40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19 | BWBR0043910 | rijkswet | geldend | 2020-07-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043910 | Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19 |
Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19
Artikel 1
1. De directeur van het bureau, bedoeld in artikel 15 van de Rijksoctrooiwet 1995, kan bij besluit een termijn die bij of krachtens de Rijksoctrooiwet 1995 is gesteld voor een bij dat besluit te bepalen duur verlengen, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is in verband met het door octrooihouders of aanvragers van octrooien niet kunnen voldoen aan die termijn als gevolg van maatregelen die verband houden met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de termijnen, bedoeld in de artikelen 61, eerste en tweede lid, en 62 van de Rijksoctrooiwet 1995.
3. De directeur kan aan een besluit als bedoeld in het eerste lid terugwerkende kracht toekennen tot en met uiterlijk 12 maart 2020, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is in verband met het door octrooihouders of aanvragers van octrooien niet kunnen voldoen aan die termijn als gevolg van maatregelen die verband houden met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.
4. De directeur maakt melding van een besluit als bedoeld in het eerste lid in het door het bureau periodiek uit te geven blad, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995.
5. Artikel 81 van de Rijksoctrooiwet 1995 is van overeenkomstige toepassing op krachtens het eerste lid genomen besluiten.
Artikel 2
1. Het ingevolge artikel 61, derde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 verschuldigde bedrag wordt op nihil gesteld voor octrooien waarvan de vervaldag, bedoeld in artikel 61, eerste of tweede lid, is gelegen in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 augustus 2020.
2. Bij koninklijk besluit kan de periode, bedoeld in het eerste lid, steeds met ten hoogste twee maanden worden verlengd, indien die verlenging noodzakelijk is in verband met COVID-19 of de ter bestrijding van de verspreiding daarvan getroffen maatregelen.
Artikel 3
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. Deze wet vervalt met ingang van 1 september 2020. Het tijdstip waarop deze wet vervalt kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste twee maanden ligt na het tijdstip waarop de wet zou vervallen.
Artikel 4
Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19.