40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening PT bestrijding knolcyperus 2004 | BWBR0017590 | pbo | geldend | 2005-04-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0017590 | Verordening PT bestrijding knolcyperus 2004 |
Verordening PT bestrijding knolcyperus 2004
Artikel 1
1. In deze verordening worden de begripsbepalingen van de Verordening PT algemene bepalingen 2003 gehanteerd.
2.
Deze verordening verstaat onder:
| a. | perceel | een oppervlakte grond, in eigendom of in gebruik bij een onderneming |
|---|---|---|
| b. | plant | levende planten en levende delen van planten, met inbegrip van zaden |
| c. | knolcyperus | voor planten schadelijk organisme behorende tot de soort Cyperus esculentus L |
| d. | werktuigen | installaties, transportmiddelen, gereedschappen, materialen of apparatuur die met de grond in aanraking komt |
| e. | reinigen van werktuigen | het zodanig vrij maken van werktuigen van aanhangende grond en van planten of delen van planten,dat geen verspreiding van knolcyperus kan plaatsvinden |
Artikel 2
1. Het is de ondernemer verboden planten te telen op een perceel, waarop de aanwezigheid van knolcyperus is aangetoond vanaf de datum zoals opgenomen in de in het tweede lid bedoelde bekendmaking tot de datum als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
2. Bekendmaking van het in het eerste lid bedoelde teeltverbod geschiedt door de voorzitter, namens het bestuur, bij aangetekend schrijven aan de ondernemer. In dit schrijven wordt aangegeven op welke percelen het verbod betrekking heeft en vanaf welke datum het verbod van kracht wordt.
Artikel 3
1. Een teeltverbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid kan door de voorzitter, namens het bestuur bij aangetekend schrijven worden opgeheven na een periode van minimaal drie opeenvolgende jaren na bekendmaking van het teeltverbod, indien het perceel gedurende deze periode vrij is bevonden van knolcyperus. De ondernemer dient hiertoe een verklaring te overleggen, waaruit blijkt dat het perceel gedurende de hiervoor genoemde periode jaarlijks vrij is bevonden van knolcyperus.
2. Een verklaring als bedoeld in het eerste lid kan worden aangevraagd en verkregen bij een door het productschap daartoe aangewezen organisatie.
3. Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is niet van toepassing op de teelt van planten, die reeds is aangevangen ten tijde van het aantonen van de aanwezigheid van knolcyperus op het perceel.
Artikel 4
1.
Door de ondernemer, aan wie een teeltverbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid is opgelegd, dienen maatregelen te worden genomen ter voorkoming van de verspreiding van knolcyperus. Deze maatregelen betreffen:
a. a. de verplichting op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarbij gestelde termijn ten aanzien van aangewezen planten maatregelen te treffen terzake van het behandelen, het verwijderen, opslaan, het vernietigen of het voor gebruik als voortkwekingsmateriaal ongeschikt maken; b. b. de verplichting dat de teelt van aangewezen planten slechts is toegestaan onder de voorwaarde dat het rooien van die planten of een deel daarvan dan wel het voor voortkwekingsdoeleinden verwijderen van bovengrondse delen van die planten uitsluitend plaatsvindt nadat daartoe door de voorzitter, namens het bestuur, toestemming is verleend; c. c. de verplichting dat het vervoeren van aangewezen planten slechts is toegestaan onder de voorwaarde, dat daartoe door de voorzitter, namens het bestuur, toestemming is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd; d. d. de verplichting de op de in gebruik zijnde grond voorkomende knolcyperus te verwijderen en te vernietigen.
2. Bekendmaking van de in het eerste lid bedoelde maatregelen geschiedt door de voorzitter, namens het bestuur, bij aangetekend schrijven aan de ondernemer.
Artikel 5
1.
De ondernemer is verplicht terzake van een perceel, waarop de aanwezigheid van knolcyperus is aangetoond
a. a. de werktuigen, welke op dit perceel zijn gebruikt, direct aansluitend op dit gebruik te reinigen of te doen reinigen alvorens zij de onderneming verlaten, en b. b. degene, die voornemens is werktuigen te gebruiken op dit perceel, in te lichten omtrent de aanwezigheid van knolcyperus, vóórdat deze werktuigen op het perceel komen.
2. Degene die door een ondernemer ingevolge het in het eerste lid, sub a of b bepaalde is ingelicht dan wel anderszins weet of redelijkewijze moet of kan weten dat de aanwezigheid van knolcyperus op een perceel is aangetoond, en die werktuigen op een dergelijk perceel heeft gebruikt, is verplicht deze werktuigen direct aansluitend op dit gebruik te reinigen, alvorens de werktuigen de onderneming verlaten.
Artikel 6
De ondernemer aan wie een teeltverbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid is opgelegd, is verplicht de maatregelen als bedoeld in de artikelen 4 en 5 uit te voeren en toe te passen, zodanig dat de knolcyperus zich niet verder op het perceel verspreid, dan wel dat omringende percelen besmet worden.
Artikel 7
1. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissies, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften vaststellen.
2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
3. De voorzitter is, namens het bestuur, bevoegd op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, en 5, eerste lid, en daarbij nadere voorschriften vast te stellen. Het verzoek om ontheffing wordt niet eerder in behandeling genomen dan nadat door de ondernemer als retributie een bedrag van € 95,- is voldaan.
4. Bij het opleggen van het teeltverbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de ondernemer ten behoeve van de controle op het vrij zijn van knolcyperus een retributie van € 250,- verschuldigd.
Artikel 8
Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld. plegen te worden verricht.
Artikel 9
1. Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening kunnen tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.
2.
De tuchtrechtelijke maatregelen die op overtreding van de verordening kunnen worden gesteld, zijn:
a. a. berisping; b. b. geldboete van ten hoogste € 4500,-; c. c. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene; d. d. het onder verscherpte controle stellen van het bedrijf van de betrokkene op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren.
Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan € 1.135,-, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste € 11.250,-.
Artikel 10
1. De Verordening PT bestrijding knolcyperus in tuinbouwgewassen wordt ingetrokken.
2. De maatregelen, verplichtingen en teeltverboden, opgelegd op grond van de in het eerste lid genoemde verordening, gelden als te zijn opgelegd onderscheidenlijk genomen krachtens onderhavige verordening.
Artikel 11
Deze verordening treedt in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel 12
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening PT bestrijding knolcyperus 2004.