rijk/verdrag/overeenkomst-betreffende-de-uitlegging-en-toepassing-van-het-verdrag-inzake-het/BWBV0007143
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Overeenkomst betreffende de uitlegging en toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest BWBV0007143 verdrag geldend null https://wetten.overheid.nl/BWBV0007143 Overeenkomst betreffende de uitlegging en toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest

Overeenkomst betreffende de uitlegging en toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest

Afdeling 1. GEMEENSCHAPPELIJKE OPVATTING OVER DE NIET-TOEPASSELIJKHEID VAN ARTIKEL 26 VAN HET VERDRAG INZAKE HET ENERGIEHANDVEST ALS BASIS VOOR INTRA-EU-ARBITRAGEPROCEDURES

Artikel 1

Voor de toepassing van deze overeenkomst gelden de volgende definities:

  1. „Verdrag inzake het Energiehandvest”: het Verdrag inzake het Energiehandvest, ondertekend te Lissabon op 17 december 1994 en goedgekeurd namens de Europese Gemeenschappen bij Besluit 98/181/EG, EGKS, Euratom op 23 september 1997, zoals het van tijd tot tijd kan zijn gewijzigd;
  2. „betrekkingen binnen de EU”: de betrekkingen tussen lidstaten of tussen een lidstaat en de Europese Unie;
  3. „intra-EU-arbitrageprocedure”: een procedure voor een scheidsgerecht die is ingeleid met verwijzing naar artikel 26 van het Verdrag inzake het Energiehandvest met het oog op de beslechting van een geschil tussen enerzijds een investeerder uit een lidstaat en anderzijds een andere lidstaat of de Europese Unie.

Artikel 2

1.

De partijen bevestigen, voor meer zekerheid, dat zij een gemeenschappelijke opvatting delen over de uitlegging en toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest, die behelst dat artikel 26 van dat verdrag niet als rechtsgrondslag voor intra-EU-arbitrageprocedures kan en nooit heeft kunnen dienen.

De in de eerste alinea verwoorde gemeenschappelijke opvatting is gebaseerd op de volgende elementen van het recht van de Europese Unie:

a. de uitlegging door het Hof van Justitie van artikel 26 van het Verdrag inzake het Energiehandvest in die zin dat die bepaling niet van toepassing is en nooit had mogen worden toegepast als basis voor intra-EU-arbitrageprocedures; en b. de voorrang van het recht van de Europese Unie, die in herinnering is gebracht in Verklaring nr. 17, gehecht aan de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen, als regel van internationaal recht die conflicten tussen rechtsnormen in hun onderlinge betrekkingen regelt, zodat artikel 26 van het Verdrag inzake het Energiehandvest hoe dan ook niet van toepassing is of kan zijn als grondslag voor intra-EU-arbitrageprocedures.

2. De partijen bevestigen voor meer zekerheid dat zij de gemeenschappelijke opvatting delen dat, als gevolg van het ontbreken van een rechtsgrondslag voor intra-EU-arbitrageprocedures op grond van artikel 26 van het Verdrag inzake het Energiehandvest, artikel 47, lid 3, van het Verdrag inzake het Energiehandvest niet tot dergelijke procedures wordt uitgebreid of te allen tijde niet kan worden uitgebreid. Bijgevolg kan artikel 47, lid 3, van het Verdrag inzake het Energiehandvest geen rechtsgevolgen hebben gehad in betrekkingen binnen de EU wanneer een lidstaat het Verdrag inzake het Energiehandvest vóór de sluiting van deze overeenkomst heeft opgezegd, en zou geen rechtsgevolgen hebben in betrekkingen binnen de EU indien een partij het Verdrag inzake het Energiehandvest later opzegt.

3. Voor alle duidelijkheid: de partijen zijn het erover eens dat artikel 26 van het Verdrag inzake het Energiehandvest, overeenkomstig de in de leden 1 en 2 van dit artikel uitgedrukte gemeenschappelijke opvatting, en onverminderd die opvatting, niet van toepassing is als grondslag voor intra-EU-arbitrageprocedures en dat artikel 47, lid 3, van het Verdrag inzake het Energiehandvest geen rechtsgevolgen heeft voor betrekkingen binnen de EU.

4. De leden 1 tot en met 3 laten de uitlegging en toepassing van andere bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest onverlet voor zover dat zij betrekking hebben op betrekkingen binnen de EU.

Afdeling 2. SLOTBEPALINGEN

Artikel 3

1. De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie treedt op als depositaris van deze overeenkomst (de „depositaris”).

2.

De depositaris stelt de partijen in kennis van:

a. de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding overeenkomstig artikel 5; b. de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst overeenkomstig artikel 6, lid 1; c. de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voor elke partij overeenkomstig artikel 6, lid 2.

3. De depositaris maakt de overeenkomst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en stelt de depositaris van het Verdrag inzake het Energiehandvest en het secretariaat van het Energiehandvest in kennis van de vaststelling en inwerkingtreding ervan.

4. De depositaris verzoekt de depositaris van het Verdrag inzake het Energiehandvest de andere partijen bij het Verdrag inzake het Energiehandvest in kennis te stellen van deze overeenkomst.

5. Overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties wordt deze overeenkomst na de inwerkingtreding ervan door de depositaris geregistreerd bij het secretariaat van de Verenigde Naties.

Artikel 4

Ten aanzien van deze overeenkomst kunnen geen voorbehouden worden gemaakt.

Artikel 5

Deze overeenkomst moet worden bekrachtigd, goedgekeurd of aanvaard.

De partijen leggen hun akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding neer bij de depositaris.

Artikel 6

1. Deze overeenkomst treedt 30 kalenderdagen na de datum waarop de depositaris de tweede akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding ontvangt, in werking.

2. Voor elke partij die deze overeenkomst bekrachtigt, goedkeurt of aanvaardt na de inwerkingtreding ervan overeenkomstig lid 1, treedt zij 30 kalenderdagen na de datum van neerlegging door deze partij van haar akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding in werking.

Artikel 7

Deze overeenkomst, opgesteld in één exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn, wordt neergelegd in het archief van de depositaris.