rijk/rijkswet/regentschapswet-2013/BWBR0034366
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regentschapswet 2013 BWBR0034366 rijkswet geldend 2013-12-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0034366 Regentschapswet 2013

Regentschapswet 2013

Artikel 1

Gedurende de periode dat de uit Ons huwelijk met Hare Majesteit Koningin Máxima, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, geboren wettige nakomeling die krachtens erfopvolging Koning is geworden, de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt, is Onze voornoemde echtgenote regent van het Koninkrijk.

Artikel 2

1. Indien Onze voornoemde echtgenote is overleden voordat de in artikel 1 genoemde periode aanvangt, is gedurende de in artikel 1 genoemde periode Zijne Koninklijke Hoogheid Constantijn Christof Frederik Aschwin, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, regent van het Koninkrijk.

2. Indien Onze voornoemde echtgenote gedurende haar regentschap hiervan afstand doet of overlijdt, dan is Zijne Koninklijke Hoogheid Constantijn Christof Frederik Aschwin, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg bij opvolging regent van het Koninkrijk.

Artikel 3

De rijkswet van 10 juni 1981, houdende benoeming van een Regent voor het geval van erfopvolging door de troonopvolger die niet de leeftijd heeft bereikt waarop hij ingevolge de Grondwet kan aanvangen het Koninklijk gezag uit te oefenen (Stb. 1981, 382), wordt ingetrokken.

Artikel 4

Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.