rijk/verdrag/overeenkomst-tussen-de-regering-van-de-republiek-hongarije-en-regeringen-van-de/BWBV0001576
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Overeenkomst tussen de Regering van de Republiek Hongarije en Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen BWBV0001576 verdrag geldend 2003-12-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001576 Overeenkomst tussen de Regering van de Republiek Hongarije en Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen

Overeenkomst tussen de Regering van de Republiek Hongarije en Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen

Artikel 1

In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder

a. a. „grondgebied":

      
       van de Republiek Hongarije: het grondgebied van de Republiek Hongarije;
    
    
      
       van de Benelux-Staten: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden;

van de Republiek Hongarije: het grondgebied van de Republiek Hongarije; van de Benelux-Staten: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden; b. b. „derde land": elke Staat die niet de Republiek Hongarije of geen Benelux-Staat is; c. c. „onderdaan van een derde land": een ieder die geen onderdaan van de Republiek Hongarije of van één der Benelux-Staten is; d. d. „verblijfstitel": elke vergunning, ongeacht van welke aard, met uitzondering van het visum, het transitvisum en de tijdelijke toelating tot verblijf die wordt afgegeven tijdens de periode van de behandeling van een asielverzoek door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen en die de betrokkene recht geeft op een wettige binnenkomst en een wettig verblijf op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 2

1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende nationale voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft.

2. De bepalingen van lid (1) zijn eveneens van toepassing op de persoon wie na binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ontnomen is en die niet ten minste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij heeft ontvangen.

3. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had. Dit geldt niet wanneer de verplichting tot overname volgt uit het feit dat deze persoon de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft verloren na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, zonder ten minste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij te hebben ontvangen.

Artikel 3

1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten op het grondgebied van haar Staat de onderdanen van een derde land en de staatlozen (hierna te noemen: onderdanen van derde landen) over, die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende nationale voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze onderdanen van een derde land net voor hun binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij regelmatig op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verbleven.

2. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij de onderdanen van een derde land over die onregelmatig op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij verblijven en een geldige door de bevoegde instanties van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel bezitten.

3. De Overeenkomstsluitende Partijen streven er bij voorkeur naar de in lid (1) hierboven bedoelde onderdanen rechtstreeks naar hun land van herkomst terug te geleiden.

4.

De verplichting tot overname als bedoeld in lid (1) hierboven geldt niet voor onderdanen van een derde land:

a. a. die bij hun binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in het bezit waren van een door de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij afgegeven geldig visum of aan wie na hun binnenkomst zo'n visum of een verblijfstitel door de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is afgegeven; b. b. waarvan de overname niet door de bevoegde instanties van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij binnen een termijn van twaalf (12) maanden te rekenen vanaf de onregelmatige binnenkomst is gevraagd of die sinds één (1) jaar het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij hebben verlaten; c. c. jegens wie door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij uitzettings- of teruggeleidingsmaatregelen zijn genomen op voorwaarde dat aangetoond kan worden dat zij het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij voor een derde land hebben verlaten; d. d. aan wie de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij met toepassing van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967, de status van vluchteling heeft toegekend of die een daartoe strekkende aanvraag hebben ingediend waarover nog niet door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is beslist.

5. Het bepaalde in lid (1) hierboven is niet van toepassing wanneer de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een regeling van visumvrije binnenkomst toepast ten aanzien van het derde land waarvan betrokkene onderdaan is.

6. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt na voorafgaande kennisgeving de onderdanen van een derde land over waarvan de overname door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zo spoedig mogelijk na hun onregelmatige binnenkomst op het grondgebied van haar Staat wordt gevraagd wanneer deze onderdanen een geldig visum van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij of een geldige door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel bezitten.

7. Indien door beide Overeenkomstsluitende Partijen een visum of verblijfstitel is afgegeven, komt de verplichting tot overname toe aan de Overeenkomstsluitende Partij van wie het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt.

8. Het bepaalde in lid (6) en (7) hierboven is niet van toepassing op de afgifte van een transitvisum.

9. Op voorwaarde dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarom binnen een termijn van dertig (30) dagen te rekenen van de overname verzoekt, neemt de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de personen onder dezelfde voorwaarden over, indien uit een later door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verricht onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet voldeden aan de in lid (1), (2), (6) en (7) hierboven bepaalde voorwaarden van de verplichting tot overname.

Artikel 4

1.

De nationaliteit van een krachtens de bepalingen van lid (1) van artikel 2 van deze Overeenkomst over te nemen persoon kan worden aangetoond door middel van de volgende documenten:

a. a. van de kant van de Hongaarse Overeenkomstsluitende Partij:

        
         een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer);
      
      
        
         een geldig identiteitsbewijs;
      
      
        
         een nationaliteitsbewijs dat niet langer dan één (1) jaar geleden werd afgegeven;

een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); een geldig identiteitsbewijs; een nationaliteitsbewijs dat niet langer dan één (1) jaar geleden werd afgegeven; b. b. van de kant van de Overeenkomstsluitende Partijen van de Benelux:

        
         een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer);
      
      
        
         een geldig identiteitsbewijs;
      
      
        
         een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder;
      
      
        
         een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname.

een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); een geldig identiteitsbewijs; een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder; een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname.

2.

Het vermoeden van de nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:

a. a. van de kant van de Hongaarse Overeenkomstsluitende Partij:

        
         een geldig voorlopig identiteitsbewijs;
      
      
        
         een document zoals beschreven in punt a) van lid (1) hierboven, dat vervallen is;
      
      
        
         documenten waaruit blijkt dat de betrokkene behoort tot het personeel van de Hongaarse strijdkrachten of de Hongaarse ordehandhavingsdiensten;
      
      
        
         elk door de autoriteiten afgegeven document waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt;
      
      
        
         afschriften van bovengenoemde documenten;
      
      
        
         een officiële verklaring van de betrokkene zelf of een officiële betrouwbare getuigenverklaring;

een geldig voorlopig identiteitsbewijs; een document zoals beschreven in punt a) van lid (1) hierboven, dat vervallen is; documenten waaruit blijkt dat de betrokkene behoort tot het personeel van de Hongaarse strijdkrachten of de Hongaarse ordehandhavingsdiensten; elk door de autoriteiten afgegeven document waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt; afschriften van bovengenoemde documenten; een officiële verklaring van de betrokkene zelf of een officiële betrouwbare getuigenverklaring; b. b. van de kant van de Overeenkomstsluitende Partijen van de Benelux:

        
         een officieel document anders dan zoals beschreven in punt b) van lid (1) hierboven, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs e.d.);
      
      
        
         een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand;
      
      
        
         een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
      
      
        
         andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt;
      
      
        
         afschriften van bovengenoemde documenten;
      
      
        
         de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
      
      
        
         de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.

een officieel document anders dan zoals beschreven in punt b) van lid (1) hierboven, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs e.d.); een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand; een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; afschriften van bovengenoemde documenten; de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.

3. In geval het vermoeden van de nationaliteit wordt ondersteund overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst, maar de in lid (2) hierboven beschreven documenten niet beschikbaar zijn, kan de nationaliteit worden vastgesteld met de hulp van de bevoegde consulaire ambtenaar van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij. De bevoegde consulaire ambtenaar zal de betrokkene zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen zeven (7) dagen, horen.

Artikel 5

1. Onverminderd artikel 11 van deze Overeenkomst staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorreis door de lucht of de doorgeleiding door de lucht of over land van onderdanen van derde landen toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis van die personen door de overige landen van doorreis en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd zijn.

2. Wanneer de doorreis enkel door de lucht plaatsvindt, hoeft door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij geen transitvisum te worden afgegeven.

3. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is verantwoordelijk voor de verdere reis van de verwijderde persoon naar de Staat van bestemming. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt de te verwijderen persoon terug indien om enigerlei reden geen uitvoering kan worden gegeven aan de verwijderingsmaatregel.

4.

Om doorgeleiding wordt niet door de Overeenkomstsluitende Partijen verzocht of deze kan worden geweigerd indien kan worden aangenomen dat:

a. a. de doorgeleiding van de betrokkene een gevaar oplevert voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, of b. b. in het land van bestemming of het eventuele land van doorreis de betrokkene is blootgesteld aan foltering, een onmenselijke of onterende behandeling of de veroordeling tot de doodstraf dan wel het gevaar loopt te worden vervolgd op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde groep in de samenleving of politieke overtuiging, of c. c. de betrokkene in het land van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, in de Staat van bestemming of in één van de Staten van doorreis het gevaar loopt van strafvervolging of tenuitvoerlegging van een strafvonnis, behalve wegens het ongeoorloofd overschrijden van de grens.

5. De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid (1) hierboven, te beperken tot onderdanen van derde landen voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar het land van herkomst niet mogelijk is.

Artikel 6

1.

Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:

a. a. de personalia van de betrokkene (naam, voornaam, eventueel vroegere naam, bijnaam en pseudoniem, alias, geboortedatum en -plaats, geslacht en laatste verblijfplaats); b. b. het afschrift van het paspoort of het paspoortvervangend reisdocument en/of enig ander bewijs waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt of door middel waarvan zijn nationaliteit kan worden aangetoond of vermoed; c. c. twee pasfoto's.

2. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.

Artikel 7

1. De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt schriftelijk en onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf (5) werkdagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.

2.

Na de in lid (1) hierboven gestelde termijn neemt de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij over

a. a. onverwijld, doch voor zover mogelijk, de personen op wie artikel 2 van deze Overeenkomst van toepassing is; b. b. onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van dertig (30) dagen, de personen op wie artikel 3 van deze Overeenkomst van toepassing is.

3. De in lid (2) hierboven bepaalde termijnen kunnen op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij uitzonderlijkerwijze worden verlengd wanneer omtrent de overname juridische of praktische belemmeringen rijzen en enkel tot die belemmeringen zijn opgeheven.

Artikel 8

1.

Voor zover voor de uitvoering van deze Overeenkomst persoonsgegevens moeten worden verstrekt, mogen de betrokken gegevens uitsluitend betrekking hebben op:

a. a. de persoonsgegevens van de over te nemen persoon en in voorkomend geval van zijn naaste verwanten (naam, voornaam, eventueel vroegere namen, bijnamen en pseudoniemen, aliassen, geboortedatum en -plaats, geslacht, huidige en, in voorkomend geval, vorige nationaliteit); b. b. nummer, geldigheidsduur, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte en andere relevante gegevens van het paspoort, identiteitsbewijs, andere identiteitspapieren of reisdocumenten en laissez-passer; c. c. andere voor identificatie van de over te nemen personen dienstige gegevens (de laatste woonplaats op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, de ta(a)l(en) waarin de betrokkene zich uitdrukt); d. d. de voor de overname voorgestelde plaats en datum, de te volgen reisroute; e. e. verblijfsvergunningen of door één van de Overeenkomstsluitende Partijen afgegeven visa.

2. De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe de persoonsgegevens te beschermen met inachtneming van het respectieve nationale recht van elke Overeenkomstsluitende Partij en van het Verdrag van Straatsburg van 28 januari 1981 tot bescherming van personen ter zake van de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens.

3. Voor de Benelux-Staten geldt een beschermingsniveau dat overeenstemt met het niveau dat is vastgesteld in Richtlijn 95/46/EG van het Europese Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

4. Persoonsgegevens mogen enkel aan de voor de uitvoering van deze Overeenkomst bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Zij mogen niet aan andere autoriteiten worden doorgegeven zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de Overeenkomstsluitende Partij die deze heeft verstrekt.

5. Bij het verstrekken van de gegevens vermeldt de verstrekkende Overeenkomstsluitende Partij met inachtneming van het nationale recht de termijnen voor de vernietiging van gegevens.

6. De Overeenkomstsluitende Partijen houden een register bij, waarin de namen van organen en personen die de persoonsgegevens doorsturen en ontvangen, alsmede de datum van doorsturen, ontvangst, wijziging en wissen van die gegevens zijn vermeld.

Artikel 9

1. De kosten verbonden aan het overbrengen, tot aan de grens van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, van personen die volgens artikel 2 en 3 van deze Overeenkomst worden overgenomen en de eventuele kosten die voortvloeien uit de terugleiding waarin is voorzien in lid (3) van artikel 2 en in lid (9) van artikel 3 van deze Overeenkomst, komen ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.

2. Alle kosten verbonden aan de doorgeleiding of aan de begeleide doorgeleiding van onderdanen van derde landen alsmede de eventueel uit hun terugleiding voortvloeiende kosten komen overeenkomstig artikel 5 van deze Overeenkomst ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 10

1.

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen de in artikel 12 van deze Overeenkomst bedoelde ministeries van de Overeenkomstsluitende Partijen een Comité van deskundigen in dat:

a. a. de toepassing van deze Overeenkomst volgt; b. b. voorstellen doet om vraagstukken in verband met de toepassing van deze Overeenkomst op te lossen; c. c. wijzigingen van en aanvullingen op deze Overeenkomst voorstelt; d. d. passende maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie uitwerkt en aanbeveelt.

2. De door het Comité van deskundigen voorgestelde maatregelen worden voor goedkeuring aan de Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd.

3. Het Comité bestaat uit een vertegenwoordiger voor de Republiek Hongarije en drie vertegenwoordigers voor de Benelux-Staten. De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan; tegelijkertijd kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Bij het overleg kunnen nog andere deskundigen worden betrokken.

4. Het Comité van deskundigen komt zo nodig bij toerbeurt op het grondgebied van één der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen. Het voorzitterschap wordt waargenomen door de Overeenkomstsluitende Partij die als gastland optreedt. Ieder der Overeenkomstsluitende Partijen kan het initiatief nemen om het Comité van deskundigen bijeen te roepen.

Artikel 11

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de aan de onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partijen toegekende rechten, de bepalingen van de tussen de Republiek Hongarije en de Benelux-Staten vigerende verdragen noch de overige verplichtingen van de Overeenkomstsluitende Partijen, die uit andere verdragen voortvloeien en met name:

a. a.

      
       het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967;
    
    
      
       het Verdrag van Rome van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
    
    
      
       verdragen inzake rechtshulp bij uitlevering en doorgeleiding;
    
    
      
       internationale conventies betreffende de overname van vreemde onderdanen;

het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967; het Verdrag van Rome van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; verdragen inzake rechtshulp bij uitlevering en doorgeleiding; internationale conventies betreffende de overname van vreemde onderdanen; b. b. het gemeenschapsrecht voor de Overeenkomstsluitende Partijen lidstaten van de Europese Unie, met name

      
       het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en de op 19 juni 1990 gesloten Overeenkomst ter uitvoering van genoemd Akkoord van Schengen;, 
    
    
      
       de bepalingen van de Overeenkomst van Dublin van 15 juni 1990 betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de Lidstaten van de Europese Unie wordt ingediend.

het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en de op 19 juni 1990 gesloten Overeenkomst ter uitvoering van genoemd Akkoord van Schengen;, de bepalingen van de Overeenkomst van Dublin van 15 juni 1990 betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de Lidstaten van de Europese Unie wordt ingediend.

Artikel 12

De Overeenkomstsluitende Partijen geven volmacht aan hun bevoegde Ministeries om in een Uitvoeringsprotocol de te volgen procedure bij de uitvoering van deze Overeenkomst vast te leggen.

Artikel 13

De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst.

Artikel 14

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door een kennisgeving aan de Belgische Overeenkomstsluitende Partij, depositaris van deze Overeenkomst, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.

Artikel 15

Elk geschil over de uitlegging en toepassing van deze Overeenkomst wordt via onderhandelingen geregeld door het in artikel 10 van deze Overeenkomst bedoelde Comité van deskundigen. Indien deze niet tot een akkoord leiden, wordt het geschil via diplomatieke weg geregeld.

Artikel 16

1. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de Overeenkomstsluitende Partijen de Belgische Overeenkomstsluitende Partij kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne juridische formaliteiten te hebben nageleefd.

2. De Belgische Overeenkomstsluitende Partij stelt ieder der Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in vorenstaand lid (1) bedoelde notificaties en van de datum van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 17

1. Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

2. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen de uitvoering van deze Overeenkomst om redenen in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, voorlopig, gedeeltelijk of volledig schorsen. De depositaris wordt onverwijld via diplomatieke weg in kennis gesteld van het invoeren van een dergelijke maatregel, met opgave van motieven en van de inwerkingtreding, zowel als van de intrekking van de schorsing. De schorsing kan geen betrekking hebben op de overname van de onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partijen. Wat de bescherming van vóór de invoering van de schorsing doorgestuurde persoonsgegevens betreft, blijven de bepalingen van artikel 8 van toepassing.

3. Ieder der Overeenkomstsluitende Partijen kan deze Overeenkomst via diplomatieke weg, schriftelijk, met een aan de depositaris van deze Overeenkomst gerichte kennisgeving opzeggen. De depositaris van deze Overeenkomst stelt de overige Overeenkomstsluitende Partijen via diplomatieke weg in kennis van de opzegging. Deze Overeenkomst houdt op gevolg te hebben op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de depositaris de diplomatieke nota over de opzegging heeft ontvangen.