40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012 | BWBR0032400 | pbo | geldend | 2012-12-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0032400 | Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012 |
Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
Deze verordening hanteert de begripsbepalingen opgenomen in artikel 1 van de Verordening identificatie en registratie van pluimveebedrijven en levend pluimvee (PPE) 2012 en verstaat voorts onder:
Hoofdstuk 2. Laboratoria
Artikel 2
1. Laboratoria die niet al erkend zijn op grond van de Regeling, de Regeling erkenning en aanwijzing van veterinaire laboratoria of een ander ter zake door het productschap of een ander bedrijfslichaam vastgesteld besluit, kunnen door de voorzitter, volgens een daartoe door het bestuur vastgesteld besluit met erkenningsvoorwaarden, worden erkend voor het doen van onderzoek naar een calamiteit.
2. De voorzitter is belast met de afgifte, schorsing en intrekking van een erkenning van een laboratorium als bedoeld in het eerste lid.
3. Uitslagen van onderzoek verricht door een erkend laboratorium kunnen dienen als basis voor de vaststelling van een calamiteit.
4. Het door het bestuur vastgestelde besluit met erkenningsvoorwaarden, bedoeld in het eerste lid, wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Hoofdstuk 3. Vaststelling calamiteit en gebied
Artikel 3
1. In geval van een calamiteit waardoor tijdelijke en preventieve maatregelen ter bescherming van de productie en verhandeling van pluimvee en pluimveeproducten noodzakelijk en gewenst zijn, kan de voorzitter, namens het bestuur, bij besluit, op grond van onderzoek verricht door een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 2 of een andere bevoegde instantie, vaststellen in welk gebied met een omtrek van maximaal drie kilometer een calamiteit is geconstateerd en welke calamiteit het betreft. Dit besluit wordt bekendgemaakt op het internet en in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
2. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt een kaart van het gebied opgenomen waaruit blijkt voor welk gebied dan wel voor welke gebieden in Nederland bestrijdingsmaatregelen kunnen gelden als bepaald in de artikelen 4 tot en met 6.
Hoofdstuk 4. Maatregelen
Paragraaf 1. Maatregelen bij bedrijven binnen het gebied waar de calamiteit vastgesteld is
Artikel 4
Aan de ondernemer die pluimvee houdt binnen het vastgestelde gebied, bedoeld in artikel 3, kunnen tijdelijk maatregelen als bedoeld in de artikelen 5 en 6 worden opgelegd.
Paragraaf . Ophokken
Artikel 5
1. De voorzitter kan, namens het bestuur, de ondernemer, bedoeld in artikel 4, gelasten zijn pluimvee gedurende een bepaalde periode te houden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels of hun uitwerpselen in deze ruimte kunnen doordringen.
2. In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter de ondernemer, bedoeld in artikel 4, die pluimvee houdt volgens de biologische productiemethode, bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91, adviseren zijn pluimvee gedurende een bepaalde periode te houden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels of hun uitwerpselen in deze ruimte kunnen doordringen.
3. De voorzitter kan, namens het bestuur, op grond van laboratoriumonderzoek bepalen dat een koppel pluimvee dat besmet is met Salmonella gallinarum of Salmonella pullorum of een besmettelijke dierziekte of verontreiniging die niet direct een gevaar oplevert voor de mens, voor de rest van het leven wordt gehouden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels in deze ruimte kunnen doordringen of dat uitwerpselen van het in quarantaine gehouden pluimvee oorzaak kunnen zijn van versleping of besmetting.
Paragraaf . Vaccinatie, protocol, mest, onderzoek, inleggen en aan- of afvoer
Artikel 6
1.
De voorzitter kan, namens het bestuur, de ondernemer, actief binnen het in artikel 3 bedoelde gebied, gelasten:
a. a. dat zijn pluimvee binnen een bepaalde termijn of op een bepaalde leeftijd, op kosten van de ondernemer, wordt gevaccineerd tegen een bepaalde pluimveeziekte of zoönose; b. b. een protocol, op advies van de Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg van het productschap, bij besluit vastgesteld door het bestuur, na te leven waarin werkvoorschriften worden gegeven ten aanzien van de wijze en frequentie van vaccineren, hygiëne-, reinigings- en ontsmettingsmaatregelen en ongediertebestrijding; c. c. mest afkomstig van het gehouden pluimvee te laten verbranden conform de daarvoor geldende wettelijke voorschriften, vernietigen of zodanig te laten behandelen dat er geen gevaar meer is van besmetting voor ander pluimvee en daarnaast de aan- of afvoer van deze mest te beperken; d. d. onderzoek op diens kosten te laten verrichten door een laboratorium als bedoeld in artikel 2, naar aanleiding van een calamiteit; e. e. het inleggen van broedeieren tijdelijk aan te houden totdat de uitslag van het onderzoek heeft uitgewezen dat de calamiteit niet is aangetroffen op het bedrijf of totdat sprake is van een zodanig te verwachten effect van de in de onderdelen a., b. en c. bedoelde maatregelen dat dit aanhouden niet meer vereist is; f. f. de aan- of afvoer van pluimvee, eieren of broedeieren tijdelijk aan te houden totdat de uitslag van het onderzoek heeft uitgewezen dat de calamiteit niet is aangetroffen op diens bedrijf of totdat sprake is van een zodanig te verwachten effect van de in de onderdelen a., b. en c. bedoelde maatregelen dat dit aanhouden niet meer vereist is.
2. Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Paragraaf 2. Maatregelen bij bedrijven buiten het gebied waar de calamiteit vastgesteld is
Artikel 7
1. De voorzitter kan, namens het bestuur, aan de ondernemer die pluimvee houdt buiten het vastgestelde gebied, bedoeld in artikel 3, gelasten tijdelijk bij de aan- of afvoer van pluimvee, eieren, broedeieren of pluimveemest hygiënemaatregelen, waaronder reinigings- en ontsmettingsmaatregelen, toe te passen naar aanleiding van de vastgestelde calamiteit.
2. De voorzitter kan, namens het bestuur, aan de ondernemer, bedoeld in het eerste lid, gelasten tijdelijk de aan- en afvoer van pluimvee, eieren, broedeieren of pluimveemest naar, respectievelijk van, een locatie of gebied waar een calamiteit is vastgesteld, te beperken.
3. De in de leden 1. en 2. bedoelde maatregelen en beperkingen kunnen tijdelijk worden opgelegd totdat sprake is van een zodanig te verwachten effect van de maatregelen en beperkingen dat deze niet meer vereist zijn.
Paragraaf 3. Nader besluit opleggen maatregelen
Artikel 8
Het bestuur stelt in het Besluit tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012 nader vast bij welke calamiteiten de voorzitter, namens het bestuur, kan overgaan tot het opleggen van per calamiteit specifiek genoemde maatregelen, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 7. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Hoofdstuk 5. Toezicht op de naleving
Artikel 9
1. Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door de secretaris, namens het bestuur, bij besluit zijn aangewezen.
2.
De ondernemer is verplicht:
a. a. aan de aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; b. b. aan de aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; c. c. aan de aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen of worden vervoerd; d. d. te gedogen dat de aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen dieren, voeder en verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking te verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders; e. e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.
3. De toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
Hoofdstuk 6. Tuchtrecht
Artikel 10
Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Hoofdstuk 7. Gegevensverwerking
Artikel 11
De in het kader van deze verordening verzamelde gegevens worden geregistreerd door het productschap en worden slechts toegepast ten behoeve van identificatie van betrokken ondernemingen en ondernemers gericht op preventieve en daadwerkelijke bestrijding van een calamiteit en ten behoeve van procedures gebaseerd op deze verordening.
Hoofdstuk 8. Intrekking
Artikel 12
De Verordening bestrijding infectieuze coryza en salmonella gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009 wordt ingetrokken.
Hoofdstuk 9. Evaluatie
Artikel 13
Halfjaarlijks vindt er evaluatie plaats met het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarbij het ministerie aanbevelingen kan doen tot aanpassing van de verordening of krachtens deze verordening vastgestelde besluiten.
Hoofdstuk 10. Citeerwijze en inwerkingtreding
Artikel 14
1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van bekendmaking in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.