rijk/pbo/zuivelverordening-2010-grondslag-uitbetaling-geitenmelk/BWBR0029878
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Zuivelverordening 2010, Grondslag uitbetaling geitenmelk BWBR0029878 pbo geldend 2011-04-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0029878 Zuivelverordening 2010, Grondslag uitbetaling geitenmelk

Zuivelverordening 2010, Grondslag uitbetaling geitenmelk

Paragraaf 1. Terminologie en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Indien de ontvanger van boerderijmelk de aan hem geleverde boerderijmelk betaalt op basis van de hoeveelheid, de samenstelling en/of de kwaliteit, dan worden de bij of krachtens deze verordening van toepassing zijnde bepalingen in acht genomen.

2. De ontvanger van boerderijmelk meldt zich ter registratie aan bij het productschap.

Artikel 3

De ontvanger van boerderijmelk ontvangt alleen boerderijmelk die in een melkkoeltank is bewaard.

Paragraaf 2. Monsterneming

Artikel 4

1. De ontvanger van boerderijmelk zorgt ervoor dat van elke leverantie boerderijmelk een representatief monster wordt genomen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

2. De ontvanger van boerderijmelk zorgt ervoor dat de chauffeur-monsternemer die wordt belast met de bemonstering van boerderijmelk ter zake kundig is.

Artikel 5

De melkgeitenhouder verleent alle medewerking aan de bemonstering van de boerderijmelk.

Artikel 6

1. Ten aanzien van het nemen, transporteren en bewaren van monsters boerderijmelk is het bepaalde in Zuivelverordening 2000, Handmatig nemen, transporteren en bewaren van monsters boerderijmelk van overeenkomstige toepassing.

2. De ontvanger van boerderijmelk beschikt over een kwaliteitssysteem waarmee hij aantoonbaar het gestelde in lid 1 realiseert, beheerst en borgt. Dit kwaliteitssysteem is door de ontvanger van boerderijmelk op een overzichtelijke wijze beschreven en vastgelegd.

3. De voorzitter kan, gehoord het COKZ, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Paragraaf 3. Hoeveelheid, samenstelling en kwaliteit

Artikel 7

1. De hoeveelheid geleverde boerderijmelk wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in Zuivelverordening 2008, Gewichtsbepaling boerderijmelk bij gebruik van rijdende melkontvangsten met vloeistofmeetinstallatie en Zuivelverordening 2008, Gewichtsbepaling boerderijmelk bij gebruik van rijdende melkontvangsten met mobiel weegsysteem.

2. De voorzitter kan, gehoord het COKZ, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1, mits tot zijn genoegen wordt aangetoond dat de vaststelling van de hoeveelheid op andere wijze nauwkeurig plaatsvindt. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel 8

1.

Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van één of meer van de hiernavolgende onderdelen:

a. a. het vetgehalte; b. b. het eiwitgehalte; c. c. de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen; d. d. het kiemgetal; e. e. de verontreinigingsgraad; f. f. het celgetal; g. g. de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën; h. h. het vriespunt; i. i. het chloroformgehalte; j. j. de aanwezigheid van koemelk;

dan is het bepaalde in Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek van overeenkomstige toepassing.

2. Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van het vetgehalte of het eiwitgehalte, dan worden deze per leverantie bepaald.

3. De ontvanger van boerderijmelk legt het systeem van uitbetaling zoals bedoeld in deze verordening vast. Dit systeem van uitbetaling wordt aan de betrokken melkgeitenhouders bekendgemaakt.

Artikel 9

De onderzoeken worden verricht met inachtneming van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEG l226).

Artikel 10

De hoeveelheid, de samenstelling en de kwaliteit van de ontvangen boerderijmelk worden, voor zover van belang voor de uitbetaling, aan de melkgeitenhouder bekend gemaakt.

Paragraaf 4. Administratie

Artikel 11

1.

De ontvanger van boerderijmelk voert een administratie of laat deze voeren waaruit per melkgeitenhouder de volgende gegevens worden vastgelegd voor zover deze relevant zijn voor de uitbetaling van boerderijmelk:

a. a. de hoeveelheid ontvangen boerderijmelk, b. b. de samenstelling en/of de kwaliteit van de ontvangen boerderijmelk.

2. De in lid 1 bedoelde gegevens worden op overzichtelijke wijze geadministreerd en worden gedurende ten minste één jaar bewaard.

Paragraaf 5. Eisen melkcontrolestation

Artikel 12

Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op grond van samenstelling en/of kwaliteit, dan draagt de ontvanger van boerderijmelk er zorg voor dat de betrokken onderzoeken worden verricht door een melkcontrolestation dat beschikt over een terzake deskundige leiding, over een voor het te verrichten onderzoek voldoende outillage, alsmede over een gedocumenteerd en adequaat functionerend kwaliteitssysteem en dat voor alle in dit kader relevante onderzoekmethoden geaccrediteerd is volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025. Het bestuur kan nadere eisen stellen aan een melkcontrolestation.

Artikel 13

De uitslagen van het onderzoek worden vastgelegd op een toegankelijke en overzichtelijke wijze. De uitslagen worden gedurende ten minste een jaar bewaard.

Paragraaf 6. Straf- en slotbepalingen

Artikel 14

Het bij of krachtens deze verordening bepaalde is bindend voor de in artikel 102, lid 1, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen alsmede voor de in artikel 102, lid 2 van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig plegen te worden verricht in de ondernemingen, bedoeld in artikel 102, lid 1, van de wet.

Artikel 15

1. Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

2.

De tuchtrechtelijke maatregelen zijn:

a. a. een berisping; b. b. een geldboete van ten hoogste € 4.500; c. c. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene; d. d. het onder verscherpte controle stellen van het bedrijf van de betrokkene op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren.

Artikel 16

1. Het bestuur van het productschap kan ontheffing verlenen van het in deze verordening bepaalde.

2. Het bestuur kan aan een ontheffing als bedoeld in lid 1 voorwaarden binden.

Artikel 17

Deze verordening treedt inwerking met ingang van van de dag na publicatie in het Verordeningen blad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 18

Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2010, Grondslag uitbetaling geitenmelk.