rijk/pbo/verordening-tuchtrechtspraak-pvv-2003/BWBR0014942
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening tuchtrechtspraak PVV 2003 BWBR0014942 pbo geldend 2003-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014942 Verordening tuchtrechtspraak PVV 2003

Verordening tuchtrechtspraak PVV 2003

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Samenstelling en bevoegdheid van het tuchtgerecht

Artikel 2

Het productschap heeft een tuchtgerecht.

Artikel 3

1.

Het tuchtgerecht oordeelt over feiten waarop een tuchtrechtelijke maatregel is gesteld:

a. a. bij verordening van het productschap; b. b. bij verordening van een ander bedrijfslichaam, voor zover bij die verordening het tuchtgerecht daartoe is aangewezen; c. c. bij of krachtens de wet.

2. De aanwijzing van het tuchtgerecht bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, behoeft de instemming van het productschap.

Artikel 4

Het tuchtgerecht is gevestigd te Zoetermeer. Het kan ook elders zitting houden.

Artikel 5

1.

Het tuchtgerecht heeft een voorzitter, een of meer vice-voorzitter(s), leden en een of meerdere secretaris(sen).

2.

De in het eerste lid bedoelde personen zijn geen lid van het bestuur of van één van de commissies van of werknemer bij het productschap of een lichaam als bedoeld in artikel 110 van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Wanneer de in lid 1 genoemde personen na de functiebenoeming voor het tuchtgerecht lid worden van het bestuur, worden zij door het bestuur ontslagen uit hun functie bij het tuchtgerecht.

3.

Tussen de in het eerste lid genoemde personen mag niet bestaan een duurzaam samenwerkingsverband terzake van ondernemingen die onder het productschap ressorteren of een verhouding van werkgever tot werknemer.

4.

De voorzitter, de vice-voorzitter(s) en de secretaris(sen) voldoen aan de vereisten voor benoeming zoals vermeld in artikel 1d van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

5.

De in het eerste lid genoemde personen mogen niet tot in een nadere graad van bloed- of aanverwantschap staan dan in de vierde graad. Indien aanverwantschap eerst mocht ontstaan na benoeming, zal degene die de aanverwantschap veroorzaakt, zijn functie niet kunnen behouden. Aanverwantschap houdt op door ontbinding van het huwelijk.

Artikel 6

1. Het bestuur van het productschap benoemt de voorzitter, de vice-voorzitter(s), de leden en de secretaris(sen) voor de tijd van zes jaren. Zij zijn na afloop van die termijn terstond herbenoembaar.

2. Bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar wordt aan de in artikel 5, eerste lid genoemde personen door het bestuur ontslag verleend.

3. De in artikel 5, eerste lid genoemde personen zijn voor hun werkzaamheden voor het tuchtgerecht uitsluitend verantwoording schuldig aan het tuchtgerecht.

Artikel 7

De in artikel 5, eerste lid genoemde personen, als ook medewerkers van het tuchtgerecht, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 8

1. De in artikel 5, eerste lid genoemde personen kunnen op eigen verzoek tussentijds worden ontslagen.

2. De in artikel 5, eerste lid genoemde personen kunnen worden ontslagen op de gronden aangegeven in de artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46l, eerste en derde lid en 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en indien zij wegens ziekte ongeschikt zijn voor hun taak, mits de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd en herstel binnen zes maanden na de termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten.

Artikel 9

1. De kosten van het tuchtgerecht komen ten laste van het productschap.

2. Het bestuur regelt bij verordening de vergoedingen van de in artikel 5, eerste lid genoemde personen.

Artikel 10

1. De voorzitter bepaalt de samenstelling waarin het tuchtgerecht zitting houdt.

2. De voorzitter regelt de orde van de werkzaamheden van het tuchtgerecht.

Artikel 11

De artikelen 10 en 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers van de voorzitter.

Hoofdstuk III. Het tuchtgerecht in eerste aanleg

Artikel 12

1. De voorzitter van het productschap maakt de zaak binnen een redelijke termijn na de constatering van de overtreding bij het tuchtgerecht aanhangig door middel van een schriftelijke verklaring.

2. De verklaring vermeldt de feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel wordt gevraagd. Bij de verklaring worden alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het tuchtgerecht overgelegd.

Artikel 13

1. De betrokkene wordt binnen een termijn van ten hoogste acht weken nadat de zaak bij het tuchtgerecht aanhangig is gemaakt, opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen.

2. De oproeping wordt ten minste twee weken voor de dag van de zitting aan de betrokkene gezonden en vermeldt de plaats van de zitting.

3. De oproeping gaat vergezeld van een afschrift van de in artikel 12 bedoelde verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.

4.

De oproeping houdt in:

a. a. de namen, het beroep en de woonplaats van de ter zitting opgeroepen getuigen en deskundigen; b. b. de mededeling dat de betrokkene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen.

Artikel 14

1. De zitting is openbaar.

2. Het tuchtgerecht oordeelt, tenzij anders is bepaald, met drie of vijf leden, onder wie de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.

3. Het tuchtgerecht kan bepalen dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvindt indien een openbare behandeling een goede rechtspleging of de belangen van de betrokkene ernstig zouden schaden.

Artikel 15

1. De voorzitter heeft de leiding van de zitting;

2. De secretaris houdt aantekening van het verhandelde ter zitting;

3. De secretaris maakt een proces-verbaal op van de zitting, indien het tuchtgerecht dit ambtshalve dan wel op verzoek van de betrokkene of de voorzitter van het betrokken bedrijfslichaam bepaalt en indien hoger beroep wordt ingesteld;

4. Het proces-verbaal bevat de namen van de voorzitter en de leden die de zaak behandelen, die van partijen en van hun vertegenwoordigers of gemachtigden die op de zitting zijn verschenen en van degenen die hen hebben bijgestaan, en die van de getuigen, deskundigen en tolken die op de zitting zijn verschenen;

5. Het proces-verbaal houdt een vermelding in van hetgeen op de zitting met betrekking tot de zaak is voorgevallen;

6. Het proces-verbaal wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend;

7. Aan het proces-verbaal kunnen overgelegde pleitnotities worden gehecht;

8. Het tuchtgerecht kan bepalen dat de verklaring van een partij, getuige of deskundige geheel in het proces-verbaal zal worden opgenomen. In dat geval wordt de verklaring onverwijld op schrift gesteld en aan de partij, getuige of deskundige voorgelezen. Deze mag daarin wijzigingen aanbrengen, die op schrift worden gesteld en aan de partij, getuige of deskundige worden voorgelezen. De verklaring wordt door de partij, getuige of deskundige ondertekend. Heeft ondertekening niet plaats, dan wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld.

Artikel 16

Het tuchtgerecht kan aan de betrokkene wiens persoonlijke verschijning is bevolen als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de wet, dan wel aan de bestuurder, wiens persoonlijke verschijning is bevolen in het geval als bedoeld in artikel 7, derde lid van de wet, en die zonder geldige redenen niet op de oproeping verschijnt, tuchtrechtelijke maatregelen opleggen.

Artikel 17

1. Het tuchtgerecht kan de behandeling ter zitting schorsen.

2. In dat geval bepaalt het tuchtgerecht zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de behandeling wordt hervat en stelt de secretaris de betrokkene en de voorzitter van het productschap hiervan op de hoogte.

Artikel 18

1. Op verzoek van de betrokkene kan de voorzitter die een zaak behandelt, voor de aanvang van de behandeling ter zitting van het tuchtgerecht, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het tuchtgerecht schade zou kunnen lijden. De artikelen 513 tot en met 515 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

2. Op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in het eerste lid kan de voorzitter die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen. De artikelen 517, tweede en derde lid, tot en met 518 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19

1. Het tuchtgerecht sluit het onderzoek ter zitting, wanneer het van oordeel is dat het is voltooid;

2. Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten, hebben de betrokkene en de voorzitter van het productschap het recht voor het laatst het woord te voeren;

3. Zodra het onderzoek ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mee wanneer uitspraak zal worden gedaan.

Artikel 20

1. Het tuchtgerecht doet schriftelijk uitspraak.

2. De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust.

3. Het tuchtgerecht spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede lid, in het openbaar uit.

4. In afwijking van het eerste lid kan het tuchtgerecht na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen.

5. Van de mondelinge uitspraak wordt door de secretaris een proces-verbaal opgemaakt.

6. De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene en de voorzitter van het productschap verzonden.

Artikel 21

1. Indien naar het oordeel van de voorzitter van het tuchtgerecht geen tuchtmaatregel of geen andere tuchtmaatregel dan een berisping of een geldboete van ten hoogste € 225,- dient te worden opgelegd, kan de voorzitter de zaak zonder zitting afdoen.

2. Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene of de voorzitter van het productschap binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet doen. In dat geval vervalt de uitspraak en wordt de zaak overeenkomstig de artikelen 13 tot en met 20 behandeld.

Artikel 22

1. Tegen de betrokkene die ter zitting niet is verschenen of, ingeval zijn persoonlijke verschijning niet is bevolen, zich niet heeft laten vertegenwoordigen, wordt verstek verleend.

2. Tegen de bij verstek gegeven uitspraak kan de betrokkene binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet doen. In dat geval wordt de zaak overeenkomstig de artikelen 13 tot en met 20 behandeld. Indien de betrokkene opnieuw niet ter zitting verschijnt, wordt in afwijking van het eerste lid niet opnieuw verstek verleend.

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 23

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2003.

Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2003, treedt zij in werking op de tweede dag na publicatie en werkt zij terug tot en met 1 juli 2003.

Artikel 24

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tuchtrechtspraak PVV 2003.

Artikel 25

De Verordening tuchtrechtspraak PVV wordt ingetrokken.