het secretariaat van het productschap te worden gesteld, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

2. Deze gegevens mogen slechts worden gebezigd voor de vervulling van de taak van het productschap.

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Artikel 11:1

Deze verordening treedt in werking de dag na plaatsing in het Verordeningblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 11:2

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT algemene bepalingen 2003.