40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake veiligheidsvraagstukken met betrekking tot de treinen via de vaste kanaalverbinding | BWBV0006871 | verdrag | geldend | null | https://wetten.overheid.nl/BWBV0006871 | Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake veiligheidsvraagstukken met betrekking tot de treinen via de vaste kanaalverbinding |
Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake veiligheidsvraagstukken met betrekking tot de treinen via de vaste kanaalverbinding
Artikel 1
1. „Vaste verbinding”: betekent de vaste kanaalverbinding als bepaald in artikel 1 van het Verdrag van Canterbury van 12 februari 1986.
2. „Treinen”: betekent de treinen die tussen het grondgebied van twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen rijden via de vaste verbinding, met uitzondering van treinen waarvan de reis in Frankrijk begint of eindigt.
3. „Veiligheid”: omvat de maatregelen die zijn getroffen om de risico's te verminderen van vijandelijke handelingen tegen de vaste verbinding en de personen, eigendommen en treinen die ernaartoe reizen of erin aanwezig zijn, en om de gevolgen daarvan te mitigeren.
4. „Steriliteit”: betekent een omgeving die vrij is van ongeautoriseerde personen, materialen of goederen (met name wapens of gevaarlijke materialen, zoals explosieven).
5. „Veiligheidszone”: betekent een steriele zone die toegang biedt tot treinen die naar de vaste verbinding gaan.
Artikel 2
Onverminderd de toepassing van andere internationale overeenkomsten en overeenkomstig hun toepasselijke nationale recht waarborgen de Overeenkomstsluitende Partijen dat hun bevoegde autoriteiten elkaar wederzijdse hulp en samenwerking verlenen en, voor zover mogelijk, gezamenlijk handelen in de uitoefening van hun functies die verband houden met de veiligheid van de treinen.
Artikel 3
Overeenkomstig artikel 2 zorgen de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen ervoor:
a. a. dat de veiligheid van de treinen op afdoende wijze is gewaarborgd en georganiseerd en dat de verantwoordelijkheden naar behoren worden afgebakend en uitgevoerd om de steriliteit van de treinen en van de vaste verbinding te waarborgen; b. b. dat de inachtneming van de ontwerpen, plannen of maatregelen inzake de veiligheid van de treinen, waaronder rampenplannen, wordt vergemakkelijkt; c. c. dat de aanduiding van veiligheidszones die worden beschermd door maatregelen ter waarborging van hun steriliteit wordt aangemoedigd; d. d. dat opleiding inzake veiligheidszaken wordt verstrekt aan personeel dat geautoriseerd is om in veiligheidszones en aan boord van treinen te werken; e. e. dat alle relevante gegevens over de veiligheid van de treinen worden uitgewisseld in overeenstemming met hun relevante toepasselijke nationale recht.
Artikel 4
1. De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen komen in voorkomend geval bijeen om samenwerking inzake veiligheid te vergemakkelijken.
2. In alle door de Overeenkomstsluitende Partijen getroffen regelingen wordt naar behoren rekening gehouden met de bevoegdheid van de Intergouvernementele Commissie voor de Kanaaltunnel, die is opgericht krachtens het Verdrag van Canterbury van 12 februari 1986, ter uitoefening van het toezicht op de exploitatie van de vaste verbinding, en haar beslissingen.
Artikel 5
1. De procedures voor de uitvoering van deze Bijzondere Overeenkomst kunnen worden neergelegd in latere uitvoeringsregelingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.
2. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde een aanvraag tot overleg met andere Overeenkomstsluitende Partijen indienen met het oog op de herziening van de bepalingen van deze Bijzondere Overeenkomst teneinde deze aan nieuwe omstandigheden of behoeften aan te passen.
3. De Overeenkomstsluitende Partijen beslissen gezamenlijk en unaniem over de wijzigingen van deze Bijzondere Overeenkomst, die in werking treden na bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door alle Overeenkomstsluitende Partijen in overeenstemming met artikel 8.
Artikel 6
Geschillen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van deze Bijzondere Overeenkomst worden beslecht door middel van onderhandeling tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 7
1. Na de inwerkingtreding van deze Bijzondere Overeenkomst, en na unanieme uitnodiging door de Overeenkomstsluitende Partijen, mag elke Staat toetreden tot deze Bijzondere Overeenkomst.
2. De uitnodiging om toe te treden tot deze Bijzondere Overeenkomst wordt door de Depositaris namens de Overeenkomstsluitende Partijen verzonden.
3. De toetreding van een Staat tot deze Bijzondere Overeenkomst geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de Depositaris en wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van nederlegging van de akte van toetreding. De Depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van nederlegging van de akte van toetreding.
Artikel 8
1. De Regering van het Koninkrijk België treedt op als Depositaris van deze Bijzondere Overeenkomst. De Depositaris verstrekt aan elke Overeenkomstsluitende Partij een gewaarmerkt afschrift van het origineel.
2. Deze Bijzondere Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Depositaris. De Depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
3. Deze Bijzondere Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de nederlegging van de laatste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. De Depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van inwerkingtreding van deze Bijzondere Overeenkomst.
4. Bij de inwerkingtreding vervangt deze Bijzondere Overeenkomst de Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, gedaan te Brussel op 15 december 1993.
Artikel 9
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij ondertekening een verklaring deponeren dat zij deze Bijzondere Overeenkomst voorlopig zal toepassen in afwachting van de inwerkingtreding ervan. De Depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van een dergelijke verklaring.
Artikel 10
1. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Bijzondere Overeenkomst opschorten door de Depositaris hiervan in kennis te stellen. De Depositaris stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van een dergelijke kennisgeving. De opschorting wordt van kracht op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes (6) maanden na de datum waarop de kennisgeving door de Depositaris is ontvangen. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen evenwel gezamenlijk en unaniem besluiten om de opschorting eerder te laten ingaan.
2. Indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de Depositaris heeft verstuurd teneinde deze Bijzondere Overeenkomst op te schorten in overeenstemming met het eerste lid, dan komen de Overeenkomstsluitende Partijen van zowel deze Bijzondere Overeenkomst als de Quadripartiete Overeenkomst en haar Protocol zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval uiterlijk zes (6) weken na de datum waarop de Depositaris deze kennisgeving heeft ontvangen, bijeen om de gevolgen van deze opschorting te bepalen, die mede mogen bestaan uit de opschorting van de Quadripartiete Overeenkomst en haar Protocol door een of meerdere Overeenkomstsluitende Partij(en).
3. Indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de Depositaris heeft verstuurd om deze Bijzondere Overeenkomst overeenkomstig het eerste lid op te schorten en indien een andere Overeenkomstsluitende Partij binnen twee (2) maanden na de datum waarop de Depositaris deze kennisgeving heeft ontvangen, de Depositaris ervan in kennis stelt dat zij naar aanleiding van deze opschorting tevens deze Bijzondere Overeenkomst, of deze Bijzondere Overeenkomst en de Quadripartiete Overeenkomst en haar Protocol zal opschorten, dan zal de opschorting van het voornoemde verdrag / de voornoemde verdragen met betrekking tot de laatste Overeenkomstsluitende Partij ingaan op dezelfde datum als de opschorting met betrekking tot de eerste Overeenkomstsluitende Partij.
4. De opschorting van deze Bijzondere Overeenkomst kan worden opgeheven na schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris. De Depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de kennisgeving van opheffing van de opschorting. De opheffing van de opschorting van de Bijzondere Overeenkomst wordt van kracht op een gezamenlijk en unaniem door de Overeenkomstsluitende Partijen na onderhandelingen overeengekomen datum.
Artikel 11
1. Deze Bijzondere Overeenkomst kan te allen tijde met de schriftelijke, unanieme instemming van alle Overeenkomstsluitende Partijen worden beëindigd.
2. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan zich uit deze Bijzondere Overeenkomst terugtrekken door de Depositaris daarvan ten minste zes (6) maanden van tevoren in kennis te stellen. De Depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de kennisgeving van de terugtrekking uit deze Bijzondere Overeenkomst.
3. Indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de Depositaris heeft verstuurd teneinde zich uit deze Bijzondere Overeenkomst terug te trekken in overeenstemming met het tweede lid, dan komen de Overeenkomstsluitende Partijen van zowel deze Bijzondere Overeenkomst als de Quadripartiete Overeenkomst en haar Protocol zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval uiterlijk zes (6) weken na de datum waarop de Depositaris deze kennisgeving heeft ontvangen, bijeen om de gevolgen van deze terugtrekking te bepalen, die mede mogen bestaan uit de terugtrekking door een of meerdere Overeenkomstsluitende Partij(en) uit de Quadripartiete Overeenkomst en haar Protocol.
4. Indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de Depositaris heeft gezonden om zich uit deze Bijzondere Overeenkomst terug te trekken overeenkomstig het tweede lid en indien een andere Overeenkomstsluitende Partij binnen twee (2) maanden na de datum waarop de Depositaris deze kennisgeving heeft ontvangen, de Depositaris ervan in kennis stelt dat zij zich naar aanleiding van deze terugtrekking tevens uit deze Bijzondere Overeenkomst, of uit deze Bijzondere Overeenkomst en de Quadripartiete Overeenkomst en haar Protocol zal terugtrekken, dan kan de laatste Overeenkomstsluitende Partij zich uit het voornoemde verdrag / de voornoemde verdragen terugtrekken op dezelfde datum als de eerste Overeenkomstsluitende Partij.