rijk/pbo/verordening-slachtpremie-kalveren/BWBR0010944
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening slachtpremie kalveren BWBR0010944 pbo geldend 2000-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010944 Verordening slachtpremie kalveren

Verordening slachtpremie kalveren

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Producenten, die aanspraak willen maken op een premie voor een bepaald kalenderjaar, dienen zich vóór, of uiterlijk op het ogenblik van, de indiening van de aanvraag voor het betrokken kalenderjaar aan te melden bij het productschap.

2. De melding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door toezending van een volledig en naar waarheid ingevulde, ondertekende en gedagtekende deelnamemelding zoals die door het productschap is toegezonden.

3. De producent dient wijzigingen in de gegevens op de deelnamemelding binnen 14 dagen na de wijziging te melden aan het productschap.

Artikel 3

1. Voor toepassing van artikel 4 van deze verordening dienen kalveren geslacht te worden in een abattoir waar, op jaarbasis, gemiddeld meer dan 75 slachtingen per week worden verricht, dan wel in een door de voorzitter erkend abattoir.

2. Abattoirs die schriftelijk ten opzichte van het productschap hebben verklaard dat zij zullen voldoen aan de artikelen 5, 6 , 8, 9, 10 en 11, derde lid van de Verordening slachting, weging en classificatie van slachtrunderen 2003, dan wel de artikelen 5, 6, 7, 9 en 10 en 11, derde lid, van laatstgenoemde verordening, en de daarvoor aangewezen toezichthouder zullen toelaten en aan hem medewerking zullen verlenen, worden door de voorzitter erkend.

3. De abattoirs die aan eisen voldoen die tenminste gelijkwaardig zijn aan de in het tweede lid genoemde artikelen kunnen ook door de voorzitter worden erkend.

Artikel 4

1. a. a. Als aanvraag voor de premie voor binnenlandse slacht geldt de door het betrokken abattoir verrichte melding van slacht van het betrokken dier aan het I&R-systeem rund overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren. b. b. De aanvraag moet worden ingediend binnen 25 dagen nadat de slacht van het betrokken kalf heeft plaatsgevonden op de wijze zoals bepaald in de Regeling identificatie en registratie van dieren.

2. In geval van slachting in een erkend abattoir dient de aanvraag vergezeld te gaan van het door de toezichthoudende instantie geviseerde en door het abattoir ondertekende document waarop het gewicht, vastgesteld op basis van de in artikel 122 van de commissieverordening omschreven aanbiedingsvorm dan wel het levend gewicht, van het betrokken kalf en de naam en het adres van het abattoir vermeld staan.

3. Het in het tweede lid genoemde bewijs moet door het productschap zijn ontvangen binnen 6 maanden na het slachten van het betrokken dier, maar uiterlijk op de laatste dag van februari van het op de slachtdatum volgende kalenderjaar.

Artikel 5

1. Voor in andere lidstaten geslachte kalveren geldt, in afwijking van artikel 4, als aanvraag een verklaring van het abattoir of een door het abattoir opgesteld of geviseerd document als bedoeld in artikel 121, eerste lid, onder a) van de commissieverordening, dat de aldaar onder i tot en met iii genoemde gegevens bevat.

2. Het in het eerste lid bedoelde bewijs moet door het productschap zijn ontvangen binnen 6 maanden na het slachten van het betrokken dier, maar uiterlijk op de laatste dag van februari van het op de slachtdatum volgende kalenderjaar.

Artikel 6

1. Voor kalveren die worden uitgevoerd naar een derde land geldt, in afwijking van artikel 4 als aanvraag de documenten waaruit blijkt dat voor die betrokken kalveren de aangifte ten uitvoer is verricht en waarvoor het overige bewijs als genoemd in artikel 121, eerste lid, onder b) van de commissieverordening is geleverd alsmede het door de toezichthoudende instantie geviseerde document betreffende het gewicht van het betrokken kalf.

2. Het in het eerste lid genoemde bewijs moet door het productschap zijn ontvangen binnen 6 maanden na de datum van het verlaten van het grondgebied van de Gemeenschap van het betrokken kalf, maar uiterlijk op de laatste dag van februari van het, op de dag van het verlaten van het grondgebied volgende, kalenderjaar.

Artikel 7

1. De verplichting tot vermelding van het gewicht, als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, geldt niet voor kalveren die op het moment van slacht of uitvoer minder dan 6 maanden oud zijn.

2. De verplichting bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze verordening geldt niet voor kalveren, die op het moment van slachting minder dan 6 maanden oud zijn.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Overtreding van het in deze verordening bepaalde is een strafbaar feit.

Artikel 10

1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening slachtpremie kalveren.

2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2000.

3. Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.