rijk/rijkswet/rijkswet-tot-goedkeuring-van-enkele-verdragen-inzake-de-bestrijding-van-fraude-e/BWBR0011960
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Rijkswet tot goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie BWBR0011960 rijkswet geldend 2000-12-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011960 Rijkswet tot goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie

Rijkswet tot goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie

Artikel 1

De op 26 juli 1995 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 1995, 289, wordt goedgekeurd voor Nederland.

Artikel 2

Het op 27 september 1996 te Dublin totstandgekomen Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 1996, 330, wordt goedgekeurd voor Nederland.

Artikel 3

Het op 29 november 1996 te Brussel totstandgekomen Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 1997, 40, wordt goedgekeurd voor Nederland.

Artikel 4

Het op 17 december 1997 te Parijs totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties, waarvan de tekst is geplaatst in Tractatenblad 1998, 54, en de vertaling in het Nederlands in Tractatenblad 1998, 219, wordt goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.

Artikel 5

Goedgekeurd wordt dat bij binding van het Koninkrijk aan het in artikel 2 genoemde verdrag voor Nederland het volgende voorbehoud wordt gemaakt:

Met betrekking tot het eerste lid van artikel 6 kan door Nederland rechtsmacht worden uitgeoefend in de volgende gevallen:

  • onderdeel a: ter zake van het strafbare feit dat geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied wordt gepleegd; onderdeel b:

        
        ter zake van het overeenkomstig artikel 2 strafbaar gestelde feit, ten aanzien van Nederlandse ambtenaren en voorts ten aanzien van Nederlanders die geen Nederlands ambtenaar zijn voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld,
    
    
        
        ter zake van de overeenkomstig de artikelen 3 en 4 strafbaar gestelde feiten, ten aanzien van zowel Nederlanders als Nederlandse ambtenaren voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld;
    

ter zake van het overeenkomstig artikel 2 strafbaar gestelde feit, ten aanzien van Nederlandse ambtenaren en voorts ten aanzien van Nederlanders die geen Nederlands ambtenaar zijn voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld, ter zake van de overeenkomstig de artikelen 3 en 4 strafbaar gestelde feiten, ten aanzien van zowel Nederlanders als Nederlandse ambtenaren voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld;

  • onderdeel c: ten aanzien van Nederlanders voor zover op het strafbare feit door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld;
  • onderdeel d: ten aanzien van personen in de openbare dienst van een in Nederland gevestigde instelling van de Europese Gemeenschappen of van een in Nederland gevestigde overeenkomstig de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen ingesteld orgaan voor zover op het strafbare feit door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld.

Artikel 6

Indien een vraag die betrekking heeft op de uitlegging van de in de artikelen 1 en 2 genoemde verdragen aan de orde komt in een zaak aanhangig voor een tot de rechterlijke macht behorend gerecht dan wel een administratieve rechter waarvan de beslissingen niet vatbaar zijn voor hoger beroep, en deze instantie een beslissing noodzakelijk acht voor haar uitspraak, is deze instantie gehouden zich tot het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te wenden.

Artikel 7

Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.